Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g71 22/6 blz. 20-23
  • Violen van klasse

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Violen van klasse
  • Ontwaakt! 1971
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Welk viooltype?
  • Het materiaal
  • Nauwkeurigheid van constructie
  • Akoestische harmonie
  • Het controleren van de vibratie
  • ’Kwintgetrouw’
  • De muziek van snaren en strijkstok
    Ontwaakt! 1979
  • ’Als ik toch eens zo kon spelen!’
    Ontwaakt! 1991
  • Eerst het Koninkrijk zoeken — Een beschermd, gelukkig leven
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2003
  • Muziekles voor uw tweejarige peuter?
    Ontwaakt! 1980
Meer weergeven
Ontwaakt! 1971
g71 22/6 blz. 20-23

Violen van klasse

Door Ontwaakt!-correspondent in Canada

AMATI, Stradivarius, Guarneri — dit zijn namen van beroemde vioolbouwers uit het verleden. Het resultaat van hun arbeid spreekt nog steeds tot ons in tonen van zulk een uitnemendheid dat het vele decenniën lang als het criterium van violen van klasse heeft gegolden.

Men heeft geprobeerd hun instrumenten na te bootsen. Sommigen zijn erin geslaagd wat het uiterlijk betreft, maar helaas, wanneer ze werden bespeeld, werden ze door hun „stem” verraden.

Tegenwoordig zijn er niettemin enkele vioolbouwers van uitzonderlijk talent die met het vuur en de trots van een Amati, Stradivarius of Guarneri hun kunstzinnig beroep uitoefenen. Gaat u maar eens met mij mee op bezoek bij een van hen in de Canadese provincie Brits-Columbia, dan zult u kennis maken met een kunstenaar die inderdaad violen van klasse bouwt.

Laten wij, voordat wij op weg gaan, goed begrijpen dat deze vioolbouwer zijn eigen kenmerkende instrument maakt en niet eenvoudig andere voorbeelden of modellen kopieert.

Eén ding zal u wellicht opvallen als u de bescheiden ruimte die hij als zijn werkplaats gebruikt, rondkijkt: U ziet er maar twee violen in verschillende ontwikkelingsstadiums. Terwijl hij ons daar een beschrijving van geeft, kunt u zich wel voorstellen dat elke viool die hij bouwt de persoonlijkheid weerspiegelt van een kunstenaar voor wie nauwkeurigheid, perfectie en schoonheid van het hoogste belang zijn.

Welk viooltype?

„Kort geleden ben ik klaargekomen met een viool voor een hoogleraar”, vertelt hij ons. „Ziet u, ik bouw violen op bestelling voor speciaal gebruik van de klanten, want een viool wordt gebouwd met het oog op het doel waarvoor ze bestemd is. Zo kan het zijn dat ik er bijvoorbeeld een speciaal voor kamermuziek zal maken, of wellicht een voor solo- of concertspel, of anders een voor orkest — al naargelang van het gebruik dat de musicus ervan zal maken.”

Violen voor kamermuziek worden zo gebouwd dat ze een gedempte, zachte toon hebben. Orkestviolen daarentegen worden zo vervaardigd dat ze een heldere, krachtige toon voortbrengen, met een hardere klank dan het zachte geluid van kamermuziek. Concert- of soloviolen moeten een volle toon hebben, door onze vioolbouwer beschreven als ’donkerder’ dan die van de orkestviolen, en niet zo hard van klank.

En hoe wordt de gewenste toonkwaliteit verkregen? Hij vestigt onze aandacht op de mate van welving bij het bovenblad van een viool waaraan hij bezig is. Hij legt uit dat een hogere welving een grotere hoeveelheid lucht in de vioolkast binnenlaat en dat hierdoor zachte, romantische tonen worden voortgebracht, terwijl een geringere welving trillingen voortbrengt die helderder en krachtiger tonen geven, zoals bij een orkestviool.

Het materiaal

Merkt u de voorraad hout op die voor het vioolbouwen wordt gebruikt? Het ligt daar ginds in de hoek netjes opgestapeld. Merk op dat het hout zo is geschikt dat er overal lucht bij kan komen, en dat het op een droge plaats ligt waar het niet vochtig kan worden. Het duurt ongeveer zes jaar voordat het hout op natuurlijke wijze gedroogd is. Er is dus hout bij dat daar al lange tijd ligt.

Als wij de houtsoort onderzoeken die gebruikt wordt, bemerken wij dat de zijkanten, achterkant, kam, hals en krul van de viool van esdoornhout zijn gemaakt. De bovenkant, de stapel en de zangbalk worden van sparrehout gemaakt.

Zijn voorraad esdoornhout is uit Europa gekomen, waar het in bergwouden op ongeveer 450 meter boven de zeespiegel en op kalkgrond groeide. Dit betekent dat het hout een fijnere draad heeft omdat het langzamer is gegroeid. Het werd gehakt in de winter, toen de verplaatsing van de sappen minimaal was. Het beste esdoornhout dat hij heeft gezien, kwam van de Balkan. Het sparrehout komt van Canada’s westkust en is van uitstekende kwaliteit.

Zelfs het vernis is belangrijk voor het bouwen van een viool van klasse. Onze gastheer vertelt ons dat hij nog steeds zijn eigen vernis maakt, voor elke viool afzonderlijk de daarvoor geschikte soort. Hij gebruikt hars van de jeneverstruik, schellak, een soort stopverf die door bijen wordt afgescheiden, verschillende andere harsen, alcohol en kleurstoffen. Hij gelooft dat het vernis in dunne lagen opgebracht moet worden en snel moet drogen. Ruikt u het al?

Natuurlijk kunnen wij niet verwachten voor onze ogen te zien hoe er tijdens dit ene bezoek een viool wordt gemaakt. Onze gastheer vertelt ons zelfs dat hij gewoonlijk maar drie violen per jaar bouwt. Niet veel in kwantiteit, maar heel goed van kwaliteit.

Nauwkeurigheid van constructie

Kijkt u eens naar het achterblad van de viool die hij ons nu laat zien. Deze achterkant lijkt nu misschien nog ruw en oneffen, maar kijk, hij begint er juist de vorm aan te geven. Merk op dat dit achterblad verdeeld is in vierkantjes die allemaal netjes met potlood zijn aangegeven. Als u ze zou moeten tellen, zou u bemerken dat het er ongeveer tweehonderd zijn. Hierdoor wordt hij geholpen om tijdens het vormen van het achterblad nauwkeurig de dikte van het hout te verdelen.

Met behulp van een gutsbeitel, vervolgens met een kleine schaaf en ten slotte een schraapijzer (hij gebruikt geen schuurpapier) wordt, te beginnen vanaf de randen, het achterblad de gewenste dikte gegeven. Eerst doet hij de buitenkant van het achterblad, daarna de binnenkant. De dikte van het eindprodukt zal aan de rand twee millimeter zijn en daarvandaan toenemen tot zes millimeter op een punt in het midden dat 195 millimeter van de bovenste rand van het achterblad is gelegen. Dit punt staat bekend als het trillingscentrum. Een micrometer wordt gebruikt om de dikte van elk vierkantje te meten terwijl het werk langzaam in de richting van het trillingscentrum vordert. Vindt u zo’n aandacht voor details en nauwkeurigheid niet fascinerend?

Wanneer hij uitlegt hoe het bovenblad wordt klaargemaakt, verwachten wij dat dit net zo zal gaan als met het achterblad van de viool. Let echter op de speciale zorg die aan de welving van het bovenblad wordt besteed. Het verandert, vanaf de randen naar het middengedeelte van het bovenblad, geleidelijk in dikte, totdat het zijn dikste punt heeft bereikt op de plaats waar de kam wordt bevestigd.

Akoestische harmonie

Al gauw beginnen wij nog meer te beseffen dat behalve een getrouwe en stipte werkwijze bij het bouwen en pasklaar maken van de samenstellende delen van een viool, elke afzonderlijke handeling bij het vioolbouwen op de akoestiek is gericht. Het bovenblad is hiervan een duidelijk voorbeeld. Wanneer dit van binnen en van buiten glad afgewerkt is en er een licht tikje tegenaan gegeven wordt, behoort de toon die door de trilling ervan wordt voortgebracht — de vibratietoon — de fis te zijn. Nadat de f-gaten zijn uitgesneden, verandert de vibratietoon in de cis. Door het monteren van de zangbalk verandert de toon opnieuw. De zangbalk is een stuk sparrehout dat aan de bovenkant van het linker f-gat van binnen tegen het bovenblad van de viool wordt gelijmd, en loopt onder de g-snaar langs. Hij dient om een krachtiger geluid van de g-snaar voort te brengen, alsmede ter ondersteuning van de linkervoet van de kam. Nadat de zangbalk tegen het bovenblad is bevestigd, is de vibratietoon opnieuw veranderd, ditmaal in de e.

De f-gaten, die het geluid laten ontsnappen, dienen met de uiterste zorg te worden gesneden en moeten precies de juiste afmeting hebben. Als ze te klein zijn, worden de vibratietonen binnen de kast opgesloten en wordt de klank gedempt. Als de insnijdingen te groot zijn, zal de toon die wordt voortgebracht te dun en te schel zijn.

Zelfs de bouw en het model van de kam kan de voor de viool zo kenmerkende harmonie van klank verbreken. Onze gastheer vertelt ons een ervaring die hij heeft meegemaakt met een musicus voor wie hij een viool bouwde en die besloot een ander model kam op het instrument te laten zetten. In plaats van het aan de vioolbouwer terug te geven, bracht de musicus het naar een reparatiewerkplaats in een grote stad. Prompt had de viool de speciale toon die haar tot een viool van klasse maakte verloren. Deze toon werd pas hersteld toen de nieuwe kam door een andere werd vervangen die in volledige akoestische harmonie was met eik van de andere bestanddelen van het instrument. „Elk onderdeel”, zo beklemtoont hij, „is belangrijk voor de akoestiek, ziet u.”

Het controleren van de vibratie

Wanneer de viool ten slotte is afgewerkt en de snaren zijn gestemd, moeten de vibratietonen gecontroleerd worden. Onze gastheer laat zien hoe dit wordt gedaan. Eerst legt hij uit dat er twaalf verschillende vibratietonen aan de bovenkant van de viool zijn en ook twaalf aan de achterkant. Deze moeten alle in harmonie samenwerken. Binnen de rand van het linker f-gat bij de zangbalk moet de trillingstoon bijvoorbeeld de a zijn. Net binnen de ronding aan de buitenkant van het linker f-gat moet de klank één toon lager zijn dan de a, namelijk de g. Elke handeling bij het vioolbouwen wordt met het oog op deze akoestische harmonie verricht. De viool is inderdaad uitstekend beschreven als een symfonie van harmonie.

Nadat onze gastheer dit heeft uitgelegd, reikt hij naar een doosje met glazen buisjes. Hij wrijft met zijn duim en wijsvinger in wat fijngestampte aluin, en terwijl hij een van de buisjes met het eind ervan tegen een proefplaats van de viool aanhoudt, strijkt hij zachtjes van boven naar beneden langs het buisje. Door een strelende beweging van zijn duim en vinger wordt een geluid voortgebracht alsof de viool bespeeld werd. Een lichte glans van voldoening verschijnt op zijn gezicht als het gevoelige oor van de kunstenaar de klank van zuivere geluidsweergave herkent. Met behulp van deze methode kan hij op elke daarvoor geschikte plaats van de viool die hij onder handen heeft, zich van de vibratietoon vergewissen die hij daar tracht te bereiken. Inderdaad, een symfonie van harmonie.

’Kwintgetrouw’

Bent u nieuwsgierig te weten wat de meest voorkomende fout is bij violen die niet goed gemaakt zijn? Laten wij het hem vragen.

„Volgens mijn bevinding is de meest voorkomende fout dat het instrument niet ’kwintgetrouw’ is”, is zijn antwoord.

„Wat is dat?”

„’Kwintgetrouw’ betekent dat de eerste en vijfde toon van een snaar harmoniëren. Als het instrument niet ’kwintgetrouw’ is, zal de violist moeite hebben het te bespelen en moet hij ter compensatie zijn vingerzetting op elke snaar afzonderlijk hierbij aanpassen. Houd ook in gedachten dat de vier snaren van een viool in kwinten worden gestemd.

Om deze fout te vermijden moet veel zorg worden besteed aan de bevestiging van de hals van de viool aan de vioolkast, en ook aan het vastlijmen van de ebbehouten toets aan de hals. De hals moet volkomen in één lijn liggen met de lengteas van zowel het boven- als het achterblad van de viool. Hij moet er onder zodanige helling aan worden bevestigd dat het einde van de toets op zijn hoogste punt 25 millimeter lager ligt dan het hoogste punt van het bovenblad. Anders zal de viool niet ’kwintgetrouw’ zijn.”

Ik moet er nog eens goed mijn gedachten over laten gaan. U ook? Het is nu echter tijd om op te stappen. Wij bedanken de vioolbouwer voor zijn tijd en gastvrijheid die hij heeft geschonken en nemen afscheid. Wij weten dan misschien nog niet hoe wij een viool moeten bouwen, maar onze kennis is toch aanzienlijk toegenomen. Wij zijn ervan overtuigd dat men werkelijk een kunstenaar moet zijn om een viool van klasse te bouwen; die kunstenaar moet erg kundig zijn en begrijpen hoe elke steek van de gutsbeitel, elke streek van de schaaf, elk contact met het schraapijzer, ja, elk bestanddeel van de viool de uiteindelijke toon en klank van het instrument zal beïnvloeden.

Onwillekeurig komt men onder de indruk van de akoestische wetten die hun oorsprong hebben gevonden bij de Grote Schepper, wetten die door de mens zijn ontdekt en door de kundige en kunstzinnige mens in een klankkast worden gevangen. Het resultaat is een viool van klasse.

[Diagram op blz. 21]

(Zie publicatie voor volledig gezette tekst)

KRUL

SCHROEVEN

HALS

TOETS

BOVENBLAD

F-GATEN

KAM

ZIJRAND

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen