Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g75 22/12 blz. 25-27
  • Geestelijken vervangen door psychiaters — Waarom?

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Geestelijken vervangen door psychiaters — Waarom?
  • Ontwaakt! 1975
  • Vergelijkbare artikelen
  • Bezitten psychiaters de oplossing?
    Ontwaakt! 1975
  • Vragen van lezers
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1976
  • „Wat een mens zaait, dat zal hij ook oogsten”
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1968
  • Wat zal er met de kerken gebeuren? — De betekenis voor u
    Ontwaakt! 1970
Meer weergeven
Ontwaakt! 1975
g75 22/12 blz. 25-27

Geestelijken vervangen door psychiaters — Waarom?

EEN algemeen verschijnsel in Amerika, en in tal van andere landen, is dat de geestelijkheid zowel in aantal als invloed terrein verliest. Gelijktijdig is te zien dat psychologen en psychiaters in allerlei opzichten terrein winnen.

Zo blijkt de afgelopen vijfentwintig jaar het aantal personen dat zich met de geestelijke gezondheid in Amerika bezighoudt, tot meer dan het zevenvoudige te zijn toegenomen, terwijl het aantal geestelijken met 20 percent is afgenomen, en dat ondanks de 40-percent-toename van de bevolking. Even betekenisvol zijn de cijfers met betrekking tot het aantal afgestudeerden aan hogescholen. In 1961 werden er door Amerikaanse hoger-onderwijsinstellingen evenveel graden in psychologie als in religie uitgereikt — 10.000 van elk. Maar in 1971 studeerden er driemaal zoveel mensen in psychologie als in religie af.

Bestaat er enig verband tussen deze twee cijfers? Ja, stellig! Steeds minder mensen gaan naar geestelijke leiders om te vragen: „Wat zal ik doen?” Volgens een psychoanalist die tevens een ambt als rooms-katholiek geestelijke bekleedt, ging in 1963 nog ongeveer 70 percent van de mensen die problemen hadden, eerst naar hun geestelijke voor advies, maar nu, tien jaar later, is dat aantal heel waarschijnlijk minder dan 40 percent geworden.

Tekenend voor deze tendens is de achteruitgang in het kerkbezoek enerzijds en anderzijds de toegenomen populariteit van boeken, tijdschriftenartikelen, radio- en tv-programma’s waarin psychologen en psychiaters mensen vertellen hoe ze vredig en gelukkig kunnen leven, hoe ze met hun vrouw, hun man, hun ouders en hun kinderen moeten omgaan, en wat ze moeten doen in verband met problemen als abortus, overspel en homoseksualiteit.

Wat is echter de oorzaak van deze tegengestelde verschijnselen? Ten eerste is dit te wijten aan het verlies van autoriteit dat de geestelijken hebben geleden, doordat zij de bijbel als het Woord van God en ’s mensen onfeilbare gids hebben verworpen (Ps. 119:105). Dit brengt de woorden van de profeet Jeremia in herinnering, die schreef: „Zij hebben Jehovah’s wóórd verworpen, en wat voor wijsheid hebben zij dan?” (Jer. 8:9) Of zoals één rapport het stelde: „Er zijn steeds minder predikanten die zullen zeggen: ’De bijbel zegt zus en zo. Dus doet u het dan ook zus en zo.’” ’Wanneer de mensen vroeger naar hun predikant toegingen en vroegen: „Waarom ben ik hier op aarde?” kregen zij gewoonlijk een duidelijk en ondubbelzinnig antwoord: „U bent hier op aarde omdat het Gods wil is. De reden van uw bestaan is die wil van God te volvoeren, een goed leven te leiden en uw Schepper te verheerlijken.”’ Maar zo is het nu niet meer. Het vertrouwen is verdwenen, en de leiders van de kudde zijn niet meer in staat de mensen die naar hen toekomen, een bevredigend antwoord te schenken.

Nog een reden waarom steeds meer mensen naar psychologen en psychiaters toe gaan, is het feit dat zij zich meer om de lonendheid dan om de juistheid van hun daden zijn gaan bekommeren. Deskundigen op het terrein van de geestelijke gezondheid, hoeden zich er in het algemeen voor een moreel oordeel te vellen. Voor hen zijn daden op zich niet goed of slecht te noemen, maar uitsluitend te beoordelen naar hun heilzame of schadelijke uitwerking op iemands mentale en emotionele welzijn.

Is deze ommezwaai naar de psychologie een gezond verschijnsel? Neen, het komt in feite neer op een sprong van de braadpan in het vuur. De mensen zijn slechter af dan voorheen, omdat, zoals terecht in The National Observer stond opgemerkt, mensen een „gefundeerde, religieuze grondslag nodig hebben voor hun bestaan, een reden om ondanks rampspoed toch te willen blijven leven”. De stijgende misdaad, seksuele immoraliteit, goklust, verslaving aan drugs, verslaving aan alcohol, en wat niet al, getuigt ervan hoe dwaas het is geweest zich van het geloof in God en zijn geïnspireerde Woord de bijbel af te keren.

Psychiaters en psychologen kunnen geen vragen beantwoorden als: „Waarom ben ik op aarde?” „Wat is het doel van het leven?” „Welke bestemming wacht mij?” „Waarom zijn goddeloosheid en onrechtvaardigheid zo overvloedig aanwezig?” Tenzij natuurlijk, zij religieuze antwoorden geven. Dat zij niet degenen zijn om voor hulp naartoe te gaan wanneer men terneergedrukt is of belaagd wordt door allerlei problemen, blijkt wel uit het feit dat zelfmoord onder hen tweemaal zoveel voorkomt als onder de bevolking in het algemeen.

In wat voor blinde, egoïstische dwaasheid tal van deze beroepsmensen gevangen zitten, spreekt duidelijk uit het grote aantal Amerikaanse psychoanalisten (55 percent) dat bij een opinieonderzoek te kennen gaf het volledig eens te zijn met Freud, volgens wie geloof in God „zo uitgesproken kinderlijk is, zo in strijd met de werkelijkheid, dat . . . het pijnlijk is te moeten bedenken dat de grote meerderheid der stervelingen nooit boven deze levenskijk zal uitstijgen”.

Blind, egoïstisch en dwaas? Ja, omdat het ingaat tegen alle rede en tegen alle feiten. Zo lezen wij bijvoorbeeld dat „de meeste wetenschapshistorici onmiddellijk zouden verklaren dat Isaac Newton de grootste wetenschappelijke geest is geweest die de wereld ooit heeft gekend” (Dr. Isaac Asimov). En beschouwde hij geloof in God als infantiel? Verre van dat! Hij schreef zelfs aan een vriend dat hij bij het opstellen van zijn werk de Principia het oog had gehad op beginselen die mensen tot geloof in het bestaan van God zouden brengen. In dat meesterwerk verklaart hij: „Uit zijn waarachtige heerschappij volgt dat God een levend, intelligent en machtig Wezen is; en uit zijn andere volmaaktheden dat hij oppermachtig, of allervolmaaktst is. Hij is eeuwig en oneindig, almachtig en alwetend.”

Dat een ’gefundeerde religieuze grondslag’ iemand bij tragische gebeurtenissen in zijn leven steun kan geven, is iets dat telkens opnieuw uit de bijbel blijkt. Vooral duidelijk komt dit naar voren in het verslag over Job, een man uit de oudheid. Wegens zijn geloof in God wanhoopte Job niet toen hij in zijn leven door rampspoed werd getroffen. En wat voor rampspoed! In één slag verloor hij al zijn kinderen en al zijn materiële bezittingen. Daarna overviel hem een walgelijke en pijnlijke ziekte, waardoor hij van top tot teen werd getroffen. Zijn intiemste vrienden keerden zich van hem af, en zijn eigen vrouw trachtte hem ertoe te bewegen aan alles de brui te geven; „Vervloek God en sterf!” waren de woorden die zij tot hem sprak, dat wil zeggen, pleeg zelfmoord. Maar dank zij zijn geloof in God was Job in staat dit alles te weerstaan en als overwinnaar te voorschijn te komen. — Job, de hoofdstukken 1, 2, 42.

De bijbel staat vol goede beginselen en gezonde raad over de wijze waarop men met zijn gezinsleden en anderen behoort om te gaan. De plichten van man, vrouw, ouders, kinderen, knechten en meesters (werkgevers en werknemers) staan erin uiteengezet. Er staan waarschuwingen in tegen losbandig gedrag: „Wat een mens zaait, dat zal hij ook oogsten; want wie met het oog op zijn vlees zaait, zal uit zijn vlees verderf oogsten, maar wie met het oog op de geest zaait, zal uit de geest eeuwig leven oogsten.” Zij die onreinheid beoefenen, zullen ’in zichzelf de volledige vergelding voor hun dwaling ontvangen’. — Gal. 6:7, 8; Rom. 1:27.

De bijbel waarschuwt ook tegen hebzucht. „Zij echter die besloten zijn rijk te worden, vallen in verzoeking en een strik en vele zinneloze en schadelijke begeerten, die de mensen in vernietiging en verderf storten. Want de liefde voor geld is een wortel van allerlei schadelijke dingen.” — 1 Tim. 6:9, 10.

Ja, wanneer zij die rechtvaardigheid liefhebben, zich afkeren van geestelijke leiders die geen geloof stellen in de bijbel als het geïnspireerde Woord van God, laten zij zich dan ook niet op psychiaters of psychologen verlaten, die in de meeste gevallen evenmin dat geloof bezitten, maar laten zij zich voor wijsheid, troost en hoop tot de bijbel wenden. De christelijke getuigen van Jehovah zijn graag bereid degenen die rechtvaardigheid liefhebben, daarbij te helpen.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen