Het vluchtelingenkamp te Sinda Misale
DE GETUIGEN van Jehovah die uit Malawi naar Zambia vluchtten, werden samengebracht in een vluchtelingenkamp nabij de grens tussen de twee landen. Dit kamp werd Sinda Misale gedoopt. Uit verschillende verslagen, met inbegrip van een rapport van de Zambiaanse minister voor ontwikkeling, de heer Reuben Kamange, is op te maken dat er ongeveer 19.000 getuigen van Jehovah daar als vluchteling hebben vertoefd.
Aangezien Zambia de Getuigen niet had uitgenodigd te komen, werden zij als ongewenste bezoekers behandeld. Het kamp werd door politietroepen geïsoleerd, zodat niemand er meer vrij in of uit kon.
De autoriteiten voorzagen in een bepaalde hoeveelheid materiële goederen, terwijl er daarnaast geld en goederen, afkomstig van Jehovah’s getuigen uit de gehele wereld, op omliggende bijkantoren van het Wachttorengenootschap binnenkwamen. Naar het bijkantoor in Zuid-Afrika werden alleen al bijna 1000 canvas dekzeilen en 157 grote kratten met kleding gezonden, nog afgezien van de dekens en andere goederen die binnenkwamen. Deze werden naar de vluchtelingen doorgezonden.
De Zuidafrikaanse Getuigen organiseerden nog een grote zending. Hierbij was tevens geld inbegrepen voor 10.000 nieuwe dekens, medicamenten en andere benodigdheden. Ook stonden er doktoren gereed, die zich vrijwillig hadden opgegeven. Deze aanbiedingen en bijdragen van Jehovah’s getuigen uit andere landen waren beslist meer dan voldoende om in alle behoeften van de vluchtelingen in Zambia te voorzien.
Na de eerste zendingen ontvingen Jehovah’s getuigen echter de mededeling dat er geen nieuwe goederen in het kamp zouden worden toegelaten. Daarna werden er pogingen ondernomen de goederen door middel van het Rode Kruis te zenden, maar deze hadden geen resultaat.
De Verenigde Naties zonden hun vertegenwoordigers naar Zambia om de toestand te onderzoeken. Toen er op 19 december werd vernomen dat een van deze functionarissen, de heer Emmanuel Dazie, in Zambia was, deden Jehovah’s getuigen elke mogelijke moeite om hem te spreken te krijgen. Zij wilden vernemen hoe hun christelijke broeders en zusters in het kamp het maakten en wilden regelingen treffen voor de hulpgoederen, zodat die naar hen toegezonden zouden kunnen worden. Maar tevergeefs. De heer Dazie wees de Getuigen af, zeggend dat hij erg bezet was en geen seconde tijd had om met hen te spreken.
Ondertussen stierven er, volgens de nu beschikbare berichten, in het Sinda Misale-kamp meer dan 350 Getuigen — voor het merendeel kinderen. Slecht water, ondervoeding en gebrek aan voldoende medische voorzieningen waren daarvan de oorzaak.
Ten slotte werd er door de functionarissen van Malawi en Zambia bepaald dat de getuigen van Jehovah te Sinda Misale weer naar Malawi zouden worden teruggezonden. Buiten medeweten van de Getuigen in het kamp werden hiertoe regelingen getroffen.
De terugkeer — bedrog in het spel
In december kregen de getuigen van Jehovah in het kamp van functionarissen te horen dat zij zouden worden overgeplaatst naar een ander kamp in Zambia. Tegen een dergelijke overplaatsing hadden zij geen bezwaar. Maar hun werd niet de waarheid verteld. Hun werkelijke bestemming was Malawi.
De Getuigen zijn met betrekking tot het doel van hun tocht misleid, zoals uit meer dan honderd gesprekken met Jehovah’s getuigen, die er rechtstreeks bij betrokken zijn geweest, overduidelijk is gebleken. Volgens de Londense Sunday Telegraph was hun verteld dat zij naar een ander kamp in Zambia zouden gaan:
„Op 20, 21 en 22 december arriveerde te Sinda Misale een stoet van in totaal 52 vrachtwagens en 13 bussen, bestuurd door Zambianen. Volgens een Afrikaanse journalist die het kamp bezocht . . . werd er tegen de getuigen van Jehovah gezegd dat zij moesten instappen om naar een ander kamp in Zambia te worden overgebracht.”
De vertegenwoordigers van de Verenigde Naties deden niets om het bedrog te verijdelen. Zij hadden er zelfs een aandeel aan. In de Times van Zambia van 23 december werd gezegd:
„De 19.000 Wachttoren-vluchtelingen die zojuist naar Malawi zijn gerepatrieerd, ’waren blij naar hun land te kunnen terugkeren’, zo verklaarde gisteren de Hoge Commissaris der V.N. voor Vluchtelingen, Dr. H. Idoyaga. . . .
Dr. Idoyaga zei dat hij en een directeur van de UNHCR [het Hoge Commissariaat der V.N. voor Vluchtelingen] uit Genève, de heer S. Dazie, medetoezicht hadden gehouden op de vrijwillige repatriëring.”
Ongeveer twee weken later stond er in de Times van 6 januari te lezen: „De hoge commissaris der Verenigde Naties voor vluchtelingen in Zambia, Dr. H. Idoyaga, zei dat de vluchtelingen blij waren dat zij terug konden.”
Maar dat was niet waar. De Getuigen wilden met het oog op de in Malawi heersende omstandigheden beslist niet terug. Als zij niet voor hun leven hadden moeten vluchten, zouden zij trouwens helemaal niet naar Zambia zijn gegaan. De Times van Zambia had dan ook eerder, op 18 december, juist bericht dat Jehovah’s getuigen „er de voorkeur aan geven in Zambia te blijven”. Ook in de Londense Sunday Telegraph stond: „In tegenstelling tot de verklaringen van officiële zijde, gingen Jehovah’s getuigen niet vrijwillig terug.”
Talloze vraaggesprekken met de Getuigen die bij de overplaatsing betrokken waren, hebben dit bevestigd. Het volgende is een samenvatting van wat er volgens deze Getuigen in werkelijkheid is gebeurd:
„Allereerst verklaarden deze broeders [getuigen van Jehovah] dat het niet waar was dat de broeders die in Sinda Misale waren, blij waren naar Malawi terug te keren. De politieautoriteiten en andere regeringsfunctionarissen die het toezicht hadden op het transport bedrogen de broeders door te vertellen dat zij naar een ander terrein gingen in het Petauke-gebied.
De functionarissen wachtten totdat alle leidinggevende broeders en anderen in de bussen waren gestapt, die werden bewaakt door politiemensen, en vertelden hun toen dat zij weer naar Malawi gebracht zouden worden.”
De Getuigen van Sinda Misale werden naar een kamp te Lilongwe, in Malawi, gebracht. Daar, op een oud vliegveld, werden zij opgewacht door Malawische functionarissen en honderden manschappen van de militaire politie.
Hoeveel getuigen van Jehovah er uiteindelijk daar zijn aangekomen, kan nog niet met zekerheid worden gezegd.
Eén verslag in de Londense Sunday Telegraph luidt als volgt: „Tijdens de bijna 100 kilometer lange tocht van Sinda Misale naar Lilongwe . . . verlieten duizenden de bussen en vrachtwagens en vluchtten de rimboe in.” De krant verklaart ook dat „een Afrikaanse journalist de hele reis naar Lilongwe met het laatste konvooi, dat met 3000 vluchtelingen uit Sinda Misale vertrok, heeft meegemaakt. Er kwamen acht bussen aan met in totaal slechts 29 Getuigen.” Zulke verslagen zijn echter tot op heden niet bevestigd.
Wat is er echter met zekerheid bekend over degenen die terugkeerden?
[Kaart op blz. 20]
(Zie publicatie voor volledig gezette tekst)
0 100 km
Zambia
Sinda Misale
Malawi
Lilongwe
Moçambique
Fort Mlangeni