Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g71 22/6 blz. 17-19
  • Politieagenten onder vuur

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Politieagenten onder vuur
  • Ontwaakt! 1971
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Onheilspellende tendens
  • Waarom gebeurt dit?
  • Waar zal het toe leiden?
  • Politiebescherming — Hoop en vrees
    Ontwaakt! 2002
  • Waarom een verliezende strijd tegen de misdaad?
    Ontwaakt! 1976
  • De politie — Wat zal de toekomst brengen?
    Ontwaakt! 2002
  • De politie — Waarom nodig?
    Ontwaakt! 2002
Meer weergeven
Ontwaakt! 1971
g71 22/6 blz. 17-19

Politieagenten onder vuur

EEN politieagent heeft geen gemakkelijk beroep. In verband met allerlei moeilijke gevallen wordt zijn hulp ingeroepen, en bovendien moet hij vaak zijn leven in de waagschaal stellen. Elk jaar, zelfs in „normale tijden”, worden er heel wat politieagenten in de uitoefening van hun ambt gedood.

Dit zijn echter geen normale tijden. Het beroep van politieagent is nu gevaarlijker dan ooit. Vooral in de Verenigde Staten is dit zo. Daar werden, in een vergelijkbare periode, bij niet-uitgelokte aanslagen in 1970 tweemaal zoveel politieagenten gedood als in 1969, en vier maal zoveel als in 1968.

Alleen al in de stad New York blijken er volgens de cijfers tot november 1970 38 politieagenten neergeschoten te zijn, 46 met messen te zijn gestoken en 390 te zijn gestompt of geschopt. Meer dan 1030 politieagenten hebben als gevolg van tegen hen gepleegde gewelddaden werktijd verloren. In Detroit zijn dergelijke aanslagen in één jaar met 68 percent toegenomen. In Californië is het aantal moorden op politieagenten verdubbeld. Elders heeft men een soortgelijke tendens waargenomen.

Wat is de oorzaak van een dergelijke ontwikkeling? Een van de redenen is het enorme tempo waarin de misdaad toeneemt. Steeds meer mensen hebben zich op misdadige activiteiten toegelegd. Hierdoor wordt het leven van politieagenten in groter gevaar gebracht wanneer zij met dergelijke personen te maken krijgen.

Er is echter nog een factor in verband met het toenemende aantal aanslagen dat wordt gepleegd, een factor die zelfs nog onheilspellender is dan de enorm toenemende misdaad.

Onheilspellende tendens

In de laatste paar jaar heeft dat wat men „terrorisme” noemt, in de Verenigde Staten een snelle groei beleefd. In de ene stad na de andere worden politieagenten in koelen bloede vermoord. Uit de manier waarop deze afzonderlijke aanslagen worden uitgevoerd, blijkt dat ze verschillend zijn van het soort van aanslagen dat wordt gepleegd als de politie een misdadiger arresteert en deze vervolgens zijn toevlucht neemt tot geweld.

Zo werd er bijvoorbeeld in Sacramento een politieagent terwijl hij in zijn patrouillewagen reed, door een sluipschutter met een militair geweer doodgeschoten. In San Francisco werd een bomaanslag op een politiebureau gepleegd, waarbij één politieman werd gedood en acht anderen werden gewond. Drie werden er bij verschillende gelegenheden gedood toen zij bezig waren bekeuringen wegens verkeersdelicten te verrichten; in elk van deze gevallen kwam er een moordenaar op de niets-vermoedende agent toelopen terwijl deze aan het schrijven was, en doodde hem met een handvuurwapen. In West-Philadelphia liep een gewapende bandiet een politiewachthuis binnen en vuurde achter elkaar vijf kogels op de rustig achter zijn bureau zittende brigadier af.

Een politieagent in Detroit verklaarde daarom: „Het is net een guerrillaoorlog.” De commissaris van politie F. Rizzo te Philadelphia zei: „Dit is geen misdaad meer. Dit is revolutie.” De voornaamste gevolmachtigde van het hoofd van het departement van justitie in Californië, Ch. O’Brien, verklaarde: „Rechterlijke ambtenaren zijn een speciaal doelwit geworden voor de terroristen en anarchisten in onze maatschappij. . . . Ik vind het zeer beangstigend.” Hij noemde de „enorme toename” in gewapende aanslagen een duidelijk en reëel gevaar voor de regering van de Verenigde Staten”. En senator J. Eastland verklaarde: „Een georganiseerde ’oorlog tegen de politie’ dreigt recht en orde in de Verenigde Staten te ondermijnen.” Hij voegde eraan toe: „Deze weloverwogen aanslagen zijn te wijdverbreid, de incidenten zijn te talrijk en de gevolgde tactiek is te gelijkvormig om te veronderstellen dat hier sprake is van op zichzelf staande gewelddadige handelingen.”

In Cairo, in de Amerikaanse staat Illinois, heeft het hoofd van de politie R. Burke in september van het vorige jaar gezegd dat sluipschutters dat jaar al bij zes verschillende gelegenheden zijn auto onder vuur hadden genomen. „Er zaten zoveel kogelgaten in dat ik een nieuwe moest hebben”, zei hij. Toen deden in oktober vijftien tot achttien man in militaire werkpakken drie maal binnen de tijd van ongeveer zes uur een aanval op het politiebureau in Cairo. Bij de derde aanval werden honderden schoten op het gebouw afgevuurd. De burgemeester van Cairo, A. B. Thomas, verklaarde: „Wat wij vannacht in Cairo hebben beleefd, is openlijke gewapende opstand.”

Waarom gebeurt dit?

Vanwaar dit toenemende terrorisme? B. Moyers, de vroegere assistent van de president van Amerika, schreef in het tijdschrift Harper’s: „In een honderdtal plaatsen in elk deel van het land zal in een tijdperk van geweld niemand — geen presidentiële commissies, overheidsinstellingen, politie, noch de deelnemers zelf — met autoriteit kunnen zeggen: ’Daarom is dit gebeurd.’”

Toch zijn er factoren bij betrokken die begrepen kunnen worden. In verband met de gewapende aanslagen in Cairo bijvoorbeeld berichtte het tijdschrift Newsweek dat ze „klaarblijkelijk een daad van vergelding vormden voor zogenaamde politieaanslagen op negerbewoners”. Het blad merkte op dat militante blanken „negerelementen tot razernij hadden gebracht door geregeld, als waren zij bewakers, door de negerwijken te patrouilleren. Ditmaal scheen de beurt aan de negers te zijn om de spanning op te voeren”.

Luitenant W. McCoy van de plaatselijke politie te Detroit maakte melding van gedrukte instructies die onder militante negers werden verspreid. De instructies luidden: „Wanneer een zelfverdedigingsgroep tegen dit onderdrukkende stelsel optreedt door op welke manier dan ook — neerschieten vanuit een hinderlaag, neersteken, bomaanslagen, enz. — een ’pig’ [politieagent] terecht te stellen, als verweer tegen de vierhonderd jaren van rassenwreedheden en moord, kan dit niets anders dan zelfverdediging worden genoemd.” Een van de belangrijkste redenen die door neger-„revolutionairen” voor hun activiteiten wordt opgegeven, is dus wrok tegen de behandeling die zij gedurende eeuwen van slavernij, vooroordeel en mishandeling hebben ondergaan.

Er zijn ook talrijke groepen van blanke „revolutionairen”. Wat is hun doel? Aan verslaggevers die de gelegenheid krijgen met enkelen van hen te spreken, geven zij duidelijk te kennen dat zij de gevestigde orde, met inbegrip van de bestuursregeling, omver trachten te werpen. Er wordt echter geen duidelijk beeld gegeven van hetgeen zij zich hiervoor in de plaats ten doel hebben gesteld.

Wat hebben aanslagen op politieagenten door dergelijke groepen of personen hier dan mee te maken? Een adjunct-commissaris van politie zei: „De politieagent is het meest zichtbare symbool van de gevestigde orde en van het recht dat erdoor wordt vertegenwoordigd. De mensen die op politieagenten schieten, doen dit omdat de burgemeester, de president of de vrouwen van deze mensen onbereikbaar voor hen zijn om hun ziekelijke behoefte aan vergelding te bevredigen.”

Staan deze „revolutionaire” groepen, zowel van negers als van blanken, onder enig centraal bestuur of onder een centrale leiding? J. Mitchell, hoofd van het Amerikaanse departement van justitie, beschreef ze als een slecht georganiseerde samenzwering van radicale en anarchistische groepen die het op de ondergang van Amerikaanse instellingen gemunt hebben. W. C. Sullivan, een assistent van het hoofd van de Amerikaanse Federale Recherche (FBI), zei dat de FBI niet over bewijzen beschikt dat er ook maar één bepaalde groep, met inbegrip van de communistische partij, voor de toenemende wanorde verantwoordelijk is.

Een van de „revolutionairen” verklaarde tegenover een verslaggever van Newsweek: „De mensen moet verteld worden dat wij echt niet een stelletje communistische moordenaars in vermomming zijn. Wij willen nú een verandering. En er staat ons niets anders ter beschikking dan geweld. Wij kunnen zelfs niet eens demonstreren zonder met gummistok en traangas uiteengejaagd te worden. Welnu, als wíj niet in vrede kunnen leven, dan kunnen de rijken evenmin in vrede leven. Binnen het jaar is er een totale oorlog.” Hij zei dat het derde deel van zijn groep uit Vietnam-oorlogsveteranen bestond die hun militaire opleiding in het hanteren van wapens en explosieven voor revolutionaire doeleinden gebruikten.

Hoe ernstig achten de autoriteiten de situatie? Een in de dienst vergrijsde ambtenaar aan het Amerikaanse departement van justitie beschreef de toestand als volgt: „Zie de realiteit onder de ogen: het komt erop neer dat wij met de jongelui in een guerrillaoorlog gewikkeld zijn. En tot nu toe zijn de jongelui aan de winnende hand.” Velen van de „jongelui” zijn kinderen uit middenstandsgezinnen. Zij beschouwen zichzelf als „anti-beschaving-patriotten” en niet als misdadigers. Zij vergelijken hun activiteiten met die van de revolutionairen die de Britse overheersing in de Amerikaanse kolonies omverwierpen, wat tot de Onafhankelijkheidsverklaring van 1776 leidde.

Waar zal het toe leiden?

Ongetwijfeld hebben afzonderlijke politieagenten zich aan corruptie, oneerlijke behandelingen of zelfs misdadige activiteiten schuldig gemaakt. Autoriteiten die met de handhaving van de wet zijn belast, geven dat toe. Wat zou er echter gebeuren als alle politieagenten uit de huidige maatschappij verwijderd zouden worden?

Een voorbeeld van wat er waarschijnlijk zou gebeuren, heeft men in Montreal, in Canada, meegemaakt. Op 7 oktober 1969 organiseerden de 3700 ambtenaren in dienst van de ordehandhavende macht in Montreal een 17-urige wilde staking in verband met een conflict over salarissen. Het gevolg was anarchie. Gedurende die periode overspoelde een verbijsterende vloedgolf van berovingen, inbraken en andere misdaden de stad. Ongeveer duizend spiegelglasruiten werden in de binnenstad van Montreal vernield. Honderden winkels, grote en kleine, werden geplunderd. De redacteur van de Montreal Star berichtte dat de belangrijkste les die men eruit had geleerd, was dat alle burgers van Montreal tot de ontdekking waren gekomen hoe kwetsbaar zij eigenlijk waren zonder politiebescherming. Niemand vormde een uitzondering. Rijk en arm had er evenzeer onder te lijden.

Dit ontslaat politieagenten echter niet van hun verantwoordelijkheid hun autoriteit niet te misbruiken. Toen een presidentiële commissie een onderzoek instelde naar geweldpleging op universiteitsterreinen, merkte ze op dat ’politieagenten de verplichting hadden hun kalmte te bewaren en hun superieuren verplicht waren hen te helpen’.

Het blijft echter een vicieuze cirkel. Zij die werkelijke of vermeende grieven hebben, verhalen ze op de politie. Ook al gedraagt de politie zich menselijk, bij tijden reageert ze met meer hardheid en ruwheid, waardoor anderen de politie vaak weer vijandiger gezind worden. Het gevolg is een toenemende tendens in de richting van anarchie.

Een functionaris in Washington, D.C., gaf als zijn conclusie: „Tenzij er iets wordt gedaan om de huidige tendens te keren, zal dit land binnen vijf tot tien jaar in een burgeroorlog gewikkeld zijn.” Hij merkte op dat „de mensen meer dan genoeg hebben van al die gewelddadigheid op straat” en dat mogelijkerwijs een steeds groter deel van het publiek zich op een gegeven moment zo uitgedaagd en getergd zou voelen dat het het gebruik van vernietigend en onderdrukkend geweld zou goedkeuren. Stel dat dit zou gebeuren, wat dan? De functionaris zei: „Wij zouden een fascistische staat overhouden.”

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen