Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g75 8/7 blz. 23-25
  • Quebec wendt zich voorwaarts: De Stille Revolutie

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Quebec wendt zich voorwaarts: De Stille Revolutie
  • Ontwaakt! 1975
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Een keerpunt
  • Achteruitgang van katholieke macht
  • „Zij verlaten de kerk in drommen”
  • Oorzaken van de katholieke achteruitgang
  • „Is de Kerk dood?”
  • Gelukkige veranderingen in Quebec
    Ontwaakt! 1975
  • Een nieuw tijdperk van vrijheid in Quebec
    Ontwaakt! 1975
  • Ik heb iets gevonden wat de moeite waard is om voor te vechten
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1977
  • Een vereniging van Kerk en Staat om de vooruitgang tegen te gaan
    Ontwaakt! 1975
Meer weergeven
Ontwaakt! 1975
g75 8/7 blz. 23-25

Quebec wendt zich voorwaarts: De Stille Revolutie

NOG geen zes maanden na de dood van Duplessis (1959) viel ook zijn regering. Hierover stond in het boek Canada and the French Canadian Question door R. Cook het volgende commentaar: „De dood van Duplessis verwijderde een deksel waaronder al meer dan een tiental jaren de gistende ontevredenheid van Frans-Canada in bedwang was gehouden. Het is twijfelachtig of ook Duplessis zelf nog veel langer het deksel op de pot had kunnen houden, aangezien de economische en sociale krachten die zich deden gelden, veel te sterk waren.”

Schrijvend over deze omstandigheden, legt Pierre E. Trudeau (zelf katholiek) de nadruk op de noodzaak om „het geweten te bevrijden van hen die worden getiranniseerd door een klerikale kerk die de beschaving en verlichting tracht tegen te houden . . . hen te bevrijden die gebukt gaan onder een autoritaire en achterhaalde traditie”. Na er nog op gewezen te hebben dat in Quebec nooit veel vrijheid heeft bestaan, voegt hij hier nog aan toe: „Omstreeks 1960 leek het erop dat de vrijheid ten slotte zou zegevieren. . . . zodanig dat de generatie die in 1960 de leeftijd van 20 jaar bereikte, de eerste in onze geschiedenis was die kon spreken over een werkelijk tamelijk volledige vrijheid. Het dogmatisme van Kerk en Staat, van de traditie en van de natie was overwonnen.”

Een keerpunt

De „verandering van het oude” bracht van vele kanten nieuwe ontwikkelingen. Het jaar 1960 was een keerpunt, een zo plotselinge sprong voorwaarts dat er gewoonlijk over wordt gesproken als de „Stille Revolutie”.

Er opende zich een nieuw tijdperk van informatie en intellectuele vrijheid. De pers en andere media gingen zich meer bezighouden met de realiteit en de problemen van het leven, in plaats van alles van toepassing te brengen op de bescherming van het katholicisme en de handhaving van de status quo (bestaande orde). Sociologen van Canada 70 geven als commentaar: „De oprichting van een departement van onderwijs in 1964 kenmerkte het eind van de kerkelijke controle op het onderwijs, terwijl de voortgang van de Stille Revolutie in 1960 eveneens een eind maakte aan de ongelooflijke politieke macht van de geestelijkheid.”

Het Quebec van de jaren ’60 begon werkelijk het oude kleed van kerkelijke overheersing en isolement van zich af te schudden. Het ging zich meer richten op de Noordamerikaanse levensstijl zoals die in de Verenigde Staten en de rest van Canada werd aangetroffen.

Een aantal 20e-eeuwse factoren hebben tot deze Stille Revolutie van Quebec bijgedragen. Eén ervan was het Vaticaanse concilie dat door paus Johannes XXIII bijeen werd geroepen. De veranderingen in de Kerk die na dit concilie volgden, hadden een verwarrende invloed op veel katholieke mensen.

In plaats van een volledige katholieke overheersing, is het nu volgens de Montreal Star „onder de intellectuelen van Quebec gewoon dat de Kerk de schuld krijgt van alles wat er in Quebec verkeerd is gegaan”.

De overwinningen die Jehovah’s getuigen voor het Hooggerechtshof van Canada behaalden, openden in Quebec een nieuw tijdperk van persvrijheid en de toepassing van burgervrijheden. De censuur werd ongrondwettelijk verklaard. Niet langer hoefden openbare sprekers en schrijvers bang te zijn de zware hand van een opsporingsambtenaar op hun schouder te voelen, die aan een wettige informatiestroom een eind kwam maken.

Nog een facet van het Canadese leven dat van diepgaande invloed op Quebec is geweest, is de ontwikkeling van de TV. Zolang de Franse Canadees in zijn dorpje slechts wist wat de plaatselijke priester hem vertelde, kon hij er gemakkelijk toe worden misleid te geloven dat hij door zijn geestelijke herder goed werd verzorgd. Maar toen de televisie kwam, ging hij zien hoe het in de rest van de wereld toeging en hoe ouderwets zijn door de Kerk beheerste gemeenschap in feite was.

Hoewel de Stille Revolutie niet met wapens is bevochten, heeft ze wel grote veranderingen in Quebec bewerkt. Maar wat gebeurde er met de verschanste positie van de Rooms-Katholieke Kerk ?

Achteruitgang van katholieke macht

De sociologen van Canada 70 wijzen op het volgende: „Het was onvermijdelijk dat de katholieke Kerk op een goede dag afstand zou moeten doen van haar volledige invloed op het doen en laten van de mensen; in Quebec kwam het verlies van kerkelijke macht plotseling en dramatisch.”

In de Montreal Star stond het volgende verslag van R. Surette : „De macht van de Rooms-Katholieke Kerk in Quebec is versplinterd; angst en onverschilligheid, waarneembaar bij zowel geestelijken als leken, verraden een crisissituatie . . . De crisis is bekend. De commissie neemt als gegeven (en bevestigt ook) wat reeds algemeen bekend is: dat het misbezoek drastisch is gedaald, dat priesters vertrekken en dat veel parochies in financiële moeilijkheden verkeren.”

In hetzelfde artikel stond bovendien de volgende opmerking over de invloed die dit op de geestelijkheid heeft gehad: „Tegen die tijd [1949] begon het klerikalisme als absolute macht af te brokkelen, hetgeen voor de Staat de weg baande om in de jaren ’60 in Quebec het voornaamste instituut te worden. . . . Over betrekkelijk weinig jaren zal de Quebeckse priester ’zowel zijn sociale status als zijn publiek’ verloren hebben.”

Zo ernstig waren binnen de katholieke Kerk de problemen geworden, dat alweer enige jaren geleden op verzoek van de bisschoppen een regeringscommissie, de commissie-Dumont, in het leven werd geroepen om een onderzoek in te stellen aangaande de kwestie „De leek en de Kerk”. Het 315 bladzijden tellende rapport van de commissie werd in december 1971 vrijgegeven en bevestigde grotendeels wat goed ingelichte mensen reeds wisten: dat de Kerk het vertrouwen van de bevolking had verloren en dat zowel geestelijken als leken de Kerk verlieten.

Voor zover het de bevolking van Quebec betreft, daarvoor geldt de al zo vaak gehoorde uitspraak: ’De Kerk is verdwenen.’

„Zij verlaten de kerk in drommen”

Een kerk is uiteindelijk afhankelijk van de steun die ze van haar leden krijgt. In het Dumont-rapport stond het volgende over wat er in verband met dit aspect van het katholieke leven is gebeurd: „Gedurende de laatste tien jaar is de praktische geloofsbeleving snel achteruitgegaan. Het duidelijkst is dit waarneembaar onder de jongeren, hoewel zich ook onder de ouderen een weliswaar rustiger maar even onverbiddelijk proces aan het voltrekken is.”

Hoe snel dit is gegaan, stond in de publikatie Relations, het orgaan van de priesters in Montreal, van maart 1974: In tien jaar tijds is het kerkbezoek op zondag gedaald van 65 naar 30 percent, en onder de jeugd van 15 tot 35 jaar is het bezoek gedaald tot 12 percent.

„De getrouwen verlaten de Kerk in drommen”, zo heeft bisschop L. Blais van Westmount in het openbaar verklaard.

Een ander ernstig probleem betreft de vervanging van priesters. In Nicolet, Joliette, Rimouski en Sherbrooke zijn de seminaries voor priesteropleiding gesloten. De gebouwen worden nu door de regering gebruikt om er colleges in onder te brengen, terwijl in het seminarie van Nicolet thans een politieschool is gevestigd.

De cijfers van het aantal kandidaten voor het priesterschap zijn onthullend. In het rapport-Dumont wordt gemeld: „Het jaarcijfer van het totale aantal kandidaten voor heilige orden (priesters en anderen) bedroeg in onze Kerk in 1946 meer dan 2000, maar was in 1970 maar net even boven de honderd.”

„In 1968 ging de werving van priesters snel achteruit”, zo staat te lezen in Relations van maart 1974. „Veel pastoors verlaten de bediening. Terzelfder tijd heeft de werving van nieuwe bedienaren een minimum bereikt: dit jaar drie nieuwe seminariestudenten.” En dit zijn dan de cijfers voor Montreal, een diocees met officieel 1.700.000 katholieken, meer dan een derde van het totale aantal katholieken in de provincie.

Ook de katholieke organisaties verliezen snel hun lidmaten. De Bond van het Heilig Hart, die 10 jaar geleden 28.000 leden had, heeft er nu nog slechts 3000.

Nog afgezien echter van deze geestelijke en roepingsproblemen, zijn er in Quebec ook problemen gerezen wat het onderhoud van de kerken betreft. Vele parochies verkeren op de rand van een bankroet.

Een aantal bekende kerken in Montreal zijn gesloopt en de bezittingen zijn voor andere doeleinden gebruikt. Een van de kerken die aan slopershanden ten prooi is gevallen, was de Notre-Dame-​d’Alexandrie aan de Amherst Street. In dit geval was de priester, Benjamin Tremblay, blij te zien dat zijn kerk werd afgebroken. Waarom?

Hij schijnt naar verluidt te hebben verklaard dat de Kerk zich nu in de omgeving met het sociale en economische leven moet gaan bezighouden en dat het nieuwe centrum de economisch achtergebleven wijk waarin het is gevestigd, wil helpen. Al eerder had hij gezegd dat het beter zou zijn om deze kerken te verkopen dan er „witte olifanten” op na te houden. Elf grote katholieke kerken zijn sinds 1967 in Montreal gesloten, terwijl andere zijn bestemd voor verkoop of afbraak.

Oorzaken van de katholieke achteruitgang

Wat is er gebeurd? Wat heeft tot die dramatische achteruitgang van katholieke macht geleid?

Gebrek aan vertrouwen in de leiders van de Kerk heeft veel onzekerheid gezaaid, en dat niet alleen in Quebec. A. M. Greeley, een jezuïet en criticus van de Amerikaanse hiërarchie, heeft eens gezegd: „De eerlijkheid dwingt mij om te zeggen dat naar ik geloof het huidige leiderschap van de kerk in moreel, intellectueel en religieus opzicht bankroet is. Wij beschikken niet over de leiders die ons een gevoel van gerichtheid kunnen bijbrengen.”

De sociologen van Canada 70 constateerden binnen de kerk van Quebec „een enorme kloof van wantrouwen. Zo groot dat de leek meent alle reden te hebben bijna elke stroming binnen de geestelijke leiding van de Kerk met achterdocht te bezien”.

Ook de reeds aangehaalde bisschop L. Blais legt de schuld bij de geestelijkheid. Volgens hem zijn bepaalde priesters in de kerk van Montreal thans bronnen van verwarring. Tevens meent hij dat het „ons gebrek aan discipline en gehoorzaamheid is die verwarring heeft gesticht in hun geest en heel wat katholieken op een dwaalspoor heeft gebracht”.

„Is de Kerk dood?”

„Is de Kerk dood?” zo luidde een vragende kop in de in Montreal verschijnende Franse krant La Patrie.

In antwoord daarop verklaarde priester H. Falardeau dat de pausen en bisschoppen „zijn vergeten dat de kerk geen wereldlijke maar een geestelijke samenleving was. Zij hadden wat lidmaten betreft liever kwantiteit dan kwaliteit. Om mensen in de kerk te houden waren voorschriften nodig. De mensen waren weinig ontwikkeld en dus werden ze overladen met voorschriften. Alles — de feestdagen, de uitgebreide ceremonies — werd gebruikt om grote aantallen mensen te trekken.”

Verder, zo zet hij uiteen, „is er een ontkerstening omdat er nooit een werkelijke kerstening is geweest. Toen de Kerk begon, werden de mensen gedoopt wanneer ze volwassen waren. Naderhand ging men ervan uit dat iedereen een christen was en werden kinderen bij de geboorte gedoopt”.

Deze katholieke priester spreekt thans over de noodzaak van werkelijke kerstening, doop van volwassenen en zendingswerk onder de mensen. En dit zijn nu juist beginselen waaraan Jehovah’s getuigen zich strikt hebben gehouden en die merkbaar tot het succes van hun activiteiten hebben bijgedragen. Niemand hoeft zichzelf af te vragen of Jehovah’s getuigen dood zijn: hun activiteit en zendingswerk in alle delen van de aarde geven hierop een antwoord, niet in woorden maar in daden!

Jehovah’s getuigen verrichten onder de mensen van Quebec een soort van zendingswerk waarmee zij in nauw contact komen met de bevolking, namelijk door van deur tot deur te gaan. Toen aan Getuige E. Carlson uit Joliette (Quebec) werd gevraagd wat hem bij dit werk onder katholieke mensen opviel, antwoordde hij: „Sinds 1970 is er in de houding van de mensen een opmerkelijke verandering gekomen. Zij zijn minder bang om met Jehovah’s getuigen te spreken, om vragen te stellen en zichzelf over de veranderingen in de Kerk uit te spreken. Zij geven grif toe dat de veranderde leer omtrent het hellevuur, het eten van vlees op vrijdag en tal van andere zaken, hun geloof hebben geschokt.”

Men moet echter wel in gedachten houden dat de Rooms-Katholieke Kerk, hoewel ze een groot deel van haar bijna soevereine macht in Quebec heeft verloren, nog lang niet van het toneel is verdwenen. Dat zou een verkeerde indruk zijn. Jongere mensen hebben haar voor het grootste deel in de steek gelaten, maar de oudere generatie, van zowel geestelijken als leken, blijft een niet onaanzienlijke steun aan de Kerk geven. Riten en gewoonten sterven moeilijk uit.

Niettemin hebben zich tussen 1960 en 1974 snelle veranderingen in Quebec voltrokken. De Stille Revolutie is de inleiding geweest tot tal van nuttige ontwikkelingen.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen