Is uw kind rijp voor zijn rijbewijs?
JONGEREN kunnen vaak nauwelijks wachten op het moment dat zij hun rijbewijs mogen halen. Vaak is het een van hun voornaamste ambities. En steeds meer jongeren verwezenlijken deze ambitie thans ook.
In 1972 waren in de Verenigde Staten 12.200.000 tieners in het bezit van een rijbewijs. Van dezen waren 4.255.000 onder de achttien (in de Verenigde Staten verschilt de leeftijd waarop men voor een rijbewijs in aanmerking komt van staat tot staat). Dit betekent dat meer dan één op elke tien automobilisten aldaar een tiener is en bijna vier op elke honderd automobilisten zeventien jaar of jonger.
Misschien heeft uw tienerzoon of -dochter al een rijbewijs of zou hij of zij er graag een willen hebben. Maar zijn ze werkelijk voorbereid op de verantwoordelijkheid die het besturen van een auto met zich brengt? Overweeg waarom dit zo’n belangrijke vraag is.
In slechts vier landen — te weten: de Verenigde Staten, Frankrijk, Duitsland en Japan — vallen elk jaar bij verkeersongevallen meer dan 100.000 doden en meer dan zes en een half miljoen gewonden. Hoofd aan voet gelegd, zou de rij doden een lengte van 185 kilometer hebben! De gewonden zouden een 11.000 kilometer lange rij vormen — meer dan een kwart van de omtrek van de aarde!
Ja, meer automobilisten raken bij ongelukken betrokken dan ooit tevoren. ’Maar wat’, zo vraagt u zich misschien af, ’heeft dit te maken met het probleem of mijn zoon of dochter rijp is voor zijn of haar rijbewijs?’ Heel veel.
Het rijgedrag van jongeren
Jongeren zijn voornamelijk verantwoordelijk voor de toenemende dodentol die het verkeer eist. Vorige zomer verklaarde een Amerikaans verzekeringsblad: „De stijging van het ongevallencijfer kan worden teruggevoerd op een grote toename in het aantal jonge rijders”, een verklaring waaraan het blad nog toevoegde:
„Jaren praktijk hebben aan het licht gebracht dat de automobilist onder de 25 jaar — en met name de mannelijke automobilist vlak onder en boven de twintig — bij meer dan tweemaal zoveel ongelukken betrokken is dan bestuurders van oudere leeftijdsgroepen, elk jaar gemiddeld 40 van de 100 rijders.”
Denk eens even in: Veertig van de honderd, ofte wel twee van elke vijf jonge automobilisten zal dit jaar een auto-ongeluk krijgen! Aangaande het vooral bijzonder slechte rijgedrag van jongemannen merkte Dr. S. H. Schuman, lid van een uit doktoren en geleerden bestaand onderzoekteam, op: „Alhoewel jonge manlijke rijders [in Amerika] slechts een achtste deel van de geregistreerde rijdende bevolking uitmaken, zijn ze verantwoordelijk voor een derde van alle ongelukken met dodelijke afloop.”
Ook in Nederland blijken zeer veel jongeren uit de groep van 15 tot 24 jaar bij verkeersongevallen betrokken te zijn. Kijken we naar de cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek over het jaar 1971, dan komen we tot de ontdekking dat 793 van de 3167 doden die dat jaar in het verkeer vielen en 30.439 van de 72.167 personen die gewond raakten, tot bovengenoemde groep jeugdigen behoorden, ofwel bij elkaar ruim 41 van elke 100 verkeersslachtoffers. Exacte cijfers over de situatie op de Amerikaanse wegen lezen we in het blad Traffic Safety (Veilig verkeer) van de Amerikaanse Raad voor de Veiligheid:
„De Nationale Bond voor Veilig Transport heeft een verslag vrijgegeven van een onderzoek naar het voorkomen van ongevallen waaruit blijkt dat jaarlijks op de Amerikaanse snelwegen duizenden 15- tot 24-jarige rijders meer omkomen dan, verhoudingsgewijs, ten opzichte van het aantal andere automobilisten ’normaal’ zou zijn. . . .
Tot de 17.700 jongeren die in 1969 door een verkeersongeval de dood vonden, behoorden 7400 jonge chauffeurs die niet waren gestorven als de ongevallenverhouding hetzelfde was geweest als die bij de groep chauffeurs van 25 jaar en ouder. . . . Dit onevenredige verlies betreft, aldus de bond, ’voornamelijk jongemannen’.”
Het verlies aan jonge mensenlevens ten gevolge van verkeersongevallen heeft een tragische omvang aangenomen. Neem het jaar 1966. De Vietnamese oorlog liep tegen zijn hoogtepunt. Nochtans stierven er dat jaar in het Amerikaanse verkeer meer dan tweemaal zoveel jongemannen — 12.200 — dan in het verre Vietnam!
Het zou al erg genoeg zijn als deze jonge autorijders alleen zichzelf de dood injoegen, maar ze nemen anderen met hen mee. Meerijdende passagiers, inzittenden van andere wagens en voetgangers — voor duizenden van hen is een auto in handen van een jeugdige bestuurder al een dodelijk projectiel geworden. Zou ook uw kind een ernstige bedreiging kunnen gaan vormen voor het leven en de veiligheid van anderen?
Slechts een minderheid schuldig?
Misschien bent u van mening dat slechts een minderheid verantwoordelijk is voor de afschuwelijke slachting die door jonge mensen in het verkeer wordt aangericht. Maar is dit zo? Bezorgt een kleine minderheid de rest een slechte reputatie?
Wel, denk dan nog eens aan dat statistische gegeven: Ongeveer 40 van elke 100 rijders onder de leeftijd van 25 jaar zijn jaarlijks bij een auto-ongeval betrokken. Dat is geen kleine minderheid. Dus zodra een tiener medechauffeur van de gezinsauto wordt, is het wellicht geen overbodige luxe de verzekering een flink stuk te verhogen.
Maar hoe komt het dat jonge rijders zoveel bij ongelukken betrokken raken?
De oorzaken van hun slechte rijgedrag
Hoewel gebrek aan ervaring volgens de meeste rij-instructeurs de voornaamste factor vormt, is misschien een nog belangrijker oorzaak van hun slechte rijgedrag wel gelegen in hun aard als jongeren zelf. Zij zijn geneigd tot overmoed en onnadenkendheid, missen oordeel en hangen graag de branie uit. Autoriteit P. W. Kearney wond er geen doekjes om toen hij over jonge rijders schreef: „Hun oordeel is infantiel — en hun ’heer-zijn in het verkeer’ staat gelijk aan dat van kinderen die in de wieg vechten om een rammelaar!”
Achter een autostuur kunnen zulke jeugdige karaktertrekken vaak fataal blijken. Dit ervoer een zeventienjarige scholier, ster van de schoolvoetbalploeg, die tijdens de eerste avond dat hij alleen in een auto zat, op een oversteekplaats een moeder met kind aanreed toe hij snel wilde optrekken. De sportcoach van de jongen gaf de volgende verklaring:
„Als men het mij vraagt was Harvey emotioneel nog niet rijp om te rijden. Hij is in de kleedkamer altijd prikkelbaar en jaagt andere spelers op stang. Het is een ’showbink’ die licht is aangebrand. Zijn instelling bleek wel uit de manier waarop hij reed zodra hij zonder toezicht was. Hij moest en zou het eerste weg zijn toen het licht op groen sprong.”
Dr. M. Ross schijnt gelijk te hebben. Deze docent in de psychologie merkte op: „De auto is in feite een uitbreiding van onze persoonlijkheid en de manier waarop wij rijden, tekent ons ten voeten uit.” Bijgevolg dient dit feit niet over het hoofd te worden gezien: Een jongere vertoont nu eenmaal doorgaans de karaktertrekken van een jongere, en het zijn deze karaktertrekken die vaak bijdragen tot het ontstaan van verkeersongevallen.
Ouders dienen dit feit te onderkennen en ernstig het volgende te overwegen: Is mijn kind werkelijk rijp voor zijn rijbewijs? Zouden zij anders niet op zijn minst medeverantwoordelijk zijn wanneer hun kind betrokken raakt bij een verkeersongeval waarbij doden en gewonden vallen?
’Maar wat moet ik dan doen?’ vraagt u misschien. ’Moet ik hem weigeren zijn rijbewijs te halen?’
Ouderlijke verantwoordelijkheid
Dat is een beslissing die u zelf zult dienen te nemen. Velen menen dat het wel de beste oplossing is en zijn voor het uitvaardigen van wetten die jonge mensen het rijden verbieden. Anderen daarentegen geloven dat er betere en ten opzichte van de jongeren ook eerlijker oplossingen mogelijk zijn. Hun argument komt hierop neer dat een verhogen van de rijbevoegde leeftijd het aantal nieuwelingen op de weg, personen dus met weinig rijervaring, niet zal verminderen. En het is voornamelijk dit gebrek aan ervaring dat men als de voornaamste oorzaak van auto-ongelukken ziet, waarbij de leeftijd waarop men begint te rijden er weinig toe doet.
Misschien besluit u dus toch toe te staan dat uw kind tamelijk jong leert autorijden. Denk echter niet dat uw verantwoordelijkheid ophoudt wanneer u hem eenmaal naar een rijschool hebt gestuurd.
U bent er niet wanneer u ervoor hebt gezorgd dat uw kind op deskundige wijze een auto kan besturen of zelfs in noodsituaties precies heeft geleerd wat hij moet doen. Het inprenten van een juiste instelling is van even groot, zo niet groter belang.
Het inprenten van een bezadigde, rijpe houding
Uw kind is misschien nog maar een tiener, maar achter het stuurwiel van een auto zal hij, en dit is absoluut noodzakelijk, een stabiele persoonlijkheid moeten zijn die hoge eerbied voor leven en bezittingen heeft. Het is uw verantwoordelijkheid ervoor te zorgen dat hij dat is. Geef u moeite hem hoffelijkheid bij te brengen, respect voor de wet, voorzichtigheid en achting voor de rechten van anderen.
Een voorname methode hiertoe is het verschaffen van een goed voorbeeld door de wijze waarop u zelf rijdt. De belangrijkheid hiervan beklemtonend, schreef een bekende psychoanalist, Dr. B. Bettelheim: „Al overtreedt een ouder slechts bij tijd en wijle een verkeerswet, toch kan dit voldoende zijn om het kind de overtuiging te ontnemen dat het altijd en telkens alle regels moet gehoorzamen. Het af en toe overtreden van de snelheidslimiet of het ongeduldig negeren van een stoplicht kan, wanneer het door een ouder wordt gedaan, bij de jongere het idee wekken dat ’volwassen-zijn’ betekent de wet ongestraft te kunnen overtreden.”
Belangrijk is ook uw kind tijdens het rijden te leren denken, altijd bezig te zijn met het analyseren van de verkeerssituatie. Eén ouder die hier een soort spelletje van maakte, vertelde ons:
„Mijn zoon . . . zit naast me, voorin de auto, en kijkt of hij situaties opmerkt die voor ons gevaar zouden kunnen opleveren. We naderen bijvoorbeeld een rij geparkeerde auto’s. In één ervan zit nog een bestuurder. Wat moet de bestuurder van onze auto doen, als die chauffeur plotseling de weg op zou schieten of aan de verkeerde kant de deur open zou doen? Daar verderop is een verscholen weg waar ineens een auto uit kan komen. Wat doen we om op die gevaarlijke mogelijkheid bedacht te zijn? Vóór ons verschijnt een onoverzichtelijke bocht. Wat gaan we doen?”
Sommigen menen wellicht dat jonge mensen over zulke snelle reflexen beschikken dat ze nog op het laatste moment ongelukken kunnen voorkomen. In de praktijk blijkt echter de fractie van een seconde die men sneller bij het rempedaal is, veel minder gewicht in de schaal te leggen dan een zorgvuldige rijstijl die een dergelijke actie onnodig maakt.
Nog een andere methode om uw kind te doordringen van de belangrijkheid van veilig rijden, is hem uit de eerste hand te laten ervaren wat er met verkeersovertreders gebeurt. Het plaatselijke kantongerecht is daarvoor een goede plaats. En hebt u contact met de kantonrechter, dan kan deze het misschien wel zo regelen dat u een aantal zaken kunt bijwonen die vooral voor tieners bijzonder instructief zijn en niet zullen nalaten een diepe indruk achter te laten.
Bijzonder effectief kan ook een bezoek aan de eerste-hulp-afdeling van een ziekenhuis zijn en te zien hoe verkeersslachtoffers worden binnengebracht. Dit zal stellig een onuitwisbare indruk achterlaten en het belang van veilig rijden duidelijk onderstrepen! Allicht dat u toestemming tot zo’n bezoek krijgt, wanneer u in verband daarmee informaties inwint en de reden ervoor uitlegt.
Het is niet overdreven te zeggen dat de toekomst van uw kind in verrassend grote mate zal afhangen van de wijze waarop u toezicht op zijn autogebruik uitoefent. U kunt uw ogen niet sluiten voor de gevaren die hij loopt wanneer hij achter het stuurwiel plaatsneemt. De gevaren zijn er, heel wezenlijk en reëel! Ze zijn niet denkbeeldig! Doe derhalve alles wat u kunt om uw kind tot een veilige chauffeur te maken. Zijn leven, en dat van anderen, kan ervan afhangen.