Wat weet u van alcoholische dranken?
ONGETWIJFELD weet u dat bier, wijn en whisky alcoholische dranken zijn. Maar wat hebben deze dranken nu met elkaar gemeen? Hoe worden ze gemaakt? En hoe komt het dat sommige personen meer last ondervinden van een zelfde hoeveelheid alcoholische drank dan anderen?
Reeds in ver in het verleden liggende tijden hebben mensen alcoholische dranken bereid en gedronken. Van oudsher bevatten deze dranken een stof die ze onderscheidt van andere dranken. Ze dragen namelijk de naam alcoholische drank omdat ze ethylalcohol ofwel ethanol bevatten; deze stof ontstaat bij de fermentatie van suikers onder invloed van eencellige schimmels of gisten.
Alcoholische dranken kunnen in drie fundamentele groepen worden verdeeld: 1. de bieren, 2. de gegiste vruchtesappen en 3. de gedestilleerde dranken. Voor het maken van deze drie soorten bestaan drie verschillende procédés.
Het bereiden van alcoholische dranken
De verschillende biersoorten worden bereid uit graan (meestal gerst). De eerste stap bij het bereidingsproces is het „mouten”. Nadat de graankorrels eerst in water zijn geweekt en daardoor voldoende zacht zijn geworden, worden ze in een behoorlijk dikke laag op kiemvloeren uitgespreid of in bakken gedaan waardoorheen een luchtstroom wordt gevoerd. De korrels gaan dan kiemen. Wanneer de wortelkiempjes bij benadering voor drie kwart de lengte hebben van de korrels, wordt het graan onderworpen aan een drogingsproces. Daarna worden de kiempjes verwijderd. Het mout (het graan zonder de wortelkiempjes) wordt voor een periode van drie tot acht weken opgeslagen. Gedurende deze tijd komt er een enzym vrij, diastase, en er ontstaat het karakteristieke moutaroma. (Het enzym diastase zorgt ervoor dat later, tijdens het maken van het „beslag”, zetmeel wordt omgezet in suiker.)
Hierna begint het eigenlijke brouwen. Nadat het mout is gemalen, gaat men over tot het maken van het beslag. Er wordt nu water en graan (bijvoorbeeld maïs of rijst) aan het mout toegevoegd. Dit mengsel wordt daarna verwarmd en voortdurend geroerd. Als men het roeren stopzet, vormen zich vaste deeltjes. De volgende stap in het proces is de toevoeging van de gedroogde hopbellen of -kegels, de vrouwelijke bloeiwijzen van de hopplant, waarna dit mengsel wordt gekookt. Ten slotte voegt men gist toe om het gistingsproces, de omzetting van suiker in alcohol, op gang te brengen. Aan het eind ondergaat het bier nog een rijping en filtratie, terwijl er tevens nog koolzuur aan wordt toegevoegd.
Wijnen ontstaan gewoonlijk door het gisten van geplette druiven of het sap van geplette druiven onder van tevoren bepaalde omstandigheden. Aan sterkere wijnen is meestal brandewijn toegevoegd. Gearomatiseerde wijnen, zoals vermouth, zijn wijnen die gekruid zijn met aromatische kruiden en specerijen.
Gedestilleerde dranken zijn afkomstig van een grote verscheidenheid van granen, vruchten en groenten. Bij de bereiding van whisky wordt het graan in heet water geweekt voor het verkrijgen van een beslag. Door mout toe te voegen, gaat het zetmeel in het graan over in suiker. Daarna wordt er gist toegevoegd om het mengsel aan het gisten te brengen en de suiker in alcohol om te zetten. Het beslag wordt dan gedestilleerd, dat wil zeggen, verdampt en vervolgens gecondenseerd. De gecondenseerde vloeistof, de whisky, laat men gewoonlijk in houten vaten rijpen. Het alcoholpercentage wordt naar beneden gebracht door gedestilleerd water toe te voegen.
Andere gedestilleerde dranken zijn brandewijn, jenever, wodka en rum. Brandewijn wordt gedestilleerd uit gegist druivesap en in houten vaten gerijpt. Andere gegiste vruchtesappen kunnen eveneens gedestilleerd worden om brandewijn te verkrijgen, terwijl men ook aan een brandewijn die is gedestilleerd uit druivesap, of aan zuivere ethylalcohol een vruchtenessence kan toevoegen. Jenever wordt bereid uit graan, gewoonlijk rogge, en wordt op smaak gebracht met jeneverbessen. Rum destilleert men uit rietsuikermelasse. Smakeloze wodka bereidt men uit aardappels of graan. Ook zijn er nog verschillende likeuren. Deze worden gemaakt door aan brandewijn of een andere sterke drank suiker en bepaalde vruchtenessences toe te voegen.
De gedestilleerde dranken hebben het hoogste alcoholpercentage. Whisky bevat bij benadering 40 volumepercent alcohol. In tegenstelling daarmee, hebben sommige biersoorten slechts een alcoholgehalte van 2 percent, maar gewoonlijk bevat bier ongeveer 4 tot 6 percent alcohol. Het alcoholgehalte van droge tafelwijnen komt nooit boven de 14 percent uit.
Gevolgen voor de gebruiker
Met het oog op de grote verschillen in het alcoholgehalte van de verschillende dranken, doet de gebruiker er verstandig aan het etiket op de flessen te bekijken om zich van de sterkte van de betreffende alcoholische drank te vergewissen.
Elk ongewoon gedrag van iemand die alcoholische drank heeft gedronken, is in het algemeen te wijten aan de hoeveelheid alcohol die in zijn bloedsomloop is opgenomen. Aangezien een flinke hoeveelheid bloed de hersenen bereikt, hoopt de alcohol zich daar op. Dat is er ook de oorzaak van dat zelfs kleine hoeveelheden alcohol reeds de werking van het centrale zenuwstelsel onderdrukken.
Behalve het alcoholgehalte van de drank en de hoeveelheid die men ervan drinkt, zijn er ook een aantal andere factoren die op een bepaald ogenblik invloed uitoefenen op de alcoholconcentratie in de bloedsomloop. Deze factoren zijn onder andere de snelheid waarmee men drinkt, de snelheid waarmee de alcohol in de bloedsomloop wordt opgenomen en de lichaamsgrootte van de drinker. Onderzoekingen hebben uitgewezen dat het lichaam van een man met een normale gezondheid, die plusminus 100 kilogram weegt, per uur bijna 5 cm3 meer pure alcohol kan afbreken dan het lichaam van een man die ongeveer 70 kilo weegt, mits alle andere omstandigheden verder hetzelfde zijn. Alcoholische dranken zullen dus op lichtgebouwde personen gewoonlijk een sterkere invloed hebben dan op iemand met een zware bouw.
Daar ons lichaamsstelsel per uur slechts een bepaalde hoeveelheid alcohol kan afbreken, moet iemand voorzichtig zijn dat het alcoholpercentage in zijn bloed niet zo hoog wordt dat hij er schadelijke gevolgen van ondervindt. Als hij verkiest te drinken, kan hij met zijn spijsverteringsstelsel samenwerken door met mate te drinken. Hij kan ook de snelheid waarmee hij drinkt verminderen waardoor zijn lichaam de gelegenheid krijgt de alcohol af te breken voordat er een te hoge concentratie in de bloedsomloop ontstaat. Dit is te bereiken door over het drinken van een bepaalde kleine hoeveelheid drank langer te doen. Ook wordt de snelheid waarmee de alcohol in het lichaam wordt opgenomen, vertraagd wanneer er zich in de maag voedsel bevindt of vloeistoffen als melk, room en tomatesap. Aan de andere kant bespoedigt de kooldioxyde in koolzuurhoudende dranken, zoals spuitwater, de snelheid waarmee alcohol wordt opgenomen. Dat is er ook de oorzaak van dat men de uitwerking van het drinken van champagne sneller bemerkt dan van wijn.
Men heeft ontdekt dat de alcohol in alcoholische dranken met een alcoholpercentage van 10 tot 35 percent het snelst wordt opgenomen. Dit betekent dus dat wanneer iemand whisky drinkt (met een hoog alcoholpercentage) en onmiddellijk daarna bier (met een laag alcoholpercentage) er in zijn maag een mengsel ontstaat dat sneller in de bloedstroom zal worden opgenomen en van ernstiger invloed op hem zal zijn dan de zuivere whisky alleen.
Enkele gevaren
Hoewel de problemen die het gevolg zijn van alcoholmisbruik al zo oud zijn als het maken van alcoholische dranken zelf, zijn er in de twintigste eeuw nog bijkomende gevaren ontstaan. Een van deze gevaren is ontstaan doordat men bij het vervaardigen van alcoholische dranken een uitgebreid gebruik is gaan maken van chemische toevoegstoffen. Ongeveer zes jaar geleden vonden bijvoorbeeld vijftig personen die geregeld grote hoeveelheden van een bepaald soort bier nuttigden, de dood ten gevolge van een chemische toevoegstof die zich in het bier bevond. De toevoegstof was een kobaltzout. Het bier was met dit zout behandeld opdat het zijn schuim-„manchet” zou behouden.
Er kunnen nog meer gevaren ontstaan wanneer men, zoals veel voorkomt, pillen of verdovende middelen inneemt. In talrijke gevallen is het niet bekend welke uitwerking bepaalde verdovende middelen op het bloed hebben. Hierdoor is het nog moeilijker te bepalen welk effect zulke verdovende middelen hebben in combinatie met alcohol. Dat er echter gevaren aanwezig zijn, is zeker. In het boek Combined Effects of Alcohol and Other Drugs (Het gecombineerde effect van alcohol en andere bedwelmende middelen) door R.B. Forney en F.W. Hughes, stond het volgende te lezen:
„Aangezien de kortwerkende barbituraten het meeste gebruikt worden voor het oproepen en laten voortduren van de nachtelijke slaap, is het goed erop te wijzen dat ze in combinatie met alcohol een gevaarlijke of zeer diepe slaap teweeg kunnen brengen. Dit is vooral gevaarlijk voor degenen die zich hiervan niet bewust zijn. Deze bedwelmende middelen worden ook in sub-hypnotische doses toegediend om als kalmerend middel dienst te doen, terwijl ze tevens in combinatie met pijnstillende middelen worden gebruikt om de werking van de laatste te versterken. Een patiënt aan wie een kortwerkend barbituraat is voorgeschreven als slaap- of kalmeringsmiddel dient te worden gewaarschuwd tegen het gelijktijdige gebruik van alcohol. In dergelijke gevallen kan de gewoonlijk gebruikte kalmeringsdosis plus de alcohol een gevaarlijke vermeerdering vormen die tot een toestand van hypnose of bijna-hypnose zal leiden, en iemand in een situatie zal brengen die zowel voor hemzelf als voor de maatschappij grote gevaren kan inhouden.
Ongewilde zelfmoorden kunnen het gevolg zijn van het gecombineerde gebruik van bedwelmende middelen, als barbituraten, en alcohol. Bij mensen die de neiging hebben veel medicamenten in te nemen en veel te drinken, kan het heel gemakkelijk voorkomen dat zij de hoeveelheid bedwelmende middelen die zij hebben ingenomen zijn vergeten, zodat zij onvoorzichtig genoeg nog een dosis innemen. Vlak voor de slaap kan dan een toestand van verwarring en geheugenverlies ontstaan, waardoor iemand ertoe wordt gebracht zorgeloos nog een dosis te nemen. Voordat men bewusteloos raakt, kunnen er op deze wijze zulke grote hoeveelheden zijn ingenomen, dat een onverwachte dood er het gevolg van is.”
De christen die alcoholische dranken gebruikt en zich bewust is van het gevaar van onmatig drinken, begrijpt waarom het noodzakelijk is voorzichtig te zijn. Hij volgt de verstandige raad uit de bijbel op: „Hetzij gij daarom eet of drinkt of iets anders doet, doet alle dingen tot Gods heerlijkheid” (1 Kor. 10:31). Ja, ware christenen die hun verhouding tot God op de eerste plaats stellen, beseffen dat zij God niet werkelijk kunnen verheerlijken als hun zinnen beneveld zijn door een onmatig gebruik van alcohol.