De huisvlieg — Een nutteloze plaaggeest?
VOOR de meeste leden van de mensenfamilie zijn wij plaaggeesten zonder een greintje waarde. Een mepper of een spuitbus met insekticide, dat is vaak het eerste waar ze naar grijpen wanneer ze met ons in aanraking komen. Maar zijn wij werkelijk zo nutteloos en gevaarlijk? Alvorens ons dood te meppen, zou het waardevol zijn dit eens te onderzoeken.
Nu is het zonder meer waar dat in de meeste boeken die u opslaat, wij, leden van de insektengroep Musca domestica, als een gevaarlijke bedreiging voor de mensheid worden afgeschilderd, ja, als „een van de gevaarlijkste diersoorten” binnen de grenzen van de Westerse wereld. Die mening stoelt op de algemene overtuiging dat wij liefhebbers zijn van vuil en afval en verantwoordelijk zijn voor de overbrenging van een heel regiment ziektekiemen. Vliegen hebben in 1898 de schuld gekregen van een tyfusepidemie waaraan tijdens de Spaans-Amerikaanse oorlog tienmaal zoveel soldaten ten slachtoffer vielen als aan de kogels.
De verzorgers van de aarde
En natuurlijk kan ik niet ontkennen dat zulke rampen hebben plaatsgevonden. Maar als huisvlieg zou ik toch ook graag de keerzijde van de medaille willen belichten en willen uitleggen hoe wij bij zulke onverkwikkelijke aangelegenheden als die tyfusepidemie betrokken raken.
Dat vindt zijn oorzaak in het soort van leven dat wij leiden. Wij horen buitenshuis, waar we als verzorgers van de aarde werkzaam zijn. Met ijver werpen wij ons op ons dagelijkse werk: het verteren van tonnen ontbindend materiaal, waarbij wij ons concentreren op grote afvalhopen. De grote eetlust die wij bezitten, maakt ons goed geschikt voor de verzorgende rol die ons is toebedeeld.
Weliswaar hebben de problemen die wij veroorzaken, zich in de loop der jaren opgehoopt, maar dat is toch hoofdzakelijk de schuld van de mens, van de manier waarop hij leeft en zijn leefomstandigheden heeft gewijzigd. Mensen hebben de aarde vervuild en in grote steden onhygiënische toestanden geschapen. Mensen laten hun afval langs snelwegen of op picknickplaatsen achter, terwijl steden grote open terreinen voor het storten van vuilnis gebruiken. En terwijl wij rondzoemen bij het volvoeren van onze verzorgingstaak, nemen wij de ziektekiemen mee die in dit afvalmateriaal woekeren. Onder zulke vervuilde omstandigheden, die door de mens zijn geschapen, kunnen wij inderdaad een bedreiging voor de gezondheid gaan vormen.
Omdat de ziektekiemen die wij met ons dragen, u kunnen schaden, zou het verstandig zijn afval op te bergen op plaatsen waar wij er niet bij kunnen komen. Vuilnisbakken met deksels zijn uitstekende bewaarplaatsen voor afval. En gebruik als het maar even kan horren voor de ramen. Zo niet, sluit dan uw ramen voordat de zon opkomt en wij gaan rondzoemen. Even belangrijk is het om geen voedsel open en bloot als uitnodiging aan ons te laten liggen.
Hoe we ziektekiemen verspreiden
Aangezien we geen kaken hebben om mee te kauwen, zijn we verplicht al ons voedsel in vloeibare vorm tot ons te nemen. Hiervoor gebruiken we een eigen vloeistof, die we zelf uitscheiden en daarna weer opzuigen, en die bestaat uit ons eigen speeksel of uit vloeistof die we reeds daarvoor hebben opgenomen. In de vloeistofresten die we achterlaten, kunnen echter ook ziektekiemen huizen.
Ziektekiemen kunnen er ook achterblijven op de plaatsen waar we onze poten zetten. Aan de onderkant van onze zes looporganen bevinden zich kleverige kussentjes, voor ons heel plezierig bij het lopen tegen wanden en plafonds, maar voor jullie mensen heel gevaarlijk wat het overbrengen van ziektekiemen betreft. Niettemin rest ons weinig anders dan ze te gebruiken, aangezien we met de tastorganen op de voorpunt van onze poten onderscheiden of we op eetbare waar lopen of niet.
Vreemde start in het leven
Sommigen van u achten ons misschien van weinig nut wegens de manier waarop wij onze jeugd doorbrengen — in een hoop koeiemest of paardevijgen. Mevrouw Huisvlieg kiest die ongewone plaats voor ons uit door daar, in de warme mest, haar eitjes te leggen. Honderden huisvlieg-larven delen dankzij hun kleinte soms één broedhoop met elkaar.
Huisvlieg-larven zijn pootloze, voetloze en bijna koploze maden. Maar vanaf de eerste ogenblikken van hun bestaan geven ze van een goede eetlust blijk. Na uitkomst uit hun ei, beginnen ze onmiddellijk aan het opeten van hun woonplaats. Na slechts zes levensdagen is hun groei compleet en zijn ze 800 maal zo zwaar als bij de geboorte! De gewoonte van larven om vlees te eten, heeft jullie doktoren op de gedachte gebracht ze in wonden te plaatsen om die te reinigen van dood of afstervend weefsel.
Het larve-stadium van een huisvlieg duurt ongeveer een week, gedurende welke tijd hij verscheidene malen vervelt en een lengte van ruim 1 1/4 centimeter bereikt. Daarna verhuist hij naar de bovenkant van de mesthoop, waar hij verandert in een pop, die na drie dagen opensplijt en waaruit dan een nieuwe huisvlieg te voorschijn kruipt, compleet met alles erop en eraan om te kunnen eten en vliegen.
Opmerkelijk goed toegerust
Van kop tot achterlijf meten we ruim een halve centimeter, terwijl mijnheer Huisvlieg zich van mevrouw Huisvlieg onderscheidt door de kleur van zijn lichaam, die bij hem bruingeel is, en bij het vrouwtje roodachtig. De opmerkelijkste organen van ons lichaam vormen onze ogen, die het grootste gedeelte van onze kop in beslag nemen. Wonderbaarlijk geconstrueerd, lijken ze op een dichte opeenhoping van kleine telescopen, die ons de gelegenheid verschaffen terzelfder tijd in alle richtingen te kijken, hetgeen, tussen twee haakjes, verklaart waarom mensen er zo’n moeite mee hebben ons te vangen.
De spieren die voor de aandrijving van onze vleugels zorgen, geven ons in de lucht een geweldige wendbaarheid, waardoor wij tot de beste vliegers in het insektenrijk worden gerekend. Wij kunnen met hetzelfde gemak zowel achteruit als vooruit vliegen, op één plek blijven staan, of ondersteboven langszoemen. Onze sterke vleugels, die driehonderd maal per seconde op en neer gaan, stellen ons in staat grote afstanden af te leggen.
Grote voortplanters
Behalve goede vliegers, kunnen mijnheer en mevrouw Vlieg er ook aanspraak op maken tot de grootste voortplanters in het insektenrijk te behoren. Mevrouw Vlieg is nog maar nauwelijks zestig uur oud wanneer ze reeds haar eerste eitjes legt. Volgens wetenschappelijke schattingen zou één huisvliegen-echtpaar onder ideale omstandigheden en wanneer al hun nakomelingen in leven zouden blijven, van april tot augustus de gehele aarde tot meer dan drie verdiepingen hoog met hun nakomelingen kunnen vullen!
Maar dat behoort natuurlijk tot de onmogelijkheden. Ten eerste leven wij in de zomer maar een kleine dertig dagen en ten tweede worden grote aantallen van ons door roofvijanden gedood.
Hoevelen van ons er echter ook mogen sterven, tot de herfst, en in gematigde streken soms nog wel later, blijven velen van ons in leven. Zelfs tijdens de winter kunnen we ons nog voortplanten, ook al gaat het dan minder snel. Onze bestendigheid tegen allerlei soorten van weer verzekert elk jaar opnieuw de verschijning van nieuwe generaties, en betekent ook dat u constant paraat zult moeten blijven om uw huis en voedsel tegen besmetting met onze ziektekiemen te beschermen.
Maar opnieuw: zonder milieuvervuiling of stedelijk verval zou u zich over onze aanwezigheid waarschijnlijk geen zorgen hoeven te maken. Dan zouden we als verzorgers van de aarde in vollediger mate voor u werkzaam kunnen zijn.