Wat zijn Jehovah’s getuigen voor mensen?
’EEN groot deel van het Amerikaanse volk beschouwt Jehovah’s getuigen nog altijd als on-Amerikaans, onchristelijk of onwijs’, zo stond te lezen in de Amerikaanse Cleveland Press. Maar een andere schrijver, de thans overleden Louis Cassels, kolomschrijver voor verschillende bladen, merkte eens op dat Jehovah’s getuigen „ordelijke, reine, goedgemanierde mensen zijn”. — Houston Chronicle, 26 augustus 1973.
Met zulke wijd uiteenlopende zienswijzen is het duidelijk dat er veel wanbegrip ten aanzien van Jehovah’s getuigen bestaat. Wat voor mensen zijn het? Een gelegenheid om daar achter te komen werd deze afgelopen zomer geboden door de „Goddelijke voornemen”-districtsvergadering van Jehovah’s getuigen.
Negenenzestig van deze vierdaagse districtsvergaderingen werden in de Verenigde Staten gehouden en meer dan honderd veertig in andere landen. Reeds 1.822.672 personen hebben deze vergadering in zevenenveertig landen bezocht; alleen in de Verenigde Staten al 891.819!
Wat hebben deze duizenden bezoekers, onder wie veel nieuwsverslaggevers, over Jehovah’s getuigen geleerd?
Een rooms-katholieke vrouw uit Mexico, die op bezoek was bij haar dochter in Californië en de districtsvergadering te Inglewood bijwoonde, zei: „Dit is iets wat mij werkelijk verbaast. Dit is de eerste keer dat ik de gelegenheid heb gehad de waarheid over Jehovah’s getuigen aan de weet te komen. Nu weet ik dat een heleboel van hetgeen de priesters mij hebben verteld, niets dan leugens zijn.”
Zijn zij „on-Amerikaans”?
Jehovah’s getuigen zijn er in Amerika vaak van beschuldigd „on-Amerikaans” te zijn. Maar zijn ze dat ook? Zijn zij eropuit de wet en orde in de Verenigde Staten of enig ander land waar zij wonen, te ondermijnen? In de Newyorkse Amsterdam News stond in een redactioneel commentaar over de zomervergadering die in New York werd gehouden:
„In een tijd waarin de moraal van ons land aan ernstige twijfel blootstaat en onze belangrijkste religies zich geplaatst zien tegenover een aantasting van lang bestaande morele wetten, is het een genoegen de vergadering van Jehovah’s Getuigen welkom te mogen heten. . . . Zulke Bewaarders van het Geloof zijn goed voor onze stad en goed voor onze zondige natie, vanwege het voorbeeld dat zij stellen te midden van schandalen, moorden en de morele achteruitgang van onze tijd.” — 10 augustus 1974.
In plaats van een wetteloos, opstandig volk te zijn, zijn Jehovah’s getuigen anders. Ja, geeft bovenstaand commentaar niet te kennen dat de Getuigen een aanwinst zijn voor de maatschappij? Dat is de conclusie waartoe ook heel wat andere mensen zijn gekomen, mensen die hen wat beter hebben leren kennen. „Het was een genoegen de leden van uw organisatie gade te slaan, hen zo doeltreffend al die taken te zien verrichten, alles met een glimlach. Iedereen met wie ik in contact kwam, was . . . goedgemanierd en vriendelijk behulpzaam,” schreef de voorzitter van het park in Guyana waar deze afgelopen zomer ook een van de vergaderingen is gehouden. Merk bovendien op wat de San Diego Union in dit verband schreef:
„In een tijd waarin grote bijeenkomsten in openbare gelegenheden hoofdbrekens bezorgen aan ordehandhavers en schoonmaakpersoneel, vormde de districtsvergadering die Jehovah’s Getuigen het afgelopen weekend in San Diego hielden, een opmerkelijke uitzondering op de regel. Op het hoogtepunt van de vierdaagse bijeenkomst waren 37.000 leden van deze religieuze sekte, met inbegrip van tieners en kinderen, in en rond het San Diego-stadion bijeen, zonder zelfs maar een zweem van de problemen die zulke bijeenkomsten normaal kunnen scheppen.
De Getuigen waren een levende herinnering aan wat er met zelfdiscipline kan worden bereikt. Ja, zoals één stadion-functionaris opmerkte, bij het schoonmaken waren ze zo doeltreffend te werk gegaan dat ze hun vergaderplaats in betere conditie achterlieten dan waarin ze haar hadden aangetroffen. De Getuigen zijn de soort van gasten die elke stad graag heeft.” — 10 juli 1974.
Le Soleil berichtte: „De politie van de stad Quebec heeft de vergadering-organisatoren haar diensten aangeboden, maar tot dusver is geen enkel telefoontje binnengekomen. Wat ook inderdaad niet nodig was, want in het Jeugdpaviljoen zit een geweldige menigte, maar niemand rookt en niemand drinkt.” — 9 augustus 1974.
Dat zijn goede berichten. Maar waarom zijn er dan zovelen die Jehovah’s getuigen een gevaar voor de samenleving achten? Vaak is dat te wijten aan de valse beschuldigingen die religieuze leiders hebben geuit, en die door veel mensen worden geloofd. Deze religieuze leiders haten Jehovah’s getuigen omdat zij de huichelachtigheid en de valse leer van de kerken aan de kaak stellen. En zij benijden de Getuigen om wat ze tot stand kunnen brengen, zoals werd aangegeven in de volgende reportage uit de Providence Journal-Bulletin:
„’Ik zou wensen dat wij hun ijver hadden.’
Herhaalde malen zijn deze of soortgelijke woorden reeds door uw verslaggever opgevangen in verband met de zendingsactiviteit van Jehovah’s Getuigen — en dat van de zijde van zowel geestelijken als leken van de zogenaamde ’hoofdreligies’.
Die sprekers doelen natuurlijk op de van-huis-tot-huisverkondiging die het kenmerk vormt van de openbare activiteit van Jehovah’s Getuigen.
Minder in het oog springend is echter de manier waarop Jehovah’s Getuigen bepaalde werkzaamheden zelf ter hand nemen waarvoor andere religieuze organisaties aannemers en andere betaalde krachten huren.
Hun kerken — ’koninkrijkszalen’ genoemd — zijn door eigen mensen gebouwd. . . . En wanneer Jehovah’s Getuigen grote districtsvergaderingen hebben, zoals de bijeenkomst die nu sinds donderdag aan de gang is in het Narragansett Park, te Pawtucket [in de Amerikaanse staat Rhode Island], ziet men een zelfde tentoonspreiding van vrijwillig talent om alle regelingen en werkzaamheden uit te voeren.” — 6 juli 1974.
Zulke activiteiten maken het voor allen mogelijk om van het vergaderingprogramma te genieten, bestaande uit vijfentwintig bijbellezingen en drie bijbelse drama’s. In dit programma kwam duidelijk naar voren dat Jehovah’s getuigen voor de oplossing van de wereldproblemen naar geen enkele menselijke regering opzien, ook niet naar de Verenigde Naties. In de hoofdlezing van de vergadering, met als titel „Menselijke plannen falen, terwijl Gods voornemen succes heeft”, kwam naar voren waarom menselijke inspanningen nooit blijvende vrede op aarde kunnen brengen, maar dat alleen de Almachtige God dat kan.
Om deze reden stellen Jehovah’s getuigen hun vertrouwen niet in mensen, maar in Gods voornemen om op deze aarde een Koninkrijksregering te vestigen. Het is deze heerschappij die ook Jezus voorstond, en waar hij zijn volgelingen zelfs om leerde bidden: „Uw koninkrijk kome. Uw wil geschiede, gelijk in de hemel, alzo ook op aarde” (Matth. 6:10). Hun houding ten aanzien van regeringsmacht en de uitoefening daarvan is dus ook de zienswijze die in Gods eigen Woord de bijbel staat weergegeven.
Zijn hun leerstellingen christelijk?
Maar hoe staat het dan met de beschuldiging dat Jehovah’s getuigen onchristelijk zijn? Is dat waar?
Voor een antwoord daarop zullen we als eerste de vraag moeten stellen: Wat is een christen? De bijbel toont aan dat een christen een discipel, een volgeling van Christus is — iemand die gelooft dat Christus „Gods Zoon” is en dat men slechts door bemiddeling van hem Gods gunst en eeuwig leven kan verwerven (Hand. 11:26; Luk. 1:35; Joh. 14:6; Ef. 1:7). Hij is iemand die zijn leven richt naar Jezus’ voorbeeld. — 1 Petr. 2:21.
En iedereen die het vergaderingprogramma heeft bijgewoond, weet dat veel lezingen zich richtten op het voorbeeld en de leer van Jezus Christus. In een van die lezingen, met als titel „Betoon je een ware discipel van Christus”, werd getoond wat men moet doen om te bewijzen dat men een discipel van Christus is. „Versterk je broeders” was de titel van een andere lezing, handelend over de aansporing die de apostel Petrus van Jezus kreeg (Luk. 22:32). Ook Jezus’ gebod aan zijn volgelingen: „Predik en zeg ’Het koninkrijk der hemelen is nabijgekomen’” was het onderwerp van een toespraak. — Matth. 10:7.
Voorts was er een twee uur durend bijbels toneelspel, waarin de activiteiten van de apostel Paulus werden uitgebeeld, en dat liet zien hoe hij getrouw aan de leer en het voorbeeld van Jezus vasthield.
Bovendien werden er twee nieuwe (Engelse) bijbelstudiehulpmiddelen van 192 bladzijden vrijgegeven, waarin Christus’ voorname positie in Gods voornemen wordt beklemtoond, en meer wordt verteld over de zekere hoop op eeuwig leven die hij onderwees.
Het is derhalve duidelijk dat Jehovah’s getuigen aanhangers zijn van het ware christendom. Maar bleek dit ook uit hun gedrag?
Is hun gedrag christelijk?
Christus gaf zichzelf vrijelijk ten behoeve van anderen. Is diezelfde geest ook onder Jehovah’s getuigen terug te vinden? In de Telegraph & News van Macon stond over de daar gehouden vergadering:
„Zelfs de openingsdag van de vierdaagse gebeurtenis, donderdag, verliep al alsof er met alle 11.500 aanwezigen was gerepeteerd. . . .
Binnen waren honderden ’dienstverleners’ en vrijwilligers die vragen beantwoordden, eerste-hulpafdelingen bemanden, tomaten sneden voor de cafetaria-maaltijden, frisdranken verkochten, aanwezigen telden en in walkietalkies spraken.” — 6 juli 1974.
Ja, Jehovah’s getuigen worden gezien als mensen die zichzelf ten behoeve van anderen geven. Jong en oud, mensen van allerlei achtergrond, werkten vrijwillig samen om de vergaderingen te doen slagen — tot verbazing van vele bezoekers. Zelfs zij die lichamelijk gehandicapt zijn, vinden vaak manieren om toch een aandeel aan het werk te hebben. Op de vergadering te Pullman, in de Amerikaanse staat Washington, verrichtte een blinde en dove Getuige haar werk aan een tafel voor broodbereiding zo goed dat passerenden niet zagen hoe gehandicapt zij in feite was, dan alleen wanneer hun dat verteld werd!
Christus stond vooral bekend om zijn warme vriendelijkheid en betrouwbaarheid, die hem werkelijk tot bijzonder aangenaam gezelschap maakten. Volgen Jehovah’s getuigen hem in dit opzicht als voorbeeld na? In Portland, Oregon, had de zuster van een nieuwe Getuige een dagje vrij en stemde erin toe mee te gaan naar de vergadering. „Nooit heb ik zoiets gezien!” riep zij uit. „Iedereen is zo liefdevol en vriendelijk . . . het is net één grote familie.”
Waarom voelen mensen zich onder Jehovah’s getuigen zo op hun gemak? Het volgende voorval op de vergadering te Pawtucket (Rhode Island) geeft daar een antwoord op. Een echtpaar uit Florida (geen Getuigen) verloor in Westerley, Rhode Island, een portefeuille met daarin $180 aan contanten. Een van Jehovah’s getuigen vond deze portefeuille en trof daarin de naam en het adres aan van een bewoner van Rhode Island. Hij belde deze mensen op en zei hun dat de portefeuille achtergelaten zou worden op de afdeling Gevonden Voorwerpen van de vergadering. Toen het echtpaar daar de portefeuille weer in ontvangst kon nemen, betoonde de man zich bijzonder dankbaar.
Mensen die Jehovah’s getuigen beter gaan leren kennen, komen aan de weet dat zij werkelijk betrouwbare mensen zijn. Op de vergadering te Münster in Duitsland ging een Getuige die een lang interlokaal gesprek moest voeren, naar een ijscoman in de buurt om geld te wisselen. Na de man gevraagd te hebben of hij een twintig-markbiljet kon wisselen, werd hem de hele bak met wisselgeld overhandigd, met de woorden: „Alstublieft, kijkt u zelf maar even.” En toen de Getuige aan de man wilde laten zien wat hij uit de bak had genomen, kreeg hij te horen: „Dat is O.K. Bij jullie hoef ik niets te controleren.”
De meesten van hen die nu getuigen van Jehovah zijn, hadden echter voordien nog nooit Christus’ voorbeeld van eerlijkheid en betrouwbaarheid nagevolgd. Velen waren verslaafden geweest aan drugs, alcoholici, hoereerders, overspelers, dieven, enzovoort. Maar zij brachten veranderingen aan. Op de negenenzestig vergaderingen die de afgelopen zomer in de Verenigde Staten werden gehouden, werden 22.760 nieuwe Getuigen gedoopt, en op vergaderingen in zesenveertig andere landen nog 31.971 personen meer. Al deze nieuwe Getuigen hadden een studie van de bijbel achter de rug waarin zij hadden geleerd wat de christelijke vereisten zijn zoals die in de bijbel staan uiteengezet en zij hadden hun leven daarnaar gevormd.
Veel mensen hadden vorig jaar zomer de gelegenheid uit de eerste hand te zien tot welk een verandering in persoonlijkheid dit kan leiden. Veel Getuigen sliepen namelijk bij mensen die hun huis voor vergaderingbezoekers hadden opengesteld, omdat vaak alle andere logiesruimte in de vergadersteden bezet was. Dat gebeurde ook in Johnson City, een plaats in de Amerikaanse staat New York. Een inwoner die Getuigen in huis had gehad, werd ertoe bewogen de volgende brief aan de Binghamton Sun-Bulletin te zenden, welke op 27 juli 1974 in deze krant werd afgedrukt:
„Ik was onlangs in de gelegenheid huisvesting te verlenen aan vier jongemannen van buiten de stad, die een vergadering in de Arena van Binghamton bezochten. Ik stond verbaasd over de houding en het gedrag van deze jongemannen. Zij kwamen als uit een andere wereld, en waren van een volkomen ander slag, geheel anders dan de jongeren die we normaal om ons heen zien. Zij rookten niet, dronken niet, en gebruikten geen drugs. Ze waren vriendelijk en attent. Ze waren zuiver van geest en uiterlijk, en lieten mijn huis na een week smetteloos achter. Zij waren intelligent en ik heb tal van interessante gesprekken met hen gevoerd. . . .
De wereld is in zo’n beroering en verwarring. Er zijn zoveel mensen die hopen op de komst van intelligente wezens van een andere planeet om ons te leren hoe we moeten leven. Maar wat een onzin! We hebben ze hier midden onder ons, maar men weet niets van hen en men is geneigd hen te veroordelen en te vervolgen. Zij zijn echter opgedragen dienstknechten van God en navolgers van Christus. Zij zijn de ’Jehovah’s Getuigen’ . . . Ik ben oprecht dankbaar dat mij het voorrecht vergund is geweest om deze ware christenen te ontmoeten.”
Dat Jehovah’s getuigen onchristelijk zouden zijn, is kennelijk een misvatting.
Zijn zij ’onwijs’?
Maar wat valt er te zeggen over de beschuldiging dat zij ’onwijs’ zijn? Zijn Jehovah’s getuigen werkelijk zonderling, onpraktisch of gek?
Wel, beschouw eens wat er betrokken is bij het organiseren van al die grote vergaderingen. Lijkt het alsof ze worden georganiseerd en geleid door zonderlinge, onpraktische mensen die volkomen vreemd staan tegenover de organisatie van dergelijke bijeenkomsten? Laten we voor een antwoord daarop eens de Escondido Times Advocate aan het woord laten, die in zijn verslag over de vergadering in San Diego het volgende opmerkte: „De zuiver logistieke manier waarop de verplaatsing en voeding van zulke grote mensenmenigten wordt aangepakt, heeft lang de afgunst van andere groepen, met inbegrip van het Rode Kruis en het leger, gewekt.” — 7 juli 1974.
„Volgens ons handboek kan het niet zo snel, maar nu zie ik het met eigen ogen en moet ik het wel geloven”, was het verbaasde commentaar van een inspecteur van de volksgezondheidsdienst uit Omaha (Nebraska), na getuige te zijn geweest van de maaltijdvoorziening. Vaak bezoeken functionarissen vergaderingen van Jehovah’s getuigen om te leren hoe ze zulke werkzaamheden moeten organiseren.
Hoewel, sommigen vinden hen misschien toch gek omdat ze vergaderingen houden waar bijbels onderricht wordt geboden. Maar vindt u dat ook? In een wereld waarin de leer van de bijbel wordt verworpen, zijn haat, tweedracht en oorlog algemene verschijnselen geworden. Maar terwijl Grieken en Turken met elkaar vochten op het eiland Cyprus, waren meer dan 8000 Griekse en Turkse Getuigen vreedzaam op een grote vergadering in München bijeen. En wanneer men dat ziet, dan lijkt geloof en vertrouwen in de bijbel toch niet meer zo onzinnig als eerst, wel?
De bijbel belooft dat Gods koninkrijk nu spoedig „al deze koninkrijken”, dat wil zeggen alle aardse regeringen, ’zal verbrijzelen en er een eind aan zal maken, en zelf tot onbepaalde tijd zal blijven bestaan’ (Dan. 2:44). Op basis van de bijbel geloven Jehovah’s getuigen dat de Almachtige God werkelijk een eind zal maken aan dit samenstel van dingen en dat zijn Koninkrijksregering rechtvaardige omstandigheden op aarde zal brengen. — 2 Petr. 3:5-7, 13.
U bent het beslist aan uzelf verplicht de feiten eens te onderzoeken. Sla er uw eigen bijbel op na en lees wat er staat. Jehovah’s getuigen zullen u bij het lezen van dit boek graag willen helpen. Aanvaard hun hulp. En leer wie Jehovah’s getuigen werkelijk zijn.
[Illustratie op blz. 17]
13.937 waren in Springfield aanwezig op het Jaarbeursterrein van de staat Illinois. Alle 69 vergaderingen in de Verenigde Staten werden door in totaal 891.819 personen bezocht
[Illustratie op blz. 19]
Voedsel bereiden voor de meer dan 40.000 personen die op het County Stadium in Milwaukee aanwezig waren
[Illustratie op blz. 21]
Ook doofstommen voelden zich door het bijbels onderricht met hun broeders op de vergaderingen verenigd. Hier, op het congres in Cincinnati, Ohio, zingen zij met gebruikmaking van beide handen een lied