Zal dit een goede dag zijn?
EEN aangenaam „Goedendag” is misschien de meest algemene groet. Maar als er zo’n groet wordt uitgewisseld, hoeveel betekent dan de gedachte die erachter schuilt voor u? Voor de meesten is dat van weinig belang. Wat is ten slotte een dag vergeleken met een heel leven?
Het is waar dat een levensduur van zeventig jaar (zoals in sommige landen wordt genoten) de belofte inhoudt van 25.567 dagen in totaal. Maar voor een persoon van vijftig lijken de 18.262 dagen die hij dan heeft doorgebracht snel voorbij te zijn gegaan en lijken de 7305 dagen waar hij nog naar kan uitzien, inderdaad niet zo veel meer. Nu zal hij misschien naar waarde beginnen te schatten waarom Mozes lang geleden tot God bad: „Toon ons hoe onze dagen eigenlijk zó te tellen dat wij een hart van wijsheid bekomen.” — Ps. 90:12.
Wat bedoelde Mozes? Mozes bedoelde beslist niet dat God zou openbaren hoeveel het precieze aantal dagen van het leven van iedere Israëliet zou bedragen. Integendeel, de bijbel herinnert ons er voortdurend aan dat wij er niet op dienen te rekenen een bepaalde tijdsperiode te leven, maar in plaats daarvan dienen te beseffen dat „gij niet weet wat uw leven morgen zal zijn. Want gij zijt een nevel, die een ogenblik verschijnt en dan verdwijnt” (Jak 4:13-15). Jezus gaf een gelijkenis van een rijke egocentrische boer, die dacht dat hij een goede kijk had op het aantal levensdagen dat hij nog voor zich had. Hij breidde zijn voorraadschuren uit en zei toen tot zichzelf: „Ziel, gij hebt vele goede dingen opgelegd voor vele jaren; neem uw gemak, eet, drink en wees vrolijk.” Maar in werkelijkheid was er niet eens een morgen voor hem, want God zei tot hem: „Onredelijke, nog deze nacht eist men uw ziel van u op. Voor wie zullen dan de door u opgeslagen dingen zijn?” — Luk. 12:19, 20.
In werkelijkheid tonen Mozes’ eigen woorden in Psalm 90 aan dat ook hij de kortheid, de voorbijgaande aard en de onzekerheid van het menselijk leven erkende. (Zie de verzen 9 en 10.) In zijn gebed gaf Mozes dus kennelijk uiting aan zijn verlangen Gods leiding te ontvangen opdat hij en zijn volk geholpen zouden worden de ’dagen van hun jaren’ met wijsheid op prijs te stellen, naar waarde te schatten en te waarderen, zodat zij ze niet in ijdelheid zouden gebruiken, maar om Jehovah’s gunst te verwerven.
Hoe staat het met ons? Hoeveel betekent een dag voor ons? Zullen wij de „dagen van onze jaren” op een wijze gebruiken alsof wij er nog een vastgestelde hoeveelheid van in voorraad hebben en er geen gevaar bestaat dat ze ooit zullen ophouden? Wanneer beginnen wij ze te „tellen”; slechts als de gewone voorraad zeer geslonken is op oudere leeftijd? Of zullen wij er vroeg mee beginnen de echte waarde en kostbaarheid van iedere dag te beseffen, opdat „wij een hart van wijsheid bekomen” zoals Mozes het zei, door te proberen iedere dag op een waardevolle manier te besteden?
Wat een dag kan brengen
Waarom zou u er, als u groet of wordt begroet met een vriendelijk „Goedendag”, niet een ogenblik bij blijven stilstaan en erover nadenken wat een dag kan brengen, hoe gewichtige en zelfs op het hele leven van invloed zijnde gebeurtenissen op één enkele dag hebben plaatsgevonden. Op één dag waren Adam en Eva hun Schepper ongehoorzaam, waarbij zij zelfs hun tehuis en uiteindelijk hun leven verloren. Wij hebben nog te lijden van hun verkeerde handelwijze op die dag (Rom. 5:12). Op een avond keek koning David begerig naar de mooie vrouw van een andere man toen zij zich aan het baden was, en hij ging er toen toe over nog twee van Gods geboden te overtreden. Ofschoon hij berouw had, werd zijn leven er daarna ernstig door beïnvloed. — 2 Sam. 12:9-12.
De groet van de engel Gabriël aan Maria van de stam Juda was warm en oprecht: „Goedendag, hooglijk begunstigde, Jehovah is met u.” Dat bleek inderdaad een zeer ’goede dag’ te zijn voor deze maagd uit Galiléa, een dag die zij lang in haar herinnering bewaard heeft. Zij reageerde nederig en eerbiedig op de gelegenheid die haar werd geboden. Negen maanden later werd zij de moeder van de beloofde Messías. — Luk. 1:28-38.
In schrille tegenstelling hiermee was hetgeen de Romeinse soldaten tot Christus Jezus zeiden: „Goedendag [letterlijk: Wees verheugd], gij Koning der joden!” Dit was spottend bedoeld. Zij waren van plan deze dag zo slecht mogelijk voor hun slachtoffer te maken. Ondanks hun pogingen bracht Jezus die dag op een succesvolle wijze ten einde door zijn rechtschapenheid ten opzichte van zijn hemelse vader te handhaven (Matth. 27:29). Wij hebben onze hele hoop op eeuwig leven te danken aan wat Gods Zoon op die kritieke dag deed. Hij maakte die tot de mooiste dag in de menselijke geschiedenis.
Deze dag en u
Wat kunnen wij over vandaag zeggen — zal het een goede dag voor u zijn? Iedere dag heeft zijn gelegenheden, zijn verantwoordelijkheden en zijn werk. De meeste dagen brengen bepaalde kwesties, bepaalde beslissingen met zich, waaraan wij het hoofd moeten bieden. Sommige dagen zijn kritiek — onze hoop op leven in Gods gunst kan op het spel staan. Maar wees van één ding verzekerd: iedere dag draagt bij tot de vorming van uw leven.
Wat hebt u tot nu toe met deze dag gedaan? Hebt u genoten van de goede omgang met anderen, waarbij u liefde toonde voor God en voor uw naasten, ja, zelfs voor een vijand? Hebt u iemand geholpen, misschien door iemand iets te vergeven? Hebt u meer dan eenmaal gebeden, zoals Daniël? (Dan. 6:10) Hebt u een probleem opgelost, of hebt u een moeilijkheid uit de weg geruimd? Hebt u iets tot stand gebracht dat de moeite waard was?
Of hebt u misschien het tegenovergestelde van enkele van deze dingen gedaan? Hebt u een grote vergissing begaan? Hebben bepaalde verkeerde gedachten u ertoe aangezet dingen te zeggen die u nu betreurt? Hebt u iets slechts beraamd, dat niet heilzaam en niet opbouwend was? Als dat zo is, is de dag nog niet verloren. Slechte gedachten kan men van zich afzetten, met slechte spraak kan worden gestopt (Fil. 4:8). U hoeft de zon niet te laten ondergaan terwijl u in een geërgerde stemming verkeert (Ef. 4:26). Ja, men kan onmiddellijk beginnen de zaak ten goede te veranderen, en daardoor kan een dag toch nog goed eindigen.
Ofschoon sommige dagen plezieriger en vrijer van zorgen zullen zijn dan andere, kan voor een christen iedere dag goed zijn. Hij kan dagelijks tevreden zijn met zijn voedsel en kleding, terwijl hij de hemelse Gever dank kan brengen voor de dingen die hij bezit (1 Tim. 6:8). Hij kan zelfs gelukkig zijn in tijden van vervolging, waarbij hij het als een voorrecht beschouwt lijden te ondergaan net als Jezus lijden onderging omdat hij het goede deed. De fouten die hij begaat kunnen levenslessen zijn, schreden op het pad naar toekomstig succes. Verliezen kunnen vaak hersteld worden, met teleurstellingen kan rekening gehouden worden en zorgen kunnen worden verdreven als hij zich de raad van Jezus in herinnering brengt: „Weest dus nooit bezorgd voor de volgende dag, want de volgende dag zal zijn eigen zorgen hebben.” Gods voorziening is echter ruimschoots in staat ze alle weg te nemen. — Matth. 6:25-34.
Hoe goed zou het zijn iedere dag te kunnen beschouwen zoals onze Schepper dat doet. In het eerste hoofdstuk van de bijbel kunt u lezen hoe deze aardbol in zes scheppingsdagen of -periodes, waarin de dynamische heilige geest van Jehovah werkzaam was, werd gereedgemaakt. Merk op hoe Jehovah aan het eind van iedere dag kon zeggen dat zijn werk goed was. Duizenden jaren later genieten wij nòg van de vele goede gaven en volmaakte geschenken waarin de Schepper heeft voorzien voor het tegenwoordige (en toekomstige) gebruik van de gehoorzame mensheid, ja, als gevolg van wat hij op die ’goede dagen’ heeft gedaan. Zal er iemand duurzame zegeningen ontvangen door wat wij vandaag doen?
Om natuurlijk met vertrouwen naar echte goede dagen te kunnen uitzien, is het noodzakelijk dat men kennis heeft van Gods wil met betrekking tot de mens en zijn leven dienovereenkomstig vormt. Dat zal een verandering in denken en handelwijze betekenen, want wij werden allen met zondige neigingen geboren: zelfzuchtig, eigenzinnig, met een geest van onafhankelijkheid. Kan zulk een verandering worden aangebracht? Is het mogelijk? Ja, want God, die redelijk is, verwacht het van ons, en hij geeft zelfs heel duidelijk aan hoe die verandering tot stand gebracht kan worden. „Wordt veranderd door uw geest te hervormen” is de raad die hij geeft (Rom. 12:2). Dit betekent dat wij onze geest moeten vullen met de gedachten van God zoals die in de bijbel staan, waarbij wij de onrijpe en onjuiste gedachten van louter mensen vervangen en van ons wegdoen.
Het is onze oprechte wens dat u zowel vreugde als zegeningen zult ondervinden van de artikelen die in het tijdschrift dat u nu leest geboden worden. Mag deze dag inderdaad een goede dag voor u zijn als u ’een hart van wijsheid bekomt’, waarbij u uw dagen telt vanuit het verheven gezichtspunt van uw Schepper, de Koning der Eeuwigheid.