Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g70 22/11 blz. 9-13
  • Jehovah’s Australische meesterstukken

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Jehovah’s Australische meesterstukken
  • Ontwaakt! 1970
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Joey’s merkwaardige geboorte
  • De koala
  • Andere buideldieren
  • De eierleggende zoogdieren (monotremata)
  • Die verbazingwekkende buideldieren uit Australië
    Ontwaakt! 1992
  • Een buideldier met een veerkrachtige tred
    Ontwaakt! 2000
  • Het raadselachtige vogelbekdier
    Ontwaakt! 1996
  • Geboeid door de snoezige koala
    Ontwaakt! 1991
Meer weergeven
Ontwaakt! 1970
g70 22/11 blz. 9-13

Jehovah’s Australische meesterstukken

Door Ontwaakt!-correspondent in Australië

DENKT u zich eens in dat u zich in het binnenland van Australië bevindt. Als u om u heen kijkt, ziet u een indruk in de grond die op het cijfer elf lijkt. Wat bekijkt u daar? Nu, alleen maar een van de vele kenmerken van Australië’s dierenrijk waardoor het verschilt van dat in andere landen. U ziet de sporen van een dier dat springt in plaats van loopt — de kangoeroe.

Neem aan dat u een stel sporen een eindje volgt. Merk op dat er hier en daar een derde streep, beneden en tussen het andere stel, bij is gekomen. Daar heeft hij zitten rusten, op zijn dikke staart, waarmee hij misschien op de grond heeft geslagen om andere leden van de kudde een teken te geven.

Blijft u nu doodstil staan en kijkt u enkel maar. Daar, ziet u die puntige „bladeren” boven die struik uitsteken? Hij heeft ons ook gezien. Kijk eens met wat voor elegante sprongen „de ouwe”, zoals wij hem noemen, over hindernissen naar de veiligheid springt!

De manier waarop hij zich verplaatst is slechts één van de vele dingen waardoor de kangoeroe anders is. „Joey”, zoals wij het kangoeroejong hier in Australië noemen, doet nog meer verschillen uitkomen.

De kangoeroe behoort tot de „marsupialia” (buideldieren), hetgeen betekent dat het moederdier een buidel heeft waarin ze haar jong draagt. Het woord „marsupialia” heeft in werkelijkheid echter een diepere betekenis dan alleen maar dat het een buideldragend dier is.

Joey’s merkwaardige geboorte

Zoogdieren die niet buideldragend (marsupiaal) — of, zoals wij later zullen zien, „monotremataal” (eierleggend) — zijn, worden „placentaal” genoemd, hetgeen wil zeggen dat het moederdier een baarmoeder heeft waarin het embryo wordt gevoed en waaraan het door een „placenta” (moederkoek) is verbonden. Joey’s moeder heeft geen baarmoeder. In plaats daarvan begint hij kort na de bevruchting in een dooiervlies waarin het embryo wordt gevoed, te groeien, totdat het vlies — acht tot veertig dagen later, hetgeen van de soort afhangt — scheurt en Joey wordt geboren.

Wij zeggen „geboren”, maar „voortgebracht” zou misschien beter zijn. Als hij uit zijn moeder komt, bevindt hij zich namelijk nog steeds in een semi-embryonaal stadium, waarin ogen en oren nog niet ontwikkeld zijn en hij enkel het reukzintuig heeft. Uiterlijk lijkt hij op een stukje gevormd, bijna doorzichtig rubber. Bereid u nu op iets werkelijk verbazingwekkends voor. Dit kleine embryonale diertje, nog niet groter dan een boon (ongeveer 2 1/2 cm), klimt, vermoedelijk door zijn reukzintuig geleid, centimeter voor centimeter tegen de vacht van zijn moeder op, op zoek naar haar buidel — een tocht die ongeveer drie minuten in beslag neemt. Heeft hij de buidel gevonden — àls hij die vindt — dan duikt hij erin om daar het geboorteproces te voltooien, hetgeen verscheidene maanden duurt.

Stel echter dat hij de buidel niet vindt, wat dan? Jammer, maar niets aan te doen! Hij zou hoogstens een half uur kunnen ronddolen en als hij de buidel dan nog niet heeft gevonden, komt er een vroegtijdig eind aan zijn levensloop. En wat doet moeder kangoeroe aan dit alles? Helemaal niets. Ze maakt zich geen zorgen. Ze is waarschijnlijk al weer zwanger geworden toen Joey zich nog in het geboortekanaal bevond. Het nieuwe embryo zal zich echter niet tot meer dan honderd cellen ontwikkelen. In dit stadium komt zijn ontwikkeling tot stilstand in wat de blastocyste of kiemblaas wordt genoemd, met het oog op een noodtoestand zoals deze. En in dit tot stilstand gekomen ontwikkelingsstadium zal het blijven totdat de buidel onbezet is en pas dan zal het zijn groei hervatten.

Onze Joey heeft het er echter wèl goed afgebracht. Hij heeft zijn bestemming helemaal zonder hulp bereikt. Mamma kangoeroe heeft slechts heel weinig voorbereidingen getroffen, alleen maar de buidel schoongelikt, en is toen met haar staart naar voren en tegen een boom geleund gaan zitten om in deze wankele houding niet om te vallen. Is Joey eenmaal in de buidel, dan hecht hij zich aan een tepel vast die onmiddellijk opzwelt waardoor hij eraan blijft vasthangen, terwijl moeder hem door spierwerking melk in zijn kleine keeltje spuit. Van nu af aan kunt u Joey alleen maar verwijderen door zijn bekje open te breken.

Zo ongelofelijk is het hele proces, dat vroegere ontdekkingsreizigers en biologen dachten dat Joey in de buidel werd geboren, „als appels aan een tak”, zoals een van hen het beschreef. Vele jaren later was de Londense dierentuin voor het eerst getuige van de embryonale geboorte van een kangoeroejong en zelfs toen dacht men dat de moeder het jong met haar lippen in de buidel overbracht. Pas in 1932 wist men dat het zonder hulp zijn weg naar de buidel vond.

Wij kunnen de tijd die Joey in de buidel vertoeft, overslaan, behalve om op te merken dat hij daar van de grootte en het gewicht van een boon, tot enkele ponden groeit. Pas na acht maanden en als hij gespeend is, maakt hij zich los en komt af en toe even uit de buidel. Maar toch heeft hij zijn ontbijt nog altijd graag op bed — een kunststukje dat hij gemakkelijk klaarspeelt door uit bed te leunen en aan het gras te knabbelen dat langs hem heengaat terwijl mamma aan het grazen is.

Nu groeit Joey in een kudde van zes tot vijftig dieren op tot een volwassen kangoeroe en wordt dan in de taal van de steppe „de ouwe” genoemd. Als hij tot de „rode” variëteit behoort, kan hij één meter vijftig tot één meter tachtig groot worden, ongeveer negentig kilo wegen, wel drie meter hoog en zes meter ver springen en vijftig kilometer per uur afleggen.

Het is een goedaardig en zelfs schuchter dier totdat het in het nauw wordt gedreven en voor zijn leven vecht. Dan slaat hij er met voor- en achterpoten en scherpe nagels, op zijn staart zittend en met zijn rug tegen een boom, op los, waarbij hij tegen verscheidene honden is opgewassen. En als hij denkt dat hij het onderspit delft, springt hij weg naar een „billabong”, of waterpoel. Daar, tot aan zijn middel in het water staande, duwt hij elke hond die naar hem toezwemt onder water en houdt hem onder zijn staart of poten vast totdat hij verdrinkt. Tot zover wat de kangoeroe betreft.

De koala

Er zijn nog andere buideldieren behalve de kangoeroe. Verwondert u dit? Sommigen wel, maar wie heeft er geen afbeelding van de aanhalige koala gezien? Hij behoort tot de marsupialia en de wijfjes hebben een buidel. Zijn naam betekent in de taal van de oorspronkelijke bewoners „ik drink niet”. En dat doet hij inderdaad ook niet. Maar eten des te meer! Tot drie pond eucalyptusbladeren per dag. Dat verklaart waarom u, als u niet in Australië woont, geen koala in uw dierentuin vindt. De Australische regering verbiedt de uitvoer van het dier. Geen enkel ander land kan hem te eten geven. Hij is een selectieve eter. Van de meer dan honderd eucalyptussoorten zijn er slechts zes waarvan hij de bladeren eet en daar deze buiten Australië niet in overvloed aanwezig zijn, zou hij doodgaan.

Men zegt dat de bladeren van de eucalyptus een verdovende werking hebben, hetgeen mogelijk de slaperige, volgzame aard van de koala verklaart. Maar pas op! Laat u door zijn vriendelijkheid en goedaardigheid niet bedriegen. Een Amerikaanse soldaat maakte die fout nadat hij er een in de dierentuin gestreeld had. Toen hij er later een in het wild ontdekte, wilde hij hem pakken en aan zijn vriendin in de auto laten zien. De koala dacht er anders over. De prijs die de soldaat voor zijn onwetendheid moest betalen, was een nieuw uniform en zes weken in het ziekenhuis.

Andere buideldieren

Onder de buideldieren zijn er veel die wat uiterlijk en gewoonten betreft zoveel op hun placentale „dubbelgangers” lijken dat ze er gemakkelijk voor aangezien zouden kunnen worden. Buidelmuizen, -ratten, -katten, -mollen, -miereneters en -wolven gelijken in bepaalde opzichten sprekend op de placentalia, maar in andere opzichten zijn ze weer heel anders.

Er is bijvoorbeeld een muis die één meter tachtig ver kan springen en met behulp van een soort radarinstallatie een vliegend insekt kan vangen; een kat die twintig jongen werpt maar slechts zes tepels heeft, en een wolf die zijn bek 180 graden kan opensperren.

Er is een buideldas die zo snel kan graven dat een man met een schop hem niet kan bijhouden en die een buidel heeft met de opening (heel verstandig!) naar achteren zodat hij niet vol aarde komt. Eén kangoeroe met grijpstaart is een boomklimmer en een opmerkelijk acrobaat. Er is een buidelmiereneter die geen buidel heeft en een buidelmuisje dat in opgedroogde modderspleten leeft en een schedeltje heeft van amper drie millimeter doorsnee.

Er bestaan thans in Australië en Nieuw-Guinea in totaal 175 soorten buideldieren, waarvan er 104 planteneters en 71 vleeseters zijn. Tot de uitgestorven soorten behoren, naar men zegt, de diprotodon, zo groot als een rinoceros, en een drie meter grote kangoeroe, de procoptodon.

Bent u verbaasd dat de eerste ontdekkingsreizigers en kolonisten in Australië verbijsterd waren door het dierenleven dat zo tegengesteld was aan alles wat zij tevoren hadden gekend? Afgezien van twee soorten in Noord- en Zuid-Amerika, zijn er nergens op aarde buideldieren.

De eierleggende zoogdieren (monotremata)

Er zijn duizenden soorten placentalia en, zoals wij hebben gezien, 175 soorten buideldieren (marsupialia), maar slechts twee soorten eierleggende zoogdieren. Beide komen in Australië voor.

Het woord „monotremata” stamt uit het Grieks en betekent „één gat”. Dit heeft betrekking op het feit dat het lichaam van eierleggende zoogdieren slechts één uitgang heeft, die de „cloaca” wordt genoemd. Uit deze ene afvoergang komen uitwerpselen, urine en eieren. Ja, EIEREN! De twee soorten monotremata zijn de enige zoogdieren die eieren leggen.

De meeste mensen zijn reeds bekend met het vogelbekdier. Alsof het vogelbekdier er nog niet tevreden mee was een eierleggend zoogdier te zijn, stapelt het de ene rariteit op de andere totdat het op een grap van de een of andere preparateur lijkt. En zo kwam het degenen die het voor het eerst zagen ook voor. Ja, toen er een beschrijving van naar Engelse biologen werd gezonden, weigerden zij het rapport eenvoudig te geloven. Zelfs toen hun een gedroogde huid werd gestuurd, maakten zij uit dat het bedrog was. Waarom waren zij zo ongelovig? Laten wij eens zien.

Behalve dat het vogelbekdier eieren legt, heeft het het volgende mengelmoes van kenmerken; de pels van een zoogdier, melkleiders, een snavel als van een eend, poten met zwemvliezen, een zware op die van een bever gelijkende staart, gifsporen aan zijn poten en wangzakken als van een aap om er voedsel in op te bergen. Kunt u zich de indruk voorstellen die het vogelbekdier op die vroegere biologen maakte?

Toch weerspiegelt het vogelbekdier door dit mengelmoes van gaven de wijsheid en kundigheid van de Schepper, die hem verbazingwekkend geschikt voor zijn omgeving heeft gemaakt, zodat het, tot op de komst van de mens en zijn geweer, goed heeft gedijd. Met klauwen om te graven en een vacht om het warm te houden, is het op het land thuis, hoewel zijn eigenlijke omgeving water is. Het wonderbaarlijkste is echter zijn snavel.

Dit is geen hoornachtig, levenloos lichaamsdeel zoals bij de eend. Neen, zijn snavel is zeer gevoelig — een en al zenuwuiteinden. Als het vogelbekdier onderduikt en zich met zijn machtige staart en van zwemvliezen voorziene poten voortstuwt, gaan zijn ogen en oren hermetisch dicht en neemt de snavel het werk over. Nauwkeurig het slijk onderzoekend zuigt het modder, zand en wormen op! Wormen en steurgarnalen en larven! Nu gaat zijn snavel druk aan de slag om het vlees van de modder te scheiden; het ene bergt „mijnheer Vogelbek” in zijn wangzakken op en het andere keurt hij af totdat hij voor lucht en om zijn vangst te verorberen naar de oppervlakte komt. Hij is aan één stuk door bezig, en terecht, want hij eet de helft van zijn gewicht aan wormen per dag. Dit verklaart waarom hij in gevangenschap duurder in de kost is dan een olifant.

Behalve dat de snavel van het vogelbekdier bij het zwemmen als oren, ogen en neus fungeert, gebruikt het dier hem bij het graven als een ingebouwd radarapparaat. Nature Library, uitgegeven door Life, heeft hierover het volgende te zeggen: „De snavel van het vogelbekdier is een en al zenuwen die gevoelsgewaarwordingen relayeren . . . Als het vogelbekdier graaft, heeft het volgens zeggen een mysterieus besef van holten in de grond vóór hem, waardoor het weet te voorkomen dat het door aangrenzende ’konijnenbergen’, ratteholen of holen van andere vogelbekdieren heenbreekt.” Zo wordt het ook boomwortels en keien die zich vóór hem bevinden, gewaar en het ontwijkt ze voordat het ze bereikt. Bent u het er niet mee eens dat het vogelbekdier wonderbaarlijk geschikt is voor zijn omgeving?

Hetzelfde kan gezegd worden van het andere lid van de monotrematafamilie, de mierenegel. Men zou verwachten dat de mierenegel, als het enige andere eierleggende zoogdier, op het vogelbekdier lijkt. Slechts in twee opzichten bestaat er gelijkenis: Beide zogen hun jongen en beide hebben slechts één lichaamsuitgang of cloaca.

Hij lijkt veel op een egel, behalve dat zijn stekels korter, dikker en vlijmscherp zijn. Zijn korte, sterke poten zijn bewonderenswaardig ontworpen om in keiharde mierenhopen naar zijn lievelingskostje, de termiet, te wroeten.

De mierenegel heeft ook een buidel, of liever gezegd, het dier kan er naar willekeur een produceren. Als het jong uit het ei is gekomen, vormt het wijfje door samentrekking van de spieren een buidel om de melkklieren heen en hierin wordt het jong gelegd. Hoe dit precies gebeurt, is niet bekend. Het jong blijft in de buidel — zich voedend met de melk waarvan de buidelwand is doordrenkt — totdat zijn stekels zich beginnen te vormen en hij geen vreedzame bewoner van mamma’s vlezige wieg meer is. Dan gaat hij eruit!

Afgezien hiervan heeft de mierenegel ook nog andere bijzondere kenmerken. Een ervan is zijn geweldige kracht, ondanks het feit dat hij slechts vijftig centimeter lang is en maar twee à drie pond weegt. Eén bioloog heeft dit ondervonden toen hij er een veiligheidshalve ’s nachts in zijn huiskamer hield. Tegen de morgen had de mierenegel, in zijn pogingen om te ontsnappen, elk zwaar meubelstuk van de muur afgeschoven! Alleen met de ijzeren kachel was hem dit niet gelukt — die zat in de muur bevestigd!

Een ander interessant kenmerk van meneer Mierenegel is dat hij verticaal kan graven, en snel! Snuit en poten werken samen bij het verwijderen van zelfs hard grind onder hem, dat hij met zulk een snelheid opzij en omhoog gooit dat hij zich in ongeveer een minuut zo diep heeft ingegraven dat voor een onderzoekende neus of klauw alleen zijn scherpe stekels nog maar zijn te ontdekken. Ten slotte verstaat hij de kunst zich plat te maken en door een spleet van twee en een halve centimeter te kruipen.

Wat dunkt u? Kunt u in al deze grootse verscheidenheid de hand van de wijze Schepper zien? Ja, wij kunnen dankbaar zijn dat dit onderzoek ons reeds een goede indruk van Jehovah’s Australische meesterstukken heeft gegeven.

[Illustratie op blz. 9]

Pas na acht maanden verlaat een kangoeroejong zo nu en dan de buidel van zijn moeder

[Illustratie op blz. 11]

De koala voedt zich met eucalyptusbladeren

[Illustratie op blz. 12]

Het vogelbekdier is een eierleggend zoogdier met een wonderbaarlijke eendesnavel

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen