Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g72 22/11 blz. 7-10
  • Wie profiteert het meest van de „groene revolutie”?

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Wie profiteert het meest van de „groene revolutie”?
  • Ontwaakt! 1972
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Een nog noodzakelijker vereiste
  • Ongelijk verdeeld
  • Zou de „groene revolutie” in een „rode” kunnen omslaan?
  • Wat is er gebeurd met de „groene revolutie”?
    Ontwaakt! 1980
  • Wat verstaat men onder de „groene revolutie”?
    Ontwaakt! 1972
  • Zal de „groene revolutie” voldoende zijn?
    Ontwaakt! 1972
  • Verscheidenheid — Een essentiële levensvoorwaarde
    Ontwaakt! 2001
Meer weergeven
Ontwaakt! 1972
g72 22/11 blz. 7-10

Wie profiteert het meest van de „groene revolutie”?

TOT welke conclusie komt de gemiddelde persoon als hij leest over de spectaculaire toename in de oogstopbrengsten, als gevolg van de „groene revolutie”? Hij is geneigd te denken dat nu steeds meer mensen voedsel krijgen en dat het aantal hongerigen afneemt.

Is dat werkelijk het geval? Ongelukkigerwijs niet. Het zijn niet de behoeftigsten die het meest profiteren van de „groene revolutie”. Wij kunnen begrijpen waarom dit niet zo is, wanneer wij landbouwdeskundigen horen uitleggen wat er moet worden gedaan om een nieuwe oogst met hoge opbrengst te verwezenlijken.

Zo verklaarde bijvoorbeeld decaan Fraser, hoogleraar in de virologie aan de Indiana-universiteit, dat de nieuwe zaadsoorten slechts overvloedige oogsten opleveren „bij de toepassing van grote hoeveelheden kunstmest”. Er moet dan echter wel kunstmest beschikbaar zijn. Iets wat in onderontwikkelde landen beslist niet in overvloedige mate het geval is.

En zelfs al zou er wel kunstmest zijn, dan moet de boer nog in staat zijn voor zichzelf kunstmest aan te schaffen. De meeste boeren in de armere landen zijn echter arm. Vandaar dat alleen de boer die reeds in betere omstandigheden verkeert (en dus kunstmest kan kopen) het meeste profijt trekt van de wondergewassen, en niet degenen die het zwaarst gebukt gaan onder honger of armoede.

Een nog noodzakelijker vereiste

Bovendien is er nog iets anders nodig, wat nog belangrijker is dan kunstmest. In het boek India’s Green Revolution verklaart de auteur F.R. Frankel: „De succesvolle verbouw van de dwergtarwerassen hangt nog meer af van een voldoende watertoevoer. In feite is irrigatie op vastgestelde tijden gedurende de groeicyclus van de plant essentieel voor het verwezenlijken van de mogelijkheden die de plant in zich heeft in verband met een hoge opbrengst.” En rijst heeft zelfs nog meer water nodig dan tarwe.

Irrigatie is niet hetzelfde als regenval. Men kan de watervoorziening van de nieuwe variëteiten niet laten afhangen van een toevallige regenbui; ze hebben geregelde bevloeiing nodig. Een vastgestelde hoeveelheid water is dus een noodzaak. In deze irrigatie kan worden voorzien door middel van kanalenstelsels die in verbinding staan met rivieren. Maar in armere landen zijn deze vaak niet aangelegd. In de meeste gevallen zal men daarom zijn aangewezen op pompen, die het grondwater naar de oppervlakte brengen.

Dit alles vraagt een technische aanpak; er zijn machines nodig om kanalen te graven, of fabrieken om pompen te vervaardigen. Frankel verklaart tevens: „Bovendien vragen de nieuwe tarwerassen geperfectioneerde landbouwmachines om optimale oogsten te verkrijgen: verbeterde ploegen en eggen, onder andere uitgerust met schijven, voor een juiste grondbewerking [anders zou irrigatie geen nut hebben]; tevens kunstmeststrooiers en zaaimachines voor het bereiken van een geringe zaaidiepte en een juiste afstand tussen de zaaiplantjes en een uitrusting voor de bestrijding van roest en andere planteziekten.”

Wie verkeert in de positie dat hij zich dit allemaal kan aanschaffen? Opnieuw, de landbouwer die reeds wat welvarender is.

Merk ook op dat er een uitrusting nodig is voor de bestrijding van planteziekten. Dit houdt in dat er een intensief gebruik van bestrijdingsmiddelen moet worden gemaakt om de nieuwe granen te beschermen. Deze bestrijdingsmiddelen kosten niet alleen geld, het zijn ook verontreinigers. Het wijdverbreide gebruik dat ervan wordt gemaakt, wordt echter goedgepraat met de redenering dat men van twee kwaden het minste moet kiezen. Men gaat ervan uit dat een hongerige man zich niet zo’n zorgen maakt over het effect dat bestrijdingsmiddelen op de lange duur zullen hebben; hij wil voedsel in zijn maag. Toch zal men later onvermijdelijk de prijs voor deze handelwijze moeten betalen.

In U.S. News & World Report werden deze vereisten als volgt samengevat: „De nieuwe zaadsoorten op zich kunnen in de landbouw geen revolutie teweegbrengen. Men kan hun genetische mogelijkheden niet volledig benutten zonder irrigatie toe te passen en een overvloedig gebruik van kunstmest en bestrijdingsmiddelen te maken.” Dat alles vraagt geld; iets dat de armen en hongerigen niet bezitten.

Ongelijk verdeeld

Op basis van bovengenoemde feiten, verklaart het boek India’s Green Revolution: „De voordelen van de nieuwe technologie zijn zeer ongelijk verdeeld.”

Deze conclusie wordt ondersteund in het boek The Survival Equation, waarin onder andere wordt gezegd:

„Men moet wel toegeven dat de revolutie zeer ’selectief’ is, . . . Het is voldoende eraan te herinneren dat drie vierde van India’s landbouwgronden niet geïrrigeerd is en dat ’dry’-farming [landbouwbeoefening in halfdroge gebieden, zonder irrigatie] overheerst. Daarbij komt nog dat grote delen van het land in het geheel nog niet door de verandering zijn beroerd en dat even grote delen zich nog slechts kunnen beroemen op ’enkele kleine enclaves’. . . .

De groene revolutie is slechts van invloed op weinigen in plaats van op velen, en dit is niet alleen te wijten aan de omgevingsfactoren maar ook aan het feit dat het de meeste boeren aan geldmiddelen ontbreekt . . . Het wachten totdat men er deel van gaat uitmaken, zonder dat dit gebeurt, schept latente sociale, economische en politieke moeilijkheden. En dat is telkens bij een beoordeling van de groene revolutie de keerzijde van de medaille.”

Dus ook al gaan de totale oogstopbrengsten en het totale inkomen omhoog, dan wil dit nog niet zeggen dat allen er op gelijke wijze profijt van trekken. Zo is bijvoorbeeld in de twee belangrijkste tarwegebieden van India, de deelstaten Bihar en Uttar Pradesh, naar schatting 80 percent van alle boerenbedrijven minder dan drie en een halve hectare groot. Dit betekent dat de boeren gewoonlijk niet de geldmiddelen bezitten om te kunnen profiteren van de nieuwe technologie. Er is dus maar een betrekkelijk klein percentage werkelijk behoeftigen dat erop vooruitgaat. Er wordt zelfs gezegd dat er in geheel India 185 miljoen mensen op boerenbedrijven wonen die kleiner zijn dan 2 1/2 hectare.

Ook zijn er in veel van de armere landen boeren die niet een eigen boerderij bezitten maar deze van een landheer moeten pachten. De grondprijs is in de afgelopen jaren echter gestegen, vooral in de omgeving van gebieden waar de „groene revolutie” is doorgevoerd, soms wel tot het drie-, vier- of vijfvoudige. Als gevolg hiervan zijn ook de pachtprijzen de hoogte ingeschoten, waardoor de pachtboeren het nog moeilijker hebben gekregen dan voorheen. En sommige landheren, die zien welke voordelen de nieuwe gewassen bieden, besluiten het land zelf te gaan bebouwen. Zij ontnemen de pachtboeren hun land en verlagen hen tot bezitloze loonarbeiders.

Het is verbijsterend te zien hoeveel arbeiders er op het platteland wonen die geen enkel stukje grond in eigendom hebben. Alleen al in India zijn er naar verluidt 100 miljoen mensen die geen land bezitten, nog afgezien van de miljoenen armen die opeengepakt in de steden huizen.

Deze bezitloze arbeiders in India, te zamen met de 185 miljoen anderen die minder dan twee en een halve hectare hebben te bewerken, vormen bij elkaar bijna 300 miljoen mensen! Dat is de meerderheid van India’s plattelandsbevolking. En de meesten onder hen leven in bittere armoede. Hun gemiddelde inkomen wordt geschat op 200 rupee’s (ongeveer ƒ 96) per persoon per jaar.

De gevolgen? Het boek India’s Green Revolution verklaart dat dit „in werkelijkheid heeft geleid tot een definitieve verslechtering van de economische toestand” waarin de armere bevolking verkeert. In The Survival Equation schreef een econoom: „De rijken worden rijker, en de armen armer.”

Dus, de mensen voor wie de „groene revolutie” uiteindelijk bestemd was, zijn degenen die er het minst door worden geholpen. En dit probleem heeft in de onderontwikkelde landen reusachtige proporties aangenomen.

Zou de „groene revolutie” in een „rode” kunnen omslaan?

Hoe groot de omvang is van het probleem, kan worden opgemaakt uit de woorden van de premier van India, mevrouw Indira Gandhi. In een toespraak tot de gouverneurs van alle Indiase staten verklaarde zij: „De waarschuwing van de tijd is dat, tenzij de groene revolutie vergezeld gaat van een revolutie gebaseerd op sociale rechtvaardigheid, de groene revolutie misschien niet groen zal blijven.”

De conclusie die men kan trekken is dus dat de „groene revolutie”, als reactie van de mensen op de voortdurende armoede, honger en onrechtvaardigheid, kan omslaan in een „rode” revolutie, dat wil zeggen, in een communistische. Er zijn al eerder gebieden geweest waar de arme mensen, die hun situatie zagen verslechteren, terwijl anderen, vooral de rijkeren, van nieuwe technologieën profiteerden, een revolutie hebben ontketend.

U dient ook niet tot de conclusie te komen dat wij hier spreken over een geïsoleerde situatie in slechts één land. Het is eerder regel dan uitzondering. Een landbouwfunctionaris uit Columbia vertelde op een voedselconferentie in dat land tot zijn gasten: „De ’Groene Revolutie’ gaat aan het volk voorbij, ze gaat voorbij aan de mensen die haar het meest nodig hebben. Ze verbreedt de kloof die er bestaat tussen de ’bezittende’ en de ’niet-bezittende’ klasse.”

Ook in een Australisch weekblad, The Bulletin, stond te lezen: „Het voedselgebrek dat tal van mensen treft, is niet in de eerste plaats een agrarisch als wel een economisch probleem. Het feit is dat de grote meerderheid der mensen te arm is om de betere voedingsmiddelen te kopen die zij nodig hebben, zelfs als deze wel beschikbaar zijn.” Een dergelijke situatie kan men ook zelfs in zekere mate in de Verenigde Staten waarnemen, waar de regering landbouwers geld betaalt om stukken land uit de produktie te houden, terwijl terzelfder tijd miljoenen Amerikanen aan ondervoeding lijden, en niet in staat zijn zich met een evenwichtig dieet — noodzakelijk voor het behouden van een goede gezondheid — te voeden.

In een onlangs verschenen rapport van de hand van A.H. Boerma, directeur-generaal van de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties, werd het probleem als volgt samengevat: „De verdeling van het vermeerderde inkomen in de landbouw is, als ze niet hetzelfde is gebleven, nog ongelijker geworden, met het gevolg dat het totale aantal mensen dat aan honger en ondervoeding lijdt, in de loop der jaren is toegenomen.”

[Illustratie op blz. 8]

Het boek „India’s Green Revolution” verklaart dat slechts een minderheid profijt trekt van de „revolutie” en dat de meeste armen nog armer worden

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen