De kosten van militaire paraatheid
IN EEN stenen muur langs het plein van de Verenigde Naties is een bijbels citaat gebeiteld dat is genomen uit Jesaja hoofdstuk 2 en luidt: „Zij [zullen] hun zwaarden tot ploegscharen omsmeden en hun speren tot snoeimessen; geen volk zal tegen een ander volk het zwaard opheffen, en zij zullen den oorlog niet meer leren.” — Nieuwe Vertaling van het Nederlandsch Bijbelgenootschap.
Toch wordt de hoogste post op de begroting van de meeste landen thans door de uitgaven voor militaire doeleinden ingenomen. Hoewel de landen over vrede praten, besteden zij dus meer aan oorlogsdoeleinden dan aan iets anders!
De kosten
In de afgelopen zes jaar werd meer dan 3,6 biljoen gulden (ƒ 3.600.000.000.000) aan militaire paraatheid gespendeerd. In 1969 was de uitgaaf hoger dan ooit. Er werd ruim ƒ 700 miljard (ƒ 700.000.000.000) uitgegeven. Dat is ongeveer drieëntachtig miljoen gulden voor elk uur van de dag het hele jaar door!
De uitgaven van de Verenigde Staten in 1969 waren enorm — ongeveer ƒ 290.000.000.000. Telt men hierbij de betalingen aan veteranen van andere oorlogen, rente op de nationale schuld (hoofdzakelijk veroorzaakt door vroegere militaire uitgaven) en wapenleveranties aan andere landen, dan kwam het totale bedrag op ongeveer ƒ 400.000.000.000. Meer dan 55 percent van alle uitgaven hadden betrekking op de oorlog! Dit is meer dan de gezamenlijke kosten van programma’s als onderwijs, gezondheid, woningbouw, ruimtevaart, landbouw, verkeerswegen, sociale voorzieningen, pensioenen en werkloosheid.
Ook de begroting van de Sovjet-Unie legt het zwaartepunt op militaire uitgaven, en de militaire uitgaven van de armere landen nemen ongeveer tweemaal zo snel toe als het wereldgemiddelde. Hoewel hun levensstandaard stagneert, vliegt het bedrag dat aan bewapening wordt uitgegeven de hoogte in. De New York Times zei hierover:
„Overal in de opkomende natiën — in Azië, Afrika en Latijns-Amerika — neemt de bewapeningswedloop van de arme man in snelheid toe. Om redenen van prestige en defensie kopen de zogenoemde onderontwikkelde landen alles van pistolen tot de meest moderne en kostbare jachtbommenwerpers, raketten, tanks, radarinstallaties en zelfs onderzeeërs aan toe. . . .
De militaire uitgaven van de onderontwikkelde landen stijgen sneller dan al hun nationale produkten, hetgeen betekent dat een steeds groter deel van hun geringe bronnen van bestaan aangewend worden voor bewapening.
Uit interviews met mensen van de praktijk en wetenschappelijke analisten uit het bedrijfsleven blijkt dat de bewapeningswedloop vrijwel geheel uit de hand is gelopen.”
Egypte besteedt volgens zijn vroegere president Gamal Abdel Nasser tegenwoordig ruim drie en een half miljard gulden per jaar aan zijn militaire paraatheid — een uitgave die het zich slecht kan veroorloven. En men schat dat de regering van Israël ruim de helft van haar geld aan hetzelfde doel spendeert. Newsweek zei hierover: „Voor het kleine Israël zijn deze en alle andere kosten die het door de toenemende vijandelijkheden in het Midden-Oosten worden opgelegd, haast ruïneus”.
Veel verspilling
Leden van het Congres van de Verenigde Staten hebben veel wapenprogramma’s aangevallen omdat ze volgens hen slecht werden geleid en verkwistend waren. De luchtmacht had bijvoorbeeld gewerkt aan een bemand ruimtelaboratorium. Het programma werd toen afgelast, maar er was reeds ƒ 4.680.000.000 uitgegeven.
Een zich in het ontwikkelingsstadium bevindend plan voor zware tanks zou, naar werd verondersteld, een kleine 300 miljoen gulden kosten. Het heeft de 1 miljard gulden reeds overschreden en is nog niet uit het ontwikkelingsstadium. Twaalf nieuwe reddingsonderzeeërs zouden 131,4 miljoen gulden kosten, maar thans zullen slechts zes van deze schepen 1,72 miljard gulden kosten. Het F-111 gevechtsbommenwerperprogramma zou ƒ 10.526.000.000 gaan kosten, doch nu geeft het departement van defensie toe dat het ƒ 22.536.000.000 zal kosten. Een nieuwe reeks torpedo’s zou 2,707 miljard gulden kosten, doch nu zullen de kosten in werkelijkheid vijf maal zoveel bedragen!
Er is een onafgebroken vraag naar nieuwere en krachtiger wapens waardoor de vroegere verouderen. De nieuwste atoomraketten van de Sovjet-Unie en de Verenigde Staten kunnen beide landen meermalen wegvagen. Maar toch werken zij er beide aan hun raketten te verbeteren zodat ze verscheidene atoomkoppen in plaats van één kunnen voeren. Professor G. Wald van de Harvard-universiteit, een Nobelprijswinnaar, zei:
„Men heeft ons verteld dat de V.S. en Rusland samen voorraden kernwapens hebben met bij benadering de explosieve kracht van 15 ton TNT voor iedere man en vrouw en elk kind op aarde. Nu wordt ook nog geopperd dat wij meer moeten maken.”
Wat zou er gedaan kunnen worden?
Het is tragisch dat, terwijl er zoveel op aarde te doen valt, een enorm deel van ’s werelds rijkdom wordt besteed aan onproduktieve bewapening. Wat zou er niet gedaan kunnen worden als de natiën in vrede leefden en al dat geld en al die energie tot welzijn van de mensheid gebruikten?
Als dat mogelijk was, hadden met het geld dat de wereld in 1969 aan militaire doeleinden heeft besteed twintig miljoen huizen van ƒ 35.000 per stuk gebouwd kunnen worden. In de meeste landen zouden zulke huizen een rijk bezit zijn. Zoveel woningen hadden ruimschoots aan de groeiende bevolking van dat jaar huisvesting geboden. Denk eens aan het werk dat dit verschaft had om elke slapte op te vangen die door het sluiten van wapenfabrieken zou zijn veroorzaakt.
Er zijn, zelfs in de Verenigde Staten, veel werklozen zonder vakkennis. Het kost daar ongeveer ƒ 10.000 om iemand voor een vak te scholen. Bij die kosten zijn vaak medische verzorging, vervoer en het onderhoud van afhankelijke kinderen inbegrepen. Voor een fractie van hun jaarlijkse bewapeningsrekening hadden de Verenigde Staten alle ’permanente’ werklozen in het land kunnen scholen. Zulk een scholing zou iemand bruikbaar en tot een produktief lid van de maatschappij maken.
Met het geld dat de wereld in 1969 aan militaire paraatheid heeft uitgegeven, hadden 200.000 scholen gebouwd kunnen worden van elk ongeveer drie en een half miljoen gulden, hetgeen in de meeste landen meer dan toereikend zou zijn. Betere scholen zouden kleinere klassen mogelijk maken zodat de onderwijzers en leraren meer persoonlijke aandacht aan de kinderen zouden kunnen schenken.
Duizenden geleerden besteden hun tijd met aan vernietigingswapens te werken. Wat zouden zij niet kunnen doen als zij hun talenten zouden gebruiken om te trachten de milieuvervuiling op te heffen? En hoeveel hectare land zou er met al dat geld niet ontgonnen kunnen worden om er gewassen op te verbouwen waarmee de hongerlijdende mensen op aarde gevoed zouden kunnen worden? Aan de boeren zou zowel voorlichting als landbouwuitrusting gegeven kunnen worden om hun oogsten te verbeteren. Recreatiegebieden en parken zouden enorm uitgebreid kunnen worden. Veel meer mensen zouden een behoorlijke gezondheidszorg kunnen krijgen.
De waarheid is echter dat dit alles niet wordt gedaan. Er is ook niets wat erop wijst dat het in dit samenstel van dingen zal gebeuren. Het tijdschrift Atlas van april 1970 vermeldde zelfs:
„Afgrijselijk rapport regelrecht van de V.N.: Aan het eind van de jaren 1960 zullen er meer zieke, meer ondervoede en meer ongeletterde kinderen in de wereld zijn dan tien jaar geleden. De toekomst? Vijftig percent van degenen die leven zullen nimmer een voet in een leslokaal zetten.”
Vijandigheid van het publiek
Steeds meer mensen worden vertoornd over de nimmer eindigende militaire uitgaven van de natiën terwijl er zoveel andere dingen gedaan moeten worden. Eind 1969 werd er in Washington, D.C., een enorme demonstratie tegen de oorlog gehouden. Sommigen schatten de menigte op 250.000 tot 500.000 personen. De demonstratie werd ’de mars naar Washington’ genoemd en het was de grootste protestoptocht die Amerika’s hoofdstad ooit had gezien.
Veel jongemannen vinden de militaire dienst thans weerzinwekkend in plaats van heroïsch zoals hij in het verleden werd beschouwd. U.S. News & World Report merkte op: „Het militaire apparaat, hoofdzakelijk het leger, wordt thans belaagd door gevallen van muiterij, ongehoorzaamheid, rassenstrijd, desertie en een steeds groter aantal afwezigen zonder verlof.” Er werd in verklaard dat „zich in de geschiedenis van Amerika nog nooit iets dergelijks heeft voorgedaan”. Duizenden jongemannen zijn het land uit gevlucht om maar niet te worden ingelijfd.
Generaal E. Wheeler, toenmalig voorzitter van het comité van stafchefs, merkte de toenemende vijandigheid van het publiek tegenover het ’militair-industriële complex’ op en zei dat het, als de houding niet veranderde, „tot chaos — tot ontbinding van de [militaire] diensten — zal leiden”.
Hoe vijandig velen in feite zijn geworden, valt op te maken uit het volgende scherpe redactionele artikel in de Eagle Rock Sentinel van Los Angeles. Er werd in verklaard:
„Het is de naakte, onbetwistbare waarheid dat alle machtige natiën op aarde, met inbegrip van onze eigen natie, zich clandestien bezondigen aan het bevorderen van oorlogen en de stoffelijke middelen verschaffen om ze te voeren. Terzelfder tijd trachten deze natiën voortdurend de schijn op te houden de vrede lief te hebben en uiten zij gemeenplaatsen over moraliteit en vrijheid. . . .
Oorlog is ’big business’, misschien wel de grootste ter wereld. Er zou een eind aan gemaakt kunnen worden als de grote machten het zouden willen. Het is niet waarschijnlijk dat zij dit doen omdat er geldelijk gewin op het spel staat.”
Hoeveel veiligheid?
Wordt met de bewapeningswedloop werkelijk veiligheid voor de natiën van deze wereld gekocht? Commentaar leverend op de enorme militaire uitgaven, zei de New York Times van 31 maart 1970: „Dit is krankzinnig. De snelle ophoping en vermenigvuldiging van wapens maakt ieders veiligheid geringer door het gevaar van een conflict te vergroten.”
De in Vancouver verschijnende Province zei, na te hebben opgemerkt dat de militaire uitgaven de kostbaarste op Canada’s begroting waren:
„Wat voor voordeel heeft het ons als land opgeleverd? Heeft het de mogelijkheden verminderd dat Canada door een vijandige natie wordt aangevallen? Volstrekt niet. Niets in ons huidige wapenarsenaal zou een moderne aanval lang genoeg kunnen tegenhouden om onze leider de kans te geven een afscheidsrede te houden. . . . Het zou grappig zijn — als het niet zo kostbaar was.”
Volgens de Noorse Academie van Wetenschappen zijn er sinds het jaar 650 v.G.T. 1656 bewapeningswedlopen gehouden, waarvan er slechts zestien niet op een oorlog zijn uitgelopen en „de overige in een economische ineenstorting van de betrokken landen eindigden”. Hoe waar is dit patroon in onze twintigste eeuw geweest! Ze heeft de grootste bewapeningswedloop in de geschiedenis aanschouwd. Ze heeft ook de meeste oorlogen, de ergste oorlogen en de ergste economische depressie aanschouwd welke er ooit zijn geweest.
Hoe staat het met de nabije toekomst? Oe Thant, secretaris-generaal van de Verenigde Naties, zei: „Ik kan aan de hand van inlichtingen waarover ik als secretaris-generaal beschik alleen maar concluderen dat de leden van de Verenigde Naties misschien nog tien jaar hebben waarin zij hun oude twisten ondergeschikt kunnen maken aan een wereldomvattende samenwerking ten einde de bewapeningswedloop te beteugelen, het milieu van de mens te verbeteren, de bevolkingsexplosie tegen te gaan en de stuwkracht te ontwikkelen die voor krachtsinspanningen tot wereldontwikkeling nodig is.”
Een nieuw samenstel nodig
Het is duidelijk dat er een zeer slechte situatie in de wereld bestaat. Er is stellig een nieuw samenstel nodig. De publikatie World Union, uitgegeven in Den Haag, verklaarde: „Het staat thans als een paal boven water dat er zo spoedig mogelijk een wereldregering moet worden opgericht die erkend en geëerbiedigd wordt als een hogere autoriteit dan nationale regeringen.”
Kan weer een ander — het zoveelste — menselijk stelsel echter ook maar iets meer succes hebben dan de stelsels die reeds geprobeerd zijn? Waar zijn de leiders die ervoor kunnen zorgen dat het meer succes zal hebben? Alle soorten van mensen en regeringen zijn reeds geprobeerd. De geschiedenis getuigt van het feit dat ze er alle in te kort zijn geschoten universele vrede en ontwapening te brengen.
Maar toch is er een regering die zonder mankeren universele vrede en ontwapening zal brengen! Ze zal eveneens het algehele bestuur van de aangelegenheden der aarde overnemen en tot welzijn van de mensheid functioneren. Dit is geen droom. Het is een regering waarvan de onderdanen nu reeds ’hun zwaarden tot ploegscharen en hun speren tot snoeimessen hebben omgesmeed. Zij heffen het zwaard niet meer tegen een ander op en zij leren de oorlog niet meer’. — Jes. 2:4.
Om die regering — Gods koninkrijk — heeft Jezus Christus de christenen leren bidden (Matth. 6:9, 10). De feiten als vervulling van bijbelse profetieën tonen aan dat dit Koninkrijk reeds vanuit de hemel regeert. Weldra zal het dit gehele corrupte samenstel van dingen van de aarde wegvagen en verpletteren (Dan. 2:44). Dan, zo zegt de bijbelse profetie, „zal [er] aan de overvloed van de vorstelijke heerschappij en aan vrede geen einde zijn”. — Jes. 9:7.
Jehovah’s getuigen zijn loyale onderdanen van Gods hemelse regering. Zij gehoorzamen dus persoonlijk Gods gebod ’hun zwaarden tot ploegscharen en hun speren tot snoeimessen om te smeden en de oorlog niet meer te leren’, terwijl zij zich niet mengen in de aangelegenheden van de natiën waarin zij leven. Algehele ontwapening is binnen hun gelederen reeds tot stand gekomen. In meer dan 200 landen hebben zij met personen van alle nationaliteiten en rassen algehele vrede gesloten.
Dit is de toestand die na het einde van het huidige goddeloze samenstel van dingen over de hele wereld zal heersen. Waarom? Omdat God alleen degenen die de vrede eerbiedigen zal toestaan in die nieuwe ordening te leven (Spr. 2:21, 22). Dan zullen er geen bewapeningswedlopen meer zijn, want Jehovah God belooft dat hij „oorlogen [doet] ophouden tot het uiteinde der aarde”. — Ps. 46:9.
[Illustratie op blz. 8]
De natiën geven meer uit aan oorlog dan aan iets anders
83 MILJOEN gulden per uur
[Illustratie op blz. 9]
Vorig jaar gaven de Verenigde Staten meer uit aan oorlog dan aan onderwijs, gezondheid, woningbouw, landbouw, ruimtevaart, verkeerswegen, pensioenen en andere programma’s te zamen