Na de storm — „Blij nog te leven!”
SLECHTS enkele seconden vernietigend geweld lieten een man in Cincinnati, in de Amerikaanse staat Ohio, nog enkel de droeve taak zich een weg te banen door de splinters van wat tot voor kort zijn huis was geweest. En hij was niet de enige. Bijna 20.000 andere huiseigenaars in het oostelijke midden van de Verenigde Staten trof een zelfde lot. Van sommige huizen stond nog voldoende overeind om een reparatie te rechtvaardigen — vele moesten echter van de grond af aan worden opgebouwd. Nooit zal men hier meer de kracht van een tornado vergeten.
Overigens waren zij die zich alleen met de schade aan hun huis hoefden bezig te houden, gelukkig af. Een kleine 3700 personen moest wachten op herstel van vaak ernstig lichamelijk letsel. Nochtans kon men uit hun mond, ja, uit de mond van allen die die momenten van woedend natuurgeweld hadden overleefd, voortdurend de dankbare woorden horen: „Ik ben al blij nog te leven!”
En met recht. De aanblik van de door verdriet overmande verwanten en vrienden van de 320 doden die de storm eiste, zei meer dan duizend woorden: een snikkende moeder in Ohio van wie haar twee maanden oude baby uit de armen werd gerukt, om later door de vader dood in een lijkenhuisje gevonden te worden; en een kleine jongen in Georgia die gillend rondrende om de overblijfselen van wat eens zijn ouderlijk huis was geweest en waaronder de levenloze lichamen van zijn ouders en twee zusters begraven lagen.
Vanaf de Golf van Mexico tot het zuiden van Canada trokken bijna een honderd van deze verwoestende windhozen door elf staten en één provincie. Alsof een reuzenhand er even op had gerust, lag de helft van Xenia (een stad van 27.000 inwoners in de staat Ohio) na het voorbijtrekken van een van de hozen volledig plat. In minder dan vijf minuten trok de hoos een meer dan een halve kilometer breed, bijna vijf kilometer lang spoor van vernietiging door het plaatsje — 1200 huizen, 150 winkels en 6 scholen (van de 12 die het bezat) in puin achterlatend, terwijl honderden andere gebouwen zwaar beschadigd werden. Minstens 34 personen vonden de dood, terwijl een duizendtal mensen verwondingen opliep.
’De hevigste van alle stormen’
In het voorjaar schijnen de weersomstandigheden in het midden van de Verenigde Staten uitermate „gunstig” te zijn voor het ontstaan van tornado’s. Om dit te begrijpen moet men weten dat warmere lucht de eigenschap heeft boven koelere lucht te stijgen. Dringt nu, zoals in Midden-Amerika gebeurde, warme, vochtige lucht (vanuit het noorden van de Golf van Mexico) zich onder koele droge lucht (oostwaarts vanaf de Rocky Mountains), dan zijn alle elementen aanwezig voor het ontstaan van grote moeilijkheden. De lucht raakt in heftige beroering: de vochtige warme lucht golft in dikke vlagen naar boven toe, dreigende wolkengevaarten vormend, terwijl de koude lucht naar beneden stort om haar plaats in te nemen. In zo’n periode kunnen zich hagelstenen zo groot als biljartballen vormen. Veel mensen hebben ze nog in opperste verwondering verzameld voordat de april-tornado’s toesloegen.
De snelbewegende lucht maakt een cirkelvormige beweging, net als snel wegstromend water in een wasbak. Wordt er een bepaalde kritieke snelheid overschreden, dan vormen zich rondwervelende „wolkenslurven” uit de erboven gedrapeerde wolken. Raakt zo’n slurf de grond, dan is er een tornado geboren, waarvan de dansende, springende en soms veegachtige bewegingen over de bodem, niet meer zijn te voorspellen.
In de Encyclopaedia Britannica van 1974 worden tornado’s „de hevigste van alle atmosferische stormen” genoemd die men kent. In een grote cycloon mogen zich dan windsnelheden van 160 kilometer per uur ontwikkelen, geconcentreerde tornado-winden bereiken vaak snelheden van 480 en „soms zelfs van 800 kilometer per uur”, terwijl bovendien in het centrum van zo’n rondwervelende windcilinder een krachtig vacuüm ontstaat.
Tornado’s kunnen dus op drieërlei wijze verwoesting aanrichten: 1. door directe winddruk, waardoor voorwerpen op hun pad rechtstreeks kunnen worden weggeblazen, 2. door het veroorzaken van een plotselinge luchtdrukverlaging buiten gebouwen, op het moment namelijk dat het vacuüm-centrum passeert, en de gebouwen door hun eigen inwendige luchtdruk „exploderen”, en 3. door hun krachtige omhoogzuigende luchtstroom, welke bomen kan ontwortelen en gebouwen van hun fundament kan rukken en lichtere voorwerpen kilometers ver kan meevoeren.
Waarschijnlijk ten gevolge van deze krachten voelde een man in Ohio, toen hij op de trap naar zijn souterrain stond en naar beneden wilde duiken om zich in veiligheid te stellen, „een sterke naar boven gerichte kracht als van een magneet”, terwijl zijn oren „dichtsloegen”, zoals hij zei, welk laatste ongetwijfeld aan de lage luchtdruk moet worden geweten.
Een man uit Huntsville (Alabama) vertelde hoe hij van zijn werk naar huis reed en de hagel zo hevig werd dat hij, uit angst dat de voorruit zou knappen, voor de veiligheid onder het dashboard kroop, en toen „met auto en al werd opgeheven, enkele malen omgeslagen en omgerold, tot de wagen ten slotte in de lucht werd opgenomen en op zijn dak terechtkwam, veertig meter van de plaats waar ik hem oorspronkelijk had stilgezet”. Hij was beslist blij er nog levend te zijn afgekomen.
Documenten en afval uit Xenia werden 320 kilometer verder gevonden! Een vrouw in Cincinnati verloor bij een tornado haar kat — die ze twee dagen later in volledig uitgeputte staat terugvond, kennelijk na een lange reis terug!
Hebben tornado’s gemiddeld genomen een breedte van enkele honderden meters en een snelheid van 50 tot 65 kilometer per uur en leggen ze gemiddeld een afstand van 25 kilometer af, in de praktijk blijken ze vaak ver van deze gemiddelden af te zitten. De verwoestendste waarvan men gegevens heeft, was ongeveer anderhalve kilometer breed en trok met 100 kilometer per uur een verwoestend spoor van 350 kilometer lengte door 3 Amerikaanse staten, waarbij 689 mensen het leven verloren! Dat gebeurde bijna 50 jaar geleden, op 18 maart 1925. Drie april van dit jaar zal geboekstaafd worden als de dag met de op één na dodelijkste tornado-plaag.
Hoewel tornado’s ook nog in een aantal andere landen voorkomen, genieten de Verenigde Staten de twijfelachtige reputatie het land te zijn waar de meeste en krachtigste voorkomen: gedurende de jaren zestig gemiddeld 681 per jaar. En het onrustbarendste van alles is dat er steeds meer schijnen te komen: de afgelopen 30 jaar heeft een zesvoudige toename te zien gegeven! Vorig jaar was er een recordaantal van 1107. Volgens de Nationale Weerdienst „kan vrijwel niemand in de Verenigde Staten zeggen: ’Dat kan hier niet gebeuren.’”
De waarde van tornado-waarschuwingen
Waren er over de radio en de televisie en door de burgerbescherming geen uitgebreide waarschuwingen gegeven, dan was het aantal doden en gewonden in april ongetwijfeld nog veel hoger geweest. Niettemin blijven tornado’s tot de raadselachtigste weersverschijnselen behoren. Sommige meteorologen van de Nationale Weerdienst zijn zelfs gefrustreerd over hun duidelijke onvermogen om nauwkeurige tornado-voorspellingen te doen.
Een van hen legde uit: „Ten eerste weten we al niet precies waardoor een tornado ontstaat. We kunnen nooit nauwkeurig zeggen waar en wanneer er een komt. Alles wat we kunnen doen, is een groot gebied aangeven en de mensen in dat gebied vertellen dat binnen die en die tijd een tornado kan voorkomen.” Eerst roept de weersomroep op tot een „tornado-wacht” en adviseert de mensen om de nieuwsberichten te blijven volgen en op te passen voor mogelijke tornado’s. Wanneer dan werkelijke wolkenslurven zichtbaar worden, gaat er een officiële „tornado-waarschuwing” de ether in, de mensen waarschuwend een schuilplaats te zoeken en hen op de hoogte houdend van de richting van bekende tornado’s.
Maar na herhaalde alarmen en geen tornado’s hadden „heel velen het idee gekregen dat het allemaal maar loze drukte was”, zo vertelde een overlevende in Cincinnati. Een huisvrouw herinnert zich hoe net op de radio was aangekondigd dat de „tornado-waarschuwing” definitief afgelopen was en de nieuwslezer had gezegd ’niet sceptisch te willen wezen, maar zich wel eens ergerde aan al die waarschuwingen zonder dat er ooit iets gebeurde’, toen plotseling een wervelende masse afval die zij door het achterraam op het huis zag afkomen, haar tot de werkelijkheid bracht: ’Zo ziet een tornado eruit als-ie vlakbij is!’ Binnen twee minuten was er niets meer van haar huis over. En toen zij en haar gezin uit de kelder kwamen, waar ze haastig een goed heenkomen hadden gezocht, waren ze reuzeblij het er levend te hebben afgebracht.
De nasleep
„De meeste mensen laten zich op zulke momenten van de goede kant zien, maar sommigen zijn ook intens gemeen”, waren de woorden van een politiefunctionaris in Cincinnati. Toen het hierboven genoemde gezin nog ontzet bij de overblijfselen van hun huis stond, verschenen er reeds plunderaars ten tonele — binnen enkele minuten! Sommigen kwamen zelfs met aanhangwagentjes om hun buit mee te nemen. De Nationale Garde moest in diverse gebieden handelend optreden. In Kentucky zag men zelfs hoe één gardesoldaat een ander de handboeien omdeed omdat ook deze geplunderd had! Sommige mensen bewaakten hun geruïneerde huizen met geweren.
Nieuwsgierige kijkers kwamen opdagen. De in Louisville (Kentucky) verschijnende Courier-Journal berichtte dat zij „de werkzaamheden van politie, redders, verhuizers, loodgieters en plaatselijke inwoners erg hinderden”. Vaak was men gedwongen de getroffen gebieden volledig af te sluiten voor alle personen, met uitzondering van bevoegde autoriteiten en de bewoners zelf. Na in Cincinnati twintig auto’s vóór hen te hebben weggestuurd, zei een politieagent van de Ohio-staatspolitie tegen twee bedienaren van Jehovah’s getuigen die zich op de hoogte wilden stellen van het welzijn van hun medechristenen: ’Als jullie geen getuigen van Jehovah waren, liet ik jullie niet door.’ Zo moesten ze nog vier wegcontroles van de Nationale Garde passeren.
De buitengewone menslievendheid van velen overschaduwde echter volledig de zelfzucht van de enkeling. Reeds enkele minuten na het voorbijtrekken van een hoos, kon men al overal vrijwilligers bezig zien, uitkijkend naar overlevenden, gewonden naar het ziekenhuis vervoerend, de van alles beroofden troostend en daklozen in hun eigen huizen opnemend. Het personeel van ziekenhuizen werkte extra zonder daar iets voor te willen hebben. Doktoren in Xenia voerden operaties bij kaarslicht uit, toen daar de stroom uitviel. Een maatschappij voor ziekenvervoer in Huntsville (Alabama) reed de hele nacht zonder aan iemand iets in rekening te brengen.
De lucht was vervuld van het gegier van elektrische zagen waarmee de tragische resten van huizen en gebouwen tot vervoerbare stukken werden gezaagd. Groepen jongeren gingen van huis tot huis om volkomen vreemden te helpen met schoonmaken. Elektriciens en gasfitters werkten de klok rond om gebroken kabels en buizen zo snel mogelijk te herstellen, ten einde het gevaar dat deze opleverden zoveel mogelijk te verkleinen en mensen weer vlug van gas en elektriciteit te voorzien. Mensen deelden op straat plastic zakjes met voedsel uit.
De wereld is thans zo dat mensen vaak verbijsterd en volledig ontroerd reageren op een dergelijk hulpbetoon. Een klein, bang dametje van reeds gevorderde leeftijd in het plaatsje Guin (Alabama), kon na twee dagen vriendelijk praten uit haar kelder worden gelokt. Haar commentaar luidde: „Dit is de eerste keer dat er werkelijk mensen om me hebben gegeven, en ik weet niet wat ik moet doen.”
Zonder twijfel was het voor de meesten een verheffend en aanmoedigend gezicht al die onzelfzuchtige inspanningen te mogen aanschouwen. Toch mag de realiteit ook in een ander opzicht niet worden voorbijgezien. Een overlevende uit Xenia bracht dit onder woorden toen zij in een Rode Kruis-centrum zat: „Als het over is, koestert weer iedereen dezelfde haat jegens iedereen.” En bij veel mensen zal stellig de gedachte door de geest zijn gegaan: Waarom is er nu altijd een crisis nodig om bij mensen medegevoel voor elkaar op te wekken?
Weer anderen waren gedwongen zich te bezinnen op wat werkelijk belangrijk voor hen was. Een gezin in Alabama, van wie het huis zojuist was „geëxplodeerd”, zei: „We dachten dat ons een ramp was overkomen, maar toen we hoorden van mensen die hun gezin hadden verloren, beseften wij dat wij vergeleken met hen rijk waren.” Hun vreugde enkel om het feit dat zij nog in leven waren, was een levend getuigenis van de waarheid van Jezus’ woorden: „Is het leven niet meer waard dan het voedsel en het lichaam meer dan de kleding” of enige andere materiële bezitting? — Matth. 6:25, De Katholieke Bijbel.