Ik wilde beroepsgolfspeler worden
Zoals verteld aan Ontwaakt!-correspondent in Japan
IK SPEELDE voor het eerst golf toen ik twintig jaar was. Ik was zo maar voor de aardigheid eens met mijn oudere broer naar de golfbaan gegaan. Mijn eerste poging om de bal te raken kan ik mij nog heel goed herinneren. Hij draaide prachtig naar rechts. Hoewel ik mijn uiterste best deed, bleef hij dezelfde neiging houden — steeds ging hij naar rechts. Een „slice ball” noemen ze dat, terwijl een bal die in de andere richting uit de koers wordt geslagen, een „hook ball” heet.
Kort daarna had ik de gelegenheid om een televisieuitzending van een beroepsgolfwedstrijd te zien. Voor het eerst besefte ik dat sommige mensen van deze sport leven en dat er zoiets als beroepsgolf bestaat. Op dat moment nog besloot ik hier mijn zinnen op te zetten; ik zou „prof”-golfspeler worden. In mijn jeugdige geest kon er niets geweldigers bestaan dan deze prachtige sport tot mijn beroep te maken.
Vader wilde dat ik een universitaire studie zou volgen, een graad zou halen en een normale levenswijze zou volgen; golf moest een hobby blijven. Maar nee, mijn besluit stond vast. Ondanks zijn tegenwerpingen had ik mijn zinnen erop gezet de wereld van het beroepsgolf binnen te treden. Mijn ouders vroegen zich terecht bezorgd af hoe iemand van nog maar nauwelijks twintig jaar van het golfspel zou kunnen leven. Natuurlijk zag ik het allemaal veel rooskleuriger.
Mijn vaste voornemen verwezenlijkt
Mijn eerste stap was, een baantje bij een golfoefenbaan aan te nemen voor twee gulden vijftig per dag, met de bepaling dat ik tijdens de werkuren vrij mocht oefenen als er geen spelers in de buurt waren. Toevallig waren er echter altijd wel ervaren golfspelers in de buurt, en ik durfde voor hun ogen niet goed te oefenen. Daarom oefende ik dan maar ’s avonds nadat de golfbaan gesloten was, bij de schijn van een verlichte hoge brug. Daar ik geen trainer had, kocht ik boeken over golf, bestudeerde de lessen hieruit en bracht die in de praktijk. Ik was dolgelukkig dat ik bijna voortdurend een golfstok in de handen kon hebben. En dan de opgewonden vreugde als ik erin slaagde de bal te raken!
Twee, drie, ja, vier jaar ging zo voorbij. Ik stond met golf op en ging ermee naar bed, zoals men dat wel zegt. Ik maakte goede vorderingen, maar ik had nooit gedacht dat het zo moeilijk zou zijn beroepsgolfspeler te worden. Zowel mentaal als fysiek bleken er hindernissen te bestaan. Golf heeft men vaak met het leven vergeleken — in één ronde beleeft men geluk, smart, risico, teleurstelling, volharding en spanning. Om succes te hebben, heeft men heel wat energie en drijfkracht nodig, en die miste ik. Dit kwam vooral tot uiting in verband met de kunst, op de „green” (klein stukje zeer glad geschoren gazon) de bal met een heel klein tikje in de „hole” (putje in de grond) te rollen.
Hier volgt een voorbeeld. Op een „long hole” (hiervoor heeft men gemiddeld vijf slagen nodig) kwam de bal bij mijn tweede slag 40 centimeter van het putje te liggen. Groot was mijn vreugde, want met één tikje tegen de bal zou ik een „eagle” kunnen behalen (zo noemt men dat, als men de bal op een speelbaan waar men gemiddeld vijf slagen nodig heeft, in twee slagen minder dan dit gemiddelde in de „hole” kan krijgen). Omdat de „green” iets afliep, gaf ik een zacht tikje, maar de bal miste het putje en kwam een meter ervoorbij tot stilstand. Slechts een golfspeler kan zich indenken hoe teleurgesteld en boos ik was. Mijn volgende slag was mis. Te bedenken dat ik de bal eerst van meer dan 400 meter afstand met grote precisie in twee slagen op de „green” had weten te krijgen en dan zo’n hopeloze mislukkeling was dat ik van 40 centimeter afstand de bal nog niet eens in drie keer in de „hole” kon doen belanden! Wat denkt u dat ik onderweg naar de volgende „tee” (afslag) deed? Ik sloeg met mijn golfstok tegen een boom alsof die er wat aan kon doen.
Grotere drijfkracht vereist
„Je moet moediger van hart worden, met andere woorden: je hebt een grotere drijfkracht nodig”, raadde een veteraan in het golfspel mij aan. „Je moet een groter verlangen naar roem, positie en geld krijgen. Leer deze wereld beter kennen. Word volwassen door zowel het bittere als het zoete te smaken”, ging hij voort. Ook moedigde hij mij aan, te proberen mijn eigen spel te overtreffen ten einde de „vaste wil om te winnen” te krijgen.
Nu begon ik te beseffen dat, wilde ik mijn doel als „prof”-golfspeler bereiken, mijn denken drastisch moest veranderen. Weliswaar waren de jaren die ik eraan had besteed om de kunst van het golfspel meester te worden, fijne en plezierige jaren geweest, maar nu moest ik, om als „prof” te kunnen meedoen, een zelfzuchtige levensopvatting ontwikkelen en mijn doel ten koste van anderen zien te bereiken. Als dat nodig was om „prof” te worden, dan moest ik dat doen. Ik zou mijn tegenstanders voorbijstreven, geld verdienen, mijzelf een naam maken. Ik begon te denken dat dit de juiste, natuurlijke levenswijze was. Waarom zou ik medegevoel tonen voor een tegenstander? Ik was op weg naar roem, positie, geld.
Wonderlijk, hoe iemands denkwijze door zijn milieu en omgang beïnvloed en veranderd kan worden, niet waar? Ik begon nu een van die „profs” te worden. Bovendien moest ik eraan denken dat ik ouder werd. Nu in mijn jeugd was het de tijd om aan zekerheid in de toekomst te bouwen, vond ik. Als kanker begon de gedachte aan geld-verdienen in alle facetten van mijn leven door te dringen. Golf speelde ik niet meer voor mijn plezier; het was alleen nog maar een middel om mijn doel te bereiken.
Innerlijke strijd
Nu gebeurde er iets vreemds. In mei 1967 kwam er bij ons thuis een dame aan de deur. Gewoonlijk was ik op die tijd van de dag nog boven, maar vandaag zat ik de krant te lezen. Toen ik enkele woorden opving van het gesprek tussen mijn moeder en de bezoekster, ging ik naar de deur en begroette haar. Het kwam helemaal niet bij mij op dat deze gebeurtenis zoveel invloed op mijn leven zou hebben. De dame was een van Jehovah’s getuigen.
Drie dagen later kwam zij terug en ik reageerde gunstig op haar aanbieding dat zij bij ons thuis een bijbelstudie zou leiden. Waarom? Ik had mijn doel nu toch bijna bereikt? Toen ik met golf spelen begon, bezat ik werkelijk vreugde, maar nu ik een bekwaam speler was geworden, was mijn hart leeg. Mijn streven scheen nutteloos te zijn. Ik kon deze innerlijke strijd niet begrijpen, maar ik wilde nu een drastische verandering in mijn levenswijze aanbrengen. Daarom greep ik deze kans aan om de bijbel te leren kennen.
De eerste Ontwaakt! die ik las (die van 8 april 1967 in het Japans), ging over het onderwerp „Waarom laat God kwaad en ellende toe?” Tot op dat moment had ik zelfs nog niet eens over het bestáán van God gedacht, maar het artikel verklaarde dat God de mens met een vrije wil had geschapen. Ook kwam ik te weten dat Adams schepping in 4026 v.G.T. had plaatsgevonden. Dit maakte werkelijk indruk op mij. Waarom? Omdat in het midden van de jaren zeventig de mens zesduizend jaar op aarde bestaat — en de menselijke geschiedenis een climax zal hebben bereikt! Maar vooral kwam ik onder de indruk van de geregelde bezoeken die de Getuigen zonder ook maar enige zelfzuchtige beweegreden bij mij thuis brachten.
Ik besloot geregeld te studeren en hun vergaderingen wanneer ik maar kon te bezoeken. Langzamerhand werd de bijbelstudie steeds interessanter. Daniëls profetie en de vervulling waren werkelijk fascinerend. Ik begon nu inderdaad iets te weten te komen over de Grote Eerste Oorzaak, Jehovah, maar ik moet toegeven dat het alleen nog maar verstandelijke kennis was, die mij er nog niet toe had bewogen mijn leven een zinvol doel te geven.
Het keerpunt
In de vijfde maand van mijn bijbelstudie was de tijd gekomen voor het beroepsgolfexamen. Dit was het doel waarop al die maanden van oefening gericht waren geweest. De eerste ronde zal ik nooit vergeten. Men is verplicht de laatste helft gelijk te spelen met de „bogey”- of standaardscore, dat is het minimumaantal slagen waarin de baan te doen is. Van de elfde tot de vijftiende „hole” speelde ik gelijk met „bogey”, maar bij de zestiende raakte ik de bal op één meter afstand van de „hole” iets te veel aan de zijkant zodat hij miste — en zo ging ik „1 down tegen „bogey”. Om de een of andere geheimzinnige reden behield ik mijn kalmte. Toen kwam de zeventiende „hole”. Bij mijn tweede slag belandde de bal midden op de „green”, maar het putje bevond zich boven aan een glooiing. Zelfs nu nog kan ik maar niet begrijpen waar ik de moed vandaan haalde om de bal precies op die manier te raken. Hij rolde tegen de helling op en belandde met een mooie draai precies in het putje. Een „birdie” — één slag minder dan „bogey”! De achttiende „hole” speelde ik gelijk met „bogey”, en zo kwam ik door mijn examen en werd ik beroepsgolfspeler.
Wat een vreugde! Toen ik thuis kwam om mijn succes mee te delen, was mijn vader zo blij dat hij in de handen klapte. De tranen sprongen hem in de ogen. Hij had zich altijd zorgen gemaakt over onze toekomst, maar nu had deze zoon van hem een geslaagde golfcarrière gemaakt. Gezinsleden, familie, vrienden, allen kwamen mij feliciteren. Mijn geluk scheen het hoogtepunt te hebben bereikt.
Nu echter drongen mijn studies van de bijbel eindelijk tot mijn hart door doordat ze een uitdaging vormden voor mijn levenswijze. Ik begon te beseffen dat de weg die Jehovah de mens voorgehouden heeft, precies tegengesteld was aan de weg die ík probeerde te volgen. Gods Woord geeft de raad dat wij tevreden dienen te zijn met „voedsel en kleding” en dat „de liefde voor geld . . . een wortel van allerlei schadelijke dingen [is]” (1 Tim. 6:6-10). De bijbel zegt dat wij God moeten dienen, maar ik zocht naar roem, opdat de mensen naar mij zouden opzien.
De bijbel leerde mij dat wij niet als de mensen van deze wereld moeten worden, en deed ik niet precies het tegenovergestelde? De wereld van het beroepsgolf was een en al wedijver en concurrentie. Een verkeerde slag betekende dat men zich boos maakte; het falen van de tegenstander gaf opluchting en vreugde. Was het niet lelijk om de dingen zo te bekijken? De weg die ik bewandelde, was net zo tegengesteld aan God en de bijbel als de evolutie tegengesteld is aan de schepping.
Een compromis was onmogelijk. Ik moest het ene kiezen en het andere verwerpen. Maar stel je voor: beroepsgolf verwerpen? Hoe kon ik dat ooit doen? Maar Gods waarheid dan? Die kon ik evenmin opgeven. Gods weg bood echter de beloning van eeuwig leven; en dàt wilde ik: leven. Vergeleken met Gods kostbare Woord der waarheid zou beroepsgolf eigenlijk geen probleem moeten zijn. Zoals het nu echter stond, was beroepsgolf slechts voor de helft uit mijn hart verwijderd. Ik besloot minder tijd en energie aan golfspelen en meer tijd en energie aan bijbelstudie te besteden.
Vanaf die tijd scheen mijn kijk op de dingen van dag tot dag en van week tot week een voortdurende verandering te ondergaan. Jehovah’s geest scheen, doordat ik meer studeerde, de aangelegenheden te leiden. Hoewel ik nog steeds van golf hield, was het voor mij niet langer een levenswijze. De omgang met de Getuigen op een kringvergadering in maart 1968 maakte een onbeschrijfelijke indruk op mij, een indruk die zo krachtig was dat ik vanuit de zaal waar de kringvergadering werd gehouden de golfclub telefonisch meedeelde dat ik het beroepsgolf vaarwel zou zeggen. De volgende maand zocht ik een nieuwe betrekking, en nu kon ik alle vergaderingen van de Getuigen bijwonen. Op deze vergaderingen kan men zijn geloof werkelijk versterken en zich tevens in aangename omgang verheugen. Ik had er eerder mee moeten beginnen.
Natuurlijk leek het in mijn geval om verscheidene redenen niet gemakkelijker met het beroepsgolf op te houden dan ermee te beginnen. Opnieuw was vader het niet met mij eens, en hij had goede reden om van streek te zijn. Ik had tegen zijn zin de universiteit verlaten, en nu, nog geen zes maanden nadat ik beroepsgolfspeler was geworden, liet ik ook dat in de steek. Wat moet dat teleurstellend voor hem zijn geweest. Hij heeft altijd geprobeerd een goede vader te zijn, dat moet ik toegeven. Weer maakt hij zich nu echter zorgen over mij en bezorg ik hem hartzeer. De reden dat ik toch doorga, is gelegen in de hoop dat deze situatie slechts tijdelijk is, want in mijn gebeden vraag ik of mijn voortdurende getrouwheid jegens God en zijn kostbare waarheid ertoe mag leiden dat mijn ouders ook nog de weg ten leven mogen leren kennen en samen met mij eeuwige vreugde mogen smaken.
Op dit moment geniet ik het voorrecht, als een van Jehovah’s getuigen een volle-tijdbedienaar van het goede nieuws te zijn en tracht ik, door ten minste 150 uur per maand aan de bediening te besteden, de waardevolle en voldoening-schenkende waarheden van de bijbel en zijn boodschap van hoop voor alle volken met anderen te delen. De afgelopen twee jaar heb ik nooit een gevoel van teleurstelling gekend zoals mij dat zo vaak overviel toen ik nog beroepsgolfspeler was. Ik ben te weten gekomen dat er geen grotere voldoening en vreugde bestaat dan dat de mens, die naar het beeld van God is gemaakt, zijn leven in overeenstemming met de wil van God gebruikt. Ik wou dat meer mannen, vrouwen en jongelui die waarheid konden inzien!