Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g70 8/11 blz. 25-26
  • Een tocht door Marokko’s Rifgebergte

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Een tocht door Marokko’s Rifgebergte
  • Ontwaakt! 1970
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Bezienswaardigheden
  • Het Rif
  • De statige ceders van de Libanon
    Ontwaakt! 1977
  • De Middellandse Zee — Een ingesloten zee met open wonden
    Ontwaakt! 1999
  • Berg
    Inzicht in de Schrift, Deel 1
  • Berg, gebergte
    Hulp tot begrip van de bijbel
Meer weergeven
Ontwaakt! 1970
g70 8/11 blz. 25-26

Een tocht door Marokko’s Rifgebergte

Door Ontwaakt!-correspondent in Marokko

DE NOORDKUST van Marokko, van Tanger in het westen tot de badplaats Saïdia-du-Kiss in het oosten, ziet uit op de Grote Zee uit de oudheid, de Middellandse Zee. Het landschap in dit Noordafrikaanse land is werkelijk prachtig en gevarieerd — van woestijnen tot hoogvlakten, van groene dalen tot zeer hoge, met sneeuw bedekte bergen.

Pal ten zuiden van de Middellandse-Zeekust op variërende, doch ten hoogste dertig kilometer afstand, ligt de verkeersweg van Al Hoceima naar Tetoean. Deze weg beschrijft een lange boog die zo’n 270 kilometer beslaat, ook al liggen deze twee steden slechts 190 kilometer van elkaar. Het verschil komt door de honderden bochten die men bij het doorsteken van deze bergstreek moet nemen.

De weg gaat langs bergen die tot de hoogste van Marokko worden gerekend. De hellingen ervan zijn begroeid met cederbossen en de bergen zelf bevatten een rijke voorraad delfstoffen. Toen wij de laatste keer met ons drieën deze dagtocht maakten, zagen wij wat sneeuw op de weg liggen, maar het kostte ons geen moeite met onze kleine auto de heuvels over te komen en de bochten te nemen. Hebt u er zin in deze keer met ons mee te gaan? Ik beloof u dat u veel interessante dingen zult zien.

Bezienswaardigheden

Het is bijvoorbeeld interessant deze groep olijfbomen op te merken die zich hier van links naar rechts uitstrekt. Deze bomen leveren vele tonnen kostelijke vruchten en gezonde olie op. Met weinig of geen menselijke hulp blijven ze om het andere jaar ten behoeve van ons vrucht dragen. En dan deze wijngaarden die u langs onze bochtige weg kunt zien. Een van de wijnen van deze streek wordt naar een stam genoemd die hier eens heeft gewoond — Beni Snassen. De bladeren van deze wijnranken worden bovendien in tal van landen gebruikt om er een smakelijk gerecht van te bereiden. Ze worden om een mengsel van rijst en lamsvlees gewikkeld.

Kijkt u nu eens naar rechts. Deze bergketen brengt ons hoog genoeg om een glimp van de Middellandse Zee en een van de mooiste stranden van Marokko op te vangen. Dit strand strekt zich kilometers lang naar het westen uit. En daar beneden kunt u net Saïdia-du-Kiss zien.

Ziet u de irrigatiekanalen die op dit punt onder onze weg doorlopen? De inheemse bevolking noemen ze séguia. Het meeste van dat water is oorspronkelijk waarschijnlijk uit de Middellandse Zee verdampt en toen als regen in de bergen gecondenseerd. Voordat het weer naar de Grote Zee teruggaat, schenkt het deze verdroogde streek eerst leven en groei zodat ze vruchtbaar wordt.

Als wij hier naar het noorden, naar Al Hoceima zwenken, zullen wij nogal wat bochten in de weg krijgen, een weg die zo steil omlaag en omhoog gaat dat hij wel een roetsjbaan lijkt. Maar al gauw zult u zich elke minuut graag willen vasthouden, want het aantal bochten zal toenemen. Wij telden er tussen Targuist en Chechaouèn (Xauen) 1025, en dat is nog maar een vierde van de tocht.

De vorige keer zijn wij bij deze bocht in de weg gestopt om een foto van dat kleine woninkje te maken. Die ramen met de brede streep blauw eromheen trokken ons aan. Die streep wordt geacht de bewoners tegen boze geesten te beschermen. Wij probeerden ook een paar jonge vrouwen in hun prachtige, helder gekleurde kleding en sluiers te fotograferen, maar zij weigerden voor ons te poseren. Niet dat zij er een hekel aan hebben dat er een foto van hen wordt genomen, maar zij willen alleen niet door vreemdelingen gefotografeerd worden. Als zij u eenmaal kennen, zal de hele familie graag voor u willen poseren en u dan uitnodigen voor een verrukkelijk kopje naar pepermunt smakende thee met koekjes. De taalbarrière wordt gemakkelijk overwonnen. Wij hebben menig kop thee gedronken terwijl wij door middel van gebaren en glimlachjes met elkaar ’spraken’.

Het Rif

Vanaf de top van de volgende ’verticale’ bocht kunnen wij tegen de langs de zee gelegen rotsen Al Hoceima zien liggen. Hier draaien wij eerst naar het westen en dan naar het zuidwesten en beschrijven een enorme boog die zich praktisch tot aan Tanger uitstrekt. Onze weg gaat hier dwars over de kruin en volgt vele kilometers lang de bergtoppen alvorens bij Tetoean tot zeeniveau af te dalen. Men krijgt de indruk op de wervelkolom van een soort superdinosaurus te rijden die, na het „genadeschot” te hebben ontvangen, zieltogend in een laatste kronkeling met zijn kop naar de Atlantische Oceaan en met zijn staart naar de Middellandse Zee is terechtgekomen.

Let u eens op hoe wij nu hoogte winnen. Dat betekent dat het koeler zal worden. De zon is warm, maar in de schaduw van de lange hellingen wordt het behoorlijk fris. Ziet u de sporen van sneeuw daar op de Tidiguin? Die piek steekt 2452 meter boven zee uit. Bij Ketama, vlak voor ons, gaan wij door een cederbos. Een groot deel van het gebied is nog met sneeuw bedekt, waardoor de bomen eruitzien als reusachtige sneeuwpoppen. Skiën is hèt evenement in deze contreien.

Na op sommige plekken zo’n kleine halve meter sneeuw te hebben zien liggen, slingeren wij nu weer de bochten door naar geringere hoogten. Vreemd nu ineens weer bloeiende vruchtbomen te zien en jonge schaapherders die behaaglijk in hun jas of djellaba op de grond liggen. Hoe ontspannend is het die vredig grazende kudden gade te slaan!

Maar kijkt u daar eens op de heuvel! Kunt u die voorwerpen langzaam langs de bergrug zien bewegen? Ze zien eruit als bomen, maar in werkelijkheid zijn het mannen die enorme takkenbossen op hun schouders dragen.

Daar, aan de voet van de Tisuka ligt het kleine stadje Chechaouèn. Als u net zo moe en hongerig bent als ik, zult u eraan toe zijn te stoppen en te zien of er op de soek of markt iets te eten te krijgen is. Dit deel van de stad is de ’nieuwe stad’, terwijl het oude deel, de medina, hoger op de helling ligt. Let, terwijl wij te voet afdalen, op de nauwe keistraten en de lichtblauw gekalkte muren die om de paar stappen onderbroken worden door een poort. Pas op! Er moet een ezel om de bocht komen, want u kunt zijn berijder horen uitroepen „Balek, balek” („Opzij, opzij”). Zijn zadeltassen of chouari zullen wel afgeladen zijn en het is niet plezierig er een klap van te krijgen.

Het wordt nu echter laat. Wij moeten opstappen. En als wij uit de bergen komen, schijnt de weg het dwalen moe te worden. Met het scheiden van het daglicht is er niet veel meer te zien dan de donkere vorm van een ezel, of een vruchtboom met witte bloesems die uit de duisternis te voorschijn springt en zich, als wij voorbijrijden, schijnt om te draaien en te wuiven, om dan in de nacht te verdwijnen. Wij naderen het einde van onze reis.

[Kaart op blz. 25]

Atlantische Oceaan

Middellandse Zee

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen