Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g73 22/8 blz. 12-15
  • Hoe groot was Karel de Grote?

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Hoe groot was Karel de Grote?
  • Ontwaakt! 1973
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Zijn militaire wapenfeiten
  • Zijn staatsbeleid
  • Zijn culturele belangstelling
  • Zijn godsdienstigheid
  • Hoe groot?
  • Welke houding de katholieke Kerk tegenover de bijbel heeft ingenomen
    Ontwaakt! 1982
  • De hoer en „de koningen der aarde”
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1989
  • Waren de bekeringsmethoden van de christenheid christelijk?
    Ontwaakt! 1982
  • „Overeenkomstig hun wens”
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1959
Meer weergeven
Ontwaakt! 1973
g73 22/8 blz. 12-15

Hoe groot was Karel de Grote?

KAREL de Grote, een van de weinige mensen die reeds tijdens hun leven „Groot” zijn genoemd. Waarom? Wegens zijn militaire veroveringen, de opbouw van zijn rijk, zijn staatsbeleid, zijn bevordering van de landbouw, bruggen- en wegenaanleg, cultuur en onderwijs, alsmede wegens zijn grote belangstelling voor religie en ethische bekommernis om de geestelijke stand en het gewone volk.

Hoewel door tijdgenoten en geschiedkundigen van deze wereld „de Grote” genoemd, was hij in zijn leven beslist geen voorbeeld dat men jongeren voor ogen zou kunnen stellen, en zeker voor christelijke jongeren is hij geen model ter navolging. Ofschoon het terrein waarop zijn belangstelling zich bewoog, zijn wapenfeiten en zijn krijgsverrichtingen groot genoemd kunnen worden, kan dit ook van zijn meedogenloze ambities, zijn listen en lagen en zijn misdaden worden gezegd.

Karel de Grote werd omstreeks het jaar 732 G.T. als onwettig kind geboren; zijn vader en moeder konden er pas na zijn geboorte toe gebracht worden hun huwelijk wettelijk te laten registreren. Na eerst vanaf 768, bij de dood van zijn vader Pippijn de Korte, met zijn broer over het Koninkrijk der Franken te hebben geregeerd, werd hij al weldra in 771, nadat zijn broer op vreemde en plotselinge wijze de dood had gevonden, alleenheerser over de Franken. In 800 werd hij door de paus tot keizer gekroond en in 814 stierf hij.

Zijn militaire wapenfeiten

Karels grootvader, Karel Martel, had zijn bijnaam Martel (=strijdhamer) te danken aan zijn krijgsverrichtingen, in het bijzonder zijn overwinning in 732 bij de slag van Tours, waar hij de Arabische invasie in Europa een halt toeriep. De zoon van Karel Martel, Pippijn de Korte maakte zichzelf eveneens naam door het verrichten van roemrijke wapenfeiten. Hij kreeg de paus zover dat deze zijn goedkeuring hechtte aan zijn toeëigening van de Frankische koningstroon op grond van de stelling dat de troon beter bezet kon worden door iemand die daartoe de bekwaamheid had, dan door iemand die daartoe wel het wettelijke recht had maar een op eigen genoegens uitzijnde zwakkeling was. Zonder veel plichtplegingen stelde de katholieke waardigheidsbekleder Bonifatius Pippijn als heerser aan, vandaar dat hij de eerste Europese monarch werd die zichzelf „koning bij de gratie Gods” noemde. Te dien tijde bestond het koninkrijk der Franken grotendeels uit wat nu Frankrijk en West-Duitsland is.

Nog als betrekkelijk jongeman en mederegeerder met zijn broer onderdrukte Karel de Grote met geweld een opstand in Acquitaine, in wat nu Zuidwest-Frankrijk is. Het was de eerste van meer dan vijftig militaire veldtochten waaraan hij deelnam. Toen de paus zijn hulp inriep omdat hij bedreigd werd door de Lombardische koning Desiderius, versloeg Karel die regeerder en greep de gelegenheid onmiddellijk aan om het gebied van de Lombarden bij zijn rijk in te lijven en zich tot koning van Lombardije uit te roepen.

Karels militaire veroveringen in Italië konden evenwel niet worden doorgezet wegens de Saksen, die voortdurend plundertochten in het Frankische Rijk hielden en die Karel de Grote genoodzaakt was terug te drijven. In de loop van drieëndertig jaar moest hij achttien veldtochten tegen hen organiseren voordat zij geheel en al aan hem onderworpen waren. Volgens de New Catholic Encyclopedia (Deel 3, blz. 497) gingen deze oorlogen „vergezeld van buitengewone wreedheden en gedwongen deportaties . . . de Saksische weerstand werd gevoed door Karels pogingen om de Saksen te dwingen het christendom te aanvaarden”. Wat een aanfluiting om „buitengewone wreedheid” te gebruiken ten einde mensen te dwingen „het christendom te aanvaarden”! Natuurlijk is Karel de Grote noch de eerste noch de laatste geweest die misdaden in de naam van de „christelijke” religie heeft begaan.

Ambitieus strevend naar een groot rijk, wist hij door middel van intriges en bedreigingen met geweld Beieren aan zijn rijk toe te voegen. Dit bracht hem in aanraking met weer een ander opstandig volk, de Avaren, een zeer gevreesde nomadenstam, verwant aan de Hunnen. Eeuwenlang waren zij de gesel van Europa; bij één gelegenheid voerden zij 270.000 gevangenen weg uit Constantinopel. De historicus Lord spreekt over hen als barbaren die „alleen maar dachten aan plunderen”, die „meer geducht waren om hun aantallen en de vernielingen die zij aanrichtten dan om hun militaire bekwaamheid”. Hun verzet tegen Karel de Grote was zo hevig dat hij hen tegen de tijd dat hij hen had onderworpen, ook bijkans had uitgeroeid.

De enige grote militaire nederlaag die hij leed, was bij de terugkeer van een veldtocht in Spanje. Te Roncesvalles vielen de Basken de nietsvermoedende achterhoede van zijn leger aan, doodden 20.000 van zijn soldaten en vertrokken met alle buit die Karel de Grote had veroverd.

Als resultaat van zijn veldtochten en politieke sluwheid kon hij zijn rijk tot grote omvang uitbreiden, zodat het ten slotte het huidige Frankrijk, West-Duitsland, Oostenrijk, Zwitserland, Nederland, België, een gedeelte van Spanje en een flink stuk van Italië omvatte. Men zou kunnen zeggen dat zijn territoriale ambities werden bekroond ten koste van zijn geweten. Maar geeft succes op zich een regeerder het recht „Groot” genoemd te worden?

Zijn staatsbeleid

Volgens zeggen heeft Karel de Grote Europa door zijn veroveringen niet alleen uiterlijk maar door zijn staatsbeleid ook innerlijk veranderd. Hij liet verbeteringen aanbrengen in de wetgeving en deze op schrift stellen en vaardigde een „volumineuze stroom” voorschriften, zogenaamde „capitularia” uit. Hiermee niet tevreden, zond hij ook twee aan twee commissarissen uit, de missi dominici, om de mannen te controleren die hij in zijn verschillende rijksdelen in posities van toezicht had aangesteld. Gewoonlijk was een van deze twee gezanten een wereldlijke functionaris en de andere een religieuze waardigheidsbekleder. Dezen leenden hun oor aan klachten en zetten zaken recht, want, zoals Karel verklaarde, „kan de keizer niet elke onderdaan afzonderlijk met de nodige zorg omringen en de noodzakelijke tucht bijbrengen”.

Hij hield zich ook bezig met het repareren en aanleggen van bruggen en wegen, moedigde het toepassen van verbeterde landbouwmethoden aan en liet bevolkingsgroepen in het belang van zijn rijk verhuizen. Hij voerde een uniform systeem van maten en gewichten in en verving de zevenenzestig verschillende, plaatselijk gemunte geldsoorten door één soort voor het gehele rijk — opnieuw een meesterzet ten voordele van hemzelf en zijn regering. Zijn 12-tallige muntstelsel (pence, shilling en pound) werd overgenomen door de koning van Engeland, welk stelsel de Engelsen pas onlangs hebben gewijzigd. Frankrijk en Duitsland, die het 12-tallige stelsel van Karel de Grote reeds lang geleden lieten schieten voor het decimale stelsel, zijn hierin veel verstandiger geweest.

Zijn culturele belangstelling

Karel de Grote is wel beschreven als „een man met onverzadigbare intellectuele nieuwsgierigheid, veelzijdig in zijn belangstelling en uitputtend voor degenen van wie hij wat kon leren”. Dit alles zou men kunnen aanmerken als een ander aspect van zijn ambitieuze zelfzucht. Hij haalde de Angelsaksische geleerde Alcuinus, een van de geleerdste mannen van zijn tijd, over naar zijn hof te komen „om het zaad van geleerdheid in het Frankische Rijk te zaaien”. Vele anderen uit verschillende landen werden eveneens door Karel de Grote aangetrokken om aan zijn koninklijke hof te verblijven. Hij gaf priesters de opdracht in alle steden en dorpen scholen op te richten, waar ouders zonder enige geldelijke verplichting hun kinderen naar toe konden sturen, tenzij zij zich gedrongen voelden en in staat waren de opleiding van hun kinderen te bekostigen. Wegens dit feit kende de Franse schooljeugd tot voor kort een speciale dag voor deze „scholenstichter”, namelijk „Saint Charlemagne”.

Ook zijn belangstelling voor kunst was zeer groot, hetgeen de zogenaamde „Karolingische Renaissance” tot gevolg had.

Het nu in de meeste Westeuropese landen gebruikte lettertype kreeg op zijn aandraag vaste vorm. Dit lettertype staat in het algemeen bekend als „romein” ter onderscheiding van het gotische of Duitse sierlettertype. Karels inspanningen op onderwijsgebied droegen zoveel vrucht dat jaren later koning Alfred van Engeland de Franken om geleerden verzocht die hem bij de herstructurering van het onderwijs in zijn land zouden kunnen helpen. Een Franse geleerde merkte dan ook op: „Karel de Grote heeft het fundament gelegd voor al het huidige onderwijs.”

Zijn godsdienstigheid

Karel de Grote zou wat zijn godsdienstigheid betreft, vergeleken kunnen worden met de religieuze leiders in Jezus’ dagen, die in feite zeiden: ’Doe naar alles wat ik zeg, maar niet naar wat ik doe’, die muggen uitzogen en kamelen doorzwolgen (Matth. 23:2, 3, 24). Hij verbeeldde zich de goddelijke opdracht te hebben ontvangen, Gods koninkrijk hier op aarde te moeten oprichten; zijn methoden waren echter slinks, arglistig en buitengewoon wreed. Aan elk belangrijk project waaraan hij zich wijdde, hechtte hij een religieuze betekenis. Hij vernietigde de heidense afgodsbeelden en heilige bossen van de Saksen en stelde hen voor de keus gedoopt te worden of te sterven. Tegen het eind van zijn regering wist Alcuinus hem er echter van te overtuigen dat gedwongen bekeringen zinloos zijn, want een man kan wel gedwongen worden gedoopt te worden, maar niet gedwongen worden te geloven. Hoewel hij beleed in een vriendschappelijke verhouding tot de pausen te staan en hun bij meer dan één gelegenheid te hulp snelde als zij door militaire strijdmachten bedreigd werden, vertelt een historicus ons dat „het uiteindelijke resultaat van zijn politiek altijd een slag in het gezicht van de paus scheen te moeten inhouden”.

In bepaalde religieuze aangelegenheden toonde hij zich superieur aan de pausen en bisschoppen, terwijl hij zich vrij voelde hen op het gebied van de geloofsleer, de moraal en het nakomen van hun plichten te vermanen, allemaal terreinen waarop zij ernstig te kort schoten. Tot de vele concilies of kerkvergaderingen die hij bijeenriep, hoorde er ook een die ten doel had de leer te veroordelen dat Jezus de aangenomen in plaats van de werkelijke Zoon van God was, en bovendien de aanbidding van beelden te veroordelen, waarbij echter wel de vrijheid hiertoe bleef bestaan. Toen de paus protesteerde, week Karel de Grote geen duimbreed.

Hij was tamelijk goed op de hoogte van de bijbel en mocht hem graag citeren om zijn maatregelen kracht bij te zetten. Hij gaf blijk van zijn belangstelling voor de bijbel door er met behulp van zijn geleerde Alcuinus een herziene uitgave van voor te bereiden, over welk werk hij uitriep: „God helpt ons bij alles; wij hebben reeds een nauwkeurige tekstherziening voorbereid van alle boeken van het Oude en Nieuwe Testament, die door afschrijvers in hun onwetendheid zijn bedorven.” Hoewel hij in zijn persoonlijke leven verre te kort schoot in het voldoen aan Gods rechtvaardige vereisten, waarschuwde hij zijn onderdanen dat hun redding afhing van hun gedrag, daar God hen verantwoordelijk zou stellen voor hun daden.

Wat zijn persoonlijke rol bij de keizerkroning op 25 december 800 betreft,a toen paus Leo III hem de keizerskroon op het hoofd zette, daarover lopen de meningen der geschiedkundigen zeer uiteen. Velen zijn van oordeel dat hij alles al van tevoren wist, en er zeer content mee was. Anderen houden het evenwel bij de opvatting van zijn persoonlijke biograaf Einhart, volgens wie Karel de Grote als hij vooruit had geweten wat de paus van plan was, die dag niet de kathedraal was binnengegaan. Einharts mening wordt versterkt door wat er uit het latere leven van Karel de Grote bekend is: „De bejaarde keizer volgde een bepaalde koers . . . die erop duidde dat de keizerlijke titel in het kader van het interne bestuur van zijn rijk weinig nieuws betekende. Bij tijd en wijle leek een koninklijke actie volslagen in strijd te zijn met het gehele idee van een keizerrijk. . . . Nadat twee van zijn zoons waren gestorven, kroonde hij persoonlijk in 813 Lodewijk (de Vrome) tot zijn opvolger, waarbij hij het pausdom volledig buiten de verkiezing en installatie van de keizer hield.” — New Catholic Encyclopedia, Deel 3, blz. 499.

Hoe groot?

Ontegenzeglijk zijn er in de geschiedenis maar weinig mannen geweest die zoals Karel reeds gedurende hun leven door vele tijdgenoten „de Grote” zijn genoemd. Niet allen noemden hem evenwel zo. Wegens de onmeedogendheid waarmee hij zijn ambitieuze plannen volvoerde, is er meer dan één samenzwering tegen zijn leven op touw gezet, waarvan er één (waarbij zijn eerstgeboren zoon betrokken was, die door Karel de Grote met geringschatting werd behandeld omdat hij een bochel had) bijna succes had. Nochtans is het niet belangrijk hoe mensen over Karel de Grote dachten en denken, maar hoe God over hem moet hebben gedacht. God ziet het hart aan (1 Sam. 16:7). De wetten van Jehovah God inzake de heiligheid van bloed en menselijk leven hadden voor Karel de Grote niets te betekenen. Ongetwijfeld zal hij van de stelregel zijn uitgegaan dat „het doel de middelen heiligt”. Hoewel hij bovendien anderen, tot de paus aan toe, op het gebied van de moraal de les las, waarbij hij het vooral gemunt had op de geestelijken en de monniken die in zijn tijd berucht waren om hun seksuele immoraliteit, hield hij er ondertussen zelf maîtresses en concubines op na. Zoals een van zijn biografen het onder woorden bracht, was zijn regering er een „waar moord, uitroeiing, en plundering hand in hand gingen met hervorming, verlichting en vereniging van [een gedeelte van] Europa”. Wat ook tegen hem pleit, is de niets ontziende wijze waarop hij Beieren aan zijn rijk toevoegde en de Avaren versloeg. Hij was zelfs bereid de misdadige keizerin Irene te trouwen om het Byzantijnse Rijk met het zijne te kunnen verenigen.

Historici beschouwen over het algemeen zijn onthoofding van 4500 Saksische gevangenen op één dag — wegens hun deelname aan een opstand — als de „ernstigste smet op zijn leven”. En hoewel hij zich er vaak over uitliet dat hij zich bezorgd maakte over zijn lot in de handen van God, wordt er nergens melding van gemaakt dat hij van berouw overstelpt was wegens deze daad van bloedvergieten. Hij had de Saksen hierdoor een lesje willen leren, daar zij telkens tegen hem in opstand kwamen. Met deze terechtstelling schoot hij zijn doel echter volledig voorbij, want in plaats dat de Saksen met vrees werden vervuld, werden zij nog opstandiger! In zijn religieuze eigenwaan wilde hij bekend staan als „koning David”; maar voor zijn oorlogen kon hij op geen enkel goddelijk gebod wijzen, wat koning David wel kon. Behalve dat, gaf koning David uiting aan oprechte smart en berouw als hij een overtreding had begaan.

Ook moet worden erkend dat de eenheid die er in zijn rijk bestond, hoofdzakelijk te danken was aan zijn eigen sterke persoonlijkheid. Zijn staatkundige bouwwerk was evenwel niet hecht, want het „viel spoedig na zijn dood uiteen”, zo verhaalt zijn biograaf Winston. Ofschoon hij bekend stond als „Karel de Grote”, is hij noch groot geweest in de ogen van God noch in de ogen van degenen wier maatstaven door Gods Woord worden bepaald.

[Voetnoten]

a Hoewel veel autoriteiten deze datum als het begin van het Heilige Roomse Rijk geven, stellen andere de datum op 962, toen Otto I van Duitsland door de paus tot keizer werd gekroond.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen