Over vogels en baby’s
● De afvallige Israëlieten uit de oudheid zeiden: „De weg van Jehovah is niet recht getrokken.” Waarop God antwoordde: „Zijn het niet de wegen van ulieden die niet recht zijn getrokken?” (Ezech. 18:25) Ook in onze tijd hebben mensen een vreemde kijk op aangelegenheden en vreemde maatstaven voor hun oordeel.
Een vooraanstaande Newyorkse krant publiceerde bijvoorbeeld onlangs een redactioneel artikel waarin werd geprotesteerd tegen de geplande uitroeiing van miljoenen merels. De vogels huizen in een bepaalde streek in twee zuidelijke staten, en functionarissen beweerden dat ze een ernstig gevaar voor de gezondheid van mensen en huisdieren vormden. Het redactionele artikel stelde dat het „aangrijpende schouwspel van miljoenen dode en stervende vogels het leger en de gemeentelijke functionarissen ertoe diende te bewegen van dit afschuwelijke plan terug te komen.
Geenszins met de bedoeling kritiek te leveren op hun zienswijze in deze kwestie, is het niettemin vreemd op dezelfde pagina, direct boven dat redactionele artikel, een ander artikel aan te treffen over een arts in Massachusetts die schuldig werd bevonden aan doodslag op grond van de beschuldiging dat hij tijdens een abortus een levende menselijke foetus had gedood. Het artikel betitelde de veroordeling als „onverstandig” en „bijna ongelofelijk”. Het trok de bekwaamheid van de juryleden in twijfel om te beslissen wanneer menselijk leven begint aangezien zij, naar gezegd werd, bij hun beslissing waren beïnvloed door het feit dat een foto van de foetus „op een baby leek”.
Blijkbaar raakt het „aangrijpende schouwspel” van honderdduizenden ongeboren baby’s die beroofd zijn van de gelegenheid te leven, de redactionele schrijvers niet zozeer als dat van dode vogels. — Vergelijk Lukas 12:6, 7.