Waarom de huidige crisissen anders zijn
OP 25 augustus 1974 verzette het Amerikaanse tijdschrift voor atoomgeleerden, Bulletin of the Atomic Scientists, de wijzers van zijn op de voorpagina prijkende „dag des oordeels”-klok drie minuten dichter naar het „uur 0” — daarmee te kennen gevend dat, naar de geleerden vreesden, de dreiging van een atoomslachting weer ernstig was toegenomen en de klok op negen minuten voor middernacht was komen te staan.
Degenen echter die op de hoogte zijn van de geschiedenis van de klok, weten dat de geleerden haar sinds haar ontstaan in 1947, achtmaal hebben verzet — in beide richtingen.
Veel mens en geloven dat de loop der geschiedenis grote overeenkomst vertoont met die van de „dag des oordeels”-klok. Crisissen komen en crisissen gaan, maar de mensheid weet zich er altijd wel doorheen te slaan. Dat is hun mening. Hun kijk op de dingen is precies zoals een scherpzinnige profeet deze 1900 jaar geleden beschreef met de woorden: „Ach wat, van de dag af dat onze voorvaders zijn ontslapen, blijven alle dingen precies zo als sedert het begin der schepping.” — 2 Petr. 3:4.
Het is weliswaar duidelijk dat de economische en politieke systemen van de wereld voortdurend aan spanningen blootstaan, maar, zo redeneert men, het zijn toch ook de knapste koppen in de wereld die zich met de problemen bezighouden. De speciale zitting van de Verenigde Naties gewijd aan het grondstoffenvraagstuk en de recente wereldconferenties over de zee, de bevolking en de voedselsituatie hebben een ongekende eenheid van samenwerking gedemonstreerd, of niet soms? En bovendien, is er niet een toenemende ontspanning waarneembaar tussen Oost en West? „Er is werkelijk sprake van ontspanning”, aldus de Westduitse bondskanselier Helmut Schmidt, „de wereld is veel minder gevaarlijk . . . de dreiging is verdwenen, of op zijn minst geslonken.”
De optimisten zijn er bovendien van overtuigd dat de technologie, mits haar voldoende tijd wordt gegeven, een manier zal uitwerken om de slinkende voedselvoorraden weer voldoende aan te vullen, de bevolkingsgroei in te dammen en nieuwe bronnen aan te spreken om aan de toenemende energievraag te kunnen blijven voldoen. „De wetenschap en de technologie moeten het antwoord geven op onze problemen”, zo stond in een technisch blad, „als vandaar geen oplossing meer komt, waarvandaan dan nog wel?”
Door tijd, technologie en diplomatie is men er vroeger in geslaagd een uiteindelijke crisis af te wenden. En waarom zou dat nu niet lukken?
Het verschil begrijpen
Atoomgeleerden en wereldleiders zijn al jaren bang voor een wereldvernietiging door atoomwapens, en die dreiging is blijven bestaan, gezien de weer in volle hevigheid ontbrande bewapeningswedloop. Maar daar is nu iets nieuws bijgekomen. Wat?
Secretaris-generaal Waldheim van de Verenigde Naties zei hierover op de speciale grondstoffenbijeenkomst:
„Wat nieuw is, is de plotselinge en dramatische dringendheid van de huidige situatie en de acute versnelling van het historische proces waardoor wij thans oog in oog staan met een wereldomvattende noodsituatie.” (Wij cursiveerden)
Wat betekent dat? We kunnen dat beter begrijpen wanneer we de afgelopen zesduizend jaar van opgetekende menselijke geschiedenis vergelijken met een tijdsduur die voor ons begrip makkelijker te bevatten is. Zie deze menselijke geschiedenis als het ware verkleind tot een schaal van dertig jaar in het leven van uw eigen gezin en merk de „versnelling” van de problemen op.
Stel, u begint met slechts één kind, en een achtkamerwoning, plus een gestadig groeiend inkomen. Zelfs bij zo’n verkleinde tijdschaal zou het toch nog twintig jaar duren voordat uw gezin voor een tweede kind zou moeten zorgen! En pas na negenentwintig jaar zou er opnieuw gezinsuitbreiding komen — ditmaal met twee kinderen — dus tot vier.
Maar plotseling, in het dertigste en laatste jaar, ondergaat uw gezin een versnelde uitbreiding. De volgende acht maanden neemt het tot het viervoudige toe — van vier tot zestien kinderen — zodat uw achtkamerwoning plotseling vol zit! En wat een consternatie als u daarna zou horen dat uw gezin zich binnen slechts twee maanden opnieuw zal verdubbelen — tot tweeëndertig! Maar aantallen zijn niet het enige probleem waarmee u dan wordt geconfronteerd.
Plotseling zijn in een luttele acht maanden al uw spaargelden opgebruikt en hebt u zelfs leningen moeten afsluiten om aan de snel stijgende behoeften van uw gezin te kunnen voldoen. Ook uw huis is aan de grens van zijn capaciteit — net op het moment dat de gezinsgroei werkelijk op gang begint te komen. Er is geen tijd of geld om het huis uit te breiden. Alles moet worden besteed om het in redelijke staat te houden. Uw huisgezin bevindt zich op een keerpunt. Van nu af aan wordt het steeds afhankelijker van de bereidheid die elk gezinslid bezit om datgene wat hij heeft met anderen te delen.
Maar gesteld dat vijf leden van uw gezin staan op het gebruik van meer dan twee derde van het voedsel en de andere voorzieningen die beschikbaar zijn. De overblijvende elf zullen dan het resterende naar beste vermogen moeten verdelen. Ja, de hoge eisen van een paar stellen nog grotere beperkingen aan dat wat u met uw huis en inkomen kunt doen, en brengen u nog sneller dan anders tot een limiet. Uw problemen zijn volkomen anders dan een paar maanden geleden.
Schetst de voorgaande illustratie slechts een overdreven beeld van de situatie? Niet volgens een toenemend aantal wereldleiders en geleerde deskundigen.
In een periode die nog geen 2 percent van de opgetekende menselijke geschiedenis in beslag neemt, heeft zich plotseling een bevolkingstoename van 75 percent voltrokken. Waldheim meent zelfs dat ongeveer een vierde van de mensen die ooit op aarde hebben geleefd, thans in leven zijn! Zelfs met de huidige snelheid zou het nog maar nauwelijks 700 jaar duren of op elke vierkante meter van het aardoppervlak zouden bijna elf mensen staan — oceanen en polen inbegrepen.
Alleen die aantallen reeds maken het aanbreken van een keerpunt dus snel onvermijdelijk. „Zonder twijfel”, aldus het tijdschrift Scientific American, „zal deze groeiperiode een overgangsepisode in de bevolkingsgeschiedenis zijn.” (Wij cursiveerden) Toch zijn die aantallen op zich nog niet eens het grootste probleem; het grootste probleem is veeleer de plotselinge snelheid waarmee ze zijn komen opdoemen en de wijze waarop ze het reeds wankele wereldbestel nog verder hebben ontregeld.
Door de exploderende aantallen is er plots een explosieve behoefte aan voedsel, kleding, onderdak en onderwijs ontstaan. Maar voor de eerste maal is er twijfel of de wetenschap en de technologie wel bij machte zijn om gelijke tred met de problemen te houden. „De technologie, al zo lang de hoop van de gelovers in wonderen”, aldus de belangrijkste Europese correspondent van The Wall Street Journal, „is zo snel overrompeld door de bevolkingsgroei, dat zelfs de wereld-topgeleerden hun handen in wanhoop ten hemel heffen.”
Nog fnuikender voor de wereldeconomie dan het falen van de technologie zijn de kunstmatig in het leven geroepen en op zelfzucht berustende economische, politieke en religieuze barrières die grote verdeeldheid brengen. Als gevolg hiervan gebruikt bijvoorbeeld minder dan een derde van de aardbevolking ongeveer twee derde van het beschikbare voedsel en bijna alle energie en natuurlijke rijkdommen. De rest van de mensheid mag het weinige dat over is, onder elkaar (gewoonlijk nog ongelijk) verdelen.
Al deze problemen spitsen zich op de wereld toe net op het moment in de geschiedenis dat de aardse hulpbronnen onder het huidige beheer uitgeput beginnen te raken. Is het dan nog een wonder dat voorheen stabiele menselijke instellingen onder de last wankelen? Deze „acute versnelling van het historische proces” heeft de wereld plotseling op een keerpunt gebracht. Professor George Wald, Nobelprijswinnaar en hoogleraar aan de Harvard-universiteit, merkte op:
„Het menselijk leven wordt nu als nooit tevoren bedreigd, niet door één maar door vele gevaren, elk op zich voldoende om ons van de kaart te vegen, maar allemaal onderling verweven en te zamen op ons afkomend.”
Die ’verwevenheid’ van de huidige gevaren is op zich al een overtuigend bewijs dat ze werkelijk anders zijn. Laten we eens zien hoe deze nieuwe en onderling met elkaar verband houdende crisissen op de wereld van invloed zijn.
[Grafiek op blz. 3]
(Zie publicatie voor volledig gezette tekst)
IN EEN PERIODE DIE 2 PERCENT VAN DE OPGETEKENDE MENSELIJKE GESCHIEDENIS IN BESLAG NEEMT, HEEFT ZICH EEN BEVOLKINGSTOENAME VAN 75 PERCENT VOLTROKKEN
6000 jaar opgetekende geschiedenis
1850–1974
Miljarden mensen
—4
—3
—2
—1
[Illustratie op blz. 4]
DE EISEN VAN EEN SNEL GROEIENDE BEVOLKING
GELEERDEN VAN DE WERELD