Waarom thans zulke vredespogingen?
NEGENTIEN eeuwen geleden heeft de bijbel reeds profetisch een tijd voorzegd waarin de mensen „Vrede en zekerheid!” zouden afkondigen. Die profetie schijnt thans snel zijn vervulling te naderen.
Inderdaad gebruiken wereldleiders deze woorden herhaaldelijk. Maar niet slechts het gebruik van zulke woorden is zo betekenisvol.
Wij leven in veel opzichten in een tijd die enig is in de geschiedenis. Denk eens even na over de grimmige realiteit waar de wereld thans voor staat. Bedenk eens waarom de wereldleiders juist nú zowel dom als krankzinnig zouden zijn als zij niet de allergrootste moeite zouden doen om vrede en evenwicht te bereiken.
Wereldvrede of wereldzelfmoord?
Nog nooit tevoren hebben de mensen zoals nu de middelen bezeten om de hele aarde letterlijk te verwoesten. Let eens op het volgende:
De Verenigde Staten hebben eenenveertig onderzeeërs die raketten met kernladingen kunnen lanceren. Elke boot herbergt meer explosief vermogen dan alle bommen bij elkaar die in de Tweede Wereldoorlog zijn gebruikt — de twee atoombommen die op Japan zijn gegooid inbegrepen! Rusland is bezig met de ontwikkeling van tweeënveertig van zulke onderzeeërs. Frankrijk begon in juli vorig jaar met het uittesten van zijn onderzeeër die is voorzien van raketten met kernlading.
De Russen bezitten ongeveer 300 reusachtige SS-9 waterstofbommen, elk met een sterkte van vijfentwintig megaton. Dat is gelijk aan vijfentwintig miljoen ton TNT elk. Slechts een van deze bommen zou elke grote stad op aarde in een afschuwelijk slagveld kunnen veranderen.
Behalve hun onderzeebootraketten hebben de Verenigde Staten thans op dit moment 1000 op het land gestationeerde Minuteman-raketten, uitgerust met atoomkoppen van een of twee megaton, die op de Sovjet-Unie en China zijn gericht. De Sovjet-Unie heeft behalve zijn SS-9’s ongeveer 1300 raketten van gelijk vermogen op de Verenigde Staten gericht.
Eén druk op de knop door de elkaar vijandig gezinde naties en naar schatting driehonderd miljoen mensen zouden in minder dan een uur ten onder gaan.
Toch zijn de grote mogendheden steeds meer atoomwapens blijven opslaan. Zo heeft enige tijd geleden de natuurkundige R. E. Lapp erop gewezen dat de Verenigde Staten „genoeg kernwapens in voorraad hebben om de Sovjet-Unie minstens 25 maal weg te vagen”.
Ook China maakt thans snelle vorderingen om een superkernmogendheid te worden.
Bovendien wordt door een rapport van het Internationale Instituut voor Vredesonderzoek in Zweden aangetoond dat ongeveer een derde van alle landen „tegen het einde van de zeventiger jaren een belangrijk kernprogramma” zal hebben. Dit zou, zo wordt hierin gezegd, tot „een totaal nieuwe situatie op militair en strategisch gebied” kunnen leiden.
Terecht heeft president Nixon de waarschuwing geuit: „In een atoomoorlog zullen er geen overwinnaars zijn — alleen verliezers.” „Indien wij in conflict zouden komen, is de mogelijkheid van een gemeenschappelijke zelfmoord zeer groot.”
Wanneer er in het verleden een oorlog dreigde, dienden de nationale regeerders te overwegen wat de vooruitzichten waren in verband met het verlies van macht, het verlies van een deel van de bevolking, het verlies van industrieel vermogen en de verwoesting van grote delen van de belangrijkste steden.
Zij hebben echter nog nooit behoeven te denken aan het verlies van praktisch hun hele land, aan het feit dat hun nationale grondgebied voor alle leven onbewoonbaar zou kunnen worden.
Thans moeten zij dit vooruitzicht echter wel onder ogen zien.
Bedreiging van het milieu vereist een wereldomvattende aanpak
Ook dient de mensheid vrede te sluiten met de planeet waarop ze woont. Tientallen jaren lang heeft de mens tegen zijn eigen milieu ’oorlog gevoerd’ door het bijna ten dode toe te vervuilen. Thans oogst hij wat hij heeft gezaaid.
Wij oogsten verontreinigde lucht. Geleerden van een centrum voor atmosfeeronderzoek hebben in 1970 voorspeld dat, als het zo doorgaat, „stedelingen binnen tien jaar gasmaskers zullen moeten dragen om de luchtverontreiniging te overleven”. Te Tokyo in Japan moeten mannen van de verkeerspolitie reeds op geregelde tijden hun toevlucht nemen tot zuurstofapparaten.
Wij oogsten vervuild water uit bedorven rivieren en meren en zelfs uit de zeeën en oceanen. Ondanks alle waarschuwingen blijft de verontreiniging voortgaan. The Daily Yomiuri van 27 juni 1972 meldt: „Het vuil in de zeeën rond Japan hoopt zich met een schrikbarende snelheid op.”
Deze en andere vormen van verontreiniging kunnen niet door de verschillende landen afzonderlijk worden opgelost. In een commentaar op de V.N.-conferentie in Zweden over de dreigende vervuiling van de aarde werd in het tijdschrift Editorial Research Reports gezegd:
„Alleen een volledig internationale krachtsinspanning lijkt nut af te werpen. Het ecologische systeem van de wereld is één geheel; het is zo dat geen enkel land zijn eigen milieu alleen kan reinigen. Industrievuil en bestrijdingsmiddelen worden door de atmosfeer over de hele aarde verspreid. Praktisch elke internationale waterweg is verontreinigd en dit wordt ieder jaar erger.”
Het gevaar van een wereldramp door verontreiniging is even werkelijk en even ernstig als dat van een atoomoorlog.
De bevolkingsbom — staat op springen
Er gingen duizenden jaren overheen voordat de menselijke bevolking de één miljard bereikte (in 1850). Precies tachtig jaar later werd de twee miljard bereikt. Thans zijn er 3,6 miljard mensen en men schat dat dit aantal de komende dertig jaar — niet met nog een miljard — maar tot het dubbele zal toenemen!
Elke dag zijn er op deze planeet zo’n 200.000 monden meer te voeden, maar die planeet blijft even groot en de landbouwproduktie houdt geen gelijke tred met de behoefte.
Wereldleiders weten dat het hevig aan het gisten is onder de volkeren van de zogenaamde Derde Wereld, zij die in de armere ’ontwikkelingslanden’ wonen. Deze landen bevatten meer dan tweemaal zoveel mensen dan de rijkere, geïndustrialiseerde landen en hun aantal neemt sneller toe.
Om aan de groeiende ontevredenheid onder deze enorme bevolkingsgroepen tegemoet te komen, hebben de grote mogendheden getracht technologische hulp te bieden. Er zijn resultaten geboekt; maar de problemen zijn groot en de bevolkingsaanwas doet zo ongeveer elke gemaakte vooruitgang weer teniet. Een onlangs door de V.N. verricht onderzoek toont dan ook aan dat „de kloof tussen de bezittende en de niet-bezittende landen steeds wijder wordt”.
De bedreiging die deze „bevolkingsbom” nu vormt, wordt elke dag zwaarder. De grote mogendheden beseffen dat het, om die bom onschadelijk te maken, nodig is hun wedijver te laten varen en te werken aan verbetering van de wereldtoestanden.
Problemen bij huis vragen aandacht
De wereldleiders staan eveneens voor groeiende interne, binnenlandse problemen. Zij zien hoe hun grote steden in moeilijkheden verkeren terwijl er vele met verontrustende snelheid in verval raken. Er is dringend geld nodig, maar de militaire uitgaven en de ’koude oorlog-wedloop’ maken het geld schaars.
In de Sovjet-Unie en andere landen bestaat een toenemende vraag naar verbruiksartikelen waaraan men, indien men het volk onder controle wil houden tegemoet zal moeten komen. Ook moet er iets gedaan worden om de vloedgolf van misdaad die alle landen overspoelt, een halt toe te roepen.
Tevens zien de mensen de succesvolle ruimtevluchten van de grote mogendheden. Zij hebben mensen op de maan zien wandelen. Zij zien dat de naties succes hebben in de ruimte en vragen zich daarom af waarom ze op aarde géén succes hebben.
De Verenigde Naties — verdienen ze deze benaming?
De Organisatie der Verenigde Naties, eens trots toegejuicht als de bekroning op ’s mensen inspanningen, bevindt zich in moeilijkheden. Ze loopt gevaar al haar prestige te verliezen, tenzij er een of andere belangrijke wereldverandering optreedt.
Thans echter, met communistisch China in haar gelederen, omvat ze voor de eerste maal nagenoeg de hele wereldbevolking. Als de grote mogendheden nu eens met de hulp van de V.N. een vredesregeling zouden kunnen uitwerken? Als de Verenigde Naties nu eens zouden kunnen helpen bij het beslechten van de gevechten en twisten tussen kleinere landen?
Dan zou deze organisatie haar verheven naam waard blijken te zijn. Ze zou grote steun en eer krijgen.
Wereldreligie in crisis
De religies in de wereld, vooral die van de christenheid, zijn de laatste jaren sterk achteruitgegaan. Door hun interne twisten hebben de kerken veel van hun prestige verloren. Hun duidelijke onvermogen om vrede te brengen en menselijke problemen op te lossen, maakt dat velen aan hun waarde gaan twijfelen. Thans echter zien de religieuze leiders winstgevende vooruitzichten in een regeling voor wereldvrede.
Indien spoedig over de hele aarde de aankondiging van ’wereldvrede en zekerheid’ gedaan zou kunnen worden — met de kerken in een positie waarin zij zouden kunnen wijzen op een aandeel aan de totstandkoming ervan — zou hierdoor tenminste iets van hun afgenomen invloed, prestige en eer herwonnen kunnen worden. Zij hebben dit hard nodig — en zij weten dit.
Paus Paulus VI heeft erkend dat de katholieke Kerk geteisterd wordt door meningsverschil, kritiek en protest, waardoor „een onbehaaglijke situatie” is ontstaan „welke wij niet kunnen en willen geheimhouden”. — New York Times, 24 juni 1972.
Een wereldvredesregeling zou reeds een groot deel van die onbehaaglijkheid kunnen wegnemen en het vertrouwen in de toekomst vergroten. Het zou hoop geven op een religieuze opleving en de wereldreligies van nieuwe kracht voorzien.
De mens heeft dus vele en zeer krachtige redenen om zich volledig in te spannen voor het bereiken van wereldvrede en veiligheid. De bewijzen zijn er dat men spoedig de aangelegenheden zodanig zal weten te manoeuvreren dat de uitroep „vrede en zekerheid” de slagzin van de dag wordt!
De grote vraag is echter: Zal die vrede blijvend zijn?
Wij kunnen het antwoord op die vraag te weten komen, en wel nu.
[Illustratie op blz. 10]
Aan beide kanten, in de Verenigde Staten en Rusland, staan meer dan 1000 op het land gestationeerde, gerichte raketten klaar om door een druk op de knop te worden afgevuurd
Eén zo’n raket kan met een snelheid van 24.000 km per uur door de ruimte snellen en binnen een half uur nadat het signaal is gegeven door een kernexplosie in een hele stad dood en verderf zaaien
[Illustratie op blz. 11]
Elke dag moeten er zo’n 200.000 mensen meer worden gevoed. De voedselproduktie houdt geen gelijke tred met de behoefte