Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g73 8/1 blz. 5-8
  • God behagen op school

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • God behagen op school
  • Ontwaakt! 1973
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Het juiste motief
  • Praktische voordelen
  • Waakzaam blijven
  • Wereldse politiek
  • Liederen en het brengen van groeten
  • Lichamelijke opvoeding
  • Voorbereiding op een eeuwigdurende toekomst
  • Jongeren, bewaart jullie rechtschapenheid op school
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1964
  • De plaats van de jeugd in de christelijke maatschappij
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1979
  • Zijn de dagen van onze scholen geteld?
    Ontwaakt! 1975
  • Christelijke jongeren — Wees sterk in het geloof
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1991
Meer weergeven
Ontwaakt! 1973
g73 8/1 blz. 5-8

God behagen op school

SCHOLEN zijn een voortreffelijke voorziening; kinderen kunnen er een brede algemene ontwikkeling ontvangen en zich er voor heel wat vakken bekwamen. Toch vormen wereldse scholen in deze tijd voor jongeren die God willen behagen en in overeenstemming met de rechtvaardige beginselen uit de bijbel willen leven, ook een bron van gevaar.

Op veel scholen is het gebruik van drugs een normaal verschijnsel. Marihuana wordt in de toiletruimten gerookt, en heroïne in de gangen verhandeld. Ook seksuele immoraliteit grijpt steeds meer om zich heen; ongehuwde zwangere leerlingen zijn nu op sommige scholen een normaal verschijnsel. Voor christelijke jongeren kunnen scholen nog andere gevaren opleveren die hun verhouding tot God nadelig kunnen beïnvloeden. Een leerling dient dus op zijn hoede te zijn, wil hij van zijn schooltijd profijt trekken en niet door de wereldse invloed die er van een school uitgaat, geruïneerd worden.

Het juiste motief

Er bestaan heel wat redenen waarom mensen een wereldse opleiding gaan volgen. Sommige jongeren wensen een universitaire graad om later zeker te zijn van een goed betaalde baan. Anderen werken zich door hun examens heen om hun sociale status te verhogen. Wat dienen echter de beweegredenen te zijn van jonge mensen die hun Schepper, Jehovah God, wensen te behagen?

Zulke jonge mensen beseffen dat er een betere kennis bestaat dan zij op wereldse scholen kunnen opdoen en een voortreffelijker werk dan waarvoor zij zich op school kunnen bekwamen, namelijk de kennis van Jehovah en zijn voornemens, en het werk dat erin bestaat anderen in deze kennis te onderwijzen. Het motief van christelijke jongeren om een schoolopleiding te volgen, verschilt daarom geheel van dat van de meesten van hun medescholieren. Zij zijn niet ambitieus en verlangen er niet naar in de economische of sociale structuren van deze wereld promotie te maken. Zij wensen daarentegen een opleiding te volgen om beter toegerust te zijn voor een leven van aan God opgedragen dienst.

Praktische voordelen

Christelijke jongeren zullen daarom als zij op school zijn, consciëntieus studeren. Een van de voordelen van een dergelijke handelwijze is dat zij hun vermogen om over dingen na te denken en ze te beredeneren vergroten. Ook zullen jonge mensen gedurende hun hele verdere leven ervaren dat het voordelen afwerpt vloeiend te kunnen lezen en foutloos te kunnen schrijven. Zij zullen ook veel nut hebben van een goede rekenvaardigheid, van een algemene kennis van menselijke aangelegenheden, van geschiedenis, aardrijkskunde en natuurkunde, alsook van het kennen van een vreemde taal.

Het heeft beslist praktische voordelen een goede basisopleiding te hebben gehad. Zo’n opleiding zal christelijke jongeren helpen in allerlei omstandigheden met begrip te praten en te handelen (1 Kor. 9:19-23). De toespraak die de apostel Paulus op de Marsheuvel hield, is een goed voorbeeld van het combineren van bijbelkennis met andere dingen die men heeft geleerd. Door de omvangrijke kennis die Paulus bezat, kon hij bij die gelegenheid een grondig getuigenis over Gods voornemens geven. — Hand. 17:22-31.

Het werpt voor kinderen voordelen af als zij een opleiding gaan volgen waarbij zij de kennis en de bekwaamheden die zij verwerven, later kunnen gebruiken om in hun levensonderhoud te voorzien. Een dergelijke handelwijze is in overeenstemming met het voorbeeld van de apostel Paulus, die zei: „Gij weet zelf dat deze handen voorzien hebben in mijn eigen behoeften en in die van hen die bij mij waren” (Hand. 20:34). Er zijn vele soorten van werk waarvoor jonge christenen zich kunnen bekwamen, activiteiten die hen in staat zullen stellen later, wanneer zij zich er voornamelijk mee bezighouden Gods Woord aan anderen te onderwijzen, in financieel opzicht voor zichzelf te zorgen.

Waakzaam blijven

Hoewel jongeren van hun schooltijd het grootst mogelijke profijt zullen willen trekken, is het terzelfder tijd belangrijk dat zij zich voortdurend bewust blijven van gevaren. De bijbel waarschuwt onomwonden: „Laat hoererij en allerlei onreinheid of hebzucht onder u zelfs niet ter sprake komen, zoals het heiligen past; ook geen schandelijk gedrag noch dwaas gepraat noch ontuchtig gescherts, welke dingen niet welvoeglijk zijn, doch veeleer dankzegging.” — 1 Kor. 15:33; Ef. 5:3-5.

Zelfs als medescholieren geen hoereerders of verslaafden aan drugs zijn, betekent dat nog niet dat zij goed gezelschap vormen. Zij vertellen misschien schuine moppen, geven zich over aan dwaas gepraat en zien er mogelijk ook geen been in te liegen of op andere manieren oneerlijk te zijn. In plaats van met zulke personen om te gaan, kan een christen er de voorkeur aan geven met degenen om te gaan die respect hebben voor normen en fatsoen. Hij dient altijd op zijn hoede te zijn voor omgang of activiteiten die hem ertoe zouden kunnen brengen bijbelse beginselen te overtreden.

Maar er zijn nog andere gevaren waarvoor christelijke jongeren beducht moeten zijn. Ook deze kunnen hen tot een handelwijze brengen die tegengesteld is aan de handelwijze die hun Meester, Jezus Christus, heeft gevolgd, waardoor zij hun reputatie bij God zouden schaden.

Wereldse politiek

De gedragslijn die Jezus volgde, was er een van volledige afzijdigheid van elke vorm van wereldse politiek. Hij zei over zijn ware volgelingen: „Zij zijn geen deel van de wereld, evenals ik geen deel van de wereld ben.” In overeenstemming met zijn eigen woorden deed Jezus doelbewust stappen om te voorkomen dat hij gedwongen zou worden een politiek ambt te bekleden. — Joh. 17:16; 6:15.

Maar welke situatie heerst er op het ogenblik op de scholen? Bestaat er een zelfde gevaar om bij wereldse politiek betrokken te raken? Bijna overal, zo lijkt het wel, houden scholieren zich met politieke kwesties bezig. Dit heeft op scholen in de gehele wereld tot demonstraties, opstootjes en gewelddaad geleid. Of de politiek op school nu in deze gewelddadige vorm wordt bedreven, of op wat rustiger wijze, in de klas, christenen staan onder de druk erbij betrokken te raken en eraan mee te doen.

Wat zullen christelijke jongeren doen? Zij zullen zich in overeenstemming willen blijven gedragen met de onderwijzingen uit Gods Woord en het voorbeeld dat Jezus Christus gesteld heeft. Zij zullen zich in de eerste plaats niet zozeer bekommeren om wat de andere leerlingen denken, en zelfs niet om wat hun leraren zeggen, maar om wat hun Schepper Jehovah God denkt en zegt.

Waarom worden op scholen bijvoorbeeld klassikale verkiezingen gehouden voor de klassevertegenwoordigers? Dit heeft ten doel jonge mensen te oefenen later aan de wereldse politiek mee te doen. Willen christelijke jongeren daarin bekwaam worden? Zou Jezus Christus, die zei: ’Ik ben geen deel van deze wereld” willen dat zijn ware volgelingen zich zouden bekwamen voor het deelnemen aan wereldse politiek?

Het vastberaden standpunt dat jonge christenen in deze kwestie innemen, dwingt vaak het respect af van zowel hun leraren als hun medeleerlingen. Zo vertelde bijvoorbeeld een jongeman op een christelijke vergadering te Asahikawa, in Japan, het volgende:

„Toen ik in de tweede klas van de middelbare school zat, verkoos de klas mij tot lid van de klassecommissie. Ik legde uit dat Jehovah’s getuigen als christenen geen deel kunnen nemen aan wereldse politiek. Mijn klasgenoten maakten heel wat tegenwerpingen, maar verwijderden mij ten slotte met tegenzin uit de commissie.

Kort daarna riep onze klasseleraar mij bij zich en zei dat hij meer over mijn geloof wilde weten. Hij geloofde niet dat er enig verband bestond tussen het bestaan van God en het leven van de mens. Hij zei dat geloof in God alleen maar voor zwakke mensen was. Ik gaf hem echter, vol vertrouwen op Jehovah, getuigenis. Ten slotte zei hij: ’Ik zou graag alles over jouw geloof willen weten” en met alle plezier wilde hij zich wat bijbelse lectuur aanschaffen.”

Liederen en het brengen van groeten

Het zingen van liederen die mensen, menselijke instellingen of naties verheerlijken is op sommige scholen een normaal verschijnsel, en hetzelfde geldt met betrekking tot het groeten van een nationaal symbool. Christenen nemen graag deel aan het zingen van liederen en aan andere godsdienstoefeningen waarbij aan Jehovah God lof wordt gebracht. Maar wat valt er te zeggen over het brengen van lof aan mensen, naties of instellingen?

Ware christenen trekken voordeel van het voorbeeld van de drie getrouwe Hebreeuwse dienstknechten van God, Sadrach, Mesach en Abednego. De heerser van het oude Babylon, koning Nebukadnezar, richtte een reusachtig gouden beeld op; en allen die bij een bepaalde gelegenheid bij het beeld aanwezig waren, kregen het bevel: ’Op het moment dat gij het geluid van de horen, de schalmei, de citer, de driehoekige harp, het snaarinstrument, de doedelzak en allerlei muziekinstrumenten hoort, [moet gij] neervallen en het gouden beeld aanbidden dat koning Nebukadnezar heeft opgericht. En al wie niet neervalt en aanbidt, zal op hetzelfde ogenblik in de brandende vuuroven geworpen worden.’ — Dan. 3:5, 6.

Deze drie Hebreeën weigerden hulde te bewijzen aan dit beeld of symbool dat volgens de eis van de staat door iedereen geëerd moest worden. Zij waren geen opstandige jongeren, maar zij geloofden eenvoudig dat Jehovah God alle eer en lof toekomt.

Daar de geest van nationalisme over de gehele aarde toeneemt, zullen veel jongeren in deze tijd met dezelfde soort van situaties te maken krijgen. Wat kunnen jongeren doen indien hun door de bijbel geoefende geweten hun niet toestaat symbolen te groeten of liederen te zingen die de natie of hun school verheerlijken?

Wanneer dergelijke situaties zijn te voorzien, zou het goed zijn als een christelijke leerling geruime tijd van tevoren aan zijn leraar of schoolhoofd zou uitleggen wat hij gelooft. Het zal indruk maken op de leraar als hij de kwestie met eigen woorden duidelijk maakt. Een redelijke leraar, die het individuele geweten respecteert, zal het zo regelen dat een leerling niet aan zulke ceremoniën hoeft deel te nemen. De ervaring van een jonge christen in Sapporo, Japan, illustreert hoe men in een dergelijke situatie kan handelen.

„Toen ik in de tweede klas van de middelbare school zat, werd er een sportdag gehouden, en hierbij was ook een vlaggegroetceremonie betrokken. Daar ik dit van tevoren wist, ging ik onmiddellijk na het einde van de les naar de kamer van de leraar en maakte hem duidelijk wat mijn standpunt was, waarbij ik hem vertelde dat ik niet aan de vlaggegroetceremonie kon deelnemen. De leraar leek verrast en zei dat het hier niet ging om het aanbidden van de vlag maar dat het louter een kwestie was van het betonen van respect.

Ik vertelde hem dat het afnemen van een hoed en andere eerbewijzen aan de vlag naar aanbidding zwemen en dat ik die slechts aan Jehovah God kon geven. Ten slotte gaf de leraar mij na enig heen-en-weer-gepraat vriendelijk toestemming weg te blijven. Op de sportdag nam ik alleen maar deel aan de wedstrijden en niet aan de ceremonie. Naderhand had ik de gelegenheid mijn medeleerlingen aan de hand van de bijbel te vertellen waarom ik niet aan de ceremonie had deelgenomen. Ik was heel blij dat de leraar mijn standpunt had gerespecteerd.”

Lichamelijke opvoeding

Hoewel sport en gymnastiek een goede ontwikkeling van het lichaam bevorderen, is het oefenen van de geest en het aankweken van waardering voor geestelijke zaken van veel groter belang, zoals de bijbel ook te kennen geeft: „Lichamelijke oefening is nuttig voor weinig, maar godvruchtige toewijding is nuttig voor alle dingen, daar ze een belofte inhoudt voor het tegenwoordige en het toekomende leven.” — 1 Tim. 4:8.

Veronderstel nu echter eens dat de school het verplicht stelt om bijvoorbeeld aan kendo, judo, boksen of andere vechtsporten deel te nemen, wat moet een christen dan doen? Hij zal zijn door de bijbel geoefende geweten willen volgen. De volgende ervaring van een jongeman die examen deed aan een middelbare school in de Japanse stad Fukui en een volle-tijdprediker werd, illustreert welke zegeningen iemand kan ervaren die een positieve handelwijze volgt:

„Ik ging vóór de les naar onze gymnastiek- en sportleraar en legde hem uit dat ik gedurende het judo-uur graag extra zou willen lezen, omdat christenen niet met elkaar vechten. Hij stond dit verzoek echter niet toe. Daarom verklaarde ik hem de woorden in 2 Timótheüs 2:24 en Jesaja 2:4, waar staat dat ’een slaaf van de Heer niet behoeft te strijden, maar vriendelijk moet zijn jegens allen’ en dat ’zij de oorlog niet meer zullen leren’. Maar nog steeds weigerde hij mijn standpunt te erkennen, en verklaarde dat judo als algemene oefening verplicht was, en dat ik als ik niet deelnam, geen examen kon doen.

Vastberaden legde ik hem opnieuw uit wat mijn standpunt was. Ik liet hem uit De Wachttoren van 1 november 1964 het artikel lezen ’Jongeren bewaart jullie rechtschapenheid op school’. Daar de leraar bemerkte dat er niets opstandigs uit mijn houding sprak, keek hij er even in. Daarna zei hij: ’Het is goed dat je niet meedoet, trek je judo-uniform maar aan en verder hoef je niets te doen.’ Op die manier zou het voor andere mensen echter net geleken hebben alsof ik aan de judoles meedeed. Het smaakte naar een compromis. Daarom weigerde ik het uniform aan te trekken. Een poosje bleef de leraar aandringen, maar toen hij zag dat ik niet van gedachte was te veranderen, zei hij niets meer. Ik kreeg heel lage cijfers voor lichamelijke oefening, maar dat verhinderde niet dat ik voor mijn examen slaagde.”

Voorbereiding op een eeuwigdurende toekomst

Jonge christenen dienen, ten einde God op school te behagen, zorgvuldig op hun schreden te letten (Ps. 16:8). Als zij dat doen, kan hun wereldse opleiding een waardevolle hulp vormen om hun leven tot eer van de Schepper, Jehovah God, te gebruiken. Door hun wereldse opleiding in evenwicht te houden met de veel belangrijkere bijbelse opleiding, kunnen jonge mensen in deze tijd, net als de jonge Timótheüs uit de bijbel, voor zichzelf „een voortreffelijk fundament voor de toekomst veilig als een schat [wegleggen], opdat zij het werkelijke leven stevig mogen vastgrijpen”. — 1 Tim. 6:19.

De onvolmaakte mens is met zijn korte levensduur van zeventig tot tachtig jaar slechts in staat zich een fractie van alle beschikbare kennis eigen te maken. Maar zij die de eeuwigheid van het „werkelijke leven” binnen gaan, zullen ontdekken dat er oneindig veel opleidingsmogelijkheden voor hen in het verschiet liggen. Het is nu stellig de moeite waard niet alleen naar een goede wereldse opleiding te streven, maar ook naar kennis en begrip van Gods voornemens — kennis en begrip die naar eeuwig leven leiden. — Joh. 17:3.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen