De zeesterbevolkingsexplosie
Door Ontwaakt!-correspondent op Hawaii
TIENTALLEN jaren lang is een bepaalde zeester, de „doornenkroon” genaamd, een zeldzame verschijning geweest. Tijdens een uitgebreide speurtocht in de jaren twintig langs het Groot Barrière Rif bij Australië werd slechts één exemplaar aangetroffen. Thans echter wemelen de zuidelijke wateren van de Grote Oceaan van deze dieren. Een bevolkingsexplosie in het zeesterrenrijk!
Dit heeft de mens voor problemen gesteld. Door de welig tierende zeesterren worden koraalriffen verwoest. Het ironische van het geval is dat de rifbouwers, de nietige koraalpoliepen, natuurlijke vijanden zijn van de zeester, aangezien ze de vrij rondzwemmende zeesterlarven verslinden. Nu echter zijn de rollen omgedraaid.
Zwermen van 10.000 tot 20.000 doornenkroon-zeesterren hebben grote gedeelten van het Australische Groot Barrière Rif, dat zich over ongeveer 1800 kilometer uitstrekt, verwoest. Ook bij andere eilanden, zoals Guam en de Fidzji-eilanden, is schade aan riffen aangericht, en op een afstand van circa 1200 meter van het koraalrif langs Hawaii’s kust zijn ongeveer 20.000 reuzenzeesterren aangetroffen.
Wat is de oorzaak van de zeesterbevolkingsexplosie? Een verstoring van het evenwicht in de zee, waarover een autoriteit verklaarde: „Het is iets ongelooflijks, iets volslagen onbekends in de geschiedenis van de zeebiologie.”
De doornenkroon-zeester
De Zeester is als een wiel rondom een centraal punt gevormd, terwijl veel van deze dieren vijf armen hebben. De doornenkroonvariëteit heeft echter doorgaans zestien armen! En zoals de naam van dit dier aangeeft, is zijn bovenkant met lange, giftige dorens bedekt.
Vanaf een centraal gelegen mond aan de onderkant van de zeester lopen straalsgewijs in alle richtingen zestien groeven, in elke arm één. Langs deze groeven liggen rijen dunne pijpjes, „voetjes” genaamd. Aan het eind van elk voetje zit een zuignapje, en er zitten honderden van deze zuigvoetjes op elke arm.
Deze voetjes zijn heel nuttig voor mijnheer Zeester wanneer hij honger heeft, want ze stellen hem in staat iets vast te grijpen, en wel met een kracht die gelijkstaat aan ongeveer 1 3/4 kilogram per vierkante centimeter. Ze kunnen zelfs grote oesters opentrekken om zich daarmee te voeden. Als hij koraal eet, slaat hij eenvoudig zijn vele armen om de maaltijd die hij op het oog heeft en tracht hij vaste voet te krijgen. Dan gebeurt er iets verbazingwekkends: Mijnheer Zeester keert zijn maag via zijn mond binnenste buiten, spreidt ze als een ineengezakte parachute over zijn slachtoffer uit en giet spijsverteringssappen op het koraal uit — en hij laat zich het maal goed smaken.
Evenals andere zeesterren is de doornenkroon een merkwaardig schepsel. In de eerste plaats kunnen er nieuwe armen aangroeien als er oude afbreken. Ja, er kan zelfs een heel dier uit één enkele arm groeien als deze nog aan een deel van de lichaamsschijf vastzit.
Vanwaar de bevolkingsexplosie?
Hoe komt het echter dat het evenwicht is verstoord zodat er een zeesterbevolkingsexplosie heeft plaatsgevonden? Er bestaat enige onzekerheid over. Een theorie die voor Australië schijnt te gelden, is de volgende: Een van de weinige dieren die op de doornenkroon-zeester jaagt, de reusachtige tritonshoren, gaat in aantal hard achteruit. Deze prachtige reuzenslak, waarvan de schelp wel kinkhoren wordt genoemd, wordt soms meer dan dertig centimeter lang. Wanneer een tritonshoren een zeester overvalt, gaat hij die vervolgens verslinden. Enige tijd na het eten van de stekelhuidige zeester braakt de triton de dorens uit.
Maar hoe komt het dat er minder zeesteretende tritonshorens zijn? Australische zeeëxperts, die het probleem bestuderen, geloven dat de vraag van toeristen en verzamelaars naar de schelp van de tritonshoren voor deze situatie verantwoordelijk is. De deskundigen kwamen tot deze conclusie doordat zij bemerkten dat koraal-etende zeesterren gewoonlijk de grootste schade aan de binnenrand van het barrièrerif, die voor mensen het meest toegankelijk is, aanrichtten. Dr. R. Endean van de universiteit van Queensland heeft berekend dat schelpenverzamelaars tussen 1949 en 1959 het Groot Barrière Rif van minstens 100.000 tritonshorens hebben beroofd.
Zoals ook bij andere evenwichtsverstoringen in het verleden het geval is geweest, schijnt opnieuw de mens de oorzaak te zijn van deze wonderlijke geschiedenis die zich in de zee afspeelt. Door topgeleerden die de kwestie onder de auspiciën van het Amerikaanse ministerie van binnenlandse zaken onderzoeken, zijn op grond van vele indirecte bewijzen vijf theorieën naar voren gebracht. Uit hun bevindingen blijkt dat de mens het zo gevoelige ecologische evenwicht dat riffen kenmerkt, op meer dan één manier heeft verstoord, en wel door: 1. Overmatige straling ten gevolge van atoomproeven; 2. het op al te grote schaal verzamelen van de zeldzame tritonshoren; 3. te veel dreggen; 4. vervuiling met DDT en 5. het vissen met dynamiet.
Wanneer de mens door middel van explosieven vaargeulen uitdiept of met dynamiet vist, kan hij koraal doden. En wanneer een rif van levend koraal door de mens wordt gedood, zijn er geen poliepen om zeesterlarven te eten; de larven nestelen zich nu in het dode rif en kunnen in veiligheid opgroeien. Een autoriteit bericht dat bij Guam en Ponape grote aantallen zeesterren „werden ontdekt, en wel eerst in de buurt van plaatsen waar met explosieven was gewerkt of waar gedregd was”. Zo draagt het probleem dus veel kenmerken die tot de mens zijn terug te voeren.
Het probleem het hoofd bieden
Enige Australische plannen om de zeesterbevolking onder controle te houden, omvatten ook het op grote schaal verzamelen van dit levende speldenkussen en het importeren van tritonshorens, die men dan op de zeesterren wil loslaten. Ook neemt men in overweging of het mogelijk is ervoor te zorgen dat de tritonshoren zich in grote aantallen voortplant. Op het ogenblik is het verboden de tritonshoren van het Groot Barrière Rif weg te halen.
Enige autoriteiten hebben er bij Australië op aangedrongen een programma van noodmaatregelen tot uitroeiing van de zeester op te stellen. „Wij zullen niet overhaast plannen of ideeën ter vernietiging van de doornenkroon-zeester gaan uitwerken”, zei evenwel de federale minister van onderwijs en wetenschappen, N.H. Bowen, „totdat wij de wezenlijke aard van het probleem kunnen vaststellen, beoordelen en begrijpen.”
Het is wijs en verstandig om eerst voldoende kennis te verwerven alvorens te handelen. Jaren geleden bijvoorbeeld plachten oestervissers, woedend vanwege de eetgewoonten van de zeester, elke zeester die zij vingen in stukken te scheuren en deze dan weer in zee terug te werpen. Weinig beseften zij dat zij hun probleem alleen maar groter maakten, want uit één kleine afgescheurde arm kan weer een grote zeester groeien!
In veel nieuwsverslagen wordt de zeester als een boosdoener afgeschilderd. Maar is hij dit ook? Zou dit niet eenvoudig een nieuw voorbeeld kunnen zijn waardoor wordt aangetoond wat de mens de aarde heeft aangedaan en wat de slechte gevolgen daarvan voor hemzelf zijn?
Inderdaad heeft de vernietiging van riffen tot gevolg gehad dat voor sommige eilandbewoners een bron van zeevoedsel verloren is gegaan. Het wezenlijke van de zaak is echter dat de aarde voortdurend veranderingen ondergaat die hun invloed doen gelden op de bronnen van ’s mensen voedselvoorziening. Toch is er meer dan genoeg voedsel op deze aarde. Niet de zeester is de oorzaak dat er mensen honger lijden, doch veeleer de door mensen teweeggebrachte politieke verdeeldheid, alsmede hun hebzuchtige handelsgeest.
De mens moet met zijn omgeving leren leven, ermee leren samenwerken en zijn activiteit leren aanpassen, naargelang veranderingen waarover hij geen controle heeft, dit noodzakelijk maken. Dan zal de zeester niet langer als een boosdoener worden beschouwd maar als het merkwaardige schepsel dat het inderdaad is.