Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g72 8/12 blz. 20-23
  • Ik werd uitgehuwelijkt

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Ik werd uitgehuwelijkt
  • Ontwaakt! 1972
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • De gewoonte in India
  • Mijn moeders eigen geschiedenis
  • Mijn moeders huwelijk
  • Mijn huwelijk
  • Het huwelijk is een cadeau van God
    Hoe blijf je in Gods liefde?
  • Het huwelijk is een geschenk van een liefdevolle God
    Blijf in Gods liefde
  • Een goed fundament voor uw huwelijk leggen
    Een gelukkig gezinsleven opbouwen
  • Na de trouwdag
    Hoe blijf je in Gods liefde?
Meer weergeven
Ontwaakt! 1972
g72 8/12 blz. 20-23

Ik werd uitgehuwelijkt

IK WOON in India en vandaag, 19 mei 1971, is het mijn trouwdag. Over precies twee uur zal de huwelijksceremonie plaatsvinden die mij in de echt zal verbinden met de man die mijn levensgezel zal worden, met wie ik de vreugden en problemen van het leven zal delen, maar een man die ik tot op dit moment nog niet ken.

Ik had nog niet ernstig over het huwelijk nagedacht tot enkele maanden geleden, toen moeder mij vertelde dat een uitstekende familie had gevraagd of zij en vader hun dochter ten huwelijk wilden geven aan hun zoon.

Maar wij zijn nu bij de zaal waar ik weldra mijn aanstaande man zal zien. Als ik de zaal in ga, besef ik dat hij vooraan zal zitten en er maakt zich een gevoel van opwinding van mij meester. Gedachten flitsen mij door de geest en mijn hart klopt sneller. Als ik naast hem plaats neem, kan ik niet rustig zitten. Dan begint de huwelijkslezing en al gauw hoor ik de vaste stem van mijn man beloven mij lief te hebben en ik voel meer vertrouwen.

Nu is het mijn beurt en ik ben bereid te beloven deze man die mijn ouders zorgvuldig, weloverwogen en liefdevol als echtgenoot voor mij hebben uitgekozen, lief te hebben en diepe achting voor hem te koesteren.

De gewoonte in India

Door mijn huwelijk tot stand te brengen, hebben mijn ouders de algemene gewoonte in India gevolgd. Wanneer ouders in India een huwelijk tot stand brengen, overwegen beiden zorgvuldig de persoonlijkheid van het meisje en de jongen. Zij trachten natuurlijk iemand uit hun eigen milieu en met een zelfde achtergrond te vinden. In mijn omgeving mag een tienermeisje niet met jongens praten, omgaan of spelen. Zo mag ook een jongen, als hij de leeftijd van ongeveer veertien jaar heeft bereikt, niet met meisjes spreken. Hun ouders waken voor zover mogelijk over hen.

Voordat een huwelijk tot stand wordt gebracht, stellen de ouders van het meisje zich ervan op de hoogte of de jongen in staat is een vrouw te onderhouden en vervolgens gaan zij zijn vooruitzichten na. Zij kijken ook naar zijn persoonlijke verschijning. Zij zouden niet willen dat een lange dochter met iemand trouwde die ongewoon klein is of op welke andere manier maar ook tegenstaat. En zij letten natuurlijk op de gezondheid van degene die de huwelijkspartner van hun zoon of dochter wordt. Mijn ouders hebben deze dingen zorgvuldig overwogen.

De meeste Indiase kinderen verlaten zich uitsluitend op hun ouders om een partner voor hen te kiezen. Als zij horen van de gewoonte in het Westen dat jonge mensen hun eigen huwelijkspartner kiezen, verwonderen zij zich in feite over de aanmatiging van de zijde van onbekwame personen om zulk een ernstige beslissing te nemen. Hoe zou iemand die jong is ook maar enigszins in staat kunnen zijn een dergelijke gewichtige beslissing te nemen, vragen zij zich af. Het is veel beter het over te laten aan hen wier leeftijd en ervaring hun de bevoegdheid geven te weten wat de verstandige keuze is, zo menen zij.

Een vriend van onze familie keerde, na enkele jaren in het Westen te zijn geweest, onlangs terug. Hij zei dat het hem, toen hij in de Verenigde Staten was, een raadsel was hoe hij zijn eigen bruid moest kiezen. Toen hij aan de gedachte gewend was geraakt, leek het hem aannemelijk dat iedereen zijn eigen levensgezel of -gezellin koos, maar toen hij te weten kwam dat minstens een van de vier huwelijken op een echtscheiding uitliep, dacht hij dat de Indiase manier ten slotte toch wel eens beter zou kunnen zijn.

Ook al zijn de toekomstige man en vrouw niet verliefd vóór het huwelijk, dan zijn zij er toch van kindsbeen in opgevoed hun huwelijkspartner lief te hebben en te respecteren. Als zij gaan trouwen, gaan zij dat dus automatisch doen. Ouders trachten voor hun zoon of dochter een huwelijkspartner te kiezen die bij hem of haar past. Dit helpt hen stellig om aan de problemen van het huwelijksleven het hoofd te bieden.

Ik heb gehoord dat jonge mensen in het Westen er niet op zijn gesteld dat hun ouders hun huwelijkspartner uitkiezen. Als ik om mij heen kijk naar voorbeelden van goede huwelijken, beschouw ik mijn eigen ouders en ik weet dat hun huwelijk geslaagd is. Misschien wilt u hun geschiedenis wel weten, zoals mijn moeder die vertelt.

Mijn moeders eigen geschiedenis

„Ik ben het oudste meisje van acht kinderen. Mijn vader was iemand die van de bijbel hield en uit zijn mond hoorden wij veel bijbelse verhalen. Dit nam de plaats in van naar de kerk gaan, aangezien wij onder hindoes, vele kilometers van de kerk af woonden.

Onze buren waren goed bevriend met ons gezin en nodigden ons dikwijls uit op hun feesten, waarvan wij kinderen erg genoten. Veel van deze mensen waren erg arm en de vrouwen namen mijn moeder vaak in vertrouwen. Zij spraken dan over problemen, zoals mannen die dronkaards waren en die hen en hun kinderen sloegen. Zij vertelden vaak dat zij niet genoeg te eten hadden en dagenlang honger leden. De vrouwen waren analfabeet en konden dus weinig of niets doen om deze lasten te verlichten. Hoe het ook zij, deze vrouwen beschouwden hun man als de persoon die na God kwam en dus moesten de moeilijkheden verdragen worden.

Vanaf de tijd dat ik heel jong was, bekroop mij de angst dat ik misschien met een man zou trouwen die een dronkaard was of die niet voor mij kon zorgen. Dit heeft een grote invloed op mijn leven uitgeoefend. De enkelingen die in wanhoop wegliepen en naar hun ouders gingen, werden altijd weer naar hun man teruggestuurd, waar zij hoorden. Toen ik dit vernam, maakte angst zich van mij meester en groeide in mij het vaste besluit dat ik niet in een dergelijke toestand verzeild wilde raken.

Toen ik twaalf jaar was, stierf mijn vader en dus moest mijn moeder voor ons zorgen. Om mijn moeders last te verlichten, opperden familieleden en mensen die het goed bedoelden, dat het niet nodig was dat ik mijn opleiding voortzette. Mijn moeder, die onderwijzeres was, kon echter voor ons zorgen en liet mij ook mijn studie voortzetten. Kort hierna wendden mijn verwanten hun krachtsinspanningen aan om een huwelijk voor mij tot stand te brengen. Zij trachtten mij te dwingen met een arts te trouwen. Ik wilde verder leren zodat ik, als de noodzaak zich ooit zou voordoen, in staat zou zijn de kost te verdienen. Ik smeekte mijn moeder dus mij niet te laten trouwen voordat ik mijn diploma als onderwijzeres had. Mijn verwanten waren het er niet mee eens, maar mijn tranen en dreiging weg te lopen en in het klooster te gaan, wonnen mijn moeder ten slotte voor mijn denkwijze en zij dwong mij niet toen te trouwen. Mijn moeder besefte ongetwijfeld uit eigen ondervinding wat een voordeel zij van haar opleiding had gehad.

Toen ik klaar was met mijn studie, begonnen mijn moeder en verwanten dus opnieuw een huwelijk voor mij tot stand te brengen. Ik had de jongen niet ontmoet, hoewel de ouders het vaak zo regelen dat de jongen en het meisje elkaar ontmoeten of op zijn minst zien. De jongen en zijn ouders worden bijvoorbeeld op de thee genodigd en het meisje brengt dan het theeblad binnen en bedient de jongen en zijn ouders. Maar mijn verloofde woonde ver van ons vandaan. Ik kende zijn ouders niet eens. Ik gaf echter mijn toestemming daar dit van een gehoorzame Indiase dochter werd verwacht.

De ouders van de jongen vroegen mijn moeder een bepaalde hoeveelheid juwelen te laten vervaardigen als bruidsschat. Mijn moeder stemde toe. Daar ik de verantwoordelijkheid besefte die op mijn moeder rustte om voor de juwelen te zorgen, verzocht ik te mogen werken om de kosten te vergoeden. Zes maanden later vond het huwelijk dus pas plaats.

In die zes maanden bleef ik mij afvragen wat dit wel voor een jongen zou zijn. Ik kon niet eens iets over hem te weten komen. Ik bad echter vaak tot God of mijn aanstaande man geen dronkaard mocht zijn. Mijn vader had ons geleerd te bidden en ik geloofde dat God mijn gebeden zou verhoren. Twee dagen voor het huwelijk kwamen de jongen en zijn familie.

Mijn moeders huwelijk

De ouders van de jongeman droegen de kosten van het versieren van het huis en de bruiloft, met inbegrip van de Indiase muziek voor het feest. Ons huwelijk werd in de kerk voltrokken en er was een mooie grote receptie. De eerste ogenblikken na de plechtigheid, toen wij in staat waren met elkaar te spreken vroeg mijn man mij hoe ik alles vond en of ik de juwelen die ik droeg mooi vond. Ik antwoordde hem dat ze prachtig waren en vroeg hem onmiddellijk wat zijn gewoonten waren. Hij zei dat hij niet dronk of rookte en van sport hield. Mijn hart was vervuld van blijdschap en ik loofde God. Ik had ook gewenst dat hij een goede betrekking had en dus behoorlijk in zijn levensonderhoud kon voorzien. Hij verdiende echter niet veel. Dit nieuws maakte mij evenwel niet van streek, omdat de vriendelijkheid en liefde die hij mij betoonde meer waard waren dan al het geld dat hij ooit zou verdienen.

Na vijf dagen bij mij thuis te zijn geweest, pakte ik mijn bezittingen in om met mijn man bij zijn ouders te gaan wonen. Er waren bij mijn man thuis acht kinderen, van wie hij de oudste was. Mijn schoonmoeder was zijn stiefmoeder. Ik moest veel huishoudelijk werk doen, zoals schoonmaken, koken, enzovoort. Ik was gehoorzaam aan mijn schoonmoeder, maar zij was nooit ingenomen met het resultaat van mijn werk. Zij had altijd iets aan te merken. Daarom spraken wij ten slotte af om ergens anders te gaan wonen. Zij vroeg ons vier van mijn mans eigen broertjes en zusjes mee te nemen en voor hen te zorgen. Mijn man en ik bespraken het en namen de verantwoordelijkheid op ons. Het was een groot probleem, maar omdat ik onderwijzeres was, kon ik helpen. Ik ging lesgeven en ook al verdienden wij met ons beiden niet veel, wij waren gelukkig.

Wij hadden twee zoons en een dochter van onszelf, die ons huwelijk erg gelukkig maakten. Wij werden echter allen nog gelukkiger toen een van Jehovah’s getuigen bij ons aan de deur kwam en ons een huisbijbelstudie aanbood. Dit heeft ons gezinsleven zeer verrijkt en ons geholpen te weten hoe wij gezinsproblemen op een godvruchtige wijze moeten oplossen. En wij zijn er erg door geholpen onze kinderen met de juiste houding tegenover de andere sekse en het huwelijk groot te brengen.

Toen wij de bijbel met deze christelijke getuigen van Jehovah bestudeerden, kwamen wij te weten dat hun geloofsovertuiging niet eiste dat wij ons aan de gebruiken van westerse landen aanpasten. Hun geloof eiste wel dat wij afstand deden van alle gewoonten die in strijd zijn met Gods duidelijk gestelde Woord, de bijbel. De kennis van Gods Woord die wij verworven hebben, heeft ons stellig een groter inzicht gegeven in datgene waarnaar wij bij het kiezen van een huwelijkspartner voor onze dochter moesten kijken. Wij weten namelijk dat een jongeman die Jehovah liefheeft en dient en die zich door zijn beginselen en wetten voor mannen en vrouwen laat leiden, net zo voor onze dochter zal zorgen als wij het zelf zouden doen. Wij weten ook dat wij, door een huwelijk tot stand te brengen met ouders van een jongen die eveneens geloof stellen in Jehovah God, die het eerste huwelijk tot stand bracht, niet bedrogen of misleid zullen worden, zoals dit met sommigen is gebeurd.

Wij hebben bijvoorbeeld gehoord van ouders die een huwelijk tot stand brachten, zoals in het geval van een jongeman met schitterende bekwaamheden. Hij had een goede opleiding genoten en was bereisd. Toen het tijd werd dat hij ging trouwen, vroeg hij een intelligent, goed onderlegd meisje te mogen hebben. Zijn ouders vonden zo’n meisje voor hem, een meisje met een fris en stralend gezichtje, dat een goed verstand beloofde en de mogelijkheid dat zij verstandelijk bij hun intelligente zoon zou passen. Op de huwelijksdag lichtte de jongen haar sluier op om de „mangal soedra” — de gouden ketting die in plaats van een trouwring wordt gedragen — om haar hals te doen, en toen bemerkte hij dat haar gezicht dom, pokdalig en veel ouder was dan hij had verwacht. De oudere zuster was in haar plaats gesteld! In plaats van opschudding te verwekken, ging hij het huwelijk aan en hij heeft sedertdien een heel ontgoocheld en ontmoedigend leven geleid met iemand die totaal niet bij hem past. Iedereen in het dorp heeft medelijden met hem.

Ik ben nu vijfentwintig jaar getrouwd en ik weet dat ik een uitstekend, gelukkig huwelijk heb gehad. Wij waren blij toen onze dochter erin toestemde dat wij haar huwelijk tot stand brachten. Wij hebben iemand gevonden van wie wij weten dat hij heel goed bij haar past. Zij is een goede dochter geweest en zij zal ook een goede echtgenote worden.”

Mijn huwelijk

Uit mijn moeders eigen relaas kunt u zien dat mijn ouders ondervinding hebben gehad, en door hun raad heb ik begrepen hoe belangrijk het is op ons gedrag te letten als wij opgroeien. Als wij in tegenwoordigheid van anderen zijn, weten wij niet wie ons misschien gadeslaat. Hoe kunnen wij, als wij geen goed gedrag aan de dag leggen, ooit verwachten dat een goed stel ouders ons als levensgezellin voor hun zoon zou kiezen? Als het anders zou zijn, zouden wij er ons hele verdere leven spijt van hebben dat wij ons niet in een goed huwelijk hebben kunnen verheugen.

De huwelijksceremonie is nu voorbij en wij nemen afscheid van de aanwezigen en stappen in de auto voor een korte pauze vóór de receptie. Het is onze eerste kans om een paar woorden met elkaar te wisselen. Ik ben helemaal opgewonden te ontdekken dat mijn man beter is dan wie ik mij ook maar had kunnen voorstellen of wensen. Hij is zo vriendelijk tegen mij. Mijn hart vloeit over van blijdschap en liefde als hij in deze eerste ogenblikken tegen mij zegt: „Als ik verkeerd doe, moet je mij corrigeren en ik zal jou corrigeren als jij iets verkeerds doet. Er moet altijd begrip tussen ons zijn.” Hij zei ook dat wij elkaar geestelijk moesten helpen door samen de bijbel te bestuderen.

Ik ben nu heel gelukkig mijn huwelijksleven met zo’n geweldig fijne partner te beginnen. Ik ben Jehovah God, en ook mijn liefdevolle ouders die er zoveel zorg aan hebben besteed zo’n voortreffelijke echtgenoot voor mij te zoeken, dankbaar. — Ingezonden.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen