Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g74 22/2 blz. 8-11
  • Carnaval en de oorsprong ervan

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Carnaval en de oorsprong ervan
  • Ontwaakt! 1974
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Een losbandig feest
  • Verband met de Grote Vasten
  • Duitse naam onthullend
  • Een andere betekenis van „carnaval”
  • Geworteld in het heidendom
  • Executie van „Zijne Majesteit Carnaval”
  • Een feest voor ware christenen?
  • Carnaval! Een vlucht uit de problemen?
    Ontwaakt! 1986
  • Carnavalsvieringen — Juist of onjuist?
    Ontwaakt! 1996
  • ’De werken van het vlees zijn brasserijen’
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1969
  • Is God ingenomen met alle religieuze feesten?
    Ontwaakt! 1992
Meer weergeven
Ontwaakt! 1974
g74 22/2 blz. 8-11

Carnaval en de oorsprong ervan

Door Ontwaakt!-correspondent in Frankrijk

DE JAARLIJKSE carnavalsviering in Nice was net afgelopen. Meer dan een week had de stad in een feestroes verkeerd: Praalwagens trokken door de belangrijkste avenue, figuren van bordpapier, met enorme roodgekoonde hoofden, schuddebolden door de straten, op de voet gevolgd door tientallen dansende, zingende en met bloemen uitgedoste groepjes vrolijke jongemannen en meisjes.

De straten waren vervuld geweest van de doordringende kreten waarmee vrouwen en meisjes reageerden op plotselinge confettiregens. Tal van mensen droegen groteske maskers of hadden zich op andere wijze vermomd. „Zijne Majesteit Carnaval”, een enorme kartonnen pop met een kroon op het hoofd, hield toezicht op de festiviteiten. Op de laatste dag van de viering was hij naar het strand gebracht en daar onder groot ceremonieel verbrand.

Het feest was voorbij. De Victoire-avenue had haar normale aanblik herwonnen. Langzaam kropen de files auto’s over het plaveisel, terwijl op de stoep een drukke mensenmenigte zich naar onbekende bestemming haastte. Lopend langs de avenue, bleven mijn gedachten verwijlen bij het feest dat zojuist was afgelopen. Ik had me nog maar kortgeleden in de bijzonderheden ervan verdiept, en moest onwillekeurig denken aan de wijde verbreiding en de ongewone oorsprong ervan.

Een losbandig feest

Carnaval wordt in tal van steden op aarde gevierd waar de katholieke religie wordt beoefend en wordt veelal gekenmerkt door de dracht van maskers, optochten, gezang en openbare festiviteiten.

Carnavalstijd valt net vóór Aswoensdag, de eerste dag van de rooms-katholieke veertigdaagse Grote Vasten. Tijdens de Vasten beperken de katholieken zich traditioneel tot het gebruik van één volle maaltijd per dag. De dag vóór Aswoensdag, genaamd Vastenavond of Vette dinsdag (in het Frans Mardi gras), is de laatste dag van de carnavalsviering. Carnaval is op veel plaatsen een wilde vertoning, die vaak drie dagen duurt en soms zelfs wel verscheidene weken in beslag neemt. Newsweek berichtte:

„In het Rijnland hesen plotseling tolerant geworden politiemannen languit op de trottoirs liggende dronkaards behulpzaam tegen lantaarnpalen, zich ervan afmakend met: ’Es ist ja Karneval’ (Het is carnaval). . . .

Met roekeloze losbandigheid (welke onveranderlijk in oktober en november tot een hoger geboortecijfer leidt) blijven de Westduitsers, in het Rijnland en zuid-Duitsland tot de laatste minuten van Vastenavond hun jaarlijkse aan de Vasten voorafgaande festijnen vieren. . . .

In het Rijnland . . . wordt Karnevalfreiheit als een wettig excuus beschouwd voor bijna alles, behalve moord en rijden onder invloed. . . . Ook in München houdt de wet rekening met Fasching [carnavalstijd] . . . ’Ga naar huis en vergeet het’, heeft al meer dan één rechter een paartje dat wilde scheiden geadviseerd. ’Het was maar carnaval’.”

Dat verslag over carnavalstijd dateert alweer van enige jaren terug. Aangaande de viering van twee jaar geleden stond in het tijdschrift Time: „Het zou de schitterendste en losbandigste Vastenavond worden die München ooit had gekend. . . . Alles was voor de Münchenaren in gereedheid gebracht om zichzelf, zoals altijd, een ogenblik te vergeten in een maand van drinken, ontucht — rechters beschouwen hetgeen tijdens carnaval gebeurt niet als geldige grond voor echtscheiding — en dwaasheden . . . Maar dit jaar was het feest een flop.”

Waarom? Wat dempte de feestvreugde in München? Een plaatselijke arts, E. Vierlinger, verklaarde: „Thans vieren jonge mensen het hele jaar door carnaval. Elke moderne boetiek verkoopt meer fantastische kleding en in elke disco-bar kunnen zij op wildere en hardere muziek dansen dan ooit.” In deze losbandige, immorele eeuw, zo redeneert deze arts dus als het ware, hebben mensen geen carnaval meer nodig als excuus voor losbandigheid.

Maar op vele plaatsen schijnen de „leut” en de wilde losheid van zinnen nog niets aan intensiteit te hebben ingeboet. De Time van 14 februari 1969 berichtte: „Carnaval is, zoals iedereen weet, de tijd waarin Brazilië zich in het grootste pretfestijn ter wereld stort, een wilde vierdaagse heksenketel, in beroering gebracht door het opzwepende ritme van de samba.”

In de National Geographic van november 1971 stond over de carnavalsviering op Trinidad: „Carnaval begint bij het aanbreken van de dageraad op de maandag vóór Aswoensdag. De zwierbollen, die zich de hele nacht hebben ’opgewarmd’, stromen in optocht het centrum van Port of Spain binnen — een warreling van mensen en muziek. Sommigen zwaaien met groene takken, vruchtbaarheidssymbolen al zo oud als de mensheid, en elkeen danst op de verbijsterende ritmen van de steelbands.”

Verband met de Grote Vasten

Deze carnavalsfestijnen zullen u waarschijnlijk als religieuze vieringen vreemd toeschijnen, vooral voor een religie die belijdt christelijk te zijn. ’Welke connectie heeft het carnaval met de leer en gebruiken van de katholieke Kerk?’ vraagt u zich wellicht af. ’Waar is het woord „carnaval” vandaan gekomen?’

De populaire mening is dat het woord „carnaval” een zinspeling is op de onthouding van vlees gedurende de katholieke Grote Vasten. Het woord wordt afgeleid gedacht van het Latijnse carne vale, hetgeen „vlees, vaarwel” betekent. Want „carnaval is de laatste festiviteit vóór het begin van de sobere veertigdaagse Vasten, tijdens welke absolute onthouding van vlees in acht wordt genomen”, zo verklaart ons de Encyclopœdia Britannica.

’Maar wat’, zo zou iemand kunnen vragen, ’hebben dronkenschap, vrij geslachtelijk verkeer en braspartijen, die zo karakteristiek bij een carnavalsviering horen, te maken met het begin van de rooms-katholieke Grote Vasten?’

Een verband schijnt heel ver te zoeken te zijn, zoals oprechte katholieken, die deze losbandige vieringen betreuren, snel bereid zullen zijn toe te geven. Maar waar hebben carnavalsgewoonten als verkleedpartijen, het „ter dood brengen” van het carnavalssymbool, zich bedrinken tijdens braspartijen en het houden van optochten met wagens die soms lijken op boten met wielen, dan wel hun oorsprong gevonden?

Duitse naam onthullend

In Duitsland draagt het feest dat aan de Vasten voorafgaat, de naam Fasching, ook wel Fastnacht of Fasenacht geheten. De term wordt opgevat als een afleiding van het woord fasen of faseln, ’bazelen’ of ’leuteren’. Daarom duidt volgens Carl Rademacher, directeur van het prehistorisch museum te Keulen, de Duitse naam van het festijn „op een feest van zotternij, brassen en losbandigheid”, een naam die, nog steeds volgens Rademacher, „zeer goed beantwoordt aan vele traditionele kenmerken van het carnaval”.

De spelen die tijdens „Fastnacht” worden opgevoerd, lijken alleen maar een bevestiging te vormen van de hypothese volgens welke de naam van het feest is afgeleid van woorden die ’beuzelpraat’ betekenen. In de Standard Dictionary of Folklore, Mythology and Legend van Funk & Wagnalls lezen wij: „De spelen van de Fastnacht hebben zich ontwikkeld uit de burleske gezangen en malle capriolen van de gemaskerden die in de oude Teutoonse wagenschip-optochten meeliepen.” Carl Rademacher zegt ons hier nog over: „Herhaaldelijk vinden wij verwijzingen naar zulke wagenschip-optochten in Duitse steden gedurende de Middeleeuwen.”

In die optochten achter zo’n boot op wielen moet het er volgens de berichten buitengemeen woest zijn toegegaan. Van een monnik is het verhaal over een feest anno 1133 waarbij een scheepskar door een grote optocht van mannen en vrouwen vanuit Aken, in Duitsland, naar Holland werd getrokken. Naakt, op een kort hemd na, dansten de vrouwen, aldus de monnik, ’in duivelse wellust’ rond de scheepskar.

Zijn zulke optochten uit het verleden in verband te brengen met de huidige carnavalsfestijnen, die eveneens worden gekenmerkt door maskerades, dansen, wellust en soms — het carnaval van Nice is er een voorbeeld van — door praalwagens in de vorm van boten? Wat is de oorsprong van de scheepskar-optochten?

Een andere betekenis van „carnaval”

Interessant genoeg verschaffen een aantal naslagwerken een andere afleidingsmogelijkheid van het woord „carnaval”. In de reeds genoemde Standard Dictionary van Funk & Wagnalls staat bijvoorbeeld: „Carnaval zou . . . zijn afgeleid van carrus navalis, kar van de zee, een bootvormig voertuig op wielen, gebruikt in de optochten van Dionysus (later bij andere feestelijke optochten) en van waaruit allerlei satirische liederen werden gezongen.”

Ligt deze verklaring van het woord „carnaval” als afleiding van carrus navalis dichter bij de waarheid? „Er valt heel wat voor te zeggen”, aldus Carl Rademacher, die tot deze conclusie kwam na de aandacht te hebben gevestigd op de festiviteiten van tal van oude volken, die zich onderscheidden door wagenschepen, wilde dansen en maskerades.

Geworteld in het heidendom

Maar ongeacht waarvan het woord „carnaval” ten slotte is afgeleid, alles wijst erop dat dit aan de Vasten voorafgaande festijn van heidense oorsprong is. De Encyclopœdia of Religion and Ethics, geredigeerd door J. Hastings, verklaart:

„De Atheense optochten met de scheepskar werden gehouden ter ere van de god Dionysus. De aanbidding van Dionysus vond haar Romeinse tegenhanger in de Bacchanaliën, alsmede in de Saturnaliën en Lupercalia — feesten die in de latere Romeinse periode werden gekarakteriseerd door losbandige pret en ongebreidelde vrijheid en in zekere zin neerkwamen op een tijdelijke omverwerping der maatschappelijke orde. Deze algemene geest werd te zamen met enkele speciale kenmerken in het bijzonder overgedragen op het Carnavalsfeest, hetgeen verklaart waarom dat feest zijn speciale karakter heeft in de gebieden waar de Romeinse beschaving heeft overheerst.” — Deel 3, blz. 226.

Dat de carnavalsviering in katholieke landen welbeschouwd een aanpassing is aan oude heidense feesten, wordt eveneens opgemerkt in de elfde editie van de Encyclopœdia Britannica. Deze verwijsbron maakt tevens melding van de houding van de pausen ten aanzien van dit feest:

„Oudtijds begon het carnaval op Driekoningen (de 6e januari) en duurde tot middernacht op Vastenavond. Er bestaat weinig twijfel over dat deze periode van losbandigheid een van de vele compromissen vertegenwoordigt waartoe de kerk in verband met heidense feesten altijd bereid is geweest, en om precies te zijn een vervanging is van de Romeinse Saturnaliën. Rome is altijd de toonaangevende carnavalsstad geweest en hoewel sommige pausen, met name Clemens IX en XI en Benedictus XIII, pogingen hebben gedaan het getij van opkomende bacchanalische braspartijen te keren, waren tal van pausen grote beschermers en bevorderaars van het carnavalsgebruik.” — Deel 5, blz. 366.

’Maar hoe konden’, zo vraagt u zich allicht af, ’religieuze leiders die beweerden christelijk te zijn, een feest goedkeuren en zelfs bevorderen dat uit het heidendom stamde?’

Dit werd gedaan omdat deze heidense feesten zo diep verankerd lagen in het wezen van de oude volken en dermate populair waren dat men niet geneigd was ze op te geven. Derhalve sloot de kerk een compromis: ze liet de mensen hun festijnen behouden, maar gaf ze een andere betekenis door ze te verbinden met kerkelijke leerstellingen zoals de Vasten. Hastings Encyclopœdia of Religion and Ethics verklaart:

„Ten einde een gewenste verandering aan te brengen in het karakter van de reeds lang bestaande, populaire feesten, die niet maar eenvoudig konden worden afgeschaft, besloot de Kerk ze van christelijke motieven te voorzien — hetgeen ook grotendeels in het geval van de Carnavalsfestiviteiten is gebeurd.”

Executie van „Zijne Majesteit Carnaval”

Zoals reeds is opgemerkt, wordt hier te Nice aan het eind van het carnaval een reusachtige pop van „Zijne Majesteit Carnaval” naar het strand vervoerd en daar verbrand. Dit is het slothoogtepunt van vele carnavalsfestijnen. Vanwaar mag deze gewoonte zijn gestamd?

Interessant is dat er een opmerkelijke parallel van dit carnavalsgebruik heeft bestaan bij de oude heidense feesten. J. G. Frazer zegt hierover het volgende in zijn bekende werk The Golden Bough:

„De overeenkomst tussen de Saturnaliën uit de oudheid en het Carnaval van het moderne Italië ontgaat velen niet; maar in het licht van alle feiten waarmee we zijn geconfronteerd, is de vraag niet ten onrechte of de gelijkenis niet veel weg gaat krijgen van een identiteit. We hebben gezien dat in Italië, Spanje en Frankrijk, dat wil zeggen in de landen waar de invloed van Rome het grootst en het langst is geweest, een in het oog lopend carnavalskenmerk wordt uitgemaakt door een burleske figuur die de feesttijd verzinnebeeldt en na een korte periode van glorie en losbandigheid in het openbaar wordt neergeschoten, verbrand, of anderszins vernietigd, tot geveinsde droefenis of oprechte vreugde van de bevolking. Als de hier gesuggereerde zienswijze op Carnaval juist is, is dit groteske personage niemand anders dan een directe opvolger van de oude koning der Saturnaliën, de meester van de braspartijen [die aan het eind van de oude heidense feesten eveneens ter dood werd gebracht].”

Een feest voor ware christenen?

Kan men zeggen dat het feit dat carnaval door de Rooms-Katholieke Kerk is geaccepteerd, en door diverse pausen zelfs is goedgekeurd en bevorderd, het tot een christelijk feest maken?

Welnu, stel uzelf de vraag: Kan ik mij voorstellen dat Jezus Christus of zijn apostelen hebben deelgenomen aan de festijnen waarin het carnaval zijn oorsprong heeft gevonden, en daarbij hebben meegedaan aan de drinkgelagen, immoraliteit en wilde dansen, waardoor die toenmalige feesten gekenmerkt werden? Zo niet, hoe kan iemand dan een ware volgeling van Christus zijn en tegelijkertijd deelnemen aan de hedendaagse carnavalsfestiviteiten? Schenk aandacht aan de bijbelse vermaning:

„Komt niet onder een ongelijk juk met ongelovigen. Want wat voor deelgenootschap hebben rechtvaardigheid en wetteloosheid? Of wat heeft licht met duisternis gemeen? Welke overeenstemming bestaat er voorts tussen Christus en Belial? Of welk deel heeft een gelovige met een ongelovige? En welke overeenkomst heeft Gods tempel met afgoden? . . . ’Gaat daarom uit hun midden vandaan en scheidt u af’, zegt Jehovah, ’en raakt het onreine niet langer aan’, ’en ik zal u aannemen.’” — 2 Kor. 6:14-17.

Er valt niet aan te tornen dat gehoorzaamheid aan deze vermaning het onmogelijk maakt enig aandeel te hebben aan de carnavalsviering, die haar oorsprong heeft gevonden in heidense feesten welke door God als onrein werden beschouwd.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen