Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g75 8/3 blz. 20-23
  • Het leven in de stad — Een kleine stap van orde naar wanorde

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Het leven in de stad — Een kleine stap van orde naar wanorde
  • Ontwaakt! 1975
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Hoe steden zijn ontstaan
  • De ingewikkeldheid van de moderne stad
  • Ontregeling van het stadsleven
  • Omgaan met stress in het verkeer
    Ontwaakt! 2007
  • Steden — Vanwaar de crisis?
    Ontwaakt! 2001
  • „De stad is vol onderdrukking”
    Ontwaakt! 1994
  • „Laten wij een stad voor ons bouwen”
    Ontwaakt! 1994
Meer weergeven
Ontwaakt! 1975
g75 8/3 blz. 20-23

Het leven in de stad — Een kleine stap van orde naar wanorde

Door Ontwaakt!-correspondent in Ierland

MENSEN niet gewend aan het leven in een stad, twijfelen vaak aan het gezonde verstand van degenen die daar gaan wonen. Zij schrikken van de beton-, staal- en glasmassa’s en kijken ontzet naar de bijna krankzinnige drukte van de grote mensenmenigten die op deze plaatsen zijn samengepakt.

Hebt u ooit stilgestaan bij de vraag hoe deze opeenhopingen van huizen en mensen, die men steden noemt, zijn ontstaan en gegroeid? Blijft u in het centrum van een willekeurige stad enige ogenblikken oplettend stilstaan, vooral tijdens de spitsuren, dan gaat u zich dat automatisch afvragen. Waar is dit alles vandaan gekomen? Vermoeide voetgangers in een verliezende strijd gewikkeld met vuil uitbrakende motorvoertuigen in door verkeer verstopte straten waar een bijna onhoudbaar lawaai heerst.

Behalve de vraag hoe steden zijn ontstaan, komt ook vanzelf het probleem op: Hoe reëel is het gevaar dat het leven in een stad ontregeld raakt? Met zoveel mensen wonend en werkend in zo’n betrekkelijk klein en vol gebied, is de noodzaak tot samenwerking zonder meer sterk, willen de dingen soepel blijven verlopen. Maar hoe groot is precies die stap van samenwerking naar wanorde?

Laten we, alvorens hierop te antwoorden, een blik werpen op het verleden en de factoren die op verschillende plaatsen tot het ontstaan van steden hebben geleid. Dit zal ons nog duidelijker doen inzien hoe anders het leven thans is.

Hoe steden zijn ontstaan

Sommige steden zijn, zoals dat heet, „natuurlijk gegroeid”, als gevolg van hun gunstige („strategische”) ligging. Andere zijn „uit de grond gestampt” om bepaalde industriële of politieke belangen te dienen.

Hier in Ierland is Dublin bijvoorbeeld natuurlijk gegroeid. Zijn geschiedenis reikt terug tot ver in het verleden, de invallen van de Noormannen, en nog daarvoor — terwijl Belfast een betrekkelijke nieuweling in het gezelschap der steden is.

Dublin is gegroeid vanwege zijn strategische ligging aan de rivier de Liffey. Opeenvolgende veroveraars van Ierland beseften de belangrijke mogelijkheden van de stad en zo kon ze zich onder de invloed van de Noormannen en de Engelsen uitbreiden. Beide groepen hebben hun stempel op de stad gedrukt.

Het ontstaan van Belfast daarentegen is veelmeer het gevolg geweest van de moderne industriële ontwikkeling. We zijn al aan het eind van de achttiende eeuw voor we van een werkelijk groeiende stad kunnen spreken. Tot die tijd was Belfast volgens één geschiedschrijver „slechts een klein, vuil, dichtbevolkt plaatsje aan de westelijke oever van de rivier de Lagan”. Haar groei van een kleine nederzetting tot het dichtbevolkte industriecentrum van nu, is bijna volledig toe te schrijven aan de linnen- en scheepsbouwindustrie die in de streek van Belfast tot bloei kwamen.

Rond die industrieën verrezen de handelshuizen, de statige woonhuizen, de winkels en kantoren, de woningen voor de grote werkbevolking die hierheen trok, en alle andere bebouwing die hoort bij een moderne stad.

Deze massale concentraties van gebouwen en mensen die we steden noemen, groeiden dus vaak op een manier die het ontstaan van veel lelijks en vuils in de hand werkte, in tegenstelling tot de prachtige werken van de Schepper die buiten de steden te zien waren. Maar lelijk of niet, ingewikkeld werden ze wel, deze moderne steden, zo zelfs dat men zich er thans nauwelijks meer een denkbeeld, van kan vormen.

De ingewikkeldheid van de moderne stad

Ja, sta er eens bij stil wat de ontwikkeling der geschiedenis tot stand heeft gebracht: Steeds meer lagen van verweven menselijke activiteit. Grote netwerken van wegen om de diverse stadsdelen met elkaar te verbinden. Een massa van verborgen pijpleidingen, kabels, buizen en draden om de energie voor alles te leveren en de ontzaglijke hoeveelheden vuil af te voeren.

Denk eens aan alle diensten die moeten worden verricht en op elkaar moeten zijn afgestemd om het leven in een stad leefbaar te houden . . . energielevering, transport van goederen, personenvervoer, communicatiediensten, waterlevering, rioolwaterafvoer, gezondheidsdiensten, wegen, huizenbouw, enzovoort, enzovoort.

Wij zijn geneigd deze voorzieningen als normale zaken in het leven te accepteren, alsof ze altijd hebben bestaan. Maar dat is verre van waar. Nog niet zo lang geleden waren ze nog nagenoeg geheel afwezig.

Het heeft een immense hoeveelheid arbeid gevergd om de steden van vandaag te ontwikkelen tot wat ze nu zijn, en het vergt nog steeds een immense hoeveelheid arbeid om ze in stand te houden — om nog maar te zwijgen van alle plannen en projecten voor de toekomst waar dagelijks ontelbare ontwerpers en planologen zich over moeten buigen. De structuur van de moderne steden maakt ze echter tot een gemakkelijk doelwit van sabotage en het stichten van verwarring.

Dit bleek wel onlangs toen in Belfast enkele groepen in de stad met de arbeid staakten om te protesteren tegen bepaalde politieke ontwikkelingen. Een overzicht van wat er gebeurde, illustreert hoe snel en gemakkelijk het leven in een moderne stad ontregeld kan raken.

Ontregeling van het stadsleven

Op woensdag 15 mei begon het. Na een lange periode van algemene onrust over de politieke gebeurtenissen, werd er een algehele staking afgekondigd. Zeer snel was het met de industriële activiteit in de stad gedaan.

Een van de eerste acties van de stakers was een beperking van de stroomleverantie. Er zou slechts voldoende elektriciteit worden opgewekt om noodzakelijke gebouwen in dienst van de gemeenschap, zoals ziekenhuizen, van stroom te voorzien. Een stad zonder elektriciteit is als een lichaam zonder leven. Zoveel moderne gemakken zijn van deze energiebron afhankelijk. Maar de consumenten kregen nu slechts drie tot vier uur stroom geleverd, om daarna weer zonder waarschuwing lange tijd zonder te moeten doen.

De bewoners van ultramoderne, pasgebouwde woonwijken zagen zich op die wijze vaak beroofd van absoluut elke vorm van verwarming, licht of kookgelegenheid. Invaliden en zieken liepen grote risico’s, om nog maar te zwijgen van degenen die eindeloos lijkende trappenreeksen moesten beklimmen om in hun torenflat-woning te komen!

Ziekenhuizen kwamen in moeilijke omstandigheden te verkeren naarmate de elektriciteitsvoorziening slechter werd. Vaak moesten ze noodgeneratoren in werking stellen. Deze omstandigheid schiep voor doktoren niet altijd de gemakkelijkste situatie wanneer ze aan een hachelijke en mogelijk levenreddende operatie bezig waren. Zelfs eenvoudige zaken als het krijgen van schoon linnengoed kunnen werkelijk ernstige problemen opleveren wanneer er nauwelijks gewassen kan worden.

Het verkeer, altijd al een probleem dat stadsontwerpers en -bestuurders hoofdpijn bezorgt, werd chaotisch.

De handel ontving zware klappen. Mensen met werk in de stad, vonden het steeds moeilijker om op hun kantoor of bedrijf te komen. Betogers wierpen barricaden op en belemmerden daarmee de vrije doorstroming van het verkeer. De busdiensten staakten hun vervoer nadat enkele bussen gekaapt en voor barricaden gebruikt waren. Privé-voertuigen werden aangehouden en gecontroleerd daar de betogers iedereen wilden ontmoedigen nog naar hun werk te gaan.

Zij die er desondanks toch in slaagden om op hun werk te komen, troffen daar bijna onmogelijke toestanden aan: kantoren zonder enige elektriciteit voor de apparatuur. Winkels met noodverlichting in de vorm van kaarsen en lampen brandend op flessegas — voor winkeldieven een ideale gelegenheid om hun slag te slaan.

De voedselvoorziening was natuurlijk volgens de betogers een „onontbeerlijke zaak”, maar ook op dit gebied was de verwarring compleet, aangezien het vervoer van voedsel evenzeer te lijden had van de algemene chaos. De melkbevoorrading liep bijvoorbeeld enige tijd volledig spaak nadat enkele melkwagens gekaapt en beroofd waren. De leverantie van verse levensmiddelen stagneerde naarmate meer voorraden zich in de haven opstapelden.

De kleinhandelaren met koelinstallaties kwamen in grote moeilijkheden toen de stroomvoorziening steeds onregelmatiger werd. Supermarkten waren gedwongen een groot deel van hun bederfbare waar tegen halve prijs te verkopen. En tot grote verrukking van veel kinderen gaven plaatselijke snoepwinkeltjes gratis hun smeltende ijsjes weg.

Natuurlijk was het zonder elektriciteit ook thuis onmogelijk om voedsel koel te bewaren, behalve dan wanneer men een op gas werkende koelkast had, zodat men voor het moment gered was. Dit leidde tot een wilde aankoop van ingeblikte en niet bederfbare etenswaar, wat de reeds bestaande verwarring slechts vergrootte.

De voorraad flessegas verdween snel naar de particuliere huizen om door inventieve huisvaders als noodbrandstof voor koken en verlichting te worden aangewend. Kaarsen werden zo schaars als regendruppels in een woestijn.

Toen ten slotte ook de gasvoorziening ophield, namen de moeilijkheden in nog grotere hevigheid toe, terwijl de wegvallende gasdruk in tal van huisleidingen ontploffingsgevaar opleverde vanwege de mogelijkheid dat zich gas met lucht ging vermengen een uiterst explosief mengsel.

Benzinestations moesten tot distributie overgaan en automobilisten waren verplicht in lange files op hun benzine te wachten. De gevolgen waren verwoestend toen de stakers de meeste pomphouders dwongen tot sluiten en pasjes gingen geven aan personen die zij beschouwden als „noodzakelijke rijders”. Langzaam maar zeker kwam echter aan al het verkeer in de stad een eind, toen de voorraden nagenoeg waren opgeraakt en er voor geen enkel doel of naar enige bestemming meer voertuigen reden.

Nog afgezien van het toenemende gevaar dat werd opgeleverd door niet opgehaald huisvuil, rees er nog een ander gezondheidsprobleem. Arbeiders van de rioolwaterzuivering dreigden de pompen van de installatie te zullen stilzetten. Dit riep voor Belfast — een stad waarvan het grootste deel der bebouwde kom betrekkelijk laag ligt — een akelig vooruitzicht in het leven, namelijk dat onbehandeld rioolslib weer terug zou stromen door de buizen en via de straatputten door de stad zou gaan lopen.

Uiteindelijk bleek het stadsbestuur na veertien dagen van toenemende chaos niet meer tegen de problemen opgewassen en willigden zij de eisen van de stakers in.

Belfast was behoed voor een absolute ramp. De ene dag was het nog een drukke, bedrijvige stad en toen nam het die kleine stap die het veranderde in een getroffen wezen dat vocht voor zijn bestaan.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen