Zullen de problemen worden opgelost?
ZAL er voor de financiële problemen en de slechte situatie van zoveel ouderen in tal van Westerse landen, ooit een oplossing komen? Ja. Dat staat absoluut vast!
Hoe dan? Door een nieuw beleid op sociaal gebied? Nee, dat daardoor een verbetering zal komen is niet waarschijnlijk, gezien het feit dat de financiële situatie in de Westerse wereld de afgelopen jaren gestadig aan verslechterd is.
De toekomst van de sociale voorzieningen
De problemen in verband met de sociale verzekering zoals ze nu is georganiseerd, lijken nog lange tijd aanzienlijk te zullen toenemen. In 1975 moest de Amerikaanse regering ongeveer 3 miljard dollar bijleggen om de sociale voorzieningen te bekostigen. In Nederland overtroffen in 1974 de sociale uitkeringen de inkomsten aan premies met bijna ƒ 2 miljard.
En dit proces versnelt zich steeds meer, naarmate het aantal ouderen dat met pensioen gaat, toeneemt. De geldbedragen die in de toekomst zullen moeten worden uitbetaald aan arbeiders die nu nog aan het produktieproces meedoen, zijn verbijsterend. Sommige economen geloven dat ze in bepaalde landen nooit betaald zullen worden.
Wat is het probleem? Wat de Verenigde Staten betreft, onder andere het feit dat de verwachtingen van sociale-verzekeringsontwerpers niet zijn uitgekomen. Zij gingen uit van de veronderstelling dat het aantal jonge werknemers dat de uitkeringen voor de gepensioneerden zou kunnen betalen, voortdurend zou toenemen. Het tegendeel is echter waar gebleken. De bevolking in de V.S. beweegt zich in neerwaartse richting, aangezien er per gezin steeds minder kinderen komen.
De stroom nieuwe arbeiders die de uitkeringen zouden moeten financieren, heeft zich niet aangediend. In plaats daarvan is er een toenemende groep gepensioneerden die door een verhoudingsgewijs kleiner aantal arbeiders onderhouden moet worden.
In Vital Speeches of the Day verklaarde bedrijfsfunctionaris W. Cotter, lid van een groep die door de regering was aangesteld om het probleem te bestuderen:
„Aangezien de gepensioneerden van nu hun uitkering ontvangen van de werkers van nu, is het aantal werkers op het aantal gepensioneerden een belangrijk gegeven.
Toen het sociale-verzekeringssysteem werd ingesteld, waren er 7 arbeiders die premie betaalden ten behoeve van één gepensioneerde. Momenteel zijn er op elke gepensioneerde slechts drie arbeiders. En die verhouding neemt nog steeds af.
Onze onderzoekgroep verwacht tegen het eind van deze eeuw, uitgaande van de bevolkingsprognoses van het Bevolkingsbureau, een verhouding van drie arbeiders op elke twee gepensioneerden.”
Dat betekent overduidelijk een ondraaglijke belastingdruk. Vandaar ook dat bepaalde deskundigen menen dat het Amerikaanse systeem in de richting gaat van een totaal bankroet, of op zijn minst een radicale verandering. Wanneer het systeem zich nu al niet zelf kan financieren, kan het dat in de toekomst helemaal niet, zo menen zij.
Ook in Nederland blijft de groei van de beroepsbevolking aanzienlijk achter bij de toeneming van het aantal bejaarden, hetgeen nog wordt versterkt door het steeds langer op school blijven van jongeren en de groei van het aantal arbeidsongeschikten. De tweede voorzitter van het NVV de heer F. Drabbe, wijt „de steeds zwaarder wordende lasten in de sociale verzekeringen niet in de eerste plaats aan de uitbreiding van deze verzekeringen, maar aan het feit dat steeds meer mensen uit het arbeidsproces worden gestoten” (NRC/Handelsblad 2-3-76). Begin ’76 hadden deskundigen van het Verbond van Nederlandse Ondernemingen al berekend dat bij ongewijzigd beleid de premiedruk tegen 1980 zou zijn opgelopen tot 33 percent voor de werkgever en 26 percent voor de werknemer. Zij achtten die stijging onaanvaardbaar. En vooral ook sinds het Centraal Planbureau met een voor Nederland minder gunstig economisch perspectief uit de bus is gekomen, wordt er allerwegen gesproken over de noodzaak van „bezuinigen”, ook op het terrein van de sociale zekerheid. Hóe, dat staat nog te bezien. Velen hopen slechts dat de A.O.W.-uitkeringen niet zullen worden aangetast.
Hulp van de regering?
Kunnen de regeringen te hulp komen? Sommigen hopen dit.
De uitgaven nemen echter sneller toe dan de inkomsten, hetgeen niet alleen voor Amerika, maar ook voor de meeste Westerse landen geldt. Het Nederlandse begrotingstekort voor 1976 wordt geschat op ƒ 10 miljard; Amerika verwacht een tekort van ongeveer 70 miljard dollar.
Hopen op overheidssteun voor de bekostiging van de steeds zwaarder drukkende sociale lasten, is dan ook een onrealistische hoop, menen vele economen.
Sociale en economische systemen, regeringen en regeringsleiders hebben in de loop van de geschiedenis weinig blijk gegeven van stabiliteit. Vertrouwen en zekerheid zoeken bij menselijke instellingen is dan ook niet zinvol.
Wat de toekomst biedt
Wat de mens nodig heeft, is een veel beter „zekerheidsstelsel” dan enig mens tot nu toe heeft ontworpen. Waar wanhopig behoefte aan bestaat, is een blijvende beëindiging van onzekerheid voor alle economische groepen, over de gehele aarde.
Bestaat er een ware realistische hoop op dat soort van zekerheid? Ja, beslist! En de wankele omstandigheden van thans versterken slechts de realiteit van die hoop.
De bijbelprofetieën hebben namelijk duidelijk voorzegd dat dit huidige samenstel van dingen een „tijd van het einde” zou binnengaan, een periode die „de laatste dagen” wordt genoemd, waarin alle menselijke instellingen grote zorgen en moeilijkheden zouden meemaken (Dan. 11:40; 2 Tim. 3:1-5; Matth. 24:3-14). De huidige omstandigheden wereldwijd duiden erop dat we thans in die tijd leven.
Ze wijzen erop dat de tijd werkelijk nabij is waarop de Schepper van de mensheid, Jehovah God, tussenbeide zal komen om de dingen hier op aarde recht te zetten. Jezus Christus zei zijn volgelingen hier naar uit te zien toen hij sprak over Gods regering, zijn hemelse koninkrijk, dat op de vastgestelde tijd de heerschappij over de aarde zal overnemen (Matth. 6:9, 10). De dag is dus zeer nabij waarop het huidige onbevredigende samenstel van dingen zal worden verwijderd en plaats zal moeten maken voor een nieuwe ordening onder Gods bestuur. — 2 Petr. 3:13.
De bijbelprofetieën voorzeggen dat er in Gods nieuwe ordening geen onzekerheid van welke aard maar ook, meer zal zijn. Verdwenen zullen zijn alle oorlogen, honger, hebzucht, economische wedijver en onderdrukking. In plaats daarvan zullen mensen „inderdaad hun heerlijke verrukking vinden in de overvloed van vrede”, met ware „zekerheid tot onbepaalde tijd”. Hoe welkom zal dat zijn met het oog op de toenemende onzekerheid waarin we thans verkeren! — Ps. 37:11; Jes. 32:17.