Hoe Koninkrijkszalen worden gebouwd
ELKE week wordt er in de Verenigde Staten met de bouw van drie Koninkrijkszalen van Jehovah’s getuigen begonnen. Tot nu toe zijn er ongeveer 3000 voltooid. Deze plaatsen van aanbidding worden ook in vele andere landen — op alle continenten — gebouwd.
De toenemende belangstelling voor zuiver bijbels onderricht heeft de noodzaak voor zoveel Koninkrijkszalen geschapen. In precies vier jaar tijd is het aantal getuigen van Jehovah in de Verenigde Staten met bijna 100.000 toegenomen; over de hele wereld zijn er nu zo’n 1.600.000. De Koninkrijkszalen zijn in deze tijd vaak echter met meer belangstellenden dan Getuigen gevuld! Zo is er dus, om iedereen een plaats te kunnen geven, een van de opmerkelijkste bouwprogramma’s uit de geschiedenis op gang gekomen.
Gebouwd voor een speciaal doel
Het basisontwerp van een Koninkrijkszaal wordt bepaald door het speciale doel dat deze zalen hebben — namelijk om als plaatsen te dienen waar mensen voor bijbelstudie en christelijke omgang bijeen kunnen komen. Men luistert er naar geloofopbouwende bijbellezingen, terwijl ieder ook een aandeel kan hebben aan programma-onderdelen met zaaldeelneming.
Het centrale gedeelte van alle gebouwen is een kleine gehoorzaal, die gewoonlijk plaats biedt aan 100 tot 300 personen. In de zaal is een verhoogd podium aanwezig dat zich meestal dertig of meer centimeters hoger bevindt dan de rest van de zaal. De zitplaatsen kunnen bestaan in houten klapstoelen, kuipstoelen van kunststof of opnieuw beklede theaterstoelen. Daar de zaal bestemd is voor bijbelstudie, is er een goede verlichting in aangebracht, gelijkend op de verlichting in een grote, moderne schoolklas. In de zaal staan geen afgodsbeelden of een altaar.
Meestal bevat de Koninkrijkszaal een kleinere ruimte die als bibliotheek dienst doet. Tevens zijn er toiletten en een garderobe, of in ieder geval een ruimte waar de overjassen gehangen kunnen worden. Er zijn ook toonbanken aanwezig voor het overhandigen van bijbelse lectuur, die bij mensen in de omgeving wordt achtergelaten.
Hoewel alle Koninkrijkszalen in bovengenoemde opzichten volkomen aan elkaar gelijk zijn, bestaat er in de bouw, het ontwerp en de versiering een grote verscheidenheid. Ze kunnen van baksteen, natuursteen, hout, of andere materialen zijn opgetrokken, hetgeen afhangt van wat er in de omgeving het goedkoopst te verkrijgen is. Er bestaat een grote variatie in het uiterlijk van de gebouwen; ze kunnen één of twee verdiepingen hoog zijn, met of zonder kelder, en ze kunnen zowel binnen als buiten op bijna oneindig veel uiteenlopende manieren zijn verfraaid.
Samenwerking bij de bouw
Het ongewone aan dit reusachtige bouwprogramma is niet het architectonische ontwerp van de zalen, en ook niet het opmerkelijk grote aantal dat is gebouwd. Nee, het is veeleer de manier waarop ze gebouwd worden — door middel van vrijwillige geldelijke bijdragen en arbeid.
Het grootste deel van het werk wordt in het algemeen door de Getuigen zelf gedaan. Vaak heeft de meerderheid van de gemeente er een aandeel aan, met inbegrip van vrouwen en soms zelfs kinderen. Op die manier worden de bouwkosten sterk verlaagd, waardoor het mogelijk wordt een plaats van aanbidding te scheppen die anders niet tot stand had kunnen komen. Hoe de bouw van een zaal in de praktijk tot stand komt en hoe de problemen die daarbij ontstaan, worden opgelost, willen wij aan de hand van enkele voorbeelden uit de Verenigde Staten illustreren.
Soms schenkt de openbare pers aandacht aan de bouw van een Koninkrijkszaal, zoals bijvoorbeeld in de herfst van vorig jaar het geval was in de stad Austin, in de Amerikaanse staat Minnesota. De Daily Herald had naast de afbeelding van een architectuurtekening van de zaal het volgende artikel staan:
„Omstreeks 1 januari 1972 wordt de voltooiing verwacht van de nieuwe Koninkrijkszaal van Jehovah’s getuigen in Austin . . . Op 22 juli werd er met de graafwerkzaamheden voor dit gebouw begonnen. Het zal 19 meter lang, 10 meter breed en één verdieping hoog worden . . . De grond en het gebouw zullen bij de voltooiing een waarde vertegenwoordigen van ongeveer $50.000. Door het vrijwillige werk dat door de leden van de gemeente gedurende de weekeinden alsook in de week wordt verricht, zullen de werkelijke kosten rond de $25.000 blijven.”
Op de weekeinden waren vaak twintig of meer personen aan het werk. Medegetuigen brachten maaltijden naar het bouwterrein, terwijl ook een aantal vrouwen met de mannen samenwerkte. Een van de vrouwen stond bij de cementmolen, terwijl de anderen zand schepten en gebruikte bouwmaterialen schoonmaakten. Zelfs oudere kinderen hadden een aandeel aan het werk en sloegen spijkers in of voerden gereedschap aan voor de andere werkers. In een stad met 27.000 inwoners hadden de bouwwerkzaamheden veel bekijks.
De bouw van een nieuwe Koninkrijkszaal in Milo, in de Amerikaanse staat Maine, trok eveneens veel aandacht. In de Daily News van Bangor stond een grote foto van het gebouw afgedrukt, en er werd bericht: „De zaal werd door de kerkleden gebouwd, en de enige keer dat in verband met de bouw arbeidsloon moest worden betaald, was bij het storten van de betonnen fundering, toen er extra toezicht nodig was.”
Tijdens de bouw merkte een vooraanstaande, vrouwelijke lidmaat van de baptistenkerk tegen een Getuige op, die bezig was bouwmaterialen te kopen: „Ik hoop dat u meer succes zult hebben bij het krijgen van hulp dan wij, wanneer we wat gaan bouwen. Gewoonlijk komt het er bij ons op neer dat één of twee al het werk moeten doen.” Aan de bouw van deze zaal, die in zeven maanden werd voltooid, waren soms wel twintig mensen bezig.
In de stad Upper Sandusky, in de staat Ohio, was de ruimte van de vernieuwde ijszaak Dairy Queen, die als Koninkrijkszaal werd gebruikt, te klein om het toenemende aantal bezoekers te herbergen. Men besloot dus een nieuwe zaal te gaan bouwen. Dat er een voortreffelijke samenwerking tussen de leden van de gemeente bestond, blijkt wel uit wat er gebeurde op de dag die was uitgetrokken om het bouwskelet op te zetten. Het stroomde van de regen, en toch verschenen er ongeveer vijfentwintig werkers! Gedurende het verdere verloop van de bouw hadden zowel mannen, vrouwen als kinderen een aandeel aan het werk. Op deze wijze werd er voor iets meer dan $17.000 een prachtige nieuwe Koninkrijkszaal gebouwd, een zaal die door de plaatselijke deskundigen op $60.000 wordt geschat.
Vlak nadat er met het werk was begonnen, maakte men nog een interessante ervaring mee. Een buurman bood het gebruik van zijn trekschop aan voor het maken van de funderingsgaten. Toen hij echter met zijn schop arriveerde, bleek dat niemand van de Getuigen met het apparaat wist om te gaan. De eigenaar zei dat hij hem zelf wel wilde bedienen, maar die dag ook nog maïs moest planten. Daarom plantte een van de Getuigen, die boer was, de maïs voor de man terwijl deze de trekschop bediende.
Voor het bouwen van Koninkrijkszalen is een goede organisatie en planning nodig, vooral wanneer het grootste deel van de werkkrachten geen ervaring heeft. In het algemeen krijgt iemand die verstand van zaken heeft, het toezicht over de bouw, en deze deelt dan passende werktoewijzingen uit. Een nauwe samenwerking leidt vaak tot een werktempo en een werkkwaliteit waar anderen verbaasd over staan.
Hulp uit andere gemeenten
In de meeste gevallen bouwt een gemeente zijn Koninkrijkszaal niet geheel zelf. In het algemeen zijn er niet voldoende bekwame arbeiders om dat binnen een redelijke tijd tot stand te kunnen brengen. Daarom verlenen andere gemeenten vaak hulp. Dit gebeurde ook in de stad Webb City, in de staat Missouri.
Op een weekeinde kwamen meer dan vijftig Getuigen uit omliggende gemeenten bijeen; zij richtten het skelet van de zaal op en brachten het dak aan, terwijl de vrouwen eten klaarmaakten voor de werkers. Toen de grootste moeilijkheid was opgelost, verliep het werk, dat voor het merendeel met onervaren krachten werd uitgevoerd, zonder veel verdere problemen. Binnen zes maanden was er een nieuwe Koninkrijkszaal gereed.
In de stad Barstow, in Californië, bestond er een overeenkomstige situatie; er was geen enkele Getuige die in de bouw werkzaam was. Toen echter het besluit was genomen om te gaan bouwen, was de reactie van degenen die hiervan hoorden, overweldigend. Velen belden vanuit de verre omtrek op om zichzelf en hun gereedschap in dienst van de zaalbouw te stellen. Er kwamen meer dan vijftig Getuigen uit andere plaatsen helpen.
Deze vrijwillige werkers kwamen meestal vrijdagavond en sliepen dan in hun caravan of tent, of verbleven in de huizen van de plaatselijke Getuigen. Zij werkten dan het hele weekeinde aan de Koninkrijkszaal. Het resultaat was dat er in iets meer dan drie maanden een prachtige zaal met een oppervlakte van 320 vierkante meter gereed was.
De Koninkrijkszaal te Canton, in de staat Illinois, kwam op dezelfde wijze tot stand. Een Getuige uit Lincoln was zo vriendelijk de plaatselijke Getuigen te helpen bij het leggen van het fundament; een Getuige uit Pekin had de leiding over het opzetten van het bouwskelet; negen ervaren metselaars uit nabijgelegen gemeenten legden op één dag bijna 10.000 stenen; een Getuige uit Kankakee hing de deuren in; Getuigen uit Springfield, Pekin en Rock Island hielpen met het aanleggen van de elektriciteit, en een Getuige uit Peoria verzorgde de aankleding, terwijl een ander de vloerbedekking legde. De leden van de plaatselijke gemeente assisteerden deze medechristenen, die op liefdevolle wijze hun diensten aanboden.
De mensen in Canton waren verbaasd over de enorme bedrijvigheid. De president van een spaar- en kredietbank, die aan de overkant van de straat woonde waar de zaal werd gebouwd, zei dat hij stomverwonderd had gestaan toen hij zoveel mensen samen aan het werk zag om op één dag klaar te komen met het leggen van alle stenen. Zelfs de burgemeester van Canton was bij de opening van de zaal aanwezig.
Soms verschaffen omliggende gemeenten financiële steun voor de bouw van een Koninkrijkszaal. In januari 1970 werd er te Shakopee, in de staat Minnesota, een gemeente van Jehovah’s getuigen gevormd; de eerste vergaderingen werden in het plaatselijke bankgebouw gehouden. Om deze groep te helpen een nieuwe Koninkrijkszaal te bouwen, verschaften verschillende gemeenten uit de omgeving geld voor het bouwen van een zaal.
Het verkrijgen van bouwmaterialen
Behalve door dergelijke vrijwillige assistentie, kunnen Jehovah’s Getuigen de kosten van de bouw van een Koninkrijkszaal ook laag houden door gebruik te maken van de rechtstreeks beschikbare bouwmaterialen, die soms kosteloos kunnen worden verkregen.
In de omgeving van de Amerikaanse stad North Bonneville ligt bijvoorbeeld een overvloed aan mooie stenen. Deze werden verzameld en gebruikt voor de bouw van een nieuwe Koninkrijkszaal. Verder was het esdoornhout dat voor het interieur van de zaal werd gebruikt, afkomstig van vier esdoorns die door een Getuige waren geschonken.
In Milo, in de staat Maine, werken verscheidene Getuigen in de houtindustrie. Zij hakten al het hout dat nodig was voor de bouw van hun nieuwe Koninkrijkszaal, ongeveer 1500 vierkante meter, en lieten het op een plaatselijke houtzaagfabriek uitzagen, opstapelen en drogen.
De nieuwe Koninkrijkszaal te Colfax, gelegen in de staat Californië, is in zoverre ongewoon dat zowel de binnen- als de buitenkant is versierd met ruwe lavasteen, afkomstig van de lavabeddingen van Mount Lassen. Mannen, vrouwen en kinderen van de gemeente reisden erheen en brachten de steen met vrachtauto’s mee terug.
De Getuigen in Westminster, in de staat Colorado, deden iets overeenkomstigs. Een Getuige die hoog in de bergen een mijn bezat, zei dat er overal een prachtige soort natuursteen te vinden was, maar dat men er moeilijk bij kon komen. Een plaatselijke Getuige vertelt: „Met ongeveer tien kleine vrachtbestelauto’s, een aantal van onze christelijke broeders en zusters, en een picknickmand trokken we naar de heuvels. We vormden een ketting en gaven elkaar de stenen naar beneden door. Na vier of vijf van zulke tochten hadden wij meer dan genoeg stenen. Het spaarde een hoop geld en de steen doet het erg goed op de wanden van onze nieuwe Koninkrijkszaal.”
Het is ook interessant om te horen hoe deze gemeente aan het timmerhout voor haar zaal is gekomen. Men vernam dat het leger, in een stad 800 kilometer van Westminster verwijderd, voor slechts $200 enkele grote barakken verkocht. Ongeveer veertig Getuigen staken de hoofden bij elkaar en gingen op een vrijdag naar die stad. Een van hen vertelde hierover:
„De volgende dag stond de plaatselijke bevolking vol verbazing te kijken hoe de hele dag door de boardplaten letterlijk uit alle ramen vlogen. Die avond sliepen wij in de Koninkrijkszaal in die stad. Tegen zondagmiddag hadden wij de barakken volledig afgebroken en het hout op een grote vrachtauto van een van de Getuigen geladen. Wij hadden zelfs genoeg hout over om een leuke witte omheining rond ons terrein te zetten.”
Met hetzelfde doel brak de gemeente Ellicott City, in de staat Maryland, een veestal af, die een oppervlakte had van 1800 vierkante meter. Dit bespaarde hen ongeveer $5000. Ook konden zij het grootste deel van de 25.000 stenen van hun zaal tegen een gemiddelde kostprijs van slechts drie dollarcent per steen op de kop tikken.
En de glazen deuren van de hoofdzaal, alsook de vloerbedekking zijn afkomstig van een statig oud hotel in Baltimore dat afgebroken moest worden. De stoelen komen uit het Kodak-paviljoen van de wereldtentoonstelling die in 1964-65 in New York werd gehouden. En in ruil voor het gebruik van een sorteermachine kon de gemeente een stuk landbouwgrond bemachtigen.
Verscheidenheid in Koninkrijkszalen
De beschikbare bouwmaterialen, het soort van omgeving en de bekwaamheden en artistieke smaak van de plaatselijke Getuigen zijn factoren die ervoor verantwoordelijk zijn dat er een grote verscheidenheid in Koninkrijkszalen bestaat. In feite zijn er geen twee die volkomen aan elkaar gelijk zijn.
Zo zal er bijvoorbeeld van de voordeuren van de nieuwe zaal te Colfax, in Californië, waarschijnlijk geen tweede stel te vinden zijn. Er zijn schriftplaatsen in gegraveerd die betrekking hebben op het verloren (Gen. 3:23, 24) en het herwonnen paradijs (Openb. 21:3, 4), compleet met dorens en distels, en druiven en druivebladeren. In de plaatselijke krant verscheen zelfs een foto van deze deuren, die door een Getuige zijn vervaardigd.
Sommige zalen in grote steden zijn in zo’n stijl gebouwd dat ze in de omgeving waar ze staan, niet uit de toon vallen, terwijl bijvoorbeeld het uiterlijk van de nieuwe Koninkrijkszaal in Shakopee, in Minnesota, weer een sterk landelijk karakter draagt en goed past tussen de huizen in deze plattelandsomgeving. Daar deze zaal tegen een helling is gebouwd, was het mogelijk in het souterrain de ingang aan te brengen. Het souterrain bestaat uit een ruime hal, toiletruimten, een garderobe, een bibliotheek en een lectuurafdeling, terwijl er ook een klein appartement is waar bedienaren van het evangelie die de gemeente komen bezoeken, kunnen logeren. Via een trap in de hal verkrijgt men toegang tot de daarbovengelegen zaal.
De nieuwe Koninkrijkszaal te Westminster, in de staat Colorado, met een vloeroppervlakte van 320 vierkante meter, heeft daarentegen weer een geheel andere indeling, en is volledig gelijkvloers. Een brede stoep leidt iemand door twee grote glazen deuren met notehouten knoppen in een ruime ontvangsthal. Binnen kijkt men tegen een bakstenen muur aan, waarin zich links en rechts doorgangen bevinden die toegang geven tot de hoofdzaal.
De vloer in de hoofdzaal is bedekt met vaste vloerbedekking en loopt schuin naar het podium af. Er zijn 180 permanente zitplaatsen, terwijl er nog ruimte is voor 100 klapstoelen. Het podium bevindt zich in het midden in plaats van aan het eind van de zaal, en de zitplaatsen zijn er in een halve cirkel omheen gegroepeerd zodat alle luisteraars betrekkelijk dicht bij de spreker zitten. In de bibliotheek is plaats voor nog veertig tot vijftig personen. Het geluid uit de hoofdzaal kan via luidsprekers ook in deze zaal komen, terwijl men het geluid kan uitschakelen wanneer de bibliotheek als ruimte voor de tweede klas van de theocratische bedieningsschool wordt gebruikt.
Door de gemeente te North Bonneville, in de staat Washington, bestaande uit ongeveer veertig Getuigen, werd een veel kleinere zaal gebouwd. De aanblik van deze Koninkrijkszaal, met zijn cederhouten wanden en massieve, cederen deur, te midden van bomen en rotspartijen, is beslist schilderachtig te noemen. Binnen heeft men voor het interieur een goudgele verf gebruikt om de kleur te laten harmoniëren met de betimmering van gevlamd esdoornhout.
In grotere steden worden vaak oude gebouwen veranderd in Koninkrijkszalen. In Brooklyn, New York, werd bijvoorbeeld onlangs een meubelzaak omgebouwd tot een L-vormige zaal. Het gebouw bezit geen ramen, als beveiliging tegen vandalisme (een algemeen kenmerk van veel Koninkrijkszalen in Amerikaanse steden); de zaal is groot en er kunnen met gemak vierhonderd personen een plaats in vinden. Het wordt steeds gebruikelijker grotere zalen te bouwen om het toenemende aantal geïnteresseerde personen dat de vergaderingen in de Koninkrijkszalen bezoekt, te kunnen herbergen.
Misschien is er ook in uw omgeving een Koninkrijkszaal. Als dat het geval is, is deze waarschijnlijk ook zelf gebouwd door de plaatselijke getuigen van Jehovah. Waarom zou u niet eens persoonlijk een kijkje gaan nemen? U bent beslist welkom. Jehovah’s getuigen zullen u graag alles in de zaal willen laten zien. En wanneer u blijft luisteren naar het programma, zult u misschien gaan begrijpen waarom er thans zoveel personen zijn die voor bijbels onderricht naar Koninkrijkszalen gaan.