Getuigenis gegeven door gehoorzaamheid aan God
Door Ontwaakt!-correspondent in Brazilië
HOE belangrijk vindt u gehoorzaamheid aan God? Beschouwt u getrouwheid aan de wet van God van hogere waarde dan persoonlijke veiligheid of zelfs het leven? Tegenwoordig bestaat de groeiende neiging, op de wet van God af te geven en degenen die gehoorzaamheid aan God boven andere waarden verkiezen te stellen als fanatiek te beschouwen.
De aan christenen gegeven wet van God verbiedt bijvoorbeeld het tot zich nemen van bloed. Ze zegt u zich „te onthouden . . . van bloed” (Hand. 15:29). Dit gebod aan christenen was een herhaling van de wet die Jehovah God jaren daarvoor aan zijn volk had gegeven en die luidde: „Gij moogt het bloed van geen enkele soort van vlees eten” (Lev. 17:14). Nu en dan krijgt een speciaal geval waarbij de gehoorzaamheid van een christen aan Gods wet ten aanzien van bloed is betrokken, uitgebreide publiciteit. Dit gebeurde onlangs in Brazilië.
Rosemberg Cabral do Nascimento, het vierjarige zoontje van christelijke getuigen van Jehovah, werd in het kinderziekenhuis te Fortaleza in Ceará opgenomen. Hij leed aan de bloedvlekkenziekte (ziekte van Werlhof), een bloedziekte waarvan men de oorzaak niet kent en die gekenmerkt wordt door onderhuidse bloeduitstortingen. De uitslag van de telling van zijn bloedplaatjes was 20.000 per kubieke millimeter, terwijl het normale gemiddelde 250.000 is.
De dienstdoende arts gaf daarom opdracht tot een onmiddellijke bloedtransfusie. Toen de ouders van het kind tegen deze behandeling bezwaar maakten omdat God het gebruik van bloed verbiedt, zei de arts dat zij fanatiek waren. Hij dreigde de zaak publiek te maken door de meestgelezen krant van de stad, O Povo (Het Volk), op te bellen.
Zo deed weldra overal als een lopend vuurtje het nieuws de ronde: ’Een kind ligt in het ziekenhuis op sterven omdat zijn vader God en de bijbel gehoorzaamt.’ Dit werd het gesprek van de stad. Overal in Brazilië verschenen koppen in de kranten en de kwestie werd hèt onderwerp in radio- en TV-uitzendingen.
Vaak werd de geloofsovertuiging van Jehovah’s getuigen echter totaal verkeerd voorgesteld. Er waren bijvoorbeeld berichten die zeiden dat de Getuigen geen vlees eten en dat zij geen bloedtransfusie nemen omdat zij niet willen dat er in hun lichaam twee zielen zullen zijn. Ten einde de dingen te verhelderen, begaf een groepje opzieners van Jehovah’s getuigen zich naar het nieuwsblad O Povo. Het gevolg was dat er op 22 augustus 1969 een voortreffelijk, uitgebreid verslag op de voorpagina van de krant verscheen.
In het ziekenhuis probeerde de hele medische staf druk op de ouders uit te oefenen ten einde hen in een bloedtransfusie te laten toestemmen om hun kind „te redden”. De vader legde het bijbelse standpunt met betrekking tot het gebruik van bloed uit en vroeg of men niet een andere behandeling wilde proberen om het kind te redden.
De druk bleef desondanks toenemen. Er werd verteld dat de kinderrechter van de stad, wiens taak het is kinderen te beschermen, een gerechtelijk bevel zou tekenen ten einde een bloedtransfusie toe te staan. De Getuigen waren er evenwel op voorbereid een wettige strijd te voeren om deze inbreuk op hun grondwettelijke rechten te weerstaan.
Toen begonnen de dingen te veranderen. Het nieuwsblad Tribuna do Ceará publiceerde eveneens een verhelderend interview. Het haalde de woorden van Dr. A. Kelly van het Medische Genootschap van Canada aan: „Geen enkele arts kan er zeker van zijn dat iemand zal sterven als hij geen bloedtransfusie krijgt of leven als hij er wel een krijgt.”
En ondertussen ging de kleine Rosemberg langzaam vooruit. Na achttien dagen in het ziekenhuis te hebben gelegen, kon hij ten slotte naar huis gaan. Vertegenwoordigers van het nieuwsblad O Povo brachten het kind in hun stationcar thuis. Velen in en nabij het ziekenhuis staakten hun werk om hem te zien vertrekken. Hij werd in zijn buurt hartelijk ingehaald.
Bij velen openbaarde zich de juiste hartetoestand. Een van de verpleegsters vroeg de Getuigen de bijbel met haar te bestuderen, zeggende: „Al heel lang zoek ik naar een religie van mensen die moed hebben en niet bang zijn om voor hun geloof te sterven.” Sedertdien heeft zij enkele vergaderingen en een kringvergadering van Jehovah’s getuigen bezocht.
Iemand anders zei: „Dit is de enige religie waar de mensen hun geloof ernstig opvatten.” En anderen, die de bijbel met de Getuigen hebben bestudeerd, hebben hun verlangen te kennen gegeven weldra hun standpunt voor Jehovah God in te nemen. Er werd inderdaad een voortreffelijk getuigenis gegeven als gevolg van de gehoorzaamheid van deze ouders aan Gods wet.