Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g76 8/5 blz. 17-20
  • Op trektocht naar een Sherpa-dorp

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Op trektocht naar een Sherpa-dorp
  • Ontwaakt! 1976
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Op reis
  • Ervaringen die u nooit zult vergeten
  • Welkom in het dorp van de glimlach!
  • Een Sherpa-huis
  • Een zee van vreemde en vriendelijke gezichten!
  • De warme en informele Sherpa-gastvrijheid
  • De dans van de Mani Rimdu
  • Vaarwel!
  • Bergen — Meesterlijke scheppingswerken
    Ontwaakt! 1994
  • Dorp
    Inzicht in de Schrift, Deel 1
  • Dorp
    Hulp tot begrip van de bijbel
  • U kunt bergen verplaatsen!
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1988
Meer weergeven
Ontwaakt! 1976
g76 8/5 blz. 17-20

Op trektocht naar een Sherpa-dorp

ZOALS VERTELD AAN ONTWAAKT!-CORRESPONDENT IN INDIA

MIJN naam is Nawang Phintso, en ik ben een Sherpa-gids. Hebt u wel eens gehoord van de Sherpa’s? Dat moet haast wel, zeker wanneer u een moedig hart bezit en er niet tegenop zou zien de koude en dreigende Nepal-Himalaja’s te trotseren. Mijn volk, de Sherpa’s, zijn intieme vrienden van het Himalaja-gebergte. Al duizenden jaren heeft dit berggebied ons in zijn besneeuwde boezem een veilige woonplaats geboden. De beroemde Mount Everest is onze dagelijkse schildwacht. Met zijn voet rustend in ons woongebied en tot een hoogte van 8848 meter reikend, is hij inderdaad de opperste monarch van ons berggebied.

Maar aan de trots op onze bergen, paart zich nog meer de trots op onze blozende dochters en onze sterke robuuste zoons. Onze huizen zijn ruim en gastvrij, en zo is ook ons hart. De glimlach van een Sherpa zult u nooit vergeten — zo zonnig en warm dat u niet meer denkt aan de bijtende Himalaja-kou. Maar ga met me mee, als u wilt, dan trekken we naar mijn dorp Junbesi om persoonlijk te genieten van ware Sherpa-gastvrijheid.

We schrijven nu november, en dan is het hier in Nepal een heerlijke tijd om te trekken. Januari en februari gaan ook nog wel, maar dan moet men niet terugschrikken voor extreme kou en zware sneeuwval. De regentijd loopt van juni tot oktober.

Vóór we vertrekken, is het echter zaak eerst een trekvergunning aan te vragen bij het Centrale Immigratiekantoor. Voor dragers heb ik al gezorgd, twee sterke, geharde knapen. En dit is Sonam uit mijn dorp, een veel gevraagde Sherpa-kok, die onderweg onze tong met lekkere hapjes zal strelen.

Alles klaar? Dan gaan we met de Land Rover op weg, uit Kathmandu in de richting van Lamsangu, tweeënzeventig kilometer verderop. De lucht is deze ochtend „appelvers” — schoon, helder en tintelend fris — rechtstreeks afkomstig van die sneeuwtoppen daar in de verte.

Op reis

Te Lamsangu begint onze klimtocht. De koele middagbries vormt een onontbeerlijke stimulans bij de bestijging van dit droge, stoffige en smalle pad. Omhoogkijkend ziet u het zigzagsgewijs omhoogslingeren. Aan beide kanten van de weg dalen de gierst- en tarwevelden steil af naar de beneden ons stromende beek. Vol verwachting staart u met uw hoofd in de nek naar boven om te zien of er al sneeuwtoppen zichtbaar zijn. Maar u moet geduld hebben. We hebben nog maar drie uur gelopen. Misschien zullen de trotse Himalaja’s u morgenavond een blik op hun schoonheid vergunnen.

Voor vanavond is het echter tijd ons kamp in te richten. Het is nog maar vijf uur, maar we moeten onze tenten opzetten en nog wat eten voordat de snel langer wordende schaduwen ons het laatste restje licht ontstelen.

We zijn nu beland op een hoogte van 1829 meter, op een plek die Thulo Pakha wordt genoemd. De kou doet zich steeds meer gevoelen. Maar het duurt niet lang of Sonam heeft een Sherpa-lekkernij voor ons gereed — een hete, dikke „hutspot” van gebakken tarwepoeder, groenten, hete Spaanse peper en stukjes kip om onze razende honger te stillen. En nu is het tijd om te rusten. Ik weet het, het is nog maar 7 uur, maar u moet veel rust nemen, wilt u zich schikken naar de gewoonten van mijn land, het land van de Sherpa’s.

De volgende ochtend genieten we van een goed ontbijt, bestaande uit koffie, eieren en toast en dan gaan we weer aan de klim. Na drie uur hebben we een hoogte van 2500 meter bereikt, waar we even pauzeren voor het gebruik van een lunch. De plek heet Muldi. En kijk! Uw geduld is reeds gedeeltelijk beloond. Ziet u daar die witte bergen in de verte? Die ene top daar is de Annapurna, 7937 meter hoog. Maar dat is nog maar het begin. Hoe verder we trekken, hoe weidser ons uitzicht op de majestueuze Himalaja’s zal worden.

Ervaringen die u nooit zult vergeten

Vier opwindende trekdagen hebben we nu achter de rug. Vier dagen met hoogst fascinerende ervaringen om op terug te zien! Ervaringen waar u voorheen misschien alleen over had gedroomd of gelezen. Laten we nog eens enkele daarvan de revue laten passeren, nu ze ons nog vers in het geheugen liggen.

De eerste morgen begon al met een huiveringwekkende ervaring toen we de natuurlijke rotsbrug overstaken die gevaarlijk boven het tuimelende water van een Himalaja-stroom hing. Later worstelden we ons tegen een heuvelhelling op om de imposante bergpas van Manga Deorali (2377 meter) te passeren; voelden we ons toen geen heldhaftige avonturiers? Onvergetelijk was ook onze theepauze op de grazige hellingen van de Chitre (2286 meter), gevolgd door een ontspannen wandeling door het land van bergstruiken en grillige jeneverbosjes, afgesloten met een stevige lunch op het prachtige Kirantechhap! Na een ongewone nacht te Namdu, gingen we de volgende dag opnieuw heuvelopwaarts om op 2500 meter hoogte een andere bergpas te passeren. ’s Avonds wisten we nog Sikri Khola te bereiken, waar we ons kamp naast dat helder spattende water opsloegen. Daar, wegdoezelend in vreedzame sluimer, vermengden onze dromen zich met het zachte geklater van het beneden langsstromende water.

Van de andere twee nachten die voorbijvlogen, brachten we de onvergetelijkste door in de droomvallei Chhayangma, weet u nog, waar we bij aankomst werden begroet door de eenzame, maar sierlijke boeddhistische Chortens, imposante monumenten van steen, gewoonlijk verscheidene meters hoog en laagsgewijs opgebouwd, de bovenste laag afgedekt met een platte koepel, getooid met een klein bovenstuk, vaak voorzien van een zwierige kegel. Soms heeft het bovenstuk vier platte zijkanten, elk beschilderd met een paar smalle mongoloïde ogen, die bijzonder doordringend en echt lijken. Volgens de overlevering bevatten deze monumenten, die door de Sherpa’s Chortens worden genoemd, de as van vereerde voorouders. Maar hoe het ook zij, het aantrekkelijkste van deze Chortens is wel dat ze op de meest uitgelezen plaatsen op de heuvelhellingen staan. Daar bedoel ik mee, op plaatsen die een machtig panorama en een steeds wisselende aanblik bieden op de omringende bergen en de beneden gelegen dorpen. Het is een onvergetelijke en rustgevende ervaring naast een Chorten te zitten en je ogen over het omringende landschap te laten dwalen.

Welkom in het dorp van de glimlach!

We zijn door de majestueuze bergpas van Lamjura op 3600 meter hoogte getrokken, en eindelijk zijn we er dan: in al zijn weidsheid glimlacht het Junbesi-dal ons tegemoet. Daar woon ik, daar ligt mijn blije Sherpa-dorp in de Himalaja’s! Vaarwel aan de terrassen en hellingen, welkom in het land van de statige pijnbomen, in mijn warme Sherpa-woning tussen de koele bergen.

Laten we nog even hier op deze heuvel gaan zitten voordat we beneden het dorp ingaan. Weet u, een Sherpa-dorp is anders dan de dorpen van andere Nepalese bevolkingsgroepen. De ligging bijvoorbeeld. Sherpa-dorpen liggen altijd hoger. Mijn dorp Junbesi bevindt zich 2680 meter boven zeeniveau, en u zult nog grotere Sherpa-dorpen ontdekken op wel drie- à vierduizend meter hoogte, gevaarlijk hangend boven steile rotswanden.

De avond gaat al vallen, we kunnen nu beter snel naar mijn huis gaan. Hoort u al het geluid van onze dzo? Dat is onze koe — anders, natuurlijk, dan de koeien waaraan u gewend bent; het is een kruising tussen de Indiase zeboe en de Himalaja-yak. De dorpshonden blaffen woedend tegen onze donkere schaduwen. En de omhoogkringelende rook uit de huizen verhevigt onze honger. Iemand zei eens: „Oost west — thuis best”, en ik kan niet anders dan daarmee instemmen. Het is heerlijk om weer thuis te zijn onder de beschermende hoede van de Himalaja’s.

Een Sherpa-huis

Dit Sherpa-huis is van mij, het is groot, heeft twee verdiepingen, een laag zadeldak en is bedekt met houten dakspanen. De meeste Sherpa-huizen zijn net als mijn huis naar het zuiden gebouwd en bezitten prachtige, van snijwerk voorziene ramen.

We klimmen de schone houten trap op, naar de glimmende gang, en gaan links de woonkamer binnen. De houten vloer is smetteloos schoon gepoetst en blinkt ons tegemoet. Recht onder die ramen, die op het oosten uitzien, staat een lange canapé, bedekt met allerhande Tibetaanse tapijten — rijke wollen weefprodukten met afbeeldingen als de Oosterse draak, de stralende zon en symbolische bloemen, alles in vurig rood, diep blauw, helder oranje, goud en andere in het oog springende kleuren. Evenwijdig aan de canapé staat een houten tafel die elke ochtend door mijn zuster Ang Kandi met een restantje boter en bitter smakende bladeren uit het bos wordt ingewreven; de glans is van de boter, terwijl de bladeren hem vrij van vliegen houden.

Een zee van vreemde en vriendelijke gezichten!

En daar bent u dan. Nog maar nauwelijks binnen en al omgeven door een grote groep vreemde en nieuwsgierige gezichten. Kijk eens naar onze vrouwen! Rijzig en goed gebouwd. Geen wonder dat we erg trots op hen zijn. Laat me uitleggen wat zij dragen. Die enkellange, warme, zwartwollen rok noemen we hier een angi. Het zal u opvallen dat heel wat vrouwen kleurige dikke schorten dragen, een teken dat ze getrouwd zijn. Hun dikke, warme schoenen van zware stof beschermen hun voeten tegen de kou. Ze hebben lang, glanzend haar, dat ze op werkdagen in een grote, sierlijke wrong op hun hoofd hebben gebonden. Ze hebben open en blozende gezichten, met ronde, vlezige wangen en mooie, donkere ogen. Onze robuuste, sterke mannen hebben zich bij hen gevoegd, hartelijk lachend en grapjes makend. Wat u hier ziet, vormt een typerend contrast met andere bevolkingsgroepen van Nepal, waar de vrouwen schuchter op de achtergrond bezig blijven, in plaats van zoals bij ons een vrijelijk aandeel aan de gezelligheid te hebben.

De warme en informele Sherpa-gastvrijheid

Daar komen mijn ouders. Met een brede lach nodigen zij u uit om plaats te nemen op de met tapijten bedekte canapé. Ang Kandi zet sierlijke kopjes van wit porselein op tafel met prachtig versierde schotels en dekseltjes. Daarna schenkt mijn moeder de dikke en warme Sherpa-thee in. U neemt een slok! Dat is een opkikker! En geen wonder! Het is een ander kopje thee dan u ooit in uw leven gedronken hebt! Of hebt u al eens eerder genoten van thee die in een ruim 1 meter hoge bamboemixer, een zogenaamde dongmo, stevig is gemengd met yak-boter, zout, suiker en melk?

Laat ik u eerst vertellen wat in een Sherpa-gezin de zitvolgorde is: als eerste, aan de uiterste punt van de canapé, het dichtst bij het vuur, zit mijn vader. Dan volgt u, de geëerde gast, en daarna . . . bestaan er geen formaliteiten meer. Dan volgt de rest van mijn familie. Zij zeggen dat ze zijn gekomen om mij te begroeten, maar feitelijk willen ze u graag zien. Diep in hun hart koesteren zij het verlangen uw taal te kunnen spreken en de wereld te zien waar u vandaan komt.

Voordat we gaan eten, volgt hier een aperitiefje! Wij noemen het chang. Het is het typische en exotische Sherpa-bier, schuimend en melkachtig wit van kleur, met een laag alcoholgehalte, en zelf gemaakt van maïs, tarwe en gist. Opnieuw staan de versierde kommen voor u klaar. Mijn zuster komt naar mijn vader toe met een speciale porseleinen ketel, opgesmukt met zilver, waaruit kopje voor kopje de chang geschonken wordt.

Chang is een snel verbroederende drank in elk gezelschap; nog na het eten blijft er een vrolijke en opgewekte stemming heersen. Nu heeft de hele groep zich rond de dansende vlammen van het haardvuur geschaard; de vrouwen zijn druk in gesprek, terwijl ze ondertussen hun mollige, blozende baby’s de borst geven. Luid gelach klinkt op bij de ongelooflijk vrolijke grappen van de Sherpa’s. Daarna wil iemand iets anders; een griezelverhaal voor het naar bed gaan! Maar dan is het toch echt slapen geblazen.

De dans van de Mani Rimdu

Dit is nu uw tweede ochtend bij de Sherpa’s van Junbesi en het belooft een opwindende dag te worden. Want ziet u, wij Sherpa’s gaan het dansfeest van de Mani Rimdu vieren. Drie opeenvolgende nachten zal het volle maan zijn, en dan wordt er gedanst in het Chiwong-klooster, spectaculair gelegen op een rotspiek, 2950 meter boven de zeespiegel. Het Mani Rimdu-feest is een exclusief Sherpa-feest, hoewel de oorsprong teruggaat tot de oertijd van het Tibetaanse theater.

Ter ere van deze gelegenheid hebben de meeste mannen en jongens zich gestoken in schone laveda-broek en westers colbert, compleet met leren riem en Nepalese pet. Hoe sober steken zij echter af tegen de duizelingwekkende kleurenpracht van de vrouwen, die gekleed gaan in dure, zijden angis, zwart, purper, goud- en koperkleurig, gedragen over rode, oranje of crèmekleurige, soepel vallende satijnen blouses. Grote halskettingen en gouden juwelen sieren hun oren en boezem. Hun glanzende zwarte haar is doorweven met kleurige draden. En als bekroning van dit alles dragen zij de hoge en elegante bontmutsen die aan de top rijk zijn versierd met goud, en die wat aanblik betreft om de voorrang strijden met hun eveneens opvallende schoenen, gewoonlijk in zwart, rood en hemelsblauw.

Tegen acht uur in de ochtend zijn we gereed om te vertrekken. Zowel de mannen als de vrouwen dragen grote hoeveelheden boter, kaas, eieren en geld met zich mee, die aan de opperpriester in het klooster aangeboden zullen worden. Na twee uur dalen en stijgen bereiken we het klooster, waar we worden begroet door een zee van mensen, die reeds de balkons bezetten en de hoofdpoort in- en uitlopen.

Om 11 uur ’s morgens begint de dans, uitsluitend uitgevoerd door de onderpriesters van het klooster, onder het wakend oog van de opperpriester. Terwijl de cimbalen klinken en de trompetten schetteren geven de dansers zich over aan het ritmische gedreun van de grote kloostertrommels, sommigen met maskers op waar de afgrijselijkste en onmenselijkste uitdrukkingen op geschilderd zijn. Een compleet verhaal wordt door de energieke lama’s (priesters) in dans ten tonele gebracht. Tegen de tijd dat zij zich terugtrekken, is het 6 uur ’s avonds geworden.

De ochtend- en middagdansen behoren de lama’s toe, maar de avond en nacht zijn voor de leken gereserveerd. Ja, drie nachten achtereen wordt er door de Sherpa’s nauwelijks geslapen. De bleke en vriendelijke maan lijkt berispend neer te zien op het dwaze spektakel beneden hem. Helder en luid klinken de volksliedjes uit de vrouwenkelen, ondersteund door het diepe en resonerende gebrom van de mannenstemmen. Langzamerhand krijgt de slaap echter de overhand en dutten volwassenen en kinderen in.

Vaarwel!

U moet vertrekken, zegt u? Wij kunnen u niet tegenhouden. Gun mijn volk dus de gelegenheid u op Sherpa-manier vaarwel te zeggen: Zij willen u omhangen met de traditionele witte sjerp, een blijk van diep respect. Ik ga met u mee naar Kathmandu. Sonam, onze kok, alsook onze twee trouwe dragers zullen ons weer vergezellen. Wat hen en mij betreft, wij zullen weer snel terugkeren, en zij hopen dat ook u dat zult doen. Alstublieft — kom nog eens terug naar Junbesi — het altijd glimlachende Sherpa-dorp in de Himalaja.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen