Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g71 22/3 blz. 17-21
  • Kolenwinning in het prairielandschap

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Kolenwinning in het prairielandschap
  • Ontwaakt! 1971
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Machines voor het „vóórafdekken” of ontbloten
  • Een wandeling over een kolenmijn
  • Een waardevolle delfstof
  • De rijkdom van de aarde waarderen
  • Energie uit de ingewanden der aarde
    Ontwaakt! 1979
  • Steenkool — Zwarte stenen uit een donker gat
    Ontwaakt! 2005
  • Moeten wij terug naar steenkool?
    Ontwaakt! 1980
  • Kolen
    Inzicht in de Schrift, Deel 2
Meer weergeven
Ontwaakt! 1971
g71 22/3 blz. 17-21

Kolenwinning in het prairielandschap

Door Ontwaakt!-correspondent in Canada

DE AUTO draaide de hoofdverkeersweg af naar de grauwe „bergen” waarvan de omtrekken zich vóór ons in het prairielandschap aftekenden. In vrijwel elke richting schenen sombere „bergketens” uit de vlakten op te rijzen. Wij waren onderweg om een bezoek te brengen aan een ongewone mijn, niet in die „bergen”, maar ernaast.

De weg kruiste een aarden dam die een 14,5 kilometer lange afsluiting vormt van een waterreservoir voor de reusachtige elektrische centrale die daar vlak voor ons lag. Op een wegwijzer lazen wij: „Grensdam-krachtcentrale — Energiebedrijf Saskatchewan”, waardoor wij eraan werden herinnerd dat wij ons maar elf kilometer ten noorden van de Canadees-Amerikaanse grens bevonden. De auto reed tussen de krachtcentrale en een enorme kolenvoorraad door en nam vervolgens een bocht langs de rand van een „bergketen” die niet uit rotsachtig gesteente maar uit naast elkaar gelegen heuvels van aarde en ander mijnafval bleek te bestaan. Om een van de heuvels heen ging de weg over in een smal wagenspoor dat naar de rand van een diepe groeve leidde.

Opgewonden klauterden de twee kleine kinderen de auto uit. Zij kregen de waarschuwing niet weg te lopen, want al was het geen werkdag, toch was het gevaarlijk zonder toezicht bij de mijn rond te zwerven. Onze gastheer was echter goed voorbereid om ons veilig over dit ongewone mijnbedrijf rond te leiden. Gaat u soms mee een kijkje nemen?

Machines voor het „vóórafdekken” of ontbloten

Onze eerste verrassing komt wanneer wij de mijn ingluren, niet door een donkere schacht naar beneden, maar in een gapende kuil van ongeveer vijftien meter diep! Ongeveer honderd jaar geleden paste men voor het eerst ’stripmining’ toe. Dit is het verwijderen van een laag waardeloos materiaal: het vóórafdekken of ontbloten. Toen begon men voor het eerst dergelijke kuilen of groeven te maken om kolen te winnen in het prairielandschap.

Het is echter de torenhoge machine naast de open groeve die onze belangstelling vraagt. Het is een kolossale ’wandelende’ trekgraver (dragline) — bijgenaamd „Mr. Klimax”! Men heeft ons verteld dat het de grootste in zijn soort is in Canada en dat zulke machines een hoogst belangrijke bijdrage leveren tot een succesvolle ontginning door middel van ’stripmining’. Aha, daar is de voorman die vandaag dienst heeft en die zo vriendelijk is er enige tijd aan te besteden onze rondleiding tot een onverwacht hoogtepunt te maken. „Hij is net zo hoog als een gebouw van tien verdiepingen en weegt ruim 1500 ton”, vertelt de voorman ons over „Mr. Klimax”. Dat is ongeveer duizend maal zo zwaar als onze auto!

„Hij kan tot 27 1/2 meter diep graven en slokt met zijn grijper in één keer ongeveer 27 kubieke meter naar binnen”, vervolgt hij. „Maar omdat wij vandaag niet met de machine werken, zouden jullie zeker graag eens binnenin een kijkje willen nemen?”

Zeker willen wij dat! Wij beklimmen het reusachtige onderstel van de machine, en de voorman maakt de deur met zijn sleutel open alsof wij op het punt staan een groot gebouw te betreden. Binnen staren wij vol ontzag naar het enorme raderwerk, de kabels en de motoren.

„De motoren en al het raderwerk zijn binnen deze hoofdafrastering ondergebracht”, legt de voorman uit. Ze besturen de kabels waarmee de boom en de graafbak aan de voorkant van de machine worden bediend. Wanneer men de boom laat zakken, laat één kabel de graafbak los en trekt of sleept een andere hem langs de grond zodat hij zich vult. De boom gaat omhoog, de hele machine zwenkt om het onderstel en de graafbak wordt gekanteld zodat grond of ander materiaal op de afvalhoop naast de open groeve kan worden gestort.”

Nu klimmen wij nog een metalen trap op, deze keer naar de kleine bestuurderscabine, die boven op de machine, vooraan in een hoek, is aangebracht. Hier worden door één man drie hendels en twee pedalen bediend om vanaf deze strategische plaats het hele graafwerk te regelen.

„Het is even gemakkelijk als autorijden”, glimlacht de voorman. De bestuurder kan door middel van het zend-ontvangapparaat in zijn cabine op elk moment met het kantoor van de mijn in verbinding treden.”

Het uitzicht over de prairie die zich daar beneden voor ons uitstrekt, is bezielend, zelfs voor een klein meisje dat tijdens dit avontuur ook kennis gemaakt heeft met het gevaar dat kolenstof of vet vlekken zou kunnen maken op een mooie jurk. En voor een kleine jongen die in de met kussens beklede stoel van de bestuurder zit en met zijn kleine handjes de kolossale hendels vastpakt, betekent het dat hij een verrukkelijke droom van zijn prille jeugd beleeft.

Terwijl wij ons weer naar beneden naar de uitgang begeven, vragen wij ons met verbazing af hoe zo’n monstermachine zich door het landschap kan voortbewegen.

„Tijdens de voortbeweging laat hij de reusachtige pontons aan weerszijden zakken, richt zich hierop steunend op en beweegt zich zodoende sprongsgewijs achterwaarts. Daarom wordt het een ’wandelende’ dragline genoemd”, legt de voorman uit. Hierbij dient men echter heel voorzichtig te werk te gaan, want de 73 meter lange boom en 18 ton zware graafbak moeten precies in evenwicht gehouden worden, anders zal de hele zaak kantelen.”

„Mr. Klimax” heeft onlangs een lange wandeling door deze streek gemaakt. Dat moet een hele bezienswaardigheid zijn geweest!

„Ja, de grote dragline wandelde ongeveer dertien kilometer van een andere mijn naar de plaats waar hij nu staat, met een gemiddelde snelheid van ongeveer één meter tachtig per minuut. Aangezien alles op elektriciteit loopt, moesten wij tijdens de hele reis de kabels en bedrijfshokjes — of ’hondehokken’ zoals wij ze noemen — laten werken. De hondehokken bevatten transformatoren die de fasespanning van 72.000 volt op 4160 volt terugbrengen, wat precies goed is voor ’Mr. Klimax’.”

Tijdens zijn reis stak „Mr. Klimax” een spoorweg, twee hoofdwegen, een rivier en een beek over. De moeilijkste etappe van de reis ging echter door het dal dat zich vanaf de dam stroomafwaarts uitstrekt.

„Het hoogteverschil door dat dal is 27 1/2 meter, zodat wij door de wanden van de vallei een speciale weg met een helling van tien percent moesten aanleggen”, vertelt de voorman ons. Toch bereikte „Mr. Klimax” zestien dagen nadat hij zijn wandeling was begonnen, veilig en wel de plaats waar het nieuwe werk op hem wachtte.

U zou misschien denken dat dit graafwerktuig wel het grootste ter wereld moet zijn, maar dat is niet zo. Naast de graafmachine die in het zuiden van de Amerikaanse staat Ohio een zelfde soort werk doet, zou deze zelfs op een dwerg gelijken. De graafbak van deze machine heeft een capaciteit van ongeveer 165 m3.

Hoe kan ’stripmining’ economisch zijn wanneer er draglines bij worden gebruikt die vele miljoenen kosten? De doeltreffendheid waarmee deze machines de deklaag verwijderen om de steenkool te bereiken, maakt ’stripmining’ praktisch uitvoerbaar. Gewoonlijk werken ze vierentwintig uur per dag. Zodoende kan de mijn hier bijvoorbeeld, vergeleken met schachtmijnen elders in Canada, kolen produceren tegen ongeveer één zesde van de kosten.

Een wandeling over een kolenmijn

U gaat dus nu met ons mee op een rondleiding, en er wacht u een ongewone ervaring! Weer in de auto gezeten, komen wij voorbij kale afvalhopen die eruitzien als het grillige landschap van een onherbergzame woestenij. Wij volgen de weg die langs een steile helling omlaagvoert en houden stil op een terrein dat uit een zwarte substantie bestaat — wij staan op een kolenmijn geparkeerd!

„De kolenlaag waarop wij staan, strekt zich wel drie kilometer ver uit”, merkt onze gastheer op. „De kool is van een soort die ligniet of bruinkool wordt genoemd. Vroeger werd ze van inferieure kwaliteit geacht, maar betere verbrandingsmethoden hebben het ligniet tot een uitgelezen brandstof voor elektrische centrales gemaakt.”

„Het lijkt wel of je in een diep ravijn staat.”

„Hier waar wij staan, zijn de wanden ongeveer achttien meter hoog.”

„En hoe diep ligt de kolenlaag?”

„Een kleine twee meter. De kolenlagen stijgen en dalen in de lengterichting net als de golven der zee. Op sommige plaatsen lijkt het of er een gat in geslagen is; hier houdt de kolenlaag plotseling op en begint dan verscheidene meters verder opnieuw.”

Minstens twee jaar voordat men met het ’vóórafdekken’, dus het verwijderen van de deklaag, begint, wordt de plaats van de kolenlagen bepaald en een programma opgesteld om het vervoer en het verrijden van zwaar materieel en de transportafstand tot een minimum te beperken.

„Wanneer de deklaag is verwijderd, halen bulldozers nog enkele centimeters van boven af en wordt de kool zo nodig met speciale veegmachines schoongemaakt”, gaat onze gastheer verder. „Vervolgens verschijnen lepelschoppen op rupsbanden ten tonele en deze laden de vrachtwagens, waarvan er bij zijn die zeventig ton kunnen vervoeren.”

Terwijl wij om ons heen zien en de ruwe koolklompen nader bekijken, dringt zich de vraag aan ons op hoe zulke afzettingen werden gevormd. Behalve dat onze gastheer technisch goed op de hoogte is van dit onderwerp is hij bovendien een rijpe christelijke bedienaar van het evangelie die waardering heeft voor de scheppende activiteit van Jehovah God, de Maker van de aarde.

„Men kan in bruinkoollagen vaak gedeelten van bomen herkennen”, legt hij uit. „Klaarblijkelijk is de kool uit zulk rottend plantenmateriaal ontstaan.”

Ons gesprek neemt nu een wending naar de tijdsduur die er voor de omzetting van zulk organisch materiaal in kool nodig is geweest, aangezien de doorgaans aanvaarde theorieën waarbij sprake is van miljoenen jaren, in strijd zijn met de nauwkeurige chronologie van de bijbel. Onze gastheer herinnert ons eraan dat er vóór de wereldomvattende vloed in Noachs dagen overal op aarde een vochtig, broeikasachtig klimaat heerste. Deze toestand bestond duizenden jaren lang na de schepping van het plantenleven op de derde scheppings-„dag”. Dit was een bij uitstek geschikt klimaat voor de groei van enorme wouden en zware plantengroei en tevens voor de voorbereidende ontbinding en afbraak van de bomen en planten als ze afstierven.

Het is opmerkelijk dat chemische en fysische veranderingen die tot koolvorming leidden, als gevolg van buitengewoon hoge druk en de daardoor veroorzaakte hitte optraden. Tijd is niet het allerbelangrijkste. Gedurende het ene jaar dat de wateren van de Vloed de aarde bedekten, moet er op dit materiaal dat tot ontbinding was overgegaan een ontzaglijke druk zijn uitgeoefend. Het kan heel goed zijn dat deze abnormale omstandigheden er belangrijk toe hebben bijgedragen dat de koolvorming in een sneller tempo plaatsvond.

Wetenschappelijke onderzoekingen bevestigen niet alleen dat er eens zulke klimatologische omstandigheden hebben bestaan, doch ook dat koolvorming in een veel kortere tijd kan hebben plaatsgehad dan over het algemeen wordt geloofd. In 1963 berichtte de New York Times dat een groep Australische geleerden het in slechts zes weken had klaargespeeld kool te bereiden die chemisch niet te onderscheiden was van bruinkool uit de mijnen van de Australische staat Victoria.

Een waardevolle delfstof

Als wij weer bij de krachtcentrale zijn teruggekeerd, wijst onze gastheer naar de enorme voorraad kool.

„Transportwagens rijden die helling op tot aan een weegbrug, die de kool weegt welke ze afleveren. Vervolgens wordt de kool in een ontvangtrechter gestort en worden de grote klompen door brekers klein gemaakt om als voorraad te worden opgeslagen. Later wordt de kool door de gesloten transportband daar boven ons naar bunkers boven in de elektrische centrale overgebracht. Daarvandaan gaat ze naar grote kogelmolens, die de kool zo fijn malen als gezichtspoeder voor dames.”

De fijngemalen kool wordt vervolgens met behulp van samengeperste lucht in de vuurhaard geblazen, waar het explosieve mengsel vrijwel als gas brandt. Stoom uit de stoomketels drijft turbines aan, waardoor dynamo’s gaan draaien die, als de elektrische centrale eenmaal voltooid is, 432.000 kilowatt zullen leveren.

De koolbijdrage van onder het prairielandschap vandaan eindigt niet in het inferno van de oven. Kool is nog op een andere manier dienstbaar, namelijk als „vliegas”. Deze fijne asbestanddelen worden bij de verbranding van bruinkool als bijprodukt afgescheiden. Het is een nuttige toevoeging bij het maken van beton. Reusachtige silo’s naast de elektrische centrale kunnen ruim 3800 ton vliegas opslaan, uit welke voorraad kolossale tankwagens worden geladen, die het stof naar bouwbedrijven vervoeren.

Duizenden tonnen vliegas wijzen op het verbranden van kool in enorme hoeveelheden. Ja, wanneer het nieuwe gedeelte dat aan de centrale wordt toegevoegd, voltooid is, zal het jaarlijkse kolenverbruik naar schatting in de buurt van twee miljoen ton bedragen. Deze grote vraag naar bruinkool zal Saskatchewan tot de op twee na grootste koolproducerende provincie in Canada maken.

Men verwacht dat geruime tijd een hoog produktiepeil gehandhaafd zal blijven, daar alleen al in deze streek, rond Estevan, de bekende reserves op 400 miljoen ton worden geschat. En dit is nog maar een deel van alle kolenvelden in Saskatchewan, die in totaal ongeveer 26.000 km2 beslaan, of ruwweg een gebied dat bijna zo groot is als België!

De vraag naar kolen neemt toe. De chemische industrie heeft kool nodig om een verscheidenheid van produkten, met inbegrip van parfums, medicijnen, plastics en kunstmeststoffen, af te leveren. Verder blijft kool op de voorgrond treden als een goedkope bron van warmte en elektriciteit, hetgeen de voornaamste toepassing vormt van ligniet of bruinkool die uit de Canadese prairiën wordt gedolven. Toch schijnt er weinig gevaar te bestaan dat de voorraden in de naaste toekomst uitgeput raken, want sommige autoriteiten geloven dat de tot nu toe bekende wereldreserves volgens het huidige verbruikstempo nog voor 5000 jaar toereikend kunnen zijn. Inderdaad blijven kolen tot de belangrijke en waardevolle natuurlijke rijkdommen behoren.

De rijkdom van de aarde waarderen

Wanneer wij de elektrische centrale verlaten en de „bergen” zich in de verte terugtrekken, verwonderen wij ons over de woestenij van bergen mijnafval die als een herinnering aan de verborgen rijkdom van de prairie worden achtergelaten. Onder het huidige samenstel van dingen worden de hulpbronnen en rijkdommen der aarde hoofdzakelijk gedolven voor commercieel gewin, zodat daar waar de wet niet voorschrijft dat hopen mijnafval worden geslecht en het terrein daarna wordt geëgaliseerd en met vruchtbare aarde wordt bedekt, deze kosten doorgaans worden vermeden.

Wat is het toch droevig dat er niet meer waardering wordt getoond voor de schatten waarin onze prachtige aarde voorziet. Wij zijn dankbaar dat spoedig de dag zal aanbreken waarop Jehovah’s rechtvaardige nieuwe ordening voor het behoud van de schoonheid van onze planeet zal zorgen. Dan zullen de rijkdommen en hulpbronnen der aarde zo worden gebruikt dat er, in plaats van een grotere woestenij, een uitbreiding van het paradijs zal plaatsvinden totdat zelfs de woestijn zal bloeien als een roos. — Jes. 35:1.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen