Gaat het probleem u aan?
GAAT het verontreinigingsprobleem u werkelijk aan? Welnu, ademt u lucht in, drinkt u water en eet u voedsel? Bekommert u zich om de „kwaliteit” van uw leven?
Dan gáát het probleem u reeds aan, of u zich dit bewust bent of niet. Dit is het geval, ongeacht waar u woont. Weliswaar is de toestand in de steden ernstiger dan op het land, maar het probleem heeft thans zulk een omvang aangenomen dat elk gebied er enigermate door is getroffen.
Dat de verontreiniging zo’n wereldomvattend probleem is, komt door het feit dat het geen rekening houdt met landsgrenzen; het passeert gemakkelijk de grens. De lucht die wij vandaag inademen, is in een ander land misschien een week of een maand geleden gebruikt. Water stroomt uit rivieren en meren in oceanen waar het langs vèrverspreide landstreken circuleert.
Volgens de Amerikaanse Medische Vereniging zijn er „overvloedige bewijzen dat zowel de door de mens veroorzaakte water- en luchtverontreiniging en geluidshinder als de verkeerde verdeling van vaste afvalstoffen, bestrijdingsmiddelen, conserveermiddelen en andere giftige stoffen spoedig het punt zullen bereiken waarop ze voor het menselijke leven en veel andere levensvormen een bedreiging gaan vormen”.
De ecoloog Dr. B. Commoner herhaalt deze woorden door te zeggen: „Wij zijn tot een keerpunt in de menselijke bewoning van de aarde gekomen. . . . Ik geloof dat een verdere verontreiniging van de aarde, indien ze niet onder controle wordt gehouden, ten slotte de geschiktheid van deze planeet als een plaats voor menselijk leven zal teniet doen.”
Hoe spoedig?
Verwijzen zulke mensen naar iets dat pas eeuwen later zal gaan gebeuren? Over hoeveel jaren spreken zij?
The Canadian Magazine van 4 april 1970 zegt: „Mooi Canada zal over 10 jaar dood zijn. Tenzij wij vandaag nog beginnen het te redden.”
De Engelse Guardian verklaart: „Binnen de komende twintig jaar zal het leven op onze planeet de eerste tekenen gaan vertonen dat het gaat sterven aan industriële verontreiniging. De atmosfeer zal voor mens en dier niet meer om in te ademen zijn; alle leven in rivieren en meren zal ophouden; planten zullen verwelken door vergiftiging.” En een voormalige raadgever van de president van de V.S., D. Moynihan, heeft geschat dat de mens minder dan 50 percent kans heeft tot 1980 in leven te blijven.
Zijn deze mensen ’onheilsprofeten’? Helemaal niet. Velen van hen waren jaren geleden optimistisch. In werkelijkheid hebben nog pas in 1962 velen uit de journalistieke en wetenschappelijke wereld zich vrolijk gemaakt over Rachel Carson toen zij haar boek Silent Spring had geschreven, waarin zij de verschrikkelijke gevolgen van de voortdurende verontreiniging door de mens voorspelde.
Nu lachen zij niet meer. De meeste van haar voorspellingen zijn uitgekomen. Geleerden en journalisten zijn door de koude, harde feiten gedwongen de waarheid over wat er gebeurt in te zien. De mens volgt inderdaad een weg die naar zijn vernietiging kan leiden.
De dunne levenslaag
De aarde schijnt de meeste mensen tamelijk groot toe. De omtrek meet ongeveer 40.000 kilometer en de atmosfeer strekt zich ongeveer 1000 kilometer in de ruimte uit. Daartegenover zijn er in de enorme oceanen kloven die wel 11 kilometer diep zijn.
Dat is waar, maar in werkelijkheid leven wij en de andere levende schepselen en planten allemaal in, wat men zou kunnen noemen, een heel dun „omhulsel” van de aarde. Het dunne „omhulsel” wordt „biosfeer” genoemd omdat daarin alle bekende aardse levensvormen voorkomen.
Als wij dat „omhulsel” erg dun noemen, is dat geen overdrijving. Behalve een paar zwevende sporen en bacteriën bestaat er alleen leven binnen de eerste 8 kilometer van de 1000 kilometer hoge atmosfeer om de aarde. In werkelijkheid leeft het overgrote deel van de ademende schepselen — mensen, landdieren, vogels en planten — binnen slechts drie kilometer boven de zeespiegel.
Zo wordt er ook wel wat leven gevonden op elf kilometer diepte op de oceaanbodem, maar het grootste deel van het leven in de zee komt slechts in de bovenste 150 meter van de oceaan voor. Bovendien is dit grotendeels geconcentreerd langs het „continentale plat”, de ondiepe wateren die de continenten begrenzen en de soortgelijke wateren rond de eilanden.
De biosfeer is dus een negentien kilometer brede levenszone rond de aarde. Inderdaad dun, maar in feite wordt zeker 95 percent van alle leven op aarde in een nog veel dunnere laag aangetroffen, minder dan drie kilometer dik. Binnen dit opmerkelijk dunne „omhulsel” circuleren de lucht en het water die steeds opnieuw door de levende schepselen op aarde worden gebruikt. Laten wij eens zien wat er met die lucht, dat water en het land gebeurt.
[Diagram op blz. 5]
(Zie publicatie voor volledig gezette tekst)
Bijna alle ademende schepsels leven binnen de eerste drie kilometer boven de zeespiegel. Het meeste zeeleven komt slechts in de bovenste 150 meter van de oceanen voor
3 KILOMETER
LEVENSZONE
ZEESPIEGEL
150 METER
[Illustratie op blz. 4]
De secretaris-generaal van de V.N., U. Thant, heeft gezegd dat de verontreiniging van ons milieu thans zo ernstig is dat, tenzij er onmiddellijke stappen worden ondernomen om hier iets aan te doen, „in feite het vermogen van de planeet zelf om menselijk leven te onderhouden twijfelachtig wordt”