De Borobudur — Filosofie in steen
Door Ontwaakt!-correspondent in Indonesië
TE MIDDEN van een schilderachtige omgeving van groene, terrasvormige rijstvelden in Midden-Java, ligt de Borobudur. De naam van dit bouwwerk, dat omstreeks 800 G.T. tot stand kwam, betekent naar men aanneemt „Klooster op de berg”. Maar in plaats van een klooster is het een reusachtige, tweeënveertig meter hoge, vierkante opeenstapeling van stenen die de top van een heuvel omkleden. Vreemd genoeg vormt deze reusachtige hoop stenen een weergave van de filosofie van Boeddha.
In de boeddhistische leer wordt God niet opgevat als een persoonlijk wezen. Vandaar dat de mens het belangrijkste wordt. En daarom ook dat veel Chinese boeddhisten terzelfdertijd tevens volgelingen van het taoïsme en het confucianisme zijn om de religieuze leemte in het boeddhisme aan te vullen. Daar het boeddhisme niet zozeer een geloof als wel een filosofie is, gelijkt de Borobudur niet op een plaats van aanbidding, maar van meditatie.
Heden ten dage is de Borobudur behalve een toeristische trekpleister, ook een heiligdom voor de Indonesische boeddhisten. Velen van hen maken een jaarlijkse pelgrimage om in mei, tijdens de nacht van de volle maan, hun belangrijkste feest te vieren, de verlichting van Boeddha.
Magie ernstig genomen
Gedurende die nacht verzamelen de volgelingen van Boeddha zich op het veld rond de Borobudur. De plaats wordt nu, zo geloven zij, een sterk reservoir voor magische kracht. Er wordt naar men zegt „witte magie” verkregen om de „zwarte magie” te bestrijden. Men gelooft ook dat Boeddha’s geest in zichtbare gedaante op de top van een zuidelijk gelegen berg verschijnt, en nadat de viering voorbij is, wordt er van de Borobudur „magisch water” meegenomen voor degenen die de viering niet konden bijwonen en ook om de zieken te genezen.
Zij die getuige zijn geweest van Waiçak, of de viering van de verlichting van Boeddha, hebben kunnen zien hoe belangrijk spiritisme of occultisme voor de boeddhisten is. Dergelijke waarnemers kunnen zich terecht afvragen waarom boeddhisten niet in God geloven, als zij toch aan de andere kant de magische kracht van onzichtbare schepselen zeer ernstig nemen.
Een voorstelling van de boeddhistische evolutie
Alleen al de vorm van het monument komt overeen met de filosofie van het boeddhisme. Hoe dat zo? Het bouwwerk bestaat uit tien terrassen met een klein vertrek op de top en beeldt de boeddhistische opvatting af van de geleidelijke overgang van het menselijke wezen tot de uiteindelijke bestemming van Boeddha — nirvana. Het nirvana wordt voorgesteld door het centrale, bovenste vertrek. Er zijn geen duidelijk aangegeven ingangen. Maar aan alle vier de zijden zijn trappen en poorten die naar het bovenste vertrek van de trapvormige piramide leiden.
Evolutie vormt een onderdeel van de boeddhistische filosofie. Al het leven, zo geloven de boeddhisten, vindt zijn oorsprong in de rotsen. De rotsen worden, zo zeggen zij, zand, het zand gaat over in planten, de planten veranderen in insekten, de insekten in wilde dieren, de wilde dieren in huisdieren, en ten slotte worden de huisdieren mensen.
In de evolutionistische voorstelling van het boeddhisme zijn geen schakels nodig zoals in het darwinisme, omdat de evolutie, naar men meent, door middel van de reïncarnatie tot stand wordt gebracht. Zo geloven de boeddhisten dat Gautama Boeddha zelf reeds leefde voordat hij een mens werd, eerst als een konijn, een andere keer als duif, en toen als een aap. Vervolgens werd hij, volgens de boeddhistische filosofie, een mens, later een geest en ten slotte kwam hij in het nirvana.
Al deze verschillende stadiums die iemand volgens de boeddhistische opvatting in zijn leven doormaakt, zijn in de vorm van kunstzinnige reliëfs en beelden over het hele monument terug te vinden. Zo wordt bijvoorbeeld het veronderstelde voormenselijke bestaan van Boeddha afgebeeld als een konijn, of als een goede duif die het leven van schipbreukelingen redt doordat hij hen veilig terugbrengt naar het strand. De beeldhouwwerken geven dus een voorstelling van de boeddhistische filosofie van de menselijke evolutie.
Pogingen een eind te maken aan het menselijk lijden
Op de eerste vijf terrassen van de Borobudur staat op honderden goed bewaarde reliëfs de boeddhistische opvatting van het leven vol lijden afgebeeld.
Siddhartha Gautama, die de Boeddha wordt genoemd, wat de Verlichte betekent, heeft volgens zeggen van 563–483 v.G.T. geleefd. Bewogen door het plotselinge besef van ziekte, ouderdom en dood, verliet hij zijn huis op zoek naar de wijsheid die een eind zou maken aan het menselijk lijden. Dat was een lange tijd geleden en zijn leer heeft zich over een groot deel van Azië verbreid. Maar wat heeft hij, als wij een ogenblik nadenken, tot stand gebracht?
Is Gautama er ondanks zijn goede bedoelingen ten slotte in geslaagd de menselijke problemen op te lossen? Heeft hij een eind gemaakt aan de oorzaken van ziekte of aan ziekte zelf, aan ouderdom en dood en de oorzaak daarvan? Of lijden de mensen zelfs nu nog, 2500 jaar na de verlichting van Gautama, ten gevolge van ziekte, ouderdom en dood? Misschien zegt u: „Natuurlijk ben ik soms ziek; ik heb ook mensen oud zien worden en sterven.” Is Boeddha er dan werkelijk in geslaagd de mensen van lijden te bevrijden?
Nadat hij zeven weken in de schaduw van een vijgeboom had doorgebracht, kwam hij op een nacht tot de conclusie dat liefdadigheid en zelfverloochening de sleutels zijn die de weg openen tot het nirvana. Zijn redenering was dat als iemand op geen enkele wijze wordt beïnvloed door wat hij ziet, hoort, ruikt, voelt, proeft en denkt, hij vrij wordt, niet betrokken bij en zich onbewust van leven, dood, ouderdom en ziekte. Hij treedt binnen in wat het nirvana wordt genoemd; dit is geen plaats die zich ergens bevindt, maar het wordt beschreven als een toestand, het einde van alle lijden.
U zou zich natuurlijk kunnen afvragen: Hoe kan een mens zich volledig losmaken van het leven, zodat hij niets meer hoort, of niets meer ziet? Als u bijvoorbeeld iets verschrikkelijks ziet, of de persoon met wie u bevriend bent, iets afschuwelijks wordt aangedaan, zult u dan niet onmiddellijk reageren? De meeste mensen wel. Zou u uw hand niet terugtrekken als u plotseling merkt dat u hem op een heet voorwerp legt? Dat doet iedere normale persoon.
Geen herinnering bij de „reïncarnatie”
Het vervolg van de boeddhistische filosofie wordt ons op de volgende vier terrassen getoond. Dit deel van de Borobudur is niet vierkant, zoals het lagere deel, maar rond en daarop bevinden zich tweeënzeventig klokvormige, van openingen voorziene, stenen vertrekken. Elk vertrek bevat een Boeddhabeeld. Deze beelden zonder versiering zijn volgens de boeddhisten een aanduiding van het geestelijke leven dat op een hoger plan staat dan dat van een mens. Hoewel de houding van elk Boeddhabeeld hetzelfde is, hebben de handen een verschillende stand, wat naar men meent de vooruitgang naar hogere deugden aangeeft.
Daar het voor een mens onmogelijk scheen zich in de korte tijd van zijn bestaan volledig van het leven af te zonderen, niets meer te voelen noch te zien, horen, ruiken of denken, hield Gautama vast aan het geloof van de hindoe’s in de reïncarnatie, de evolutie van de mens tot een hogere levensvorm na zijn dood.
Volgens deze opvatting gaat de werkelijke, geestelijke persoonlijkheid van iemand nadat hij gestorven is onmiddellijk over in een pasgeboren baby ergens anders en dan heeft hij de kans om als mens zijn voortgang naar het onbewuste leven voort te zetten. Als hij gedurende zijn eerste levensperiode een goed leven heeft geleid, wordt geloofd dat zijn nieuwe leven een verbetering voor hem zal betekenen. Dat wil zeggen, hij zal misschien rijkere ouders hebben, misschien knapper zijn en betere karaktereigenschappen hebben. Als hij daarentegen slecht heeft geleefd, gelooft men dat het mogelijk is dat hij onder slechtere omstandigheden geboren wordt, misschien zal hij lelijker zijn, of als hij werkelijk een slecht mens was, kan hij zelfs weer overgaan in een pasgeboren huisdier.
Maar, zo kunt u zich afvragen, welk voordeel schuilt er in reïncarnatie, in opgedane ervaring, als men zich toch niets meer kan herinneren van wat er in het vorige leven is gebeurd? Hoe is een verbetering van de persoonlijkheid of een streven naar een hoger verlangen mogelijk als alle lessen uit het vorige leven uit de herinnering verdwenen zijn?
Afzondering van of vreugde in het leven?
De boeddhistische pelgrim die de tweeënzeventig beelden op de vier terrassen bezoekt, is op zoek naar bevrijding van het menselijk leven. Elk beeld geeft volgens zeggen door de wijze waarop de handen worden gehouden, aanwijzingen hoe de mens zich kan afzonderen, het bewuste contact met het leven kan verliezen. U kunt u echter afvragen hoe iemand ooit gelukkig kan zijn, zich kan verheugen en in geluk kan delen als hij zichzelf afzondert. Wil men vreugde hebben in het leven, dan is juist het tegenovergestelde nodig — deelneming, het gebruik van de zintuigen en de hersenen.
Onderwees Boeddha werkelijk liefde voor het leven? Of duidt zijn filosofie niet veeleer op vrees voor het leven? Door te proberen weg te lopen, zich van het leven af te zonderen, volgt men beslist niet de succesvolle weg die leidt tot geluk voor zichzelf en anderen. Is Gautama’s filosofie van verlichting niet eerder een manier om het leven te ontvluchten, om een eind te maken aan het bestaan, terwijl men zichzelf en anderen ervan probeert te overtuigen dat men in zekere zin iets edels doet?
In het hindoeïsme bestond altijd de vreselijke verwachting van pijniging in een vurige hel tijdens een leven na de dood; het boeddhisme tracht aan deze vrees een eind te maken door zich te concentreren op losmaking van het aardse. Daar de hel slechts een plaats van angst wordt als de zintuigen worden gebruikt, geloofde Boeddha dat door het uitschakelen van de zintuigen de hel zonder uitwerking zou zijn; en als men zich losgemaakt had, zou aan alle dingen, zowel goede als slechte, aangename en onaangename, een eind gekomen zijn.
Het tiende en laatste terras van de Borobudur wordt gevormd door een reusachtige, klokvormige structuur. Binnen is een leeg vertrek met twee afdelingen. Als de pelgrim deze kamers heeft bereikt, bewaart hij een volkomen stilzwijgen, terwijl hij erover mediteert dat hij nu symbolisch het nirvana heeft bereikt, de hoogste vorm van afzondering. Hij houdt op te bestaan. De wereld is er nog, maar hij is eruit verdwenen. Geen materiële noch geestelijke zaak zal, naar men gelooft, ooit nog invloed op hem hebben. Voor hem is de wereld afgelopen en erna zal niets meer komen.
Een betere weg van bevrijding
Het is waar dat wij zolang de mensheid bestaat, ongeveer 6000 jaar, lijden hebben ondergaan ten gevolge van ziekte, ouderdom en de dood; ook is het passend dat mensen een weg zoeken om zich van dit lijden te bevrijden. Maar waarom zullen wij dan niet aan de Schepper van de mens vragen hoe er ten slotte een eind aan lijden gemaakt zal worden?
Wanneer wij dat doen, zullen wij vernemen dat God voor de gehele gehoorzame mensheid een eind zal maken aan lijden en wel hier op aarde. Zij zullen geen nirvana nodig hebben. Hun leven zal rijk en gelukkig zijn. De planten zijn goed, de aarde is goed, en ook de dieren zijn goed. Voor mensen die het goede liefhebben en graag wensen te leven, belooft de bijbel: „En [God] zal elke traan uit hun ogen wegwissen, en de dood zal niet meer zijn, noch rouw, noch geschreeuw, noch pijn zal er meer zijn. De vroegere dingen zijn voorbijgegaan.” — Openb. 21:4.
De Borobudur is door mensen ontworpen, en hetzelfde geldt voor de filosofie die eraan ten grondslag ligt. Siddhartha Gautama was een mens, en ook zijn denken was menselijk. En alhoewel de Borobudur een uitmuntend voorbeeld is van Indonesische kunst en vakmanschap, geeft dit monument in feite alleen maar uitdrukking aan de behoefte van de mens aan bevrijding. Gods Woord, de bijbel, vertelt ons in eenvoudige bewoordingen wat Gods weg is om de mensheid te bevrijden. En mensen van alle rassen, kleuren en talen kunnen moed scheppen uit de wetenschap dat Gods tijd voor de bevrijding van ouderdom, ziekte en dood nu voor de deur staat.