Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g73 8/1 blz. 3-4
  • Zijn wij te menselijk om te blijven voortbestaan?

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Zijn wij te menselijk om te blijven voortbestaan?
  • Ontwaakt! 1973
  • Vergelijkbare artikelen
  • De hoop om te overleven vormt het antwoord op het probleem
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1961
  • „Zie! Ik maak alles nieuw”
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1959
  • Wanneer God over de gehele aarde als koning regeert
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1964
  • De waarheid vinden die mensen vrijmaakt
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1959
Meer weergeven
Ontwaakt! 1973
g73 8/1 blz. 3-4

Zijn wij te menselijk om te blijven voortbestaan?

„EENVOUDIGE intellectuele eerlijkheid dwong ons de vreemde mogelijkheid onder ogen te zien dat voor ons mensen de dagen ongeveer geteld zijn, dat de problemen in verband met ons voortbestaan niet zullen worden opgelost, eenvoudig doordat wij te menselijk zijn.” Zo schreef een van Amerika’s meest vooraanstaande schrijvers en redacteuren, R. H. Rovere, aan het eind van de jaren zestig van onze twintigste eeuw.

In mei 1971 gaven ongeveer 800 Australische geleerden uiting aan overeenkomstige gevoelens van vrees, en in januari 1972 werden verontrustende woorden gesproken door de „Club van Rome”, een groep van geleerden en industriëlen. Ongeveer terzelfder tijd waarschuwden Britse geleerden in het tijdschrift Ecology dat „wij waarschijnlijk voortscharrelen op onze weg naar de ondergang”. En volgens professor Marmor „heeft nog nooit tevoren in de geschiedenis niets minder dan het bestaan van de mens aan zo’n dun draadje gehangen”.

Wat is de oorzaak van het dilemma waarin de mens zich bevindt, nu zelfs zijn voortbestaan bedreigd lijkt? Er zijn personen die beweren dat de schuld ligt bij de biologische structuur van de mens, dat de opbouw van het menselijk lichaam en de menselijke geest zodanig is dat hij wel gedoemd is ten onder te gaan. Anderen zeggen met klem dat dit niet het geval is maar dat de moeilijkheden hun oorzaak vinden in de „heilige koeien” van vrije onderneming, nationalisme en oorlog Ongetwijfeld zijn deze „heilige koeien” medeoorzaak van het probleem, evenals dit geldt voor de overbevolking in bepaalde gebieden op aarde, de vervuiling en de uitputting van de natuurlijke hulpbronnen — factoren die de Australische geleerden als oorzaak aanwezen.

Het menselijk verstand kan op zichzelf niet met de oplossing komen, aangezien het probleem te groot is om door de mens opgelost te worden. Het is mogelijk dat men, zoals reeds is gebeurd, tot de conclusie komt dat de mens in de toekomst zal uitsterven, net zoals honderden andere aardse schepselen reeds zijn uitgestorven of bezig zijn uit te sterven; en het is waar, er lijkt weinig reden te bestaan voor de hoop dat de mensen veranderingen in hun gedragspatroon zullen aanbrengen. Maar laten wij niet vergeten hoe de mens op deze planeet is gekomen. Hij heeft zichzelf niet geschapen, terwijl er ook geen enkel stukje bewijs bestaat dat hij vanuit een lagere levensvorm of een lager schepsel is geëvolueerd.

God heeft de aarde en de mens geschapen en hij heeft belangstelling voor hun bestemming. Zijn Woord vertelt ons dat Hij deze aarde niet „louter voor niets” heeft geschapen, maar „haar ter bewoning geformeerd heeft”. En God zegt ons in zijn Woord niet alleen wat zijn voornemen is met betrekking tot deze aarde, maar verzekert ons nog verder: „Mijn woord dat uit mijn mond uitgaat . . . zal niet zonder resultaten tot mij terugkeren, maar het zal stellig datgene doen waarin ik behagen heb geschept en het zal stellig succes hebben in dat waarvoor ik het heb gezonden.” — Jes. 45:18; 55:11.

Wel, is de mens te menselijk om te blijven voortbestaan? Hoe zou dat het geval kunnen zijn als de mens ’naar Gods beeld en overeenkomstig zijn gelijkenis’ werd geschapen? De eerste mens had de mogelijkheid om voor eeuwig te leven, en dat onder paradijselijke omstandigheden, want slechts als hij ongehoorzaam was aan zijn God zou hij sterven. De mens had dus — zowel mentaal, fysiek, emotioneel als moreel — het vermogen om voor eeuwig te leven. — Gen. 1:26, 27; 2:16, 17.

Waardoor is het in de wereld dan zo’n warboel? Hoe komt het dat het erop lijkt dat de mensheid met volledige uitroeiing wordt bedreigd? Er zijn twee grondoorzaken, die nauw met elkaar samenhangen. Een van de oorzaken is het feit dat de mens ongehoorzaam werd aan God en verkoos zijn eigen weg te gaan. Toch had hij noch het recht noch het vermogen zo te handelen (Jer. 10:23). Het ging precies zoals later in de bijbel werd beschreven: „De ware God [heeft] de mensheid oprecht . . . gemaakt, maar zijzelf hebben veel plannen bedacht” (Pred. 7:29). Daar de mens tegen de uitdrukkelijke wil van zijn Schepper en Ontwerper inging, was hij gedoemd in moeilijkheden te komen, zoals iedereen die zou proberen bij de bediening van een ingewikkeld apparaat anders te handelen dan in de bedieningsvoorschriften staat aangegeven. — Hos. 8:7.

De tweede grondoorzaak waarom de toekomst er voor de mens zo onheilspellend uitziet, is het feit dat de onzichtbare „heerser van deze wereld” bijna de gehele mensheid heeft misleid. Aan de ene kant dwarsboomt hij de edele pogingen van eerlijke mensen, terwijl hij aan de andere kant zelfzuchtige personen in hun plannen steunt. Hij is niemand anders dan de „god van dit samenstel van dingen”, „de heerser van de autoriteit der lucht, de geest die thans werkzaam is in de zonen der ongehoorzaamheid”. Hij wordt „de grote draak, de oorspronkelijke slang, . . . Duivel en Satan” genoemd. Zonder God zijn de mensen als pionnen in zijn hand. — Joh. 12:31; 2 Kor. 4:4; Ef. 2:2; Openb. 12:9.

Zelfs hoewel zelfzuchtige mensen kortzichtig hun eigen voortbestaan in gevaar brengen, is het voortbestaan van de mensheid verzekerd, omdat de Schepper meer in het voortbestaan van de mens is geïnteresseerd dan de mens zelf. Zoals een wijze en liefhebbende vader vaak meer geïnteresseerd is in het welzijn van zijn nageslacht, dan dat nageslacht zelf, is ook de grote Schepper meer bekommerd over ’s mensen voortbestaan dan de mensen zelf.

Wat meer is: zijn Woord vertelt ons in een profetie die op deze generatie van toepassing is, dat de tijd is gekomen „om te verderven die de aarde verderven”. Zij die nu de aarde verderven, zullen zelf verdorven worden in de „oorlog van de grote dag van God de Almachtige”, Har–mágedon. — Openb. 11:18; 16:14, 16.

Bovendien heeft God beloofd dat hij deze aarde tot een geschikte plaats zal maken om op te wonen: ’De gehele aarde zal vervuld zijn van de kennis van Jehovah zoals de wateren ook de zee bedekken’; ’de mensen zullen de oorlog niet meer leren, maar elk zal zitten onder zijn eigen wijnstok en vijgeboom” en zelfs ’dood, rouw, geschreeuw en pijn zullen weggedaan worden’. De Schepper is vastbesloten deze aarde tot een plaats te maken die hem eer, en geen schande zal brengen. — Jes. 11:9; Micha 4:1-4; 1 Kor. 15:25, 26; Openb. 21:4.

Neen, de mensheid is niet „te menselijk” om te blijven voortbestaan, en de warboel die er op de wereld heerst, is niet alleen te wijten aan de biologische structuur van de mens. Deze waarheid wordt gedemonstreerd door de anderhalf miljoen getuigen van Jehovah, die zelfs onder de huidige omstandigheden met elkaar in vrede en harmonie leven. Onder hen heeft strijd plaats gemaakt voor samenwerking, en hebzucht voor broederlijke liefde. Met deze personen zal de Schepper ’zijn nieuwe aarde’ beginnen, ’waarin rechtvaardigheid zal wonen’. — 2 Petr. 3:13.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen