Een uitdagende puzzle
Door Ontwaakt!-correspondent in Venezuela
VINDT u puzzelen een uitdagende bezigheid? Wat zou u dan denken van een puzzle van 600 kilo met enkele stukjes van ruim twee meter? Dat zou een ’reus van een puzzle’ zijn, niet? Nu, dat is, of beter gezegd, was deze ook precies — het skelet van een reus in het dierenrijk: de walvis!
Niet zo lang geleden had ik op het eiland Margarita, voor de kust van Venezuela, een gesprek met een professor die de beenderen van een walvisskelet had verzameld en aan elkaar gevoegd. Een uitdagende opgaaf, maar met welk doel ondernomen?
Hij ging ervan uit dat het voor veel biologiestudenten aan de Universiteit del Oriente op Margarita, een leerzame ervaring zou zijn de aan elkaar gepaste stukken van een walvisskelet te kunnen bestuderen. Dus nam hij de uitdaging aan.
Op het moment dat hij deze beslissing nam, lag de dode walvis nog op de kust van het eiland Cubagua, waar inheemse vissers hem al tien jaar geleden hadden waargenomen. Nu boden deze zelfde vissers edelmoedig aan om in hun kleine bootjes de zee te trotseren en het reusachtige skelet in delen naar de universiteit te brengen. In één keer zou dit namelijk niet gaan. Ze zouden verscheidene malen heen en terug moeten.
Daar lag ie dan, het skelet, zorgvuldig door de vissers gedeponeerd op de vloer van het Centrum voor Wetenschappelijk Onderzoek, alleen: wel in allerlei stukken lukraak door elkaar. Het was één grote stapel knekels! De professor kon gaan puzzelen!
Eerst moesten echter de beenderen worden gereinigd. De zon en het zand hadden wat dit betreft al het grootste deel van het werk gedaan, maar desondanks waren de beenderen nog verre van schoon en blank.
Bijna twee maanden lang was het dus schrobben en nog eens schrobben geblazen. Alleen het vet wilde niet van de beenderen af — niets hielp geen schoonmaak- , bleek- of wasmiddel. Ten slotte kwam iemand op het idee een fornuisreiniger toe te passen.
De professor probeerde een stukje bot, en warempel, het lukte! Daarna was het schoonmaakkarwei gauw geklaard en kon er met de montage worden begonnen.
Daarbij trad duidelijk de wijsheid van de Schepper, Jehovah God, aan het licht. Geen twee stukjes bot waren volkomen gelijk. Dit verschijnsel bleek voor de puzzelaars een reuzehulp, en vooral bij het in elkaar zetten van de wervelkolom had men er veel profijt van.
Tussen elke twee wervels bevindt zich een schijf. De vlakken van zo’n schijf zullen slechts passen op een wervel met overeenkomend oppervlak. Bij het in elkaar zetten van de wervelkolom ontdekte men dat sommige wervels bij geen enkele wervelschijf leken te passen. Dit leidde tot de conclusie dat er nog meer wervels moesten zijn. En inderdaad, bij een expeditie naar het eiland werden nog meer wervels ontdekt.
Voor het eigenlijke monteerwerk bracht men de beenderen naar een garage over. Daar werden kop, ribben en kleinere botten met bronzen schroeven aan elkaar bevestigd.
Wat de wervels betreft, deze werden aan een stalen buis geschoven. In het midden van elke wervel en schijf, alsmede in de kop boorde men een gat, waarna men daar doorheen de buis stak die zo wervelkolom en kop bij elkaar hield. Van de lengte van de ruggegraat krijgt men enigszins een idee als men weet dat hij van de achtermuur van de garage door de buitendeur tot aan de stoeprand reikte! Stelt u zich de verbazing voor van de nietsvermoedende wandelaars die plotseling hun weg versperd vonden door de ruggegraat van een walvisskelet!
De schedel van een walvis is erg zwaar, en maakt bijna een vierde deel uit van zijn totale gewicht. De eerste maal dat men het skelet poogde op te zetten, boog het steunwerk dan ook door. Door echter de kop wat te verplaatsen en een nieuw steunpunt te kiezen, kon gelukkig hetzelfde steunwerk gehandhaafd blijven.
Na zijn voltooide en opgezette „puzzle” eens van een afstandje te hebben bewonderd, kon de hoogleraar van de universiteit meer dan tevreden zijn over het feit dat hij de onderneming had gewaagd. Maar wat nu? Wat moest er met de walvis gebeuren?
De gedachte aan een zeemuseum had hem en ook andere hoogleraren aan de universiteit reeds lang door het hoofd gespeeld. Nu bestond er stellig een basis voor. Waarom dus niet iets in die richting geprobeerd?
Naarmate het project vorm begon aan te nemen, laaide het enthousiasme ervoor op. Mensen die er de opvoedkundige waarde van inzagen, kwamen met schenkingen aandragen. Zij brachten koralen, schelpen, ankers, schaaldieren — ja, alles wat maar met de zee te maken had. Exemplaren van vissoorten die langs de kust van Margarita worden aangetroffen, algen, foto’s waarop te zien is hoe oesters en mosselen worden verzameld, haaie- en dolfijneskeletten — dat alles behoort nu tot de dingen die men in het museum kan bezichtigen.
Natuurlijk heeft de walvis zijn eigen ereplaatsje. Spoedig zullen zijn beenderen helemaal glad en wit zijn, aangezien ze nu met een kleine handschuurmachine gladgeschuurd, en daarna, om ze te conserveren, met een doorzichtige plasticlaag overspoten zullen worden.
En zo — door het initiatief van iemand die bereid was een uitdaging onder de ogen te zien — kwam het te gebeuren dat het Centrum voor Wetenschappelijk Onderzoek van de Universiteit del Oriente op het Venezuelaanse eiland Margarita een Zeemuseum rijk werd.