Zich in vrede op aarde verheugen
IS ER ergens op aarde een plaats waar werkelijk vrede bestaat? Als u aan de wijdverbreide onrust, beroeringen en strijd denkt, zult u het misschien wel heel moeilijk vinden zelfs maar één vredige plaats te noemen. Zou het u daarom niet verbazen te vernemen dat ware vrede werkelijk bestaat, en nog wel op vele plaatsen over de hele aarde?
Het bestaan van ware vrede werd in de zomer van 1969 op machtige wijze gedemonstreerd toen honderdduizenden getuigen van Jehovah uit meer dan honderd landen op dertien congresplaatsen in Europa en Noord-Amerika bijeenkwamen. Het gedrag van de afgevaardigden liet zien dat vreedzaamheid een kenmerk is van hun dagelijkse levenswijze. Afgevaardigden op het internationale „Vrede op aarde”-congres werden bovendien aangemoedigd door berichten waaruit bleek dat er over de gehele aarde mensen zijn die zich in vrede verheugen en deze bevorderen.
In het nabije Oosten
Vrijwel dagelijks verschijnen er berichten in de openbare pers over de gewelddadigheden in het nabije Oosten en over de diepgewortelde haat die de Arabieren en de joden tegen elkaar koesteren. Is dit echter wel altijd het geval?
Een congresafgevaardigde berichtte dat in Israël onder zowel joden als Arabieren enkelen de bijbelse waarheden hebben aanvaard en christelijke „broeders” zijn geworden. „Er heerst volkomen harmonie onder hen”, verklaarde hij. „Op speciale wijze werd dit duidelijk gedurende de kritieke dagen van de ’zesdaagse oorlog’ in 1967, toen spanning en wantrouwen tussen raciale groepen hun hoogtepunt bereikten.” Zoals altijd bij Jehovah’s getuigen het geval is, waren zij ten aanzien van de oorlog volkomen neutraal.
Over de situatie tijdens de oorlog merkte hij op: „Wij werkten het volledige programma van de vergadering af, ook al moesten wij de Koninkrijkszaal verduisteren, en de joodse en Arabische broeders kwamen zelfs gedurende die oorlogsdagen bijeen zonder een spoor van de achterdocht en het wantrouwen waardoor alle andere mensen waren aangestoken.”
De oprechte liefde die deze christelijke broeders voor elkaar hebben, blijkt wel uit het volgende bericht: „Tijdens de gevechten werden verscheidene gebieden die tevoren onder Jordaans bestuur stonden, door Israël bezet en wij wisten dat er enkele broeders in die streek waren, zodat wij op zekere dag, enkele dagen na de oorlog, op zoek gingen naar hen. Een broeder kende een gezin en dacht dat hij hun huis zou kunnen vinden. Ik zal nooit vergeten wat wij toen meemaakten: hoe wij door de vroegere prikkeldraadversperringen heen reden, van Jeruzalem uit noordwaarts naar de stad Ramallah, met overal oorlogsverwoestingen en verlaten huizen langs de weg.
Eindelijk hadden wij het huis gevonden, en toen wij het naderden, vroegen wij ons natuurlijk af: . . . ’Zijn er nog broeders hier?’ Wij tikten op de buitendeur en deze werd voorzichtig geopend . . . kunt u zich voorstellen hoe wij ons voelden toen wij bemerkten dat er daarbinnen twintig Getuigen waren die hun wekelijkse Wachttoren-studie hielden? Wat werden wij verwelkomd!”
Israël wordt aan de noordzijde begrensd door het Arabische land Libanon. Ook daar nemen Jehovah’s getuigen hun standpunt voor de vrede in. Wat zij echter in Libanon meemaken, komt overeen met wat de bijbelpsalmist ondervond, die schreef: „Ik ben voor vrede; maar als ik spreek, zijn zíj voor oorlog.” — Ps. 120:7.
Zowel de moslims als de naamchristenen in Libanon zijn tegen Jehovah’s getuigen gekant, ofschoon zij ook elkaar heftig bestrijden. In kleine steden slagen priesters erin schoolkinderen ertoe te brengen de Getuigen met stenen te gooien terwijl dezen bezig zijn met hun bediening. Jehovah’s getuigen blijven echter de vrede najagen. In één stad hebben twee zendelingen dergelijke plagerijen en kwellingen bijvoorbeeld twee jaar lang vreedzaam verdragen alvorens naar een ander gebied te verhuizen. Een congresafgevaardigde berichtte het volgende interessante resultaat:
„Verscheidene jaren later stelde een jonge Getuige zich op een districtsvergadering aan de twee zendelingen voor en zei: ’Jullie kennen mij niet, maar ik kan mij jullie herinneren. In onze stad waren jullie vaak in de dienst en ik was een van die kleine kinderen die jullie dan altijd met stenen gooiden. Ik wou dat ik toen de waarheid had gekend, dan had ik met jullie mee in de dienst kunnen staan in plaats van jullie te vervolgen.’”
De vreedzame handelwijze van de zendelingen had grote indruk op hem gemaakt. Nu is hij een van Jehovah’s getuigen die als een speciale-pionierbedienaar van het evangelie werkzaam is.
Niet ver daarvandaan, op het eiland Cyprus in de Middellandse Zee, zijn Turken en Grieken vrijwel voortdurend met elkaar in staat van oorlog. De scheiding tussen hen wordt door sommige wereldlijke autoriteiten als onherstelbaar beschouwd. Niettemin gaan Grieken en Turken die Jehovah’s getuigen worden, in vrede met elkaar om. „Wegens deze vrede en eenheid”, zo berichtte de afgevaardigde uit Cyprus, „heeft Jehovah God ons met een voortreffelijke toename gezegend.” Vervolgens vermeldde hij een ervaring waaruit duidelijk blijkt welke uitwerking de bijbelse vredesboodschap kan hebben.
„In een bepaald dorp”, zo verklaarde hij, „woonde een vooraanstaand revolutionair. Iedereen was bang voor hem, want hij was een echte onruststoker. ’s Avonds ging hij vaak naar de cafés en als hij dan wat sterke drank had gehad, trok hij zijn revolvers en schoot de lampen stuk. De bijbelse waarheid maakte echter dat deze man veranderde. Er werd een bijbelstudie met hem begonnen en hij ging de vergaderingen van de christelijke gemeente bezoeken. Hij zocht niet langer ruzie met zijn dorpsgenoten en werd een vreedzaam man. Dit maakte zoveel indruk op de dorpelingen dat zij gunstig over Jehovah’s getuigen begonnen te praten.”
Vrede in Afrika
Over het algemeen denkt men in verband met Afrika aan een van de meest door twist en nijd verscheurde gedeelten van de aarde. Revolutie is aan de orde van de dag. Toch verheugen steeds meer personen, ja, letterlijk tienduizenden, zich in ware vrede. Dit werd duidelijk aangetoond door het verslag van een afgevaardigde van Congo (Kinshasa) op het internationale „Vrede op aarde”-congres. Hij verklaarde:
„Er is hier lange tijd oorlog geweest. Door de vreedzame christelijke boodschap kan een oorlogszuchtige gezindheid echter in een vreedzame geestesgesteldheid worden veranderd. Zo was er bijvoorbeeld een man die als vrijheidsstrijder Congo binnenkwam. In zijn vaderland werd hij als een gevaarlijke opstandeling, als iemand die meedeed aan guerrillaoorlogen, beschouwd. Een zendeling begon met hem te studeren. Zes maanden later begon hij vergaderingen te bezoeken. Een jaar later werd hij gedoopt, en ten slotte werd hij als een dienaar in de christelijke gemeente aangesteld.
Ondanks het feit dat hij verwachtte tot gevangenisstraf te worden veroordeeld als hij naar zijn vaderland terugkeerde, ging hij toch terug, te zamen met zijn christelijke vrouw, om de bijbelse boodschap van vrede tot zijn eigen volk te prediken. Wat een verrassing wachtte hem bij zijn terugkeer! In plaats dat hij gevangen genomen werd, werd hij door regeringsfunctionarissen vriendelijk ontvangen en gaven zij hem zijn vroegere wereldlijke betrekking terug. Zij hadden gehoord dat hij een van Jehovah’s getuigen was geworden en wisten dat hij voor de regering niet langer een gevaar zou vormen maar dat hij nu een man van vrede was.”
De basis om zich in vrede te verheugen
Hoe komt het dat Jehovah’s getuigen erin slagen te zamen in vrede te leven, terwijl andere mensen elkaar zo dikwijls haten en bestrijden? Het antwoord wordt te kennen gegeven door een ervaring uit de republiek Congo (Brazzaville). Een congresafgevaardigde verklaarde:
„Toen een van Jehovah’s getuigen voor zijn vleselijke broer in de gevangenis een bijbel meebracht, vroeg de gevangenisbewaarder: ’Wat voor godsdienst heeft uw broer?’
’Protestant’, antwoordde de Getuige.
’Waarom is hij in de gevangenis gekomen?’ vroeg de bewaarder.
’Voor het verbergen van wapens’, antwoordde de Getuige.
’Wat voor godsdienst had de vroegere president van de republiek?’ vroeg de bewaarder vervolgens.
De Getuige wist dit en antwoordde dat hij eveneens protestant was. De bewaarder, die niet wist dat de persoon tot wie hij sprak een van Jehovah’s getuigen was, zei vervolgens: ’De bijbel hoort niet bij de protestanten. Als dat zo was, zou de vorige president niet zoveel mensen hebben laten doden en zou uw broer geen wapens in zijn bezit hebben gehad. Dit boek is alleen voor Jehovah’s getuigen.’”
Ja, veel mensen is het duidelijk dat de bijbel het boek is dat zeer in het oog springend door Jehovah’s getuigen wordt gebruikt. Bovendien is de reden waarom Jehovah’s getuigen in staat zijn zo’n vreedzaam leven te leiden, gelegen in het feit dat zij de leerstellingen van dit boek, het Woord van God, in de praktijk brengen.
Het verkondigen van Gods vredesboodschap
Daar Jehovah’s getuigen beseffen dat de bijbel de basis verschaft om zich in ware vrede en tevredenheid te verheugen, nemen zij ijverig aan de verkondiging van deze boodschap deel. Ten einde dit te kunnen doen, moeten zij vaak belangrijke veranderingen in hun leven aanbrengen. Op het internationale „Vrede op aarde”-congres te New York noemde een afgevaardigde van Japan hiervan een voorbeeld.
„In april 1969”, zo berichtte hij, „gaf het golfsport-tijdschrift Asahi op drie fotopagina’s een beschrijving van de nieuwe betrekking van een bekende beroepsgolfspeler. Deze jongeman had een schitterende sportcarrière opgeofferd om een nederige volle-tijdbedienaar van het evangelie bij Jehovah’s getuigen te worden.” Hij zag in hoe dringend het is Gods boodschap van vrede welke hij had aanvaard, te verkondigen.
In Guatemala besefte een zeventienjarige Getuige, die bij haar moeder en stiefvader woont, eveneens de belangrijkheid om aan de volle-tijdbediening deel te nemen. Uit welke bron zou zij echter financiële hulp ontvangen, aangezien de lonen in dat land zo laag zijn? Een congresafgevaardigde die Guatemala vertegenwoordigde, verklaarde:
„Zij leerde voor het eerst haar echte vader kennen. Hij was blij haar te zien en deed het royale aanbod haar elke maand een kleine toelage te geven om haar te ondersteunen, en hiermee is zij in staat aan de volle-tijdbediening deel te nemen.”
Is deze ervaring zo iets ongewoons, zou u zich kunnen afvragen? Ja, want zoals de congresafgevaardigde uitlegde: „Weinig jonge meisjes bij Jehovah’s getuigen die in de volle-tijddienst zijn, krijgen hulp van een vader die ook nog een katholieke priester is.”
Beschouw als bewijs van het toenemende aantal van hen die Gods boodschap van vrede verkondigen, eens de toestand op de Filippijnen. Nog niet zo lang geleden werd er een hoogtepunt van 54.789 bedienaren van het evangelie bereikt. De afgevaardigde van dat land berichtte: „In de eerste acht maanden van het dienstjaar 1969 (van september tot en met april) hebben 4361 nieuwe bedienaren van het evangelie door middel van de waterdoop gesymboliseerd dat zij zich aan God hebben opgedragen. Dit is voor die periode een gemiddelde van 545 per maand, of achttien per dag!”
Aandeel dat het „Waarheid”-boek heeft gehad
In de zomer van 1968 publiceerden Jehovah’s getuigen het hulpmiddel voor bijbelstudie getiteld De waarheid die tot eeuwig leven leidt. In gemakkelijk te begrijpen taal worden hierin de voornaamste leerstellingen van Gods prachtige Woord der waarheid, de bijbel, uiteengezet. Er zijn reeds meer dan 35 miljoen exemplaren van het Waarheid-boek in vele talen gedrukt! De ene afgevaardigde na de andere maakte op het „Vrede op aarde”-congres melding van de schitterende resultaten die met behulp van deze publikatie worden bereikt bij het bijeenvergaderen van hen die God en de vrede die hij op aarde belooft te brengen, liefhebben. Een afgevaardigde van Canada zei bijvoorbeeld:
„Een belangstellend persoon in Canada las het Waarheid-boek, zodra hij het ontvangen had, drie maal achtereen in snel tempo door. Zelfs nog voordat de Getuige het eerste nabezoek bij hem had gebracht, liet hij zich uit zijn kerk van de christenheid uitschrijven, stond hij erop dat zijn kinderen geen religieus schoolstelsel meer bezochten en bracht hij andere veranderingen in zijn leven aan. Toen de Getuige dan ook terugkwam, was de eerste vraag van deze met een schaap te vergelijken persoon: ’Wat moet ik doen om gedoopt te worden?’ En hij meende het o zo ernstig!”
Een afgevaardigde van Engeland berichtte: „Een van onze volle-tijdprediksters verspreidde het Waarheid-boek aan een jonge katholieke vrouw. Toen zij de vrouw de week daarop nabezocht, vertelde deze haar dat zij het boek nog op de dag dat zij het had ontvangen helemaal doorgelezen had. De vrouw zei tot de volle-tijdpredikster: ’U weet toch dat wij in de laatste dagen leven, niet waar?’ En vervolgens ging zij alles vertellen wat zij in het boek gelezen had, net alsof zij bezig was de Getuige getuigenis te geven.
Er werd een studie afgesproken en binnen twee weken bezocht de vrouw de vergaderingen. Weldra begon zij aan de bediening deel te nemen en op de volgende kringvergadering werd zij gedoopt. Haar man begon eveneens te studeren, bezocht vergaderingen, nam aan de bediening deel en besloot tijdens het Londense ’Vrede op aarde’-congres gedoopt te worden.”
Een soortgelijke ervaring werd door een vertegenwoordiger van Nieuw-Zeeland beschreven. Hij zei: „Eind 1968 werd met een jong echtpaar een bijbelstudie in het Waarheid-boek begonnen. Tegen de tijd dat zij het derde hoofdstuk hadden bestudeerd, begonnen zij vergaderingen te bezoeken. Toen zij aan het vijfde hoofdstuk toe waren, begonnen zij met de velddienst. Bij hoofdstuk tien begon de man zelf al een bijbelstudie met een ander echtpaar te leiden.
Toen deze tweede studie drie maanden aan de gang was, begon ook dit gezinshoofd geregeld aan het predikingswerk deel te nemen. Zo waren er binnen zes maanden sinds de oorspronkelijke studie was opgericht twee gezinnen bezig Gods boodschap van vrede te verbreiden. Het eerste echtpaar werd in mei 1969 gedoopt en het tweede besloot zich dat zelfde jaar op een van de internationale ’Vrede op aarde’-congressen te laten dopen!”
Gemiddeld hebben zich elke maand ongeveer 8000 personen met Jehovah’s getuigen verbonden en het feit dat zij zich aan Jehovah opdroegen door middel van de waterdoop gesymboliseerd. Als gevolg hiervan verheugen zij zich zelfs nu reeds in vrede wat de omgang met medegelovigen uit alle rassen en nationaliteiten betreft en zien zij uit naar de tijd dat er in Gods nieuwe samenstel van dingen over de gehele aarde blijvende vrede zal worden gevestigd.