Zij ontwikkelden een nieuwe geest
DE VAN God vervreemde wereld die onder invloed van de Duivel staat, bezit een geest, een overheersende houding of neiging die tegengesteld is aan rechtvaardige beginselen. Gaan mensen echter inzien hoe leeg hun leven in feite is en dat het toepassen van bijbelse beginselen tot veel betere levensomstandigheden leidt, dan beginnen zij veranderingen aan te brengen — een nieuwe kracht of overheersende houding gaat hun geest aandrijven. — Ef. 4:17-24.
Dit was de ervaring van een voormalige gokker en marihuanaroker. Hij vertelde:
’Voorheen bracht ik een groot deel van mijn tijd door op de Narragansett-paardenrenbaan in de Amerikaanse staat Rhode Island, waar ik vaak mijn hele weekloon vergokte en dan weer terugkwam wanneer ik van mijn collega’s geld had geleend. Ten slotte kwam ik ondanks mijn goed-betaalde baan zo zwaar in de schulden dat ik bankroet werd verklaard. In die tijd brachten mijn vrouw en ik het grootste deel van onze avonden door met het roken van marihuana. Vaak ook ging ik naar bars om me een stuk in m’n kraag te drinken, terwijl ik bovendien stal van het warenhuis waar ik werkte.
In november 1973 kwamen twee getuigen van Jehovah bij mijn vrouw aan de deur. Mijn vrouw geloofde in evolutie, daarom kwamen zij de volgende week terug en lieten bij haar een boek achter met de titel „Is de mens ontstaan door evolutie of door schepping?” Tegen de tijd dat zij de week daarop terug zouden komen, had mijn vrouw het hele boek gelezen en zij geloofde niet langer in evolutie. De twee Getuigen, man en vrouw, troffen er regelingen voor met haar een bijbelstudie te beginnen.
Toen zij voor de eerste maal kwamen, lag ik thuis ziek te bed met een zware hoofdpijn. Zonder dat de Getuigen het wisten, luisterde ik in de slaapkamer naar de bespreking. Ik had mijn vrouw gewaarschuwd dat Jehovah’s getuigen „uitgekookt” waren. Maar na een poosje geluisterd te hebben, kwam ik m’n bed uit en vroeg of ik er ook bij mocht zitten. Nadat we twee uur gesproken hadden, werd besloten dat we de studie naar de avond zouden verplaatsen, zodat ook ik mee zou kunnen doen. Dit was aan het eind van december.
Begin februari waren we opgehouden met marihuana, aangezien het ons duidelijk was geworden wat de bijbelse zienswijze ten aanzien van drugs was en wij ons leven overeenkomstig de goede maatstaven uit dit boek wilden inrichten. Het was ook toen reeds dat ik vroeg: „Wanneer kan ik gedoopt worden?” Met Jehovah’s hulp was ik in staat goede vorderingen te maken, zowel in mijn kennis van de waarheid als mijn persoonlijke toepassing ervan. Op 5 juli werd ik gedoopt op een vergadering van Jehovah’s getuigen die werd gehouden op dezelfde plaats als waar ik voorheen mijn tijd en geld had verdaan met gokken — de Narragansett-paardenrenbaan.’
Een man die na vijfendertig jaar militaire dienst met pensioen ging, vertelt hoe zijn houding ten aanzien van het nationalisme volledig veranderde:
’In 1962 werd mijn zoon een van Jehovah’s getuigen. Toen mij dat ter ore kwam, was ik er stellig van overtuigd dat hij een hersenspoeling had ondergaan, hetgeen ik hem ook rechtstreeks vertelde, hoewel ik niets van Jehovah’s getuigen af wist. Mijn gedachten waren slechts gebaseerd op wat ik van andere religieuze organisaties begreep. Bovendien had ik het idee — voornamelijk vanwege het feit dat mijn zoon en zijn vrouw niet meer meededen aan de gewone familiegebruiken zoals het vieren van Kerstmis, enz. — dat zij met de familie wilden breken.
Toen mijn zoon en zijn vrouw naar Texas verhuisden, zette ik mijn leven voort zoals ik dat altijd had gedaan. Na verloop van tijd bekroop me echter een gevoel van onbehagen. Het was alsof het leven ons ontglipte. Ik herinner me nog, eens tegen mijn vrouw te hebben gezegd dat er toch iets meer in het leven moest zijn dan wat wij hadden: golf spelen en de tuin bijhouden. Toen mijn zoon en zijn vrouw ongeveer twee jaar geleden op bezoek kwamen, praatte ik voor het eerst met hem over geloof. Ik zei hem hoe ik over Jehovah’s getuigen dacht, om slechts te ontdekken dat ik het in heel veel opzichten bij het verkeerde eind had. Hij vroeg mij of ik in God geloofde. „Natuurlijk”, zei ik. Daarna vroeg hij mij of ik geloofde dat de bijbel het Woord van God was. Ook deze vraag beantwoordde ik bevestigend. Na nog wat verder gesproken te hebben, gaf hij mij enkele boeken over de bijbel.
Hij ging naar Texas terug en ik begon voor mijzelf zijn boeken te lezen, een jaar lang. Ik had er geen moeite mee om te aanvaarden wat erin stond, behalve in verband met één punt — de bijbelse zienswijze ten aanzien van nationalisme.
Toch bleef ik de bijbel en de publikaties van de Getuigen lezen. Tegen de tijd dat mijn zoon een jaar later terugkwam, zag ik dan ook in dat nationalistisch patriottisme niet juist was wanneer ik overeenkomstig de bijbel wilde leven. Ik aanvaardde Gods zienswijze in verband met de kwestie. En dat was voor mij meteen de stap om te beslissen dat ik een Getuige wilde worden.’
Dus ongeacht hoe ingeworteld een bepaalde zienswijze ook mag zijn, ze kan worden veranderd en het leven kan ware betekenis krijgen als we ons richten naar Gods wegen.