Welke oorzaak heeft de huidige crisis in de energievoorziening?
ELKE kracht heeft een bron. Een paard ontleent bijvoorbeeld zijn kracht aan de chemische energie die zit opgesloten in de groene plantengroei die hij eet. Planten zijn, zowel bij mens als dier, de bron van spierkracht.
Tot de huidige eeuw verliet de mens zich voor het verrichten van arbeid bijna volledig op spierkracht, waarbij hij zijn eigen spieren of die van dieren gebruikte. Ook verbrandde de mens plantengroei — hout — om de daarbij vrijkomende energie nuttig te gebruiken. Nog tot 1870 voorzag de energie die vrijkomt bij het verbranden van hout grotendeels in de energiebehoeften van de mens; de eerste stoommachines, rivierboten en stoomlocomotieven werden met deze brandstof gevoed.
Het gebruik van fossiele brandstoffen
Met de ontwikkeling van de industrie had de mens echter meer energie nodig om de nieuw uitgevonden machines te laten werken. Nu ging men gebruik maken van de fossiele brandstoffen die eeuwenlang in de aarde opgeslagen hadden gelegen. Er werd in toenemende mate steenkool gedolven en gebruikt. Tegen 1910 was steenkool de energiebron voor drie kwart van de menselijke energiebehoefte.
Omstreeks 1859, toen er een goede oliebron werd aangeboord, begon de mens op grote schaal van nog een fossiele brandstof gebruik te maken. Op het ogenblik wordt olie voornamelijk aangewend als krachtbron voor auto’s en andere vervoermiddelen. Alleen al in de Verenigde Staten wordt op het ogenblik gemiddeld 2,4 miljard liter aardolie per dag gebruikt!
In recentere tijd, voornamelijk sinds de Tweede Wereldoorlog, is men begonnen met het exploiteren van de aardgasvoorraden in de aardkorst. In de Verenigde Staten heeft men nu een 12.800.000 kilometer lang netwerk van ondergrondse gasleidingen, viermaal zo lang als de totale lengte van de oliepijpleidingen in het land. Het gas waarmee een huisvrouw kookt, is misschien rechtstreeks afkomstig van gasvelden die honderden kilometers ver weg liggen.
In de Verenigde Staten voorzien deze fossiele brandstoffen op het ogenblik in meer dan 95 percent van de energiebehoefte, terwijl in Nederland dit percentage nog hoger ligt. In 1970 verschafte olie ongeveer 43 percent, aardgas 33 percent en steenkool ongeveer 20 percent van de totaal gebruikte hoeveelheid energie in Amerika. De rest van de energie was hoofdzakelijk afkomstig van hydro-elektrische centrales. Deze afhankelijkheid van fossiele brandstoffen is de grondoorzaak van de huidige crisis in de energievoorziening.
De crisis
De New York Times van 19 maart 1972 verklaarde: „De problemen worden steeds nijpender doordat onze energievoorraden — steenkool, olie en aardgas — langzamerhand uitgeput beginnen te raken en de vraag naar deze energiebronnen in de rest van de wereld sneller groeit dan in de Verenigde Staten.”
Wat zou er gebeuren als deze energievoorraden plotseling uitgeput zouden zijn? Het huidige geïndustrialiseerde leven van de mens zou ophouden te bestaan! Auto’s, bussen, treinen en vliegtuigen zouden levenloos blijven staan. De meeste lampen, televisietoestellen, koelkasten en andere elektrische apparaten zouden ophouden te functioneren. Dat is het crisisprobleem.
Maar „beginnen” de fossiele brandstoffen werkelijk „uitgeput te raken”? Sommigen hebben gedacht dat er een bijna oneindige voorraad van was — voldoende voor ten minste enkele duizenden jaren. Wat is er gebeurd?
Snelle uitputting
De vraag naar energie is sneller gegroeid dan men had verwacht. De fossiele brandstoffen zijn met een ongelooflijke snelheid opgebruikt. Elke dag onttrekt de wereld aan de aarde ongeveer 7,5 miljard liter olie! In 1970 steeg het wereldcijfer met 9,5 percent vergeleken met het jaar daarvoor. Als de toename met dezelfde snelheid doorgaat, zal het totale olieverbruik over tien jaar meer dan verdubbeld zijn. In de afgelopen tien jaar is het olieverbruik in West-Europa verdrievoudigd. In Science Digest van oktober vorig jaar werd betreffende de verbazingwekkende vraag naar fossiele brandstoffen opgemerkt:
„De snelle uitputting van de wereldvoorraad van deze belangrijke grondstoffen krijgt een grimmig dramatisch karakter wanneer u beseft dat in 1968 de helft van de olie die de mens in de loop der geschiedenis heeft gebruikt, gedurende de daaraan voorafgaande twaalf jaar werd geproduceerd. Ja, het grootste deel van het wereldverbruik van fossiele brandstoffen heeft in de laatste kwart eeuw plaatsgevonden.”
Een dergelijke snelle toename in verbruik heeft een sneeuwbaleffect. Zo verdubbelt bijvoorbeeld elke tien jaar het elektriciteitsverbruik in de Verenigde Staten. Dit betekent, zoals in Scientific American van september 1971 werd opgemerkt, dat „gedurende de volgende tien jaar in de V.S. evenveel elektriciteit zal worden opgewekt als er tot nu toe vanaf het begin van de eeuw van de elektriciteit is opgewekt”. De gevolgen die een verdubbeling van het verbruik elke tien jaar met zich brengt, zijn verbazingwekkend.
Hoewel niemand weet hoeveel kolen, olie en gas er in de aarde zijn opgeslagen, zullen wij in gedachten eens aannemen dat 5 percent van de totale voorraad tot nu toe is verbruikt. Dat zou betekenen dat wanneer de afname nu elke tien jaar zou verdubbelen, alle fossiele brandstoffen in de aarde in veertig jaar zouden zijn opgebruikt!
„Beginnen uitgeput te raken”
Bij het zien van de snelheid waarmee de fossiele brandstoffen worden verbruikt, slaat velen de schrik om het hart. Sommige deskundigen beweren dat het tijdstip van hun verdwijning ’slechts iets meer dan een generatie ver weg ligt’. De Amerikaanse Nationale Academie van Wetenschappen voorspelde in een rapport van 1969, bestemd voor de Amerikaanse president: „Over zo’n 50 jaar zal de grote massa van de totale eerste wereldvoorraad exploiteerbare olie en aardgas zijn geconsumeerd.”
Het is echter heel goed mogelijk dat deze voorspelling van drie jaar geleden nog bijzonder optimistisch was. De aardgasvoorraad begint reeds uitgeput te raken. De Amerikaanse regeringscommissie voor de energie merkte op dat het eerste tekort in het afgelopen jaar „een historisch keerpunt kenmerkte — het einde van een niet door leveringsproblemen belemmerde groei van de aardgasindustrie”. Het rapport kwam tot de conclusie: „Voor het aanvullen van het tekort zal men een beroep moeten doen op andere brandstoffen.”
Maar de Verenigde Staten hebben ook te kampen met een te geringe olievoorraad. Meer dan een kwart van de benodigde olie wordt ingevoerd — gemiddeld ongeveer 6 miljard liter per dag. Maar volgens een recent rapport van het ministerie van binnenlandse zaken zal deze invoer tegen 1980 meer dan verdubbeld moeten worden.
Afhankelijk van buitenlandse olie
Hoewel er in Alaska olie is ontdekt, bevindt het grootste deel van de andere bekende oliereserves zich in andere landen, en wel hoofdzakelijk in het Midden-Oosten. Zo zei de tweede secretaris van het Amerikaanse ministerie van binnenlandse zaken. H.M. Dole, dat „dit land zal moeten gaan naar de gebieden waar de olie is — Afrika en het Midden-Oosten — om zijn brandstoftekort aan te vullen”.
Een groeiende afhankelijkheid van de olie uit het Midden-Oosten accentueert echter alleen maar de energie-crisis, zoals de New York Times van 7 december 1971 verklaarde:
„De staatscommissie voor openbare werken heeft er de nadruk op gelegd dat de ’huidige politieke werkelijkheid’, met inbegrip van het ’blijven smeulen van het Arabisch-Israëlische conflict’, de elektrische centrales van de staat veel kwetsbaarder heeft gemaakt op het punt van hun brandstofvoorziening, de aanvoer van restolie. Bijna al deze olie wordt geïmporteerd.”
De Miami Herald bericht: „De olie uit het Midden-Oosten is zo belangrijk dat de Verenigde Staten bereid zijn een nucleaire confrontatie te riskeren om hun oliebelangen te beschermen.” Ja, de huidige natiën hebben er een oorlog voor over als ze maar kunnen beschikken over de olie die ze nodig hebben om hun industrie draaiende te houden, hun auto’s te laten rijden en hun televisietoestellen en lampen niet uit te laten gaan.
Maar waarom kan men zich niet op kolen in plaats van olie verlaten als de voornaamste energiebron? Naar verluidt hebben de Verenigde Staten nog reusachtige steenkoolvoorraden.
Voldoende bruikbare steenkool beschikbaar?
Het probleem is echter dat de meeste steenkool volgens de huidige milieumaatstaven te veel zwavel bevat. In een toenemend aantal steden staan de wetten het niet meer toe kolen te verbranden die meer dan 1 percent zwavel bevatten. Daarom worden op steeds meer plaatsen in elektriciteitscentrales de kolen door minder vervuilende brandstoffen, als olie en aardgas, vervangen. In tegenstelling tot wat sommige mensen misschien denken, weet men eenvoudig niet hoe zwavelverontreinigingen uit kolen of olie verwijderd kunnen worden. President Nixon verklaarde op 4 juni 1971 in zijn energie-boodschap:
„Een belangrijk knelpunt in ons schone-energieprogramma is het probleem dat wij op het ogenblik geen kolen of olie kunnen verbranden zonder de daarin aanwezige zwavel in de lucht te brengen. Wij hebben een nieuwe technologie nodig die het mogelijk zal maken de zwavel te verwijderen voordat deze aan de lucht wordt afgestaan.”
Er is weliswaar steenkool beschikbaar die weinig zwavel bevat, maar deze steenkool bevindt zich zeer waarschijnlijk heel dicht aan het aardoppervlak, zodat ze slechts in open groeven gewonnen kan worden. En ontginning in open groeven is zo ruïnerend voor het landschap dat er wetsvoorstellen zijn gedaan om dit te verbieden.
De steenkool die zich daarentegen diep onder het aardoppervlak bevindt, kan slechts moeilijk en met hoge kosten gedolven worden, terwijl ze waarschijnlijk een hoog zwavelgehalte heeft. Vandaar dat T.F. Bradshaw, president van de Atlantic Richfield Company, opmerkte: „Ondanks deze grote reserves zal er waarschijnlijk in werkelijkheid — en zeker in de naaste toekomst — een tekort aan steenkool zijn.”
Een dilemma
De mens staat voor een werkelijk dilemma. De hedendaagse geïndustrialiseerde maatschappij heeft grote hoeveelheden energie nodig om te kunnen blijven functioneren. Toch raken de brandstoffen op, en vooral die brandstoffen die de minste vervuiling veroorzaken. Als de beschikbare brandstoffen worden gebruikt, worden de mensen langzaam door de verontreiniging vergiftigd. Maar als ze niet worden gebruikt, sterft onze moderne geïndustrialiseerde maatschappij een langzame dood door gebrek aan energie.
Waarschijnlijk zullen de mensen gevaarlijke keuzen doen als het erom gaat hun huidige geïndustrialiseerde, energie-verslindende levenswijze te handhaven. S.D. Freeman, voormalig energie-adviseur van president Nixon, merkte dan ook het volgende op, hoewel hij tevens de ernst van het tekort aan fossiele brandstoffen erkent:
„De uitputting van energiebronnen is op zichzelf waarschijnlijk niet de kern van het probleem. . . . De hoeveelheden koolmonoxyde, fijne asdeeltjes en andere potentiële vervuilers zijn, uitgesmeerd over de volgende twee decennia, waarschijnlijk zo groot dat men de mogelijkheid in overweging moet nemen dat onze omgeving fundamentele veranderingen zal ondergaan.”
Het is duidelijk dat er een verandering nodig is, en dat die spoedig moet komen. De huidige methoden voor het opwekken van elektrische energie dienen vervangen te worden. Dit wordt algemeen erkend. In feite is de keuze voor de vervanging reeds gedaan — namelijk kernenergie. In vele landen staan reeds kernenergiecentrales voor de elektriciteitsvoorziening.
Maar is kernenergie veilig? Is het een verstandige keus? Hoe wordt elektriciteit opgewekt met behulp van kernenergie? Deze en nog andere vragen willen wij in een volgende uitgave bespreken.
[Illustratie op blz. 17]
ONZE VOORNAAMSTE ENERGIEBRONNEN ZIJN VERDWENEN!
NIETS WERKT ER MEER!
Zal de huidige crisis hiertoe leiden?