Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g75 22/12 blz. 7-8
  • Dieren vangen in Oost-Afrika

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Dieren vangen in Oost-Afrika
  • Ontwaakt! 1975
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • De reis naar het vanggebied
  • De vangst
  • Aanpassen aan een nieuwe levenswijze
  • Onreine dieren
    Inzicht in de Schrift, Deel 2
  • Onreine dieren
    Hulp tot begrip van de bijbel
  • Dieren
    Ontwaakt! 2015
  • Is wreedheid tegenover dieren verkeerd?
    Ontwaakt! 1998
Meer weergeven
Ontwaakt! 1975
g75 22/12 blz. 7-8

Dieren vangen in Oost-Afrika

Door Ontwaakt!-correspondent in Kenya

BENT u iemand die graag een dierentuin bezoekt? En gaat uw belangstelling dan vooral uit naar dieren uit verafgelegen streken, en droomt u er wel eens van ze in hun natuurlijke omgeving te kunnen gadeslaan? Dan nodigen we u uit met ons mee op safari te gaan in Oost-Afrika en deelgenoot te worden van de opwindende en gevaarlijke onderneming enkele van de dieren te vangen die nu in de vele parken en diergaarden rond de wereld huizen.

We zijn zo gelukkig met een officiële, door de regering gemachtigde vanger op stap te kunnen gaan, die deze keer een betrekkelijk „kleine” opdracht heeft te vervullen: 12 olifanten, 5 neushoorns, 30 zebra’s, 15 gnoes, 27 giraffen en diverse andere dieren van het open veld. De tocht zal in totaal drie maanden in beslag nemen en vergt dan ook vanzelfsprekend heel wat voorbereiding om met succes te worden bekroond.

Al die tijd zullen we „in het wild” verblijven, zodat een goede kampeeruitrusting noodzakelijk is, plus voldoende voedselvoorraden, kookgerei, eerste-hulp-materiaal en natuurlijk reserveonderdelen voor onze Land Rovers en vrachtwagens. Veren, assen en heel wat banden. Ook de juiste kleding is van groot belang. Deze bestaat uit: de gewone lichtgewicht safaripakken (kakikleurig, om niet af te steken tegen de omgeving), een trui voor de avonden (die zelfs in Afrika behoorlijk koud kunnen zijn) en laarzen om onze voeten te beschermen tegen slangen, vechtmieren en andere doedoes (insekten) die er geweldig veel plezier in schijnen te hebben ons te bijten. Ook een geschikte hoed tegen de blakerende Afrikaanse zon is geen overbodige luxe.

En na al deze noodzakelijke voorbereidingen voor onszelf en de rest van de groep te hebben getroffen, mogen we ook de dieren niet vergeten die we hopen te vangen. Geschikte hokken zijn nodig als ze gevangen zijn, en natuurlijk moeten ze ook van voedsel en water worden voorzien.

Voordat we vertrekken, zal onze gastheer eerst in een vliegtuigje het wild opsporen, zodat we een betere kans hebben de dieren te vinden waar we op uit zijn.

De reis naar het vanggebied

Onze groep van twintig personen bestaat uit technici, dierenverzorgers, een vanggroep van acht personen, en wijzelf. We vormen een opzienbarend geheel terwijl we ons hotsend en botsend over het gevarieerde terrein bewegen. Sommige wegen zijn heel goed te berijden, maar andere lijken meer op een opgedroogde rivierbedding dan op een weg.

Het is het droge seizoen en achter onze kolonne strekt zich dan ook een lange en hoge stofwolk uit. We zijn dankbaar wanneer we ons aan het eind van elke dag kunnen wassen en het stof uit ogen, oren en neus kunnen spoelen! Hoe aangenaam is het ook om ’s avonds rond het kampvuur te kuieren of gewoon maar rustig te kunnen zitten na de hele dag in onze voertuigen door elkaar gerammeld te zijn!

Een van de geluiden die op het Oostafrikaanse veld onmiddellijk opvalt, is een vreemd gefluister. Voor een vreemdeling een wonderlijk en zelfs griezelig geluid, maar onze gastheer legt uit dat het de wind is die door de uitgeholde zaadbollen van de acaciaboom blaast. Dit, te zamen met het getjirp van de krekels en de sprinkhanen, het gebas van de luipaarden en het gebrul van de leeuwen, zijn klankherinneringen die we niet snel zullen vergeten.

Ten slotte bereiken wij de plaats waar we een semi-permanent kamp zullen opslaan en waar de dieren, na gevangen te zijn, in kooien gehouden zullen worden. Ze moeten daar tevens langzamerhand wennen aan het nieuwe voedsel dat ze ook later, vèr van hun geboorteland Afrika, in de dierentuin zullen eten.

De vangst

Dagelijks raakt het kamp nu meer en meer gevuld met de aanblik en het geluid van pasgevangen dieren. Omdat het eigenlijke vangen een zeer gevaarlijke aangelegenheid kan zijn, mogen onervaren personen niet mee. Maar ’s avonds kunnen ook zij van de vele avonturen en angstaanjagende verhalen genieten die dan in het kamp de ronde doen.

Kunt u zichzelf voorstellen, jagend achter een neushoorn of een snelvoetige gnoe, hard rijdend over onbekend terrein, draaiend en wendend, struikgewas en mierenhopen (waarvan de aanraking een ramp zou kunnen betekenen) ontwijkend, en proberend een lasso rond de nek van het opgejaagde wild te werpen? Wanneer een dier eenmaal met zijn nek verstrikt zit, moeten de vangers gezwind de poten van het dier vastbinden en het nektouw weer losmaken, omdat sommige dieren daar anders schade en zelfs blindheid van kunnen overhouden. Of hoe zou u het vinden te proberen een voorbijsnellende zebra of giraffe bij de staart te grijpen?

Er wordt nauwkeurig uitgezocht welke dieren voor vangst in aanmerking komen. Ze mogen niet te oud en ook niet te jong zijn. Jonge dieren vereisen te veel zorg en oudere dieren kunnen zich niet meer aan een nieuwe voeding en levenswijze aanpassen. Halfwassen dieren, daarnaar zijn we dus op zoek. De meningen lopen uiteen over wat nu de gevaarlijkste „vangst” is. Sommigen duchten de neushoorn het meest, anderen de olifant, en de meesten zullen er ook mee instemmen dat de buffel een formidabele tegenstander is — verraderlijk en onvoorspelbaar in zijn gedragingen. Onze gastheer vindt het vangen van een olifant het gevaarlijkst en dan vooral het losmaken van het gewenste dier uit de kudde — geen gemakkelijke opgaaf wanneer de jonge dieren niet alleen door hun moeder maar ook nog door een menigte „tantes” bewaakt worden.

De dag breekt aan waarop onze vangst compleet is en wij aan de terugreis kunnen beginnen. Voor de meeste onervarenen lijkt dit dan het eind van het verhaal. Maar in verband met de dieren begint het dan pas.

Aanpassen aan een nieuwe levenswijze

De eerstkomende dertien weken zullen onze dieren speciale aandacht nodig hebben, om ze langzamerhand gewend te laten raken aan „huisdierenvoedsel” als luzerne, haver en gerst. Ondertussen moeten ze ook vertrouwd raken met de kleine kooien waarin ze naar hun diverse plaatsen van bestemming zullen worden vervoerd. Dit bereikt men door ze met het voedsel steeds dichter en dichter naar de kooien toe te lokken totdat ze deze onbevreesd en onbezwaard in- en uitlopen. Tegen het eind van de quarantaine en de aanpassingsperiode lijken de dieren heel content met hun nieuwe levenswijze en zijn ze gereed om naar hun nieuwe tehuis vervoerd te worden, om daar jong en oud met hun aanwezigheid te bekoren!

Na deelneming aan een dergelijke safari begrijpt men des te meer wat er allemaal voor komt kijken om deze prachtige dieren op hun respectieve plaatsen van bestemming te krijgen. Maar hoe dankbaar we degenen ook zijn die deze wondertaak tot stand brengen, onze grootste dankbaarheid gaat toch uit naar Degene die ’alle dingen heeft geschapen’, Degene die de mens zo’n interessante en verrukkelijke woonplaats heeft gegeven. — Openb. 4:11.

Wij zien bovendien uit naar de tijd dat het niet langer nodig zal zijn deze dieren in gevangenschap te houden om ze van nabij te kunnen gadeslaan. Gods Woord de bijbel vertelt ons dat de tijd zal komen waarin het mogelijk zal zijn ze onbevreesd te benaderen en zodoende nog meer plezier aan deze schepselen, het werk van een liefdevolle Schepper, te kunnen beleven.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen