Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g70 22/11 blz. 3-5
  • Wat gebeurt er met uw voedsel?

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Wat gebeurt er met uw voedsel?
  • Ontwaakt! 1970
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Recente publiciteit
  • Twee kanten
  • Waarom additieven?
  • Zijn chemische toevoegingen schadelijk?
    Ontwaakt! 1970
  • Chemische stoffen — Vriend en vijand?
    Ontwaakt! 1998
  • Een vloed van chemische stoffen van menselijke makelij
    Ontwaakt! 1998
  • Wat doen we met ons voedsel?
    Ontwaakt! 2001
Meer weergeven
Ontwaakt! 1970
g70 22/11 blz. 3-5

Wat gebeurt er met uw voedsel?

HOEVEEL vergif wilt u eten? Een dergelijke vraag zal u ongetwijfeld met afkeer vervullen. U zult waarschijnlijk helemaal geen vergif willen eten.

Of u het nu echter beseft of niet, in veel landen, vooral in de Verenigde Staten en andere westerse landen, bevat het voedsel thans kleine hoeveelheden chemicaliën die u zouden kunnen doden als u ze in grote hoeveelheden at. Vooral sedert de Tweede Wereldoorlog is het gebruik van deze chemicaliën toegenomen.

U denkt misschien dat u dergelijke chemicaliën, hoewel ze aan verpakte levensmiddelen zijn toegevoegd, althans kunt vermijden als u vers fruit, verse groenten of vers vlees koopt. Al deze produkten zijn echter op de een of andere wijze lang voordat u ze koopt aan chemicaliën blootgesteld geweest.

Chemicaliën die aan voedsel worden toegevoegd, noemt men „additieven” (voedseltoevoegingen). Er zijn er tegenwoordig letterlijk honderden in gebruik. Vele van deze additieven zijn synthetisch — door mensen gemaakte, in laboratoria samengestelde chemicaliën.

Hoe wijdverbreid is tegenwoordig het gebruik van deze toevoegingen? W. Longgood zegt in zijn boek The Poisons in Your Food: „Nagenoeg elke hap voedsel die u eet is in een of ander stadium met chemicaliën behandeld: kleurstoffen, bleekmiddelen, emulgators, anti-oxidanten, conserveermiddelen, aroma’s, smaakverbeteraars, buffers, schadelijke bestuivingsmiddelen, zuurmakende middelen, alkaliserende middelen, reukverdrijvende middelen, drogingsversnellers, gassen, verdikkingsmiddelen, ontsmettingsmiddelen, defolianten, schimmelbestrijdingsmiddelen, neutraliseermiddelen, kunstmatige zoetstoffen, anti-koek- en anti-schuimmiddelen, hydroliseringsmiddelen, hardingsmiddelen, rijpingsmiddelen en vele andere stoffen.”

Recente publiciteit

Additieven zijn onlangs in de Verenigde Staten en andere landen in het nieuws gekomen wegens de publiciteit die aan cyclamaten werd gegeven.

Cyclamaten zijn door mensen gemaakte chemische zoetmiddelen die om redenen van dieet of gezondheid de plaats van suiker innamen. Ze werden gebruikt in frisdranken, consumptie-ijs, slasausen, puddingpoeder, sommige gelatines, jam en gelei en zelfs in pickles. Ze vonden hun weg in praktisch alle dieetvoeding en werden ook in smakelijk gemaakte kindervitaminen gebruikt.

Uit proefnemingen is gebleken dat cyclamaten bij muizen en ratten kanker veroorzaakten en ook debet waren aan misvormd geboren kuikens. Dit was strijdig met de Amerikaanse wet die bepaalt dat een additief niet „veilig geacht zal worden als blijkt dat het kanker veroorzaakt wanneer het door mens of dier wordt opgenomen”. Dieetdranken die cyclamaten bevatten, werden dus verboden, hoewel dieetvoedsel en medicijnen waar ze in verwerkt waren, zonder recept verkocht konden worden als ze van een juist etiket waren voorzien. Verschillende andere landen volgden de Verenigde Staten na en verboden eveneens het gebruik van cyclamaten.

Twee kanten

Deze publiciteit over kunstmatige zoetmiddelen deed velen ook het gebruik van andere additieven in twijfel trekken. Zou het kwaad kunnen om zo’n groot deel van ’s mensen voedsel vol met chemicaliën te stoppen? Sommige autoriteiten kregen een onbehaaglijk gevoel doordat er veel te veel additieven waren die men eigenlijk niet voldoende had onderzocht om te bepalen of ze veilig waren, ook al stonden ze reeds op de lijst van goedgekeurde artikelen.

Er zijn autoriteiten die zeggen dat deze chemicaliën in de hoeveelheden waarin ze gebruikt worden veilig zijn, hoewel zij toegeven dat ze in veel grotere doses schadelijk en zelfs dodelijk kunnen zijn. Er zijn er echter ook die beweren dat als een chemische stof in grote hoeveelheden vergif is, ze dit in kleine hoeveelheden ook is — arsenicum is arsenicum, zeggen zij, hoe dun men het ook uitsmeert. Aangezien bovendien maar weinige of geen van deze additieven enige voedingswaarde hebben, waarom zou men dan, zo redeneren zij, het risico nemen ze te gebruiken?

Waarom moet er eigenlijk twijfel bestaan over de veiligheid van voedseltoevoegingen? De reden is gelegen in het feit dat, hoewel enkele van deze chemicaliën in grote hoeveelheden bij proefdieren zoals muizen en ratten kankerverwekkend of op andere wijze schadelijk bleken te zijn, het niet zeker is dat dit ook het geval is bij mensen, die er veel minder van binnenkrijgen. Deze additieven zijn bovendien niet lang genoeg op zulk een grote schaal gebruikt dat men te weten is gekomen wie gelijk heeft.

Waarom additieven?

Als veel chemische additieven, vooral de synthetisch bereide toevoegingen, zoals wordt toegegeven, geen voedingswaarde hebben en op de lange duur wellicht zelfs schadelijk zijn, waarom worden ze dan gebruikt? Waarom heeft de mens deze produkten opzettelijk aan de levensmiddelen die zo essentieel voor zijn gezondheid zijn, toegevoegd?

Toen er grote steden kwamen, werd het niet alleen steeds noodzakelijker voedselprodukten over lange afstanden te vervoeren, maar ook ze tijdenlang in pakhuizen en magazijnen op te slaan. Er moest iets gedaan worden om deze levensmiddelen voor bederf te vrijwaren. Er werden dus chemicaliën aan toegevoegd om de groei van organismen die onder normale omstandigheden het voedsel bederven, te verhinderen.

Toen kwam de vraag naar dieetvoedsel, vooral naar etenswaren en dranken die niet dik maakten. Dit betekende onder andere dat het niet wenselijk was dranken met suiker te zoeten aangezien hierdoor calorieën werden toegevoegd. Voor suiker werden dus zoetmakende chemicaliën in de plaats gesteld.

Een andere reden was het in zwang komen van voorgekookte levensmiddelen. De huisvrouw warmde deze eenvoudig op en zette ze voor. Er werden evenwel chemicaliën aan toegevoegd om ze goed te houden en de smaak en de aanblik ervan net zo lang te verbeteren tot de klant ze kocht.

De consument is ook niet vrij van schuld. Heel veel mensen willen levensmiddelen die er goed uitzien, goed aanvoelen en goed smaken ongeacht de voedingswaarde. De fabrikanten deden dus chemicaliën in de levensmiddelen die deze resultaten opleveren. Wittebrood bijvoorbeeld ziet er misschien goed uit, voelt zacht aan en smaakt zelfs lekker, doch gewoonlijk wordt het gemaakt van gebleekt wit meel, waaruit de meeste voedingswaarde tijdens de bereiding is verdwenen. Er worden chemicaliën aan toegevoegd om te zorgen dat het er lekker uitziet, goed aanvoelt, lekker smaakt en goed bewaard kan worden. Vaak worden er enkele synthetische vitaminen aan toegevoegd waarna het als „veredeld” brood wordt verkocht. De consument wil een dergelijk produkt graag kopen in plaats van het te weigeren.

In verband met brood merkt Longgood op: „Het lot dat een onschuldige graankorrel ten deel valt, behoort eerder in de annalen van de misdaad thuis dan in een verhandeling over voedingsmiddelen.” Hij zegt: „Het wittebrood dat men thans over het algemeen in de winkel koopt, is hoofdzakelijk het produkt van chemische vindingrijkheid, knappe machinale technologie en reclamebedrog. Het is onderhevig aan een bombardement van chemicaliën, wordt nagenoeg van alle voedingsstoffen ontdaan, krijgt enkele synthetische vitaminen toegediend, vervolgens een emulgator geïnjecteerd om het zacht te houden en . . . wordt dan aan het lichtgelovige publiek verkocht als een veredeld produkt. Brood en de meeste andere voor de handel bestemde bakkerijprodukten zijn nauwer verwant aan het reageerbuisje dan aan de natuur.”

Als u in een westers land woont, is zelfs het vlees dat u koopt waarschijnlijk chemisch behandeld. Veel dieren krijgen als ze heel jong zijn geslachtshormonen toegediend en worden vervolgens met synthetische hormonen, antibiotica en andere chemicaliën gevoederd ten einde een maximum gewicht te krijgen en enkele ziekten te voorkomen. Hun lichaam bevat ook bestrijdingsmiddelen die ze met hun voer, dat niet alleen chemisch bemest maar ook chemisch besproeid is, hebben binnengekregen. Veel vleesprodukten, vooral vleeswaren, zijn bovendien tijdens het zouten, roken, kruiden en conserveren chemisch behandeld.

Hoeveel van deze chemicaliën eet een mens nu eigenlijk gemiddeld? Naar schatting eet hij ongeveer één en een derde kilo per jaar. Wat is echter de uitwerking van deze chemische additieven?

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen