Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g71 22/7 blz. 28-30
  • De heilige geest — Een persoon?

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • De heilige geest — Een persoon?
  • Ontwaakt! 1971
  • Vergelijkbare artikelen
  • Is de heilige geest werkelijk een persoon?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1975
  • De heilige geest — Gods werkzame kracht
    Moet u geloof stellen in de Drieëenheid?
  • Wat is de heilige geest?
    Vragen over de Bijbel
  • Aantekeningen Johannes — Hoofdstuk 14
    Nieuwewereldvertaling van de Bijbel (studie-uitgave)
Meer weergeven
Ontwaakt! 1971
g71 22/7 blz. 28-30

„Uw woord is waarheid”

De heilige geest — Een persoon?

TOEN Jezus bij zijn volgelingen op aarde was, onderwees hij hen niet alleen maar verschafte hij hun tevens zijn hulp en leiding. Wat zou er echter na zijn dood gebeuren? Zouden zij geen geestelijke hulp meer ontvangen?

Op de avond voordat Christus werd terechtgesteld, deed hij hun de volgende geruststellende belofte: „Dan zal de Vader op mijn gebed u een andere Helper [Grieks: paraklètos] geven om voor altijd bij u te blijven: de Geest van de waarheid, voor wie de wereld niet ontvankelijk is, omdat zij Hem niet ziet en niet kent” (Joh. 14:16, 17, katholieke Sint-Willibrordvertaling [SW]). Zij die de Statenvertaling of de Nieuwe Vertaling van het Nederlandsch Bijbelgenootschap gebruiken, zijn wellicht meer vertrouwd met het woord „Trooster”, dat in die vertalingen in plaats van „Helper” wordt gebruikt. In beide gevallen maken veel mensen de gevolgtrekking dat Jezus beloofde dat een goddelijk persoon zijn volgelingen zou helpen en dat de heilige geest of „Heilige Geest” een persoon is.

Wordt door hetgeen de bijbel over de „Helper” of „Trooster” zegt echter werkelijk bewezen dat de heilige geest een levende persoon is?

Zowel in het Hebreeuws als in het Grieks is het woord voor „geest” hetzelfde woord dat met „wind” is vertaald. Net als de wind kan de heilige geest niet worden gezien; toch is het een werkzame kracht die resultaten kan voortbrengen. Dat ernaar verwezen wordt als „Gods Geest” of de „Geest des HEREN”, toont aan dat het een middel of werktuig is dat God toebehoort. — Gen. 1:2, PC; Richt. 15:14, NBG.

Bewijzen voor de onpersoonlijke aard van de heilige geest vindt men in de manier waarop de bijbel hem in één adem met onpersoonlijke dingen zoals water en vuur noemt. Zoals Johannes de Doper met water doopte, zou Jezus met heilige geest en met vuur dopen (Matth. 3:11; Mark. 1:8; Hand. 1:5). U kunt iemand met water of vuur dopen door hem daarin onder te dompelen, maar u kunt niet de ene persoon met de andere persoon dopen. De heilige geest moet daarom onpersoonlijk zijn, net als vuur en water. Ook spreekt de bijbel over mensen die „vol van” of „vervuld met” heilige geest zijn, en over het „uitgestort”-worden van de geest, waardoor kennelijk wordt afgerekend met de gedachte dat het een goddelijk persoon, een deel van een drieënige Godheid, zou zijn. — Ef. 5:18, Luk. 1:67, Hand. 2:33, SW.

Hoe moeten wij dan de verwijzingen naar de heilige geest als de Helper of Trooster beschouwen, alsof het een personage was? En waarom gebruikt de bijbel zulke persoonlijke voornaamwoorden als „hij” en „hem” en „zichzelf” met betrekking tot de „Geest der waarheid”? (Joh. 14:16, 26; 15:26; 16:7, 13, NBG, SW) Aangezien de gehele Schrift waarachtig is en door God is geïnspireerd, moet er een redelijke verklaring voor zijn. — 2 Tim. 3:16, 17.

Wat Jezus beloofde, was een andere paraklètos. In niet-bijbelse Griekse literatuur werd dit woord van toepassing gebracht op iemand die als „rechtskundig adviseur of helper of voorspraak aan de betreffende rechtbank” diende. In de bijbel heeft het woord echter, „naar het schijnt, de uitgebreide en algemene betekenis van ’helper’” (Theological Dictionary of the New Testament, uitgegeven door G. Friedrich, Deel V, blz. 803, 804). Terwijl sommige bijbelvertalingen het woord als „Trooster”, „Voorspraak” of „Raadsman” vertalen, geven veel moderne bijbelvertalingen paraklètos als „helper” weer.

Ook al is het waar dat paraklètos een woord was dat op een persoon die een bepaalde functie bekleedde van toepassing was, wordt hierdoor nog niet noodzakelijkerwijs bewezen dat de heilige geest eveneens een persoon is. Het gebruik van dit woord in het boek Johannes zou men eenvoudig als een verpersoonlijking kunnen beschouwen. In Matthéüs 11:19 werd de „wijsheid” door Jezus gepersonifieerd en voorgesteld als iemand die „werken” of „kinderen” heeft. Toch is „wijsheid” geen persoon met een persoonlijk bestaan. Ook worden in Romeinen 5:14, 21 de „dood” en de „zonde” als regerende koningen verpersoonlijkt. Het zijn echter geen levende personages. Blijkbaar deed Jezus hetzelfde met betrekking tot de geest; hij verpersoonlijkte iets dat in werkelijkheid geen persoon was.

Als de geest echter geen persoon is, waarom verwijst de bijbel er dan naar als de „helper” of „trooster” met „hij”? Paraklètos komt in de Schrift in de manlijke vorm voor. Een vrouwelijke vorm is paraklètria. Iemand die Grieks spreekt of schrijft, moet, als hij een van deze twee woorden gebruikt, ervoor zorgen dat het geslacht van de betreffende voornaamwoorden ermee correspondeert — „hij” en „hem” met paraklètos en „zij” en „haar” met een vrouwelijke vorm. Men zou dit kunnen vergelijken met de Nederlandse woorden „koning” en „koningin”. Bij „koning” gebruikt u „hij” en bij „koningin” gebruikt u „zij”, maar bij geen van beide past „het”. Wanneer Johannes dus Jezus’ woorden over de helper weergeeft, volgt hij eenvoudig de juiste Griekse grammatica door persoonlijke voornaamwoorden zoals „hij” in plaats van het onpersoonlijke „het” te gebruiken.

Het is echter opmerkenswaardig dat Johannes in hetzelfde verband het Griekse woord pneuma (geest) gebruikt, welk woord onzijdig is, dus noch manlijk noch vrouwelijk. In overeenstemming met de Griekse grammatica gebruikt Johannes hier het daarmee overeenstemmende onzijdige voornaamwoord auto (het), zoals in Johannes 14:17. Veel Engelse bijbelvertalingen verbergen dit feit door persoonlijke voornaamwoorden te gebruiken. Niettemin geeft de rooms-katholieke bijbelvertaling „The New American Bible” van 1970 in een voetnoot bij Johannes 14:17 toe: „Het Griekse woord voor ’Geest’ is onzijdig, en hoewel wij [in deze vertaling] in het Engels persoonlijke voornaamwoorden (’he’, ’his’, ’him’) gebruiken, bezigen de meeste Griekse MSS [manuscripten] ’het’.”

Het als zelfstandig naamwoord gebruikte paraklètos en de daarbij behorende persoonlijke voornaamwoorden kunnen met betrekking tot iets dat geen levende persoon is gebruikt worden. Dit zou geïllustreerd kunnen worden door de wijze waarop het woord zou kunnen worden toegepast op de zon, hierbij in gedachten houdend dat het Griekse woord voor „zon” hèlios is. Iedereen zal toegeven dat de zon geen persoon is; de zon denkt niet en leeft niet. Net als de wind (ánemos) is de zon onbezield.

Niettemin zou de zon verpersoonlijkt kunnen worden als een „helper”, net als de heilige geest als zodanig verpersoonlijkt werd. Jezus heeft gezegd dat Jehovah „zijn zon [laat] opgaan over goddelozen en goeden” (Matth. 5:45). De zon doet goed, ze brengt goede resultaten voort. De zon draagt er bijvoorbeeld toe bij dat de aarde plantengroei voortbrengt. Geleerden zijn bovendien van mening dat zonnestraling op iemands huid hem helpt vitamine D, ook wel de „zonneschijnvitamine” genoemd, te produceren. Wanneer er nu door gebrek aan vitamine D veranderingen in iemands beendergestel gaan optreden, zou een arts dus de raad kunnen geven meer van de zon te profiteren. De arts zou naar de zon (hèlios) als zijn „helper” (paraklètos) kunnen verwijzen omdat de patiënt er een goede gezondheid door krijgt. Toch is de zon geen persoon. De heilige geest (pneuma, onzijdig), die ook als een „helper” dienst doet, is evenmin een persoon.

Bijgevolg stemt dat wat in Johannes de hoofdstukken 14 tot en met 16 over de paraklètos (Trooster of Helper) wordt vermeld, overeen met wat het overige gedeelte van de bijbel over de heilige geest zegt. Jehovah heeft door bemiddeling van Jezus Christus de heilige geest gebruikt om de christenen in de eerste eeuw G.T. te helpen. Door middel van deze „helper” verwierven zij een vermeerderd begrip van Gods voornemens en zijn profetische Woord (Hand. 2:33; 1 Kor. 2:10-16; Hebr. 9:8-10). Op wonderbaarlijke wijze geholpen door de geest, spraken mannen in vreemde talen, verklaarden zij Gods wil en profeteerden zij (Joh. 14:26; Hand. 2:4; 21:4, 11; 1 Kor. 12:4-11; 14:1-4, 26). Hoewel de heilige geest dus geen persoon is, werd hij door God gebruikt om de christenen te helpen, te onderwijzen, te leiden en op te bouwen.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen