Geboeid door de snoezige koala
Door Ontwaakt!-correspondent in Australië
EEN van de meest fascinerende verrassingen in vreemde, nog niet verkende gebieden in vroeger tijden moet de ontdekking van opwindende en ongewone dieren zijn geweest. Dit was beslist het geval in Australië na het jaar 1788.
Destijds werden er rond Port Jackson (nu Sydney) strafkolonies gesticht met veroordeelden die als gevangenen van Engeland naar Australië werden overgebracht. Tien jaar later trok een vrijgekomen veroordeelde die ontdekkingsreiziger werd naar de zuidelijke hooglanden, 130 kilometer landinwaarts. Hij was aangenaam verrast toen hij voor het eerst de Australische koala zag. Het was, zo schreef hij, „een ander dier, dat de inboorlingen [Aborigines] ’cullawine’ noemen en dat aan de luiaards in Amerika doet denken”.
Zou u graag een blik werpen op dit fascinerende harige hoopje, dat tweehonderd jaar later zo’n trekpleister is geworden voor toeristen die het verre, zonovergoten Australië bezoeken? Vast wel, want na de vraag of zij een kangoeroe kunnen zien, is een van de meest gedane verzoeken van bezoekers van Australië: „Ik wil beslist zo’n snoezige teddybeer zien en aanraken.”
Niet echt een beer
De koala is ongetwijfeld een snoezig diertje. Hij wordt maar zo’n tachtig centimeter lang en ziet er inderdaad uit als een teddybeer, met een knoopjesneus en zacht, mooi bont. Maar het zal u verbazen te horen dat hij helemaal niet tot de berenfamilie behoort.
O ja, hij wordt vaak koalabeer of Australiës inheemse beer genoemd. Maar dat zijn onjuiste benamingen. In plaats dat hij tot de berenfamilie behoort, lijkt de koala nog het meest op een wombat, een ander Australisch buideldier, dat veel van een bever weg heeft.
The Australian Encyclopaedia schildert een fascinerend beeld van dit boeiende en snoezige dier: „De koala heeft een stevig lijf, een dikke, wollige vacht die bovenop grijs tot bruinachtig en onderop geelwit is, grote, ronde, dikbehaarde oren en een leerachtige, vooruitstekende, bijna snuitachtige neus . . . Het dier is een goede klimmer maar is onhandig op de grond.”
Als koala’s volwassen zijn, wegen ze een kilo of veertien. In het wild kunnen ze zo’n twintig jaar worden. Sommige hebben in gevangenschap een leeftijd van twaalf jaar bereikt.
Net als de Australische kangoeroe is de koala een buideldier en zijn geboorteproces verloopt op de unieke, alleen bij buideldieren aangetroffen manier. De babykoala’s zijn piepklein bij hun geboorte en nog niet helemaal ontwikkeld; zonder hulp zoeken ze hun weg naar de buidel van hun moeder, waar ze zich aan een van haar twee tepels vasthechten.
Zes maanden later is het kleine ding een volledig ontwikkelde baby die de buidel voor korte periodes kan verlaten. Maar als er nog een maand of twee is verstreken, is hij gewoon te groot om erin terug te gaan. Wat nu te doen? Dat is niet echt een probleem. Hij rijdt op de rug van zijn moeder mee en houdt zich vertwijfeld aan haar vast als zij bomen in- en uitklimt.
Die gratis ritjes kunnen echter niet altijd voortduren en dus moet junior na nog eens vijf of zes maanden op eigen benen staan. Maar die korte tijd is het een verrukkelijk gezicht moeder koala blijmoedig haar baby te zien dragen, die zich aan haar harige rug vastklampt. Na zijn moeder verlaten te hebben, leidt de jonge koala nu een heel solitair leven en komt alleen met anderen in contact in de paartijd.
Een bladerrijk dieet
De naam koala is afgeleid van een inheems woord dat te kennen geeft dat het dier heel weinig drinkt. Maar hoe blijven ze zonder water in leven? Dank zij de dauw en het vocht uit hun menu van gombladeren.
Gombladeren? Ja, koala’s knabbelen aan zo’n vijftig verschillende soorten eucalyptussen, maar een tiental daarvan zijn speciaal favoriet bij ze. De eucalyptus wordt ook wel gomboom genoemd, zoals de rode, de grijze en de Tasmaanse blauwe gomboom.
Een volwassen koala eet een dagelijkse portie van ongeveer een kilo bladeren, die hij op zijn gemak maar grondig kauwt. Het grootste deel van hun tijd brengen ze hoog in de gombomen door en ze komen slechts naar beneden om naar een andere boom te verhuizen. Op de grond lopen ze moeilijk en stuntelig.
Daar het nachtdieren zijn, slapen ze het grootste deel van de dag, hachelijk hoog boven de grond gezeten in de vork van een boom. Ongemakkelijk? Dat schijnen ze zelf niet te vinden, en de plek biedt een uitstekende bescherming tegen eventuele roofdieren.
Zijn ze te temmen?
Heel jonge koala’s heeft men wel kunnen temmen en het werden lieve huisdieren. Een echtpaar in North Queensland heeft zo’n huisdier grootgebracht dat zij kregen toen het drie maanden oud was. Dat kleine vrouwtjesjong huilde elke nacht, totdat het zich eindelijk liet troosten door een stuk koalavacht dat rond een kussen werd gebonden en naast haar in een mand werd gelegd als vervanging voor haar moeder. Zij noemden haar Teddy, en totdat ze oud genoeg was om aan een vast dieet van gombladeren te beginnen, gedijde ze op koeiemelk, die ze oplikte als een katje.
Het probleem was dat Teddy zo aan mensen gewend raakte, dat ze het verschrikkelijk vond alleen gelaten te worden en als een kind meegedragen wilde worden. Ze werd werkelijk een grote last. Er kwam een eind aan haar tevreden leventje toen ze op twaalfjarige leeftijd stierf. Ja, koala’s zijn dus te temmen, maar het is particulieren nu in Australië bij de wet verboden ze als huisdier te houden.
Gedecimeerd maar nu beschermd
Rond de eeuwwisseling waren de koala’s zo talrijk dat men hun aantal in Australië op miljoenen hield. Maar doordat ze overdag in de vorken van eucalyptussen sliepen, waren ze zo’n gemakkelijk doelwit dat er duizenden louter voor de sport werden geschoten.
Toen er vraag kwam naar hun zachte, zilvergrijze bont, begon de slachting pas in alle ernst. Zo werden er in 1908 alleen al in Sydney bijna 60.000 koalapelzen verkocht. En in 1924 werden er meer dan twee miljoen pelzen geëxporteerd uit de oostelijke deelstaten van Australië.
Gelukkig besefte de federale regering van Australië dat het snoezige dier met uitsterven werd bedreigd en nam ze in 1933 wetten aan om de export van koala’s en koalaprodukten te verbieden. De koala is nu een beschermde diersoort.
Andere landen hebben geprobeerd koala’s in hun dierentuinen te houden, maar met weinig succes. Het speciale menu van verse eucalyptusbladeren is moeilijk vol te houden. In de Amerikaanse staat Californië heeft men echter wel succes geboekt, voornamelijk doordat het klimaat er geschikt is voor het kweken van eucalyptussen. Nu hebben dierentuinen in San Diego en Los Angeles een gezonde, welvarende koalapopulatie. Nog recenter zijn er koala’s naar Japan gestuurd, waar zorgvuldig bestudeerde methoden worden toegepast om ervoor te zorgen dat ze gezond blijven. — Zie Ontwaakt! van 22 augustus 1986.
Zal de snoezige koala het redden?
Het lijkt erop dat een verstandige benadering waardoor een zinloze slachting wordt voorkomen, zijn vooruitzichten op overleving wellicht vergroot. De schrijver Ellis Troughton besloot zijn boek Furred Animals of Australia met deze hoopvolle wens: „De fascinerende koala is overal volkomen onschadelijk. Wat een heerlijke verrukking voor iedereen als ze zo talrijk waren dat ze zich ophielden op de boerderijen en in de voorsteden, zoals koeskoezen dat vaak doen! Mogen hun aantallen wonderbaarlijk toenemen zodat er steeds meer vreedzaam knabbelen in beschermde bosreservaten.”
Dierenvrienden stemmen alom met deze nobele hoop in, niet alleen wat betreft de snoezige koala, maar ook voor alle andere schitterende dieren die met ons de planeet Aarde bewonen en hier gezet zijn voor ons genoegen en plezier.
[Illustratie op blz. 16]
Een volwassen koala eet per dag ongeveer een kilo eucalyptusbladeren, die hij op zijn gemak maar grondig kauwt