Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g71 8/5 blz. 5-8
  • Het ruimteschip Aarde in ernstige moeilijkheden

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Het ruimteschip Aarde in ernstige moeilijkheden
  • Ontwaakt! 1971
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Bezorgdheid voor onze omgeving
  • Atmosfeer in gevaar gebracht
  • Is onze watervoorraad veilig?
  • Wat te doen?
  • Is er niet meer dan genoeg lucht om te ademen?
    Ontwaakt! 1971
  • Water, overal water — Maar hoe zuiver is het?
    Ontwaakt! 1971
  • Het getuigenis van een unieke planeet
    Leven — Hoe is het ontstaan? Door evolutie of door schepping?
  • Onze atmosferische „oceaan”
    Ontwaakt! 1976
Meer weergeven
Ontwaakt! 1971
g71 8/5 blz. 5-8

Het ruimteschip Aarde in ernstige moeilijkheden

„ALLE systemen okay!” Dit waren geruststellende woorden voor de drie astronauten aan boord van de Apollo-13 toen deze klaarstond voor zijn reis naar de maan en terug. Het succes van de zending hing af van de ingewikkelde levenonderhoudende systemen van het ruimtevaartuig; ze zouden gedurende de reis van bijna 800.000 kilometer met exactheid moeten functioneren. Er zou zuinig met de voorraden zuurstof, water en elektriciteit omgesprongen moeten worden. Als één systeem faalde, zou het andere systemen kunnen doen uitvallen en het leven van de mannen in gevaar kunnen brengen.

Bijna waren zij door een ramp getroffen. Maar door voortdurende communicatie met de grondcontrole en strikte nakoming van de gegeven instructies werden het ruimtevaartuig en de bemanning veilig naar de aarde teruggebracht.

Onze aarde is in werkelijkheid een reusachtig ruimteschip, dat zich bovendien in moeilijkheden bevindt omdat het natuurlijke milieu van de aarde uit zijn evenwicht wordt gebracht. Het is niet altijd zo geweest. Toen de Schepper volmaakte menselijke „passagiers” op de aarde plaatste, waren alle levenonderhoudende systemen gereed en ze functioneerden in volkomen harmonie. Alles was volmaakt in evenwicht. God deed de geruststellende verklaring: ’Het is zeer goed.’ — Gen. 1:31.

Voor het welzijn van deze eerste menselijke bewoners van de aarde gaf God hun bepaalde instructies. Gehoorzaamheid aan deze instructies zou hen een veilige handelwijze doen volgen waarbij zij „de gehele aarde . . . in onderworpenheid” zouden hebben en hun omgeving zouden „bebouwen en er zorg voor [zouden] dragen”. — Gen. 1:26; 2:15.

Alle levenonderhoudende systemen van de aarde waren gemaakt om op ’s mensen liefdevolle toezicht te reageren. De gehele aarde zou een paradijs van schoonheid worden waar een volmaakt mensengeslacht voor eeuwig zou kunnen wonen. Alleen door ongehoorzaamheid aan zijn Schepper zouden de mens en zijn omgeving, zijn milieu, uit hun evenwicht worden gebracht.

De eerste mens werd zijn Schepper ongehoorzaam en begon dingen te doen volgens zijn eigen wijsheid. Dit was het begin van de lange keten van gebeurtenissen die ons tot de paar resterende jaren van dit samenstel van dingen hebben gebracht, een samenstel dat wordt gekenmerkt door een milieuverontreiniging die thans al het leven op deze planeet bedreigt.

Bezorgdheid voor onze omgeving

Geleerden erkennen dat de levenonderhoudende regeling van ’s mensen omgeving uit vele met elkaar in verband staande onderdelen is samengesteld. De studie van deze onderdelen wordt „ecologie” genoemd. Dit is de tak van de biologie die zich bezighoudt met de kennis van de betrekkingen waarin levende organismen tot elkaar en tot hun omgeving staan. De geleerden die zich bezighouden met de studie van deze betrekkingen worden „ecologen” genoemd.

Ecologen in deze tijd betreuren het dat men over het algemeen niet schijnt te beseffen hoezeer het menselijk leven afhankelijk is van de handhaving van het evenwicht met betrekking tot de omgeving van de aarde. Zij beseffen dat als in één aspect van de omgeving der aarde het evenwicht wordt verstoord, dit op zijn beurt van invloed zal zijn op andere aspecten, tot schade van de mens en andere levende schepselen.

Dientengevolge wordt er in de hoogste kringen van de menselijke regering bezorgdheid voor onze omgeving tot uitdrukking gebracht. Zo zei president Nixon van de Verenigde Staten in zijn „State of the Union”-boodschap, die hij in het begin van 1970 aanbood: „De grote vraag van de jaren ’70 is: Zullen wij onze omgeving overleveren of zullen wij vrede sluiten met de natuur en er een begin mee maken de schade te herstellen die wij hebben toegebracht aan onze lucht, ons land en ons water?”

Niettemin geloven vele goed ingelichte mannen der wetenschap dat de tijd afloopt of reeds afgelopen is om een keer te brengen in de snelle tendens die er bestaat de omgeving van het ruimteschip de aarde totaal te verwoesten.

Atmosfeer in gevaar gebracht

Zonder lucht kunnen wij niet leven. Zuivere lucht bestaat voor 78 percent uit stikstof, voor 21 percent uit zuurstof en voor 1 percent uit een mengsel van argon, waterdamp en koolzuur. Om het evenwicht te handhaven, moeten deze gassen door de planten, de grond, het dierenleven en het menselijk leven worden verbruikt en vernieuwd.

Een opvallend voorbeeld van dit schitterende in-elkaar-grijpen van lucht, grond, planten, dieren- en menselijk leven vinden wij in de stikstofkringloop. Stikstof is nodig als voedsel voor alle planten en vleselijke schepselen maar kan niet in haar natuurlijke toestand worden opgenomen. Stikstofhoudende bacteriën in de grond nemen dit gas uit de lucht echter op een wonderbaarlijk doeltreffende wijze op en zetten het in plantenvoedsel om. Dieren en mensen voeden zich op hun beurt met de planten. Wanneer ze sterven, komen er andere bacteriën om de dode planten en het dode vlees te ontleden. Het resultaat is ammoniak.

De overige stappen om de kringloop te voltooien, worden door twee onderscheiden groepen bacteriën tot stand gebracht. De eerste groep verandert de ammoniak in nitraten en de andere groep maakt stikstof vrij en verspreidt die in de atmosfeer. Een soortgelijke onontbeerlijke wisselwerking tussen het planteleven en de lucht kan men waarnemen in de wijze waarop planten door middel van hun bladeren koolzuur opnemen en zuurstof afgeven. Wanneer dit prachtig gebalanceerde systeem niet wordt verstoord, worden wij van een blijvende voorraad zuivere en gezonde lucht verzekerd.

In plaats dat de mens goed met zijn atmosferische omgeving is omgesprongen, heeft hij deze als vuilnisbelt gebruikt. Sinds het zogenoemde industrietijdperk is begonnen, heeft hij miljarden tonnen afvalstoffen de atmosfeer in gespuwd, denkend dat de luchtgolven ze wel naar de onbeperkte ruimte zouden afvoeren. Men dacht er niet aan wat de dag van morgen zou kunnen brengen, maar toch is het zoals een bekende schrijver eens zei: „Vroeg of laat zit iedereen aan een feestmaal van consequenties aan.”

Het schijnt dat de mensen thans aan dat „feestmaal” aanzitten. Het tijdschrift Time van 2 februari 1970 zei: „Wat de meeste Amerikanen thans inademen, is eerder milieuvuil dan lucht.” De Toronto Star Weekly van 11 april 1970 noemde het de „verbruikte lucht”. Automobielen zijn volgens zeggen de ergste boosdoeners, die voor 60 percent van alle luchtverontreiniging in Noordamerikaanse steden verantwoordelijk zijn. Eén straalvliegtuig spuwt echter evenveel afvalstoffen uit als duizend automobielen! De industrieën in de Verenigde Staten stoten jaarlijks zo’n 156 miljoen ton rook en gassen de lucht in. Toen het „milieuvuil” van Newyorks atmosfeer onlangs werd onderzocht, bleek dat een persoon in die stad dagelijks net zoveel vergiftige dampen inademt alsof hij achtendertig sigaretten per dag rookte!

In 1968 toonde een vooraanstaand meteoroloog, M. Neiburger, aan hoe kritiek de situatie was door te zeggen:

„Het is duidelijk dat naarmate de vervuiling . . . toeneemt, er een stadium zal worden bereikt waarbij de reinigingsprocessen in de atmosfeer niet toereikend meer zijn om de lucht te zuiveren voordat deze bronnen bereikt of tot bronnen terugkeert waar ze nog meer verontreinigd wordt. . . . Met het verstrijken van de tijd zal de vervuiling over de gehele wereld dan toenemen. Ten slotte zullen de vergiftige stoffen in zulke concentraties voorkomen dat ze het punt bereiken en overschrijden waarop ze dodelijk zijn en zal het leven op aarde verdwijnen.”

Met de komst van de zeer grote stadseenheden en de steeds grotere verkeerswegen om het hoofd te bieden aan het toenemende aantal auto’s wordt de regeling van het evenwicht tussen planten, lucht en bodem met gevaarlijke verstoring bedreigd. Volgens schatting wordt er in de Verenigde Staten elk jaar bijna een half miljoen hectare land aan de 24 miljoen hectare land toegevoegd die ten gevolge van hoofdwegen en algemene urbanisatie al geen planten en bomen meer levert. Nu wordt bemerkt dat de zuurstof- en stikstofkringloop niet doeltreffend functioneert. De atmosfeer wordt overladen met vergiftige gassen zoals koolmonoxyde en kooldioxyde plus stikstofoxyden (die oogirritatie en -infectie veroorzaken). Bestrijdingsmiddelen hebben verwoesting aangericht onder belangrijke grondbacteriën en insekten die nuttig zijn voor planten en hebben bovendien tot de algemene luchtvervuiling bijgedragen.

Geen wonder dat in het tijdschrift Life van 3 januari 1970 stond: „Geleerden hebben deugdelijke experimentele en theoretische bewijzen om . . . voorzeggingen te ondersteunen” zoals: „Over tien jaar zullen stadsbewoners gasmaskers moeten dragen om de luchtvervuiling te overleven”, en „de toegenomen hoeveelheid kooldioxyde in de atmosfeer zal van invloed zijn op de temperatuur der aarde en een omvangrijke overstroming of een nieuw ijstijdperk tot gevolg hebben”.

Denkt u niet dat het verstandig zou zijn wanneer de mensheid zuinig met de snel slinkende atmosferische hulpbronnen zou omspringen zoals de astronauten hebben gedaan toen enkele van hun levenonderhoudende systemen faalden?

Is onze watervoorraad veilig?

Sommige mensen zouden geneigd zijn ja te zeggen, waarbij zij wijzen op het feit dat 71 percent van de aardoppervlakte thans door water wordt bedekt. In werkelijkheid is echter iets minder dan 1 percent van de ongeveer 840 miljoen kubieke kilometer water op de aarde beschikbaar voor ’s mensen gebruik. Als dat verontreinigd wordt, wat dan? De mens moet bedenken dat hij ook niet zonder water kan leven. Hij wil niet als de matroos worden die schipbreuk had geleden en die zei: „Water, overal water, maar geen druppel om te drinken!” Helaas is dit bijna de situatie waarin de mens zich thans bevindt wanneer hij een slinkende voorraad zuiver water ziet.

Welnu, waarom moet dit zo zijn? Omdat rivieren als stortplaats zijn gebruikt voor afval van mensen en industrieën. Tot voor kort waren de rivieren en meren in staat zichzelf te reinigen. Wanneer dit zelfreinigende systeem echter eenmaal overbelast is zodat het niet meer het juiste evenwicht kan handhaven, verliezen deze waterbronnen hun kostbare levenonderhoudende eigenschappen.

Het Erie Meer, op de grens van Canada en de Verenigde Staten, is een treffend voorbeeld van wat er gebeurt wanneer water met afvalstoffen wordt overladen. Deze eens schitterende watermassa is zo door afval van mensen en industrieën plus chemische fosfaten en nitraten bevuild, dat ecologen zeggen dat het water „stervende” is. Fosfaatwasmiddelen belanden, nadat ze de gezinswas glanzend wit hebben gemaakt, in het meer en bevorderen daar een overtollige groei van algen (hetgeen ook door nitraatmeststoffen wordt veroorzaakt). Wanneer de slijmige groene alge sterft en tot ontbinding overgaat, verbruikt ze zoveel zuurstof dat de bacteriewerking die eens in staat was organische afvalstoffen in het meer op te ruimen, uitgeschakeld wordt. Dit geldt ook voor rivieren.

Men zou veronderstellen dat de vervuilingsproblemen ten gevolge van de onmetelijkheid der oceanen minimaal zou zijn. Toch is dit niet zo. Senator Nelson van de Verenigde Staten waarschuwde op 19 februari 1970 voor een mogelijke rampspoed voor onze oceanen. Hij zei: „Net als alle andere systemen van de planeet is de zee een kwetsbare omgeving. . . . Wanneer de ingewikkelde ecologische systemen van de oceanen in de war worden gestuurd, loopt men het ernstige gevaar dat men alle natuurlijke systemen zo ernstig uit hun evenwicht brengt dat de planeet helemaal geen leven meer zal onderhouden. . . . Wij zijn reeds op weg, drastische en blijvende schade aan de oceaan en omgeving toe te brengen.”

Dit wordt bevestigd door degenen die een studie van het onderwerp maken en waarschuwen dat de gehele ecologie van de oceaan over nog vijf jaar drastisch veranderd kan zijn. Zij voorzien dat de voedselvoorraden uit de oceanen zullen afnemen. Zelfs nu reeds is elke soort van vis en dierlijk leven in de zeeën aangetast, met inbegrip van de pinguïns van de Zuidpool! Is hier een speciale reden voor?

Onlangs gedane onderzoekingen brengen aan het licht dat het insektendodende middel DDT, dat door oceaanstromingen naar de einden der aarde wordt gevoerd, in belangrijke mate tot deze mogelijke ecologische rampspoed bijdraagt. DDT vertraagt het proces van de fotosynthese, het proces waardoor groene planten de zonneënergie beschikbaar maken voor levende schepselen. Al het planteleven en dierlijke leven in de zeeën is van dit proces afhankelijk.

Bijzonder veelbetekenend is de bedreiging van onnoemlijke menigten kleine waterplanten, diatomeeën genoemd. Deze leven dicht aan de oppervlakte van de oceanen en produceren veel van de zuurstofvoorraad van de aarde. Zonder dit onontbeerlijke element zouden alle schepselen op aarde zich in dezelfde positie bevinden als waarin de astronauten verkeerd zouden hebben als hun zuurstofvoorraad het volledig had begeven!

Als wij hierbij dan nog alle andere vergiften voegen die voortdurend van vervuilde rivieren in de oceanen stromen, plus de bijna één miljoen ton ruwe olie die elk jaar in de zeeën wordt geloosd, beduidt dit heel eenvoudig slechts één ding — dat het ruimteschip de aarde inderdaad in ernstige moeilijkheden verkeert!

Wat te doen?

Ter elfder ure heeft men pogingen gedaan het ruimteschip de aarde te redden door de passagiers via de nieuwsmedia van de crisis op de hoogte te brengen. Er zijn wetten uitgevaardigd om de verontreiniging te beteugelen. Het heeft enig goed gedaan. De Theems in Engeland, eens „een van de vuilste rivieren in de wereld”, heeft sindsdien ongeveer zestig soorten vis onderhouden, maar onlangs heeft een vuilnisstaking de vervuiling helaas weer doen toenemen.

Er kunnen verbeteringen komen wanneer de mensen zich om hun omgeving bekommeren. Wat kunt u doen? Boeren en tuiniers kunnen in gedachten houden dat er niets verkeerds is aan compost of andere organische meststoffen of het toepassen van vruchtwisseling om de grond op te bouwen. En hoeft u uw auto misschien niet zo vaak te gebruiken als u doet, of zou u naar een nabijgelegen winkel kunnen lopen? Is het mogelijk de waterverspilling in uw huis te beperken? Kunt u als huisvrouw goede, ouderwetse waszeep gebruiken in plaats van fosfaatwasmiddelen die het water vervuilen?

Hoewel de bijbel aantoont dat de Almachtige God de toestanden op aarde door middel van zijn koninkrijk in het reine zal brengen, is dit voor godvrezende mensen in deze tijd nog geen reden mee te gaan met hen die ’hun weg op de aarde verderven’ (Gen. 6:12). Doe thans op persoonlijke en gezinsbasis wat u kunt om niet tot de vervuiling van de omgeving der aarde bij te dragen. En te bestemder tijd, met de leiding die door de Schepper door middel van zijn koninkrijk wordt verschaft, zullen alle levenonderhoudende systemen der aarde weer in volmaakt evenwicht functioneren en als „zeer goed” worden goedgekeurd.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen