Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g73 22/7 blz. 21-24
  • Mijn nieuwe thuis in Duitsland

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Mijn nieuwe thuis in Duitsland
  • Ontwaakt! 1973
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Buitenlandse arbeidskrachten in Duitsland
  • Leven en religie thuis
  • Een belangrijke ontdekking
  • Moeite gedaan om anderen te helpen
  • Ik groeide op in Nazi-Duitsland
    Ontwaakt! 1983
  • Kennismaken met onze buitenlandse buren
    Ontwaakt! 1978
  • Jongeren loven Jehovah in het naoorlogse Duitsland
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1978
  • Gast
    Inzicht in de Schrift, Deel 1
Meer weergeven
Ontwaakt! 1973
g73 22/7 blz. 21-24

Mijn nieuwe thuis in Duitsland

DE ZON was nog niet op. Dauw bedekte nog de velden en weiden toen ik mijn ouderlijk huis in een klein dorpje in het midden van Griekenland verliet. Mijn ouders vergezelden me naar de trein. Hoewel we erg ons best deden, konden we haast niet praten. Onze gedachten werden volledig in beslag genomen door de steeds nader komende scheiding.

Toen wij ten slotte bij het station aankwamen vanwaar de „gastarbeiders” hun tocht naar Duitsland zouden beginnen, zagen we alleen maar door tranen gestreepte gezichten en hoorden we slechts verdrietige afscheidsgroeten. Met wanhoop in het hart zagen we de trein naderen als een stalen voorwerp dat op wrede wijze de nauwe gezinsbanden voor enige tijd — en in sommige gevallen voor altijd — zou verbreken.

Ik zal nooit het moment vergeten kort voordat de trein vertrok, toen mijn moeder mij voor de laatste maal in haar armen nam. Zij maakte zich zorgen over mij, dat kon ik wel merken. Snikkend wenste zij mij het beste toe in mijn nieuwe land. Nog kan ik het trillen van haar hand voelen waarmee zij voor het laatst mijn wangen streelde terwijl zij mij smeekte haar nooit te vergeten. Toen zette de trein zich in beweging en wij wuifden elkaar met onze zakdoeken een laatste vaarwel toe.

Na dit afscheid hield mijn geest zich druk bezig met de toekomst. Wat stond me in Duitsland te wachten? Ik had een werkcontract met een grote machinefabriek in München. Maar waar zou ik wonen? Hoe zou ik mijzelf voor mijn nieuwe collega’s verstaanbaar kunnen maken?

Twee dagen later rolde de trein het Hauptbahnhof van München binnen. Duizenden verlieten de trein en vulden het sombere station om daar op verdere instructies te wachten.

Uitgeput van de lange reis, registreerde ik in mijn onderbewustzijn nog slechts vaag het geroezemoes van stemmen. Vreemde klanken maakten mij duidelijk dat ik me op grote afstand van mijn geboortedorp bevond.

Na enige tijd werd ook ik toegewezen aan een groep arbeiders die naar hun woonruimten zouden worden gebracht. Toen ik zag waar ik moest verblijven, overviel mij onmiddellijk een gevoel van heimwee. Ik was niet gewend aan rijkdom, maar op dat moment waardeerde ik des te meer het schone en liefelijke huisje van mijn ouders.

Hier moest ik in barakken leven. Een gids wees me mijn bed en een klein kastje om mijn spullen in op te bergen. Ik zou met vijf landgenoten dezelfde kamer delen.

Buitenlandse arbeidskrachten in Duitsland

Het was in 1962 dat ik in Duitsland aankwam, kort nadat er een begin was gemaakt met het aanwerven van Gastarbeiter. Ofschoon deze maatregel slechts als een tijdelijke noodsprong was bedoeld, bleef het aantal binnenkomende buitenlandse arbeiders met grote snelheid toenemen. Alleen in 1969 werden er door de industrie reeds 400.000 buitenlandse arbeiders in dienst genomen, terwijl de arbeidsbureaus berichtten dat er nog wel voor 700.000 personen meer werk was geweest!

De toeloop van gastarbeiders naar West-Duitsland — voornamelijk afkomstig uit de Zuideuropese landen — is dus blijven aanhouden. Het aantal buitenlandse arbeidskrachten bereikte in 1969 een hoogtepunt van 1,5 miljoen, maar was in januari 1972 reeds gestegen tot ruim 2,1 miljoen. Dit laatste aantal bestond uit 384.303 Italianen, 264.427 Grieken, 175.998 Spanjaarden, 449.676 Turken, 57.180 Portugezen en 434.893 Joegoslaven. Ongeveer één op elke tien arbeiders in West-Duitsland is nu een buitenlander!

In het begin bleven de meeste geworven arbeiders net lang genoeg om van hun verhoudingsgewijs hoge Duitse loon een „spaarpotje” over te houden. Maar de laatste tijd bestaat onder hen steeds meer de tendens zich blijvend in Duitsland te vestigen. In Stuttgart wonen zo’n 80.000 buitenlanders, van wie ongeveer 70 percent zich al vijf jaar of langer in West-Duitsland bevindt.

Duitsland is sterk afhankelijk geworden van zijn „gastarbeiders”. Zo heeft bijvoorbeeld in Stuttgart bijna 40 percent van de 4000 personen die als werknemer staan geregistreerd, een vreemde nationaliteit. Vaak worden de buitenlanders gebruikt voor het minder aangename werk. Zij halen vuil op, vegen de straten, delven graven, enzovoort. Een Stuttgartse stadsfunctionaris merkte op: „Voor vuil, onprettig of gevaarlijk werk kunnen we niet langer voldoende Duitsers krijgen.”

De gastarbeiders hebben evenwel ook een groot aandeel aan de instandhouding van Duitslands industriële kracht. In een van Stuttgarts grootste bedrijven bestaat 75 percent van de werknemers uit buitenlanders! En in Wolfsburg, de „vaderstad” van de volkswagen, heeft men zo’n 8000 buitenlandse krachten aangeworven om de lopende banden in beweging te houden.

Daar in onze eigen landen de werkgelegenheid zeer beperkt was, waren wij, nieuw-aangekomenen, bijzonder dankbaar hier werk te kunnen vinden. Velen van ons hadden tevoren schapen gehoed en waren alleen bekend met het leven op het platteland. Nu werden wij opgeleid voor werk in fabrieken of werkplaatsen, terwijl wij ons aan een nieuwe omgeving moesten aanpassen. Dit betekende voor ons een reusachtige verandering.

Leven en religie thuis

In de Zuideuropese landen waar wij vandaan komen, is de gezinsband enorm sterk. Het gezin is in denken en doen één. Zelfs in de armste huisgezinnen houdt men zich aan strikte zeden en gewoonten. Dit soort van leven drukt natuurlijk ook zijn stempel op het religieuze denken.

De vader wordt in het algemeen door allen erkend als het hoofd van het gezin. Zijn beslissingen zijn in alle aangelegenheden doorslaggevend. Derhalve wordt ook zijn religieuze zienswijze door allen in het gezin aanvaard en als juist beschouwd. Vaak hoort men zeggen: „Ik blijf bij wat mijn vader me heeft geleerd.”

Velen van ons die voor het eerst in West-Duitsland kwamen, hadden nooit eerder beseft dat er nog meer religies dan die van hun ouders bestonden. Wij groeiden op in dorpen waar de dorpshoofden en priesters geëerd werden als „geleerde” mannen. Het is dan ook te begrijpen dat de meesten van ons zich voor hun komst naar Duitsland rotsvast hadden voorgenomen trouw te blijven aan hun overgeërfde familietradities.

Een belangrijke ontdekking

De brieven die ik van mijn ouders ontving, sloegen als het ware een brug naar mijn geboorteland. Verlangend wachtte ik altijd op nieuws. Vaak vergat ik door deze brieven mijn verdriet en eenzaamheid. Maar na korte tijd sloeg dan de eenzaamheid opnieuw toe. Hoewel ik vaak met mijn kamergenoten over onze problemen sprak, bleef alles hetzelfde.

Tot er op een dag dat ik weer aan het peinzen was, iemand aan de deur klopte. De man zei dat hij een boodschap voor mij had. Hij zei dat hij zesenzestig zeer belangrijke brieven bij zich had, die men met hetzelfde enthousiasme zou moeten lezen als de brieven van thuis. Dit waren de boeken van de door God geïnspireerde Heilige Schrift.

Tijdens het gesprek dat zich daarna ontwikkelde, leerde ik van de bezoeker dat de naam van God Jehovah is en dat God het voornemen heeft een rechtvaardige ordening op aarde te brengen. Die nieuwe ordening zal, zo vertelde de man, de gehele mensheid verenigen en alle nationale grenzen wegvagen; gezinnen zullen niet meer gescheiden worden en elkeen zal de vrucht van zijn eigen arbeid genieten. Deze woorden troffen mij in het hart. Ik wilde meer over Gods voornemen weten. Maar ik zei wel dat ik niet van geloof zou veranderen.

Deze bedienaar — een van Jehovah’s getuigen — bezocht mij geregeld om me te helpen de prachtige waarheden uit de bijbel te begrijpen. Mijn kamergenoten bespotten mij hierom, maar wat ik leerde maakte mij zo geestdriftig dat ik vastbesloten was met mijn studie van de bijbel door te gaan, welke schampere opmerkingen zij ook zouden maken. Ik begon de vergaderingen van Jehovah’s getuigen te bezoeken en ontdekte dat ik daar onder mensen was die niet alleen dezelfde problemen hadden als ik, maar die me ook begrepen en me wilden helpen. Mijn studie van de bijbel en bezoeken aan de Griekse vergaderingen overtuigden mij ervan dat ik de waarheid had gevonden.

Moeite gedaan om anderen te helpen

In de barakken waar ik woonde, waren veel mensen die zich in een zelfde situatie bevonden als ik. Ik voelde mij daarom verantwoordelijk om hun over mijn nieuwe hoop te vertellen. Enige tijd later symboliseerde ik mijn opdracht aan Jehovah God door middel van een onderdompeling in water; en sindsdien ben ik blijven toenemen in kennis van de bijbel.

Ik ben erg dankbaar voor de moeite die de Duitse Getuigen zich hebben getroost om ons, „gastarbeiders”, in Gods Woord te onderwijzen. Heel wat Duitse Getuigen zijn voor dit doel een vreemde taal gaan leren vooral Italiaans en Spaans. Grieks is een taal die men zich wat moeilijker eigen maakt, maar er werd toch veel Griekse lectuur verspreid en vele geïnteresseerde personen zoals ik werden in contact gebracht met de Grieks-sprekende Getuigen in Duitsland. De resultaten zijn verbazingwekkend geweest.

Spoedig waren er honderden en na verloop van tijd meer dan duizend Grieks-sprekende getuigen van Jehovah in Duitsland! Tegen januari 1972 waren er 1443! In het begin werden de geïnteresseerde Grieks-sprekende personen bij elkaar gebracht in kleine bijbelstudiegroepjes; daarna werden er gemeenten gevormd. In 1966 werd in Duitsland de eerste Griekse kring, bestaande uit een aantal gemeenten, in het leven geroepen. Nu zijn er twee van zulke kringen.

Hetzelfde verhaal kan verteld worden over de andere buitenlandse groepen in Duitsland. In januari 1972 waren de 803 Italiaans-sprekende Getuigen georganiseerd in verscheidene gemeenten en in één kring. Ook bestond er tegen die tijd een Spaanse kring van 415 Getuigen. Daarnaast waren er nog 157 Joegoslavische en 65 Turkse Getuigen in Duitsland. Wat op ons als „gastarbeiders” grote indruk heeft gemaakt, is de bereidwilligheid waarmee de Duitse Getuigen ons hebben geholpen, en de totale afwezigheid van klassenonderscheid en rassenbarrières onder Jehovah’s getuigen.

Ik voel mij nu thuis in Duitsland. Mijn „familie” is hier, waarmee ik wil zeggen dat ik de „huizen en broers en zusters en moeders en kinderen” heb ontvangen die Jezus al zijn ware volgelingen heeft beloofd (Mark. 10:29, 30). — Ingezonden.

[Grafiek op blz. 21]

(Zie publicatie voor volledig gezette tekst)

DUITSLANDS „GASTARBEIDERS”

1968

1970

1972

PORTUGEZEN

SPANJAARDEN

GRIEKEN

ITALIANEN

JOEGOSLAVEN

TURKEN

(DUIZENDTALLEN) 100 200 300 400

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen