Wat zou u doen als u eeuwig leven had?
GELEERDEN trachten al tientallen jaren de levensduur van de mens te verlengen. De verwachting van een honderdjarige levensduur is het doel waar dikwijls melding van wordt gemaakt.
Velen zouden dat doel graag verwezenlijkt zien. Als echter het vooruitzicht wordt genoemd eeuwig te leven, zeggen sommigen dat dit vooruitzicht ’ongewenst’ is. Waarom?
Hun argumenten komen hierop neer: ’Voor eeuwig te leven zou eentonig zijn. Wij zouden niets meer te doen hebben.’ ’Eeuwig leven zou volmaaktheid vergen en volmaaktheid zou saai zijn. Zonder ziekte, moeilijkheden en kwaaddoen, zouden de mensen de goede dingen niet meer waarderen.’ Een dergelijke redenering schijnt redelijk te klinken. Maar is dat zo?
Velen die zulke zienswijzen uiten, praten eenvoudig na wat zij anderen hebben horen zeggen; zij hebben er niet bij stilgestaan de zaak zelf te overdenken.
Het slechte niet nodig om het goede te waarderen
Is ziekte bijvoorbeeld werkelijk wenselijk om een tegenstelling met gezondheid te verschaffen? Hoe overtuigend denkt u dat dit zou klinken voor de man die zijn vrouw langzaam door kanker heeft zien wegteren en sterven? Worden de mensen het leven werkelijk moe omdat zij zich goed voelen? Worden zij het leven moe omdat hun omgeving zo aangenaam is en omdat zij goed voedsel hebben? Worden zij het leven moe omdat zij volop gezond werk, volop vrede en volop rechtvaardigheid hebben?
Of schijnt het leven een last omdat het tegenovergestelde van deze dingen waar is? Is het niet aan veel ziekte, moeilijkheden en wrijving toe te schrijven dat het leven onaangenaam schijnt te zijn?
Bovendien zegt het gezonde verstand ons dat het ziekte en de verzwakkende gevolgen van de ouderdom zijn die onze fysieke zintuigen afstompen. Hierdoor kunnen wij niet meer zo van eten, drinken en activiteit genieten.
Volmaaktheid niet saai
Wanneer u het argument hoort dat eeuwig leven in volmaaktheid ons ten slotte de vreugde van het leven zou ontnemen, sta hier dan eens bij stil. In een jaar eet de gemiddelde persoon meer dan duizend maaltijden. Een man van dertig heeft wellicht veel meer dan dertigduizend maaltijden gegeten. Maar zou hij er daarom minder van genieten dan wanneer hij er slechts een paar duizend had gegeten? Als u slechts één dag niet eet, vindt u de volgende maaltijd dan saai? Neen, u hoeft niet aan ondervoeding ten gevolge van hongersnood te lijden om van voedsel te kunnen genieten — evenmin als u een van uw vingers hoeft af te hakken om de andere negen te kunnen appreciëren.
Maar zou een volmaakte man of vrouw ooit hongerig, dorstig of vermoeid worden? Ja, zeer zeker. Gods Zoon, Jezus Christus, werd hongerig, dorstig en vermoeid, hoewel hij als volmaakt mens op aarde vertoefde. U kunt dit vernemen door het verslag over zijn leven in de bijbel te lezen. — Vergelijk Johannes 4:6, 7; Matthéüs 4:2; Lukas 8:22-24.
Wij dienen geen verkeerd begrip omtrent „volmaaktheid” te hebben. Afgezien van de volmaaktheid van God, is de volmaaktheid van alle anderen relatief, niet absoluut. Dat wil zeggen, iets is volmaakt overeenkomstig het doel waarvoor het werd gemaakt. Een volmaakte hamer doet heel goed dienst om spijkers in te slaan, maar zou u hem als zaag gebruiken? Neen, evenmin zou een volmaakte zaag een goede hamer zijn. De volmaaktheid van elk is relatief of betrekkelijk; ze houdt verband met het doel waarvoor het voorwerp werd ontworpen en gemaakt.
Zo is het ook met mensen. De fysieke gewaarwording van honger, dorst en het verlangen naar rust na lange uren van activiteit is normaal. Deze fysieke gewaarwordingen werden door de Schepper in de mens gelegd.
Wat valt er dan te zeggen over de in de bijbel vervatte grootse belofte dat God onder de rechtvaardige heerschappij van zijn koninkrijk „elke traan uit hun ogen [zal] wegwissen, en de dood zal niet meer zijn, noch rouw, noch geschreeuw, noch pijn zal er meer zijn”? Wat betekent dit? — Openb. 21:3, 4.
De bijbel beschrijft hier de verwijdering van „de vroegere dingen” die hun intrede deden bij de opstand van het eerste mensenpaar in Eden. Deze „vroegere dingen” zijn de smart, het lijden en de dood die zij door hun zondige handelwijze op hun nakomelingen, de gehele mensheid, hebben overgedragen. — Rom. 5:12.
Dat bijbelse verslag betekent vanzelfsprekend niet dat als iemand een stofje in zijn oog zou krijgen, zijn traanbuizen geen tranen meer zouden produceren om het stofje weg te spoelen. Hetzelfde geldt voor de reacties van het menselijk zenuwstelsel die het gevoel van tast, druk en pijn produceren. Een volmaakte man die met zijn blote voeten op een in het gras verborgen doorn trapt, zou nog steeds pijn voelen daar zijn volmaakte zenuwen op de prik zouden reageren. En het ingebouwde verdedigingssysteem in zijn bloed met het leger van witte bloedlichaampjes zou aan het werk gaan om de toegebrachte wond te genezen. Maar een volmaakte man zou geen gangreen krijgen. Ook zou hij niet gekweld worden door dingen als zure oprispingen, zweren, migraine, artritis, hartziekte of kanker. Vrij te zijn van dergelijke dingen, zou ons geluk stellig niet verstoren maar zeer doen toenemen!
Dingen die voor eeuwig interessant zullen zijn
Maar zou iemand die zich in eeuwig leven verheugde, altijd in staat zijn iets te vinden waarmee hij zijn mentale en fysieke vermogens kan bezighouden? Zou hij nieuwe uitdagingen voor zijn intelligentie en bekwaamheid vinden? Zou de conversatie stimulerend en aangenaam blijven? Of zou spoedig het stadium zijn bereikt dat iedereen wist wat ieder ander wist?
Zij die denken dat de mensen niets meer te doen en te leren zouden hebben, staan er niet bij stil wat een uitgebreide en schitterend geoutilleerde Werkplaats en wat een kolossaal Laboratorium onze Schepper maakte toen hij deze planeet schiep. Beschouw al de dingen eens die de mens tot op de huidige dag heeft gemaakt. En bedenk dan dat al ’s mensen ingewikkelde uitvindingen, zijn computers, zijn televisietoestellen, zijn vliegtuigen en zijn raketten niet uit materialen werden vervaardigd die van de een of andere verafgelegen plaats in het universum werden gehaald. Neen, maar ze werden gevormd uit dezelfde grond waarop wij leven met zijn schatkamer van chemische elementen, zijn mineralen en metalen. Wat een uitgebreide mogelijkheden zijn er!
De kennis die thans door onderzoekingen wordt verkregen, neemt in zo’n snel tempo toe dat noch afzonderlijke personen noch organisaties er gelijke tred mee kunnen houden. Omdat hun levensduur zo kort is, moeten de mensen zich tevreden stellen met het weten van weinig over veel of veel over slechts heel weinig. Hun kennis is hetzij ruim, maar gewoonlijk oppervlakkig, of diep, maar heel begrensd. Zij worden dikwijls specialisten op een zeer beperkt terrein en trachten zich ’een naam te maken’ voordat hun korte levensduur eindigt. Geleerden zeggen dat elke keer dat zij ten slotte de „sleutel” vinden om één deur op een bepaald terrein van onderzoekingen te openen, zij onveranderlijk een tiental andere deuren aan de andere kant vinden. Er bestaat dus stellig geen gevaar dat de aarde vervuld zal worden met „alweters” die nergens meer over kunnen spreken omdat iedereen weet wat de ander weet.
Hoeveel weet u over uw tehuis, en hoeveel ervan hebt u tijdens uw leven gezien? Niet het huis waarin u woont, maar de planeet waarop u leeft — deze reusachtige satelliet van de zon die door astronauten als „een juweel in de ruimte” is beschreven.
Zelfs wereldreizigers raken zelden goed bekend met meer dan slechts een klein gedeelte van de aarde, dikwijls niet meer dan de voornaamste steden en de zogenoemde „belangrijkste plekjes”. Sommigen hebben plaatsen gezien zoals de Grand Canyon in Arizona, de Noorse fjorden, Afrika’s Serengeti-vlakten, de met sneeuw bedekte Southern Alps van het Zuidereiland van Nieuw-Zeeland en het tropische landschap van Tahiti.
Maar voor elke hoog oprijzende berg, elke diepe cañon, elke neerstortende waterval, elk vruchtbaar dal, slingerende rivier, tafelland of plateau, schaduwrijke bossen, onregelmatige, rotsachtige kust of glinsterend, met palmen omzoomd strand dat zij hebben gezien, zijn er duizend andere, elk met zijn eigen schoonheid en aantrekkelijkheid voor het oog.
Planten, dieren en mensen
Plantkundigen hebben zo’n 335.000 soorten planten geregistreerd. Alleen al in de Verenigde Staten zijn 1035 verschillende boomsoorten. Ze variëren van de in de woestijn groeiende Jozuaboom tot de schitterende mammoetbomen en omvatten de kleurrijke suikerahorn, de witte es en de zwarte spar.
Van de bloemen die op aarde groeien, zou men honderd jaar lang elke dag een andere combinatie kunnen maken. Zelfs dan zou men nog maar nauwelijks de variëteiten beginnen te gebruiken die er te vinden zijn, van de dagbloemen tot de nachtschonen, van de tere muurbloempjes en lelietjes-van-dalen tot de reusachtige Rafflesia arnoldii van Indonesië, waarvan de bloem bijna één meter in doorsnede is en wel zeven kilogram weegt.
En hoe staat het met het dierenleven op aarde? Biologen catalogiseren ongeveer 5000 soorten zoogdieren, 3000 soorten amfibieën, 6000 soorten reptielen, 9000 soorten vogels en 30.000 soorten vissen, om nog maar niet te spreken van de meer dan 800.000 soorten insekten.
Met hoeveel van deze levende schepselen bent u werkelijk bekend? Misschien hebt u enkele ervan in een boek of dierentuin gezien. Maar hoeveel hebt u er in hun eigen omgeving gezien, terwijl u hun fascinerende gewoonten hebt gadegeslagen en de verschillende hoedanigheden van elk dier hebt leren kennen? Met hoeveel van de 400 variëteiten van kolibries bent u bijvoorbeeld goed bekend — zoals de topaaskolibrie, de roodkeelkolibrie en de kleine bijkolibrie, die slechts vijf centimeter lang is? Dit zijn levende juwelen die schitteren met iriserende kleuren van vlammend rood, donkerviolet, gloeiend oranje en smaragdgroen. Of hebt u de majestueuze reuzencondor of de albatros met zijn vleugelspanwijdte van bijna vier meter zorgvuldig gadegeslagen?
Er zou een lange tijd overheen gaan om alle levende schepselen van het land, de zee en de lucht te leren kennen — veel langer dan de huidige levensduur ooit zou kunnen reiken.
Nog veel interessanter echter zijn de volken der aarde. Ze zijn wat hun gelaatstrekken, kledingstijl, voorkeur voor voedsel, architectuur, muziek en andere onderscheiden kenmerken net zo gevarieerd als de bloemen. Evenmin zou volmaaktheid betekenen dat deze verscheidenheid en tegenstelling van persoonlijkheid verdwijnt en ze aan elkaar gelijk worden gemaakt, net zomin als rozen om volmaakt te zijn allemaal rood moeten zijn.
Het is tegenwoordig niet gemakkelijk de vele rassen der aarde te leren kennen. In veel gevallen wordt het zelfs steeds gevaarlijker. De bijbelse belofte van eeuwig leven is echter alleen voor mensen die liefde en waardering voor hun Schepper, zijn waarheid, gerechtigheid en rechtvaardige maatstaven hebben en die hun naaste liefhebben als zichzelf. Door de vrucht van Gods geest voort te brengen — liefde, vreugde, vrede, lankmoedigheid, vriendelijkheid, goedheid, geloof, zachtaardigheid, zelfbeheersing — zullen zij deze planeet tot een geestelijke tuin van vriendelijke, samenwerkende, edelmoedige en hartelijke mensen maken. — Gal. 5:22, 23.
Hun talenten en bekwaamheden op het gebied van handwerk, metaalbewerking, architectuur, tuinarchitectuur, huisdecoratie, kunst, muziek en literatuur zullen daarom met het juiste motief worden gebruikt. Dit zal tot nieuwe hoogten van expressie en schoonheid stimuleren. Stellig zal het een bron van voortdurend genot zijn om zulke mensen te ontmoeten, de produkten van hun activiteit te zien en hen te leren kennen.
Beter vertrouwd raken met God
Behalve al deze dingen zou eeuwig leven iemand ook in staat stellen beter vertrouwd te raken met de Universele Soeverein, Jehovah God. Er is niets in het leven dat meer verrijkt, meer voldoening schenkt en meer veredelend is.
Door alle eeuwigheid heen kan men meer en meer over God, onze Schepper, leren — en nog zou het onmogelijk zijn alles omtrent Hem te weten. De christelijke apostel Paulus schreef over onze Schepper: „O de diepte van Gods rijkdom en wijsheid en kennis! Hoe ondoorgrondelijk zijn zijn oordelen en hoe onnaspeurlijk zijn wegen! Want ’wie heeft de zin van Jehovah leren kennen?’” — Rom. 11:33, 34; Pred. 3:11.
Diezelfde apostel schreef ook over Jehovah God: „Zijn onzichtbare hoedanigheden worden van de schepping der wereld af duidelijk gezien, omdat ze worden waargenomen door middel van de dingen die gemaakt zijn, ja, zijn eeuwige kracht en Godheid.” — Rom. 1:20.
Kennis van het universum met zijn planeten, sterren en melkwegstelsels laat geen twijfel over met betrekking tot Gods ontzagwekkende macht en alles overtreffende wijsheid. Hij is de Opperste Fysicus, Chemicus, Wiskundige, Ontwerper en Bouwer. De psalmist uit vervlogen eeuwen schreef vol waardering: „O Jehovah, onze Heer, hoe majestueus is uw naam op de ganse aarde, gij, wiens waardigheid wordt verhaald boven de hemel! Wanneer ik uw hemel zie, het werk van uw vingers, de maan en de sterren die gij hebt bereid, wat is dan de sterfelijke mens, dat gij aan hem denkt, en de zoon van de aardse mens, dat gij voor hem zorgt?” — Ps. 8:1, 3, 4.
Hoewel de zichtbare schepping van het bestaan van haar Schepper getuigt, leren wij hem door middel van zijn Woord de bijbel werkelijk kennen en leren wij zijn persoonlijkheid, zijn voornemens, zijn wegen en zijn maatstaven kennen. Door middel van dat Woord, de bijbel, zien wij dat hij de sterfelijke mens in gedachten heeft gehouden en voor hem zorgt.
Ja, hoe zou eeuwig leven in volmaaktheid ooit saai kunnen zijn? Het leven zou voor eeuwig vervuld zijn van vreugde en genot en interessante dingen.
Maar als de mensen eeuwig leven hadden, waar zouden alle mensen dan moeten wonen? En zou de aarde voor hen allen kunnen zorgen?
[Illustratie op blz. 16]
Heeft het leven u de tijd gegund om bekend te raken met alle mooie plekjes op aarde?
[Illustratie op blz. 17]
. . . of met de verscheidenheid van vogels en mensen?