Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g74 22/9 blz. 23-26
  • Een blik van nabij op de OAE

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Een blik van nabij op de OAE
  • Ontwaakt! 1974
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Vrijheid en eenheid
  • Tanende stuwkracht
  • Economische samenwerking
  • Landbouw en geneeskunde
  • Doeleinden bereikt?
  • Krachtige Afrikaanse wil
  • De OAE zal moeten wijken
  • Inzicht in het nieuws
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1981
  • Afrika — een strijd om ’s mensen geest
    Ontwaakt! 1979
  • Waarom kan Afrika zichzelf niet voeden?
    Ontwaakt! 1987
  • Veranderende normen in een moderne tijd
    Ontwaakt! 1980
Meer weergeven
Ontwaakt! 1974
g74 22/9 blz. 23-26

Een blik van nabij op de OAE

Door Ontwaakt!-correspondent in Liberia

HET was 25 mei 1963. De eerste Panafrikaanse Topconferentie dreigde op een mislukking uit te lopen. Eenendertig Afrikaanse staatshoofden hadden met elkaar getwist over de vorming van een unie van onafhankelijke staten. In arren moede kwam een ontwerp handvest op tafel — om slechts door de staatshoofden te worden verworpen!

Desalniettemin waren de op die dag in de Afrika-hal in Addis Abeba bijeengekomen congresgangers vastbesloten met de een of andere vorm van praktische eenheid tussen de Afrikaanse landen uit de bus te komen, verdeeld als ze waren door uiteenlopende talen, culturen en politieke zienswijzen. Afrika’s sterke mannen hadden er lang aan gewerkt.

Na het eerste ontwerp-handvest verworpen te hebben, ondernamen de staatshoofden eigener beweging een nieuwe poging. Hun besprekingen zetten zich tot middernacht voort, maar toen dan ook opnieuw werd gestemd, bleek men tot een unaniem akkoord te zijn gekomen! Aangaande dit dramatische moment schreef een ooggetuige: „Er was gejuich, applaus, tranen in de ogen van anders cynische mannen die iedereen in hun buurt de hand schudden. De OAE was geboren; de twijfels, de meningsverschillen, de twistgesprekken en het elkaar afwegen behoorden tot het verleden.”

Vrijheid en eenheid

Overeenkomstig haar handvest was de pasontstane Organisatie van Afrikaanse Eenheid (OAE) opgericht om ware eenheid te brengen op het Afrikaanse continent en elke vorm van kolonialisme dat er nog bestond, uit te bannen. Economische samenwerking en verzoening door middel van medische samenwerking en het uitwisselen van andere voorzieningen behoorden tot de dingen die plechtig werden beloofd. Hoeveel handvestbeloften heeft de OAE echter nu, meer dan tien jaar na de plechtige ondertekening van het aan haar ten grondslag liggende historische document, ingelost?

Slechts enkele maanden na haar oprichting brak de strijd in Kongo uit. De loop van grenslijnen vormde vaak een ernstige twistappel tussen andere pasgeboren landen. De grote mogendheden en de Arabische wereld deden weinig om deze geschillen bij te leggen. Van de Afrikaanse leiders ging echter het initiatief uit om de elkaar bestrijdende partijen hun problemen te laten bespreken. Met welk gevolg? Dat het tweede conflict in Kongo niet zo hevig werd als het eerste. Dat de strijd tussen Marokko en Algerije werd gestaakt en Somalia en Ethiopië onderlinge besprekingen begonnen. En mochten er dan al geen blijvende overeenkomsten worden bereikt, praten was toch beter dan vechten en de OAE deed haar invloed krachtig gelden. Daarna kwamen er succesvolle bemiddelingen tot stand tussen Guinea en Ghana, de Volksrepubliek Kongo en Zaïre, Uganda en Tanzania, Ethiopië en Soedan, alsook tussen Gabon en Equatoriaal Guinea.

Tanende stuwkracht

Maar, zo zijn sommigen zich gaan afvragen, wat is er van die eens aanwezige stuwkracht van de OAE overgebleven? Niet alle bemiddelingspogingen van de OAE zijn met succes bekroond of hadden onmiddellijk resultaat. De Nigeriaanse burgeroorlog kwam bijvoorbeeld pas op de OAE-agenda te staan toen ze al drie maanden oud was, terwijl pas meer dan een maand daarna een onderzoekcommissie van de OAE ter plaatse verscheen. Niets heeft ze gedaan voor de Aziatische Ugandezen, noch om de massaslachtingen in Boeroendi een halt toe te roepen. Critici laken deze onachtzaamheid en vooral de wijze waarop ze werd verborgen onder de dekmantel van de zogenaamde regeling niet te zullen ingrijpen in de binnenlandse aangelegenheden van soevereine staten, terwijl, zo zeiden zij, een dergelijke inmenging wel degelijk de Afrikaanse wijze van handelen zou zijn geweest.

Verdere kritiek verscheen voorts in de mei-uitgave van 1973 van het tijdschrift Africa, dat in verband met een artikel van Ogbolu Okonji van de universiteit van Lagos, verklaarde:

„De OAE speelt bij het oplossen van geschillen geen enkele wezenlijke rol. Lid-staten zijn vaak doeltreffender in hun optreden geweest dan de Organisatie en zijn soms geslaagd waar de OAE had gefaald. De OAE schijnt alleen daar succes te hebben waar ze het zonder werkelijke inspanning kan behalen.”

Betreffende de structuur zelf van de OAE citeerde Ogbolu Okonji een commentaar van Zdenek Cervenka:

„De geschiedenis van de OAE sinds haar oprichting heeft wel duidelijk aangetoond dat de in 1963 in Addis Abeba ontwikkelde structuur op zichzelf niet sterk genoeg is om vijandelijkheden in Afrika onmiddellijk uit de weg te ruimen. Voorbije en zelfs nog bestaande geschillen hebben overduidelijk de zwakte aangetoond van het krachtens het charter van de OAE ontworpen systeem voor het bijleggen van geschillen. . . . de individuele Afrikaanse staatsman geniet nog steeds de voorkeur boven de georganiseerde autoriteit van de OAE.”

Hoe staat het met de honderdduizenden ontheemde Afrikaanse vluchtelingen? Heeft de OAE iets voor hen gedaan? Een hele afdeling van het OAE-secretariaat is in samenwerking van een commissie van de Verenigde Naties belast met het verlenen van hulp aan hen die een nieuwe woonplaats zoeken. Volgens Nzo Ekangaki heeft de OAE „wat het vluchtelingenprobleem betreft aanzienlijke vooruitgang geboekt. . . . Tal van vluchtelingen hebben door bemiddeling van de OAE een nieuwe woonplaats gevonden, en hun normale leven in een aantal Afrikaanse landen hervat. Ook hebben we voor jonge vluchtelingen van schoolgaande leeftijd binnen en buiten Afrika opleidingsmogelijkheden gevonden . . . Ik zou dus zo zeggen dat ons bericht over de afgelopen tien jaar positief en aanmoedigend genoemd mag worden, en wij de toekomst met vertrouwen tegemoet kunnen zien”.

Economische samenwerking

Afrika heeft dringend behoefte aan ontwikkeling, en de OAE heeft haar handen vol aan de bevordering hiervan op het continent. In het verleden verlieten de Afrikaanse landen zich voor economische hulp voornamelijk op de Verenigde Staten en de landen van Europa, maar zelfs de Franssprekende landen kloppen nu elders en bij Afrikaanse buurlanden aan voor economische samenwerking en ontwikkelingshulp.

Op diverse plaatsen zijn economische gemeenschappen opgericht, die het ondanks roerige politieke situaties tamelijk goed doen. Sommige projecten zijn vastgelopen, maar over de transafrikaanse autoweg, waarlangs men in de toekomst Afrika van Mombasa naar Lagos moet kunnen doorkruisen, verklaarde een OAE-woordvoerder dat „alle betrokken staten uitstekend met de OAE en de Economische Commissie voor Afrika hebben samengewerkt, en we allemaal hopen dat de autoweg in de naaste toekomst een realiteit zal worden”.

Ook de economische groei is in duidelijk stijgende lijn. Ondanks de burgeroorlog is de groei van Nigeria’s bruto nationale produkt de afgelopen tien jaar gestegen van 5 tot 12 percent, waarmee het in staat is haar buitenlandse schulden twee maanden voortijds af te lossen. Ofschoon Nigeria het negende olieproducerende land ter wereld is, levert de landbouw een belangrijk aandeel aan ’s lands economische vooruitgang.

Met stimulering van de OAE neemt de onderlinge Afrikaanse samenwerking toe. Er komen leerstoelen beschikbaar aan Afrikaanse universiteiten, terwijl er ook een mate van geldelijke ondersteuning bestaat in de vorm van rentevrije leningen. Nigeria schonk bijvoorbeeld zo’n lening aan haar buurland Dahomey, voor de aanleg van een weg door het binnenland.

Landbouw en geneeskunde

Om Afrika’s hongerige bevolkingsgroepen van meer en beter voedsel te voorzien, werken honderden bekwame onderzoekers aan een betere verbouw van maïs, negerkoren, gierst, bonen en de ontwikkeling van ziektebestendige rassen. Een OAE-woordvoerder onthulde: „De anti-runderpestcampagne is in het westen en midden van Afrika al bijna volledig gelukt, terwijl ze nu in Oost-Afrika haar voltooiing nadert.”

Andere onderzoekers bestrijden pleuropneumonie (een vorm van longontsteking bij runderen. Afrika’s minerale vindplaatsen en bronnen van zeevoedsel worden in kaart gebracht. Zelfs de traditionele Afrikaanse medicijnkunst wordt enthousiast onderzocht om te zien welke bijdrage ze kan leveren tot de medische wetenschap. Aan de uitvoering van tal van andere, reeds op papier uitgewerkte plannen, is wegens geldgebrek nog niet begonnen. Droevig is helaas dat ondanks Afrika’s overvloed aan natuurlijke hulpbronnen, in door droogte geteisterde gebieden van honger stervende mensen nog nauwelijks een bestaan kunnen vinden.

Doeleinden bereikt?

Als eerste beoogde men met de oprichting van de OAE een eind te maken aan het kolonialisme in Afrika en eenheid te bewerken tussen de Afrikaanse staten. Zijn deze doeleinden bereikt? Het kolonialisme is in sommige delen van het continent nog stevig gevestigd, ook al is het oorspronkelijke aantal OAE-lidstaten van dertig uitgegroeid tot eenenveertig. Dit was voor Ogbolu Okonji reden de OAE beschuldigend „een grote mislukking en frustrerende teleurstelling” te noemen. Een van de oorzaken hiervan moet worden gezocht in de weigering van bepaalde lid-staten „een weinig op te offeren” voor het bereiken van hun doel.

Commentaar gevend op de bevrijding van Afrikaanse volkeren, maakte Julius Nyerere van Tanzania in 1973 de volgende interessante opmerkingen:

„De Afrikaanse regimes behandelen het Afrikaanse volk niet beter — en in de praktijk vaak nog slechter — dan de kolonialisten en racisten onze broeders bejegenen . . . Het kwaad dat Afrikaanse leiders tegen het volk van Afrika bedrijven vormt en is een werkelijke belemmering voor inter-Afrikaanse samenwerking. . . . Nog geheel afgezien van de beginselen van menselijkheid die worden overtreden — en waar Afrikaanse landen zich rekenschap van dienen te geven — wordt het hele idee van bevrijdingsstrijd aangetast wanneer de beginselen van rechtvaardigheid en menselijke waardigheid in onafhankelijk Afrika met voeten worden getreden.”

Een duidelijk en illustratief voorbeeld vormt de buitengewoon onmenselijke behandeling — onder meer bestaande uit moord, martelingen en verkrachting — die van officiële zijde Jehovah’s getuigen in Malawi ten deel viel omdat zij weigerden politieke partijkaarten te kopen. Een verslag van deze gruweldaden verscheen in de Ontwaakt! van 8 maart 1973. Tienduizenden Getuigen vonden ironischerwijs een vreedzaam asiel in het kolonialistische Moçambique, terwijl ze van officiële OAE-zijde geen woord van troost ontvingen.

Tijdens de eerste tien jaar van haar bestaan raakten velen in de OAE teleurgesteld toen ze niet bij machte bleek haar dreigement ten uitvoer te brengen om de diplomatieke betrekkingen met Engeland te verbreken wanneer Ian Smith in Rhodesia een minderheidsregering zou vormen. Volgens Julius Nyerere hadden Frankrijk en Engeland op dat moment meer in de OAE-melk te brokken dan de Afrikaanse landen zelf. Ogbolu Okonji klaagde: „Het verhaal van de rol die de OAE in de Rhodesische crisis heeft gespeeld is dermate uitgesponnen, dat het alleen nog maar aantoont welk een struisvogelpolitiek er door deze organisatie wordt gevolgd, wanneer er situaties ontstaan die werkelijke offers vergen.”

Okonji uitte tevens een klacht over het handvest. Wanneer krachtiger resoluties waren aanvaard, had het OAE-handvest „meer concrete houvast” geboden. Maar de lid-staten weigerden ervoor te stemmen, daarmee „geen enkel zichtbaar teken verschaffend dat ze werkelijke eenheid willen”. Dat niet alleen, maar de Afrikaanse leiders zijn er ook van beschuldigd de spanning tussen de Afrikaanse volkeren aan te wakkeren. Ja, zo werd er gesteld, „arme, machteloze, en onstabiele soevereine staten dienen niet de belangen van de Afrikaanse massa’s”. Bij zulke staten zal derhalve de bereidheid moeten bestaan zich met sterkere staten te verenigen om machtige Afrikaanse landen te vormen.

Een overzicht van wat de OAE in haar eerste decennium tot stand heeft gebracht, was dringend nodig, zo schreef J. P. Morais, „aangezien voor de nieuwe generatie van Afrikaanse jongeren de OAE geen enkel verband meer schijnt te houden met de werkelijke situaties op het continent en Addis de naam krijgt een plaats te zijn van loze resoluties, verkwistende banketten en valse beloften”. De OAE zal hoognodig iets concreets tot stand moeten brengen in verband met haar streven naar eenheid en dekolonisatie.

Krachtige Afrikaanse wil

Al haar zwakheid ten spijt, zal een onderzoek van het verleden niettemin ook aan het licht brengen dat de OAE op het terrein van de internationale diplomatie duidelijk haar invloed heeft doen gelden. Werkend door bemiddeling van staatshoofden en V.N.-delegaties, „heeft ze een stroom van verzoeken en resoluties ontketend zoals maar zelden in de internationale diplomatie is waargenomen”, waarmee ze dus krachtige internationale druk heeft uitgeoefend. De inspanningen van de organisatie wat de regeling van grenzen en andere twistpunten betreft, oogstte de hoogste lof van Amerikaanse functionarissen, of zoals een woordvoerder van het Amerikaanse ministerie van buitenlandse zaken opmerkte: „Geen overeenkomstige regionale organisatie kan bogen op een indrukwekkender rapport.”

Een blik van nabij op de OAE onthult dus een afwisselende reeks van successen en mislukkingen, vooruitgang en afdwaling. Maar gelet op de reusachtige dam van obstakels — in de vorm van diverse vormen van politiek bestuur, een grote verscheidenheid van allerlei stammen, geen gemeenschappelijke taal, godsdienst of munteenheid, onjuiste gebiedsgrenzen, en vaak erbarmelijke economische omstandigheden — dan getuigt het nog steeds hardnekkige bestaan van de OAE van een krachtige Afrikaanse wil.

De OAE zal moeten wijken

Mogen haar doelstellingen dan al edel zijn, de OAE zal nooit tot stand kunnen brengen, wat alleen Gods Messiaanse koninkrijk kan en zal tot stand brengen. En hetzelfde geldt natuurlijk ook met betrekking tot de Verenigde Naties en elke andere menselijke instelling. De lid-staten van de OAE die in de Verenigde Naties als een eensgezind blok een krachtige stem hebben, vertrouwen nog steeds op deze organisatie voor het brengen van wereldvrede en zekerheid. Krachtige invloeden in deze samenballing van politieke natiën zullen er volgens het profetische bijbelwoord toe leiden dat de grote symbolische hoer, Babylon de Grote, het wereldrijk van valse religie, door deze natiën zal worden aangegrepen en door hen „geheel met vuur” zal worden verbrand. — Openb. 17:16.

Dat zal het begin betekenen van de voorzegde „grote verdrukking”, de grote „aardbeving” van moeilijkheden van de zijde van God, waardoor machtige menselijke organisaties, „bergen” als het ware, zullen verpulveren en verdwijnen. De OAE mag niet verwachten deze ramp te zullen overleven. Ze zal moeten wijken voor de Koninkrijksregering van Jezus Christus. — Matth. 24:21; Openb. 16:18-20; Dan. 2:44.

Bevrijding? Ja, niet alleen van onderdrukkende politieke regimes, maar ook van ziekte, dood en het graf! Eenheid? Ja, maar slechts onder de zegeningen van bovengenoemde Koninkrijksheerschappij, wanneer de mensen zullen wandelen in de voetstappen van de God wiens weg ’liefde is’. Dit is de werkelijke hoop voor de nabije toekomst voor geheel Afrika en de rest van de wereld. — Openb. 21:3, 4; 20:13; 1 Joh. 4:8.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen