Een bezoek aan de paalbewoners van Dahomey
Door Ontwaakt!-correspondente in Dahomey
HEBT u ooit van het „Venetië van Afrika” gehoord? Zo wordt de stad Ganvié in Dahomey dikwijls beschreven. Dit komt doordat ze het hele jaar door onder water staat en de huizen op palen zijn gebouwd. Het verkeer in deze stad is hetzelfde als in Venetië, alleen gebruiken de mensen in plaats van gondels de meer bescheiden piragua, een kano van uitgeholde boomstam.
In plaats van een uitstapje naar het bekende Ganvié te maken, zou u er misschien de voorkeur aan geven eens een kijkje uit de eerste hand te gaan nemen naar het leven in een van de minder bekende villages lacustres zoals ze hier door de Frans-sprekende inwoners worden genoemd. Dat betekent eenvoudig „dorpen van paalwoningen”. Wij hebben dat in elk geval gedaan en ik wil u er graag over vertellen.
Laat ik eerst zeggen dat mijn man als districtsopziener een diensttoewijzing had in verband met een vergadering van Jehovah’s getuigen die gehouden zou worden in Hetin, een van de dorpen op palen in Dahomey. Wij laadden dus allerlei uitrustingsstukken — een generator voor elektriciteit op de vergadering, geluidsinstallatie, lectuur, persoonlijke bagage, bedden, muskietennet, etenswaren, drinkwater, kookgerei, fornuis, enzovoort — in onze bestelauto en vertrokken van het bijkantoor van het Wachttorengenootschap in Cotonou.
Aangezien Hetin alleen maar per boot bereikbaar is, konden wij slechts een gedeelte van de route rijden. Er waren regelingen getroffen om ons in Dangbo, een dorp vlak aan de rand van het moeras, af te halen, en daar brachten wij onze bagage op een enorme piragua over. De boottocht duurde bijna twee uur en wij genoten van elke minuut ervan. Wij zagen talloze schitterend gekleurde tropische vogels en vlinders. Er werden groeten gewisseld met de vriendelijke mensen die wij passeerden. Er waren hier geen motorboten die de stilte van de omgeving zouden verstoren. Het was hard werken voor onze vrienden om de piragua met hun drie en een halve tot vier en een halve meter lange bomen door ondiepe vaargeulen te duwen. Wij merkten op dat de kleinere boten door lepelvormige peddels voortbewogen worden.
Al gauw kwamen wij aan een bredere stroom, de Ouémé, die ten slotte in de Atlantische Oceaan uitmondt. Het dorp waarheen wij voeren, is op de oever daarvan gelegen. Terwijl wij voortgleden konden wij boeren op de velden aan het werk zien. Zij trekken voordeel van het droge jaargetijde om hun gewassen te planten, want in het natte jaargetijde staan deze akkers helemaal onder water.
Welkom in onze tijdelijke woning
Wij worden meteen naar het huis gebracht dat voor de duur van ons bezoek onze woning zal zijn. Zou het net als alle andere op palen zijn gebouwd? Ja, inderdaad. Het staat ongeveer anderhalve meter van de grond af en wij komen erin langs een ladder van bamboestokken die met vezeltouw aan elkaar bevestigd zijn. Er is geen deur. In plaats daarvan is er een stromat tegen de inkijk en om de zon te weren. Toen wij ons afvroegen of het wel veilig was al onze bezittingen in een huis zonder deur en slot achter te laten, werd ons verzekerd dat er geen dieven in Hetin waren. Dat bleek in deze uit 6000 inwoners bestaande gemeenschap inderdaad waar te zijn.
Ons huis is, evenals de meeste andere, van bamboe gemaakt. Deze sterke bamboestokken worden met ijzerdraad aan elkaar gebonden, terwijl er openingen worden uitgespaard voor ramen en deuren. De meeste woningen hebben rieten daken, maar de onze heeft een dak van golfijzer. Het rieten dak heeft het voordeel dat het in de brandende tropenzon veel koeler is. Over het algemeen hebben de huizen slechts één algemene kamer met misschien een verhoging om op te slapen. Deze verhogingen zijn soms heel noodzakelijk als de vloer in het regenseizoen onderloopt.
Er staat niet veel meubilair in. Misschien staan er een paar lage houten bankjes of krukken. De mensen slapen op stromatten, die overdag worden opgerold. De vloeren zijn afgewerkt met koemest maar zien er niet zo vies uit en ruiken niet zo kwalijk als men wel zou denken. Midden op de vloer ligt de as van een vuur waarop de huisvrouw haar maaltijden bereidt.
Er zijn geen douches, badkuipen of toiletten. De dorpsbewoners baden allemaal in de rivier. Mannen en kinderen gaan er naakt in, maar de vrouwen dragen een korte „pagne”, of een wikkelrok die van hun middel tot hun knieën reikt. Onze gastheren zijn zo attent geweest om achter het huis een omheining te bouwen waarin zich een grote stenen kruik met water bevindt, met behulp waarvan wij ons kunnen baden. Het schijnt dat wij al genoeg sensatie hebben verwekt zonder in de rivier te baden.
Plaatselijke bezigheden
Toen wij naar de plek gingen kijken waar de vergadering zou worden gehouden, hadden wij de gelegenheid te zien hoe de plaatselijke bevolking leeft en werkt. Deze vergaderplaats was op een reusachtige vlakte die in het regenseizoen helemaal onder water staat. In deze tijd van het jaar is daar een weelderige plantengroei en in de verte kan men duizenden koeien zien grazen. Dit rundvee graast in de droge tijd bij elkaar en wordt dan door de afzonderlijke eigenaars in koestallen die ook op palen staan gebracht, waar de dieren als het land onder water staat tegen verdrinking zijn beveiligd.
Er zijn zelfs tuinen op palen of in oude afgedankte piragua’s. De boeren zaaien hun zaad in deze verhoogde bedden voordat de grond is uitgedroogd en planten de zaailingen als ze eenmaal zover zijn in de akkers uit. Er is slechts één periode waarin de aarde vrucht draagt en daarom hebben de meeste mensen twee beroepen — landbouw en visvangst. Als het land onder water staat, kunnen zij in hun eigen voordeur zitten te vissen.
Er rijden in dit dorp geen auto’s en wij hebben maar één fiets gezien. De piragua is hier het algemene vervoermiddel in de droge tijd. Vrouwen gaan naar de markt, mannen naar hun arbeid op het land en kinderen naar school — allen met de piragua. Men kan natuurlijk ook te voet gaan, doch dit brengt met zich mee dat men een verscheidenheid van obstakels, zoals modderige stromen, moet overwinnen.
Op een dag toen wij deelnamen aan de prediking van huis tot huis, staken wij vier van dergelijke stromen via vier verschillende soorten van bruggen over. De eerste was tamelijk conventioneel. Wij klommen een bamboeladder op en liepen over stevig aan elkaar gebonden bamboestokken naar de overkant. De brug was een kleine twee meter breed en ongeveer zeven en een halve meter lang. Toen wij tussen de bamboestokken — die als men eroverheen liep een beetje schenen te rollen — door naar omlaag keken, zagen wij daar beneden een varken zich in de modder wentelen. Wij moesten twee maal kijken, aangezien alleen zijn ogen en snuit maar te zien waren.
Daarna liepen wij achtereenvolgens over twee aan elkaar gebonden bamboestokken, een oude afgedankte en gedeeltelijk vernielde piragua en vervolgens over een ijzeren balk van ongeveer tien centimeter breed. Deze lagen alle over smalle, doch, gezien de modder er beneden, niettemin uitdagende stromen. De plaatselijke bewoners zijn handig en vast van voet en kunnen snel, blootsvoets, met een last op hun hoofd en misschien een baby op hun rug gebonden, oversteken.
Hoewel deze vriendelijke paalbewoners hardwerkende mensen zijn, trekken zij toch ook tijd uit voor ontspanning. Soms kan men tot laat in de avond het geluid van hun tamtams horen als zij zingen en dansen. De kinderen vermaken zich met eigengemaakte muziekinstrumenten, misschien een miniatuur-„gitaar”, gemaakt van een ovaal sardineblikje met een gesneden klankbord waarop vijf metalen strips van verschillende lengten zijn bevestigd. Wij zagen ook een fluit van bamboe, en castagnetten gemaakt van twee kleine kalebasjes, die met ongeveer twaalf centimeter touw aan elkaar waren bevestigd. Een van de twee wordt in de palm van de hand gehouden met het touwtje tussen wijs- en middelvinger. Met een snelle beweging van een geoefende pols worden de kalebasjes tegen elkaar aan geslagen. Wat graankorreltjes of zand erin geeft een prettig ritme.
Belangstelling voor de Koninkrijksboodschap
Deze mensen praten graag over de bijbel en velen hebben de bijbel in hun eigen taal, het Gun. Schoolgaande kinderen kunnen ook Frans lezen en schrijven. Heel weinigen hier houden vast aan de oude fetisjaanbidding van hun voorouders. Een aantal religies der christenheid heeft vaste voet onder de mensen gekregen. Niettemin ontmoeten Jehovah’s getuigen zelden iemand die het te druk heeft om naar een bijbels toespraakje te luisteren.
Het gevolg is dat er een tamelijk grote gemeente van Jehovah’s getuigen in deze gemeenschap is. ’s Avonds namen wij er de tijd voor om per piragua naar verschillende andere dorpen te gaan waar wij bijbelse films vertoonden. De dorpsbewoners kwamen in groten getale op. De kringvergadering zelf was een groot succes. Wij waren vooral verheugd te zien dat zeven nieuwelingen, mensen die grondig de bijbelse zienswijze met betrekking tot het zich-opdragen hadden leren kennen, zich voor de doop aanboden.
Toen de tijd aanbrak om naar een ander gebied te vertrekken, was het echt moeilijk ons van onze vele vrienden in Hetin los te rukken. Terwijl onze geladen piragua langzaam wegvoer, wuifden onze geestelijke broeders en zusters ons na en riepen „o da bo” (dag!) en „bo ji bo wa” (kom nog eens terug). En dat is wat wij, zodra de gelegenheid zich voordoet en Jehovah het wil, zullen doen — terugkomen.