Christenen vluchten voor wrede vervolging in Malawi
DUIZENDEN christelijke mannen, vrouwen en kinderen zijn in de afgelopen maanden het Oostafrikaanse land Malawi uitgevlucht.
Bijna 11.600 stroomden het nabijgelegen Moçambique binnen. Een officieel bericht van Zambia aan de Londense Daily Telegraph maakt melding van 8925 personen die in het midden van de maand oktober vorig jaar de wijk namen naar Zambia; daarna kwamen er dagelijks nog meer binnen. Sommigen hadden wel meer dan 550 kilometer gelopen, en hadden slechts de bezittingen bij zich die zij konden dragen. In de Times of Zambia stond dat het land te kampen had met een „vluchtelingen-crisis”. Weer anderen zijn naar Rhodesia gevlucht.
Wat is de oorzaak van deze massale exodus van christenen uit Malawi?
Bevestigde verslagen van duizenden ooggetuigen schilderen een afschuwwekkend beeld van wrede vervolging in Malawi, een vervolging zoals maar zelden in de moderne geschiedenis is voorgekomen. Onder de duizenden die nu in haastig opgezette vluchtelingenkampen leven, zijn er velen die sporen vertonen van wrede slagen en pijnigingen.
Het Bureau van de Hoge Commissaris der Verenigde Naties voor Vluchtelingen zond zijn vertegenwoordiger, Dr. H. Idoyaga, naar de Zambiaans-Malawische grens. Hij berichtte „dat velen onder de vluchtelingen houw- en snijwonden vertoonden, klaarblijkelijk toegebracht met panga’s, de in Oost-Afrika veel gebruikte grote messen”. — New York Times, 22 oktober 1972.
Al deze vluchtelingen waren getuigen van Jehovah. Zij vormden de grote meerderheid van de ongeveer 23.000 getuigen van Jehovah die tot voor kort in Malawi woonden.
Voor velen onder hen was het lijden dat zij ondergingen niet nieuw. In 1967 was er reeds een golf van vervolging over hen losgebarsten waarbij zij veel hadden moeten verduren. Duizenden van hun huizen, opslagplaatsen en ruimten voor aanbidding werden geplunderd en met de grond gelijk gemaakt; een aantal Getuigen werd vermoord; honderden van hun vrouwen werden verkracht, sommigen meerdere malen; en al hun christelijke activiteit, hun bijbellectuur en hun bijeenkomsten voor aanbidding werden krachtens een officieel verbod onwettig verklaard.
Nu, vijf jaar later, is er op grotere schaal dan ooit tevoren opnieuw een wrede vervolging uitgebroken. Door het hele land heeft men een actie op touw gezet die ten doel heeft Jehovah’s getuigen als een verenigde christelijke groep in Malawi uit te roeien, namelijk door hen van elke werkmogelijkheid en zelfs van hun behuizing en middelen van levensonderhoud te beroven. De schattingen van het aantal personen dat gedood is, lopen uiteen van tien, waarvan men zeker is, tot wel in de zestig.
Hoe ongeloofwaardig bovenstaand bericht in de twintigste eeuw ook mag klinken, het is waar. Lees voor uzelf de ooggetuigenverslagen van het afschuwwekkende geweld dat in Malawi plaatsvindt. Beschouw dan of deze agressie mogelijkerwijs gerechtvaardigd kan worden of niet. Wij geloven dat u ermee zult instemmen dat er in Malawi een tragisch misdrijf tegen de menselijkheid wordt begaan, een daad die schreeuwt om onmiddellijke stopzetting.
[Illustratie op blz. 9]
„Vluchteling vertelt over gruweldaden in Malawi”, „Malawi vervolgt Jehovah’s Getuigen”, „Jehovah’s Getuigen — Vluchten voor hun leven”, „9000 Jehovah’s Getuigen ontvluchten verschrikking in Malawi”, „Vluchtelingen uit Malawi blijven binnenstromen”; krantekoppen in vele delen van de wereld spraken over de vervolging van Jehovah’s getuigen in Malawi