Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g70 22/10 blz. 21-23
  • „Onze Lieve Vrouwe van Luxemburg”

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • „Onze Lieve Vrouwe van Luxemburg”
  • Ontwaakt! 1970
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Hoe het allemaal is begonnen
  • De feiten thans onder de ogen zien
  • Geen „Koningin des hemels”
  • Wat doet u?
  • Zult u handelen overeenkomstig de waarheid?
    Ontwaakt! 1975
  • Maria, een discipel, geen koningin
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1957
  • Vrouwe
    Inzicht in de Schrift, Deel 2
  • Een bijbel in elk katholiek gezin
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1974
Meer weergeven
Ontwaakt! 1970
g70 22/10 blz. 21-23

„Onze Lieve Vrouwe van Luxemburg”

Door Ontwaakt!-correspondent in Luxemburg

HAAR gelaat is ovaal en dikke haarlokken vallen op haar schouders. Zij draagt parelsnoeren en andere kostbare halskettingen. Haar mantels overtreffen in pracht die van koningen en koninginnen. Gewaden, geborduurd met goud- en zilverdraad en bezet met diamanten en kostbare stenen, vullen haar garderobe. Zij heeft niet één, maar twee scepters tot haar beschikking en zij heeft keuze uit vier paar gouden kronen om er zichzelf en het kind dat zij draagt mee te sieren.

Over wie gaat het? Het is een kostbaar beeldje van nog geen meter groot. Het is heel bekend in Luxemburg en draagt de titel „Onze Lieve Vrouwe van Luxemburg”.

Ze is gevormd uit het hout van de lindeboom en heeft een hart van letterlijk goud. Haar rechtervoet rust op een maan met het gelaat van een Turk, ter gedachtenis, naar men zegt, aan de overwinning van de pauselijke, Spaanse en Venetiaanse vloten op de Turkse vloot in de slag van Lepanto in 1571 G.T. Ze draagt ook een gouden sleutel.

Zelfs in deze tweede helft van de twintigste eeuw wordt deze patroonheilige van de stad en staat Luxemburg hulde betoond en aanbeden. Talloos zijn de bedevaarten en processies ter ere van haar. De mensen buigen zich voor haar neer en bidden tot haar. Massa’s mensen geloven dat zij hun troost en een wonderbare genezing van hun ziekten heeft geschonken. Voor velen is ze meer dan louter een gesneden beeld — zij is „koningin des hemels”.

Hoe het allemaal is begonnen

Bijgelovige verhalen over de macht en werkzaamheid van dit beeldje zijn van mond tot mond gegaan, waaraan de levendige verbeelding van de overbrengers veel heeft toegevoegd. De jezuïeten verkregen van de officiële kerkelijke autoriteiten erkenning voor het beeldje. In 1677 werd het tot de patroon- en beschermheilige van het hele land verklaard en het jaar daarop bevestigde de Heilige Stoel deze keuze.

De kapel die ter ere van het beeld werd gebouwd, werd een middelpunt van bedevaart. Een Luxemburgse ambtenares is hier naar men zegt genezen van verlamming-veroorzakende gewrichtsontsteking waardoor zij al twaalf jaar lang bedlegerig was en haar spraakvermogen had verloren. Naar verluidt hebben aanbidders van „Onze Lieve Vrouwe van Luxemburg” visioenen gehad. Zij noemden haar „Moeder van God” en „Troosteres der Bedrukten”.

Gezien vanuit de gunstige positie van onze tijd, schijnt het stimuleren van de eredienst rondom Luxemburgs patroonheilige in feite een van de facetten van de Contrareformatie te zijn geweest. Als zodanig is het een succes gebleken. Door het grootste deel van de bevolking volkomen in de ban te brengen van de aanbidding van een beeld waaraan miraculeuze krachten werden toegeschreven, werden deze mensen gedurende de periode van de zogenaamde protestantse reformatie, toen priesters zoals Luther de leerstellingen van de kerk aan de kaak stelden en in opstand kwamen, stevig door de Rooms-Katholieke Kerk vastgehouden.

De feiten thans onder de ogen zien

Hoe is het nu? Kunnen de Luxemburgers met hun processies en daden van aanbidding voor dit kostbare beeldje doorgaan? Zijn er redenen om hun standpunt met betrekking tot dit beeld opnieuw te onderzoeken? Er zijn stellig een aantal onbetwistbare feiten die onder de ogen gezien dienen te worden — feiten die rechtstreeks op deze zaak betrekking hebben en die te maken hebben met de kwestie van de ware aanbidding.

Neemt u bijvoorbeeld eens de volgende woorden in aanmerking die deel uitmaken van de bijbelencycliek van paus Pius XII in 1943: „Onder inspiratie van goddelijke geest hebben de heilige schrijvers de boeken samengesteld die God in zijn vaderlijke goedheid ’tot onderrichting, weerlegging, terechtwijzing en opvoeding in de gerechtigheid; opdat de man Gods er door volmaakt zou worden, en toegerust tot ieder goed werk’ aan de mensheid heeft willen geven. In deze van de hemel ontvangen schat ziet de kerk de kostbaarste bron en goddelijke norm voor zowel haar religieuze leer als haar zedenwet.”

Als u lid bent van de Rooms-Katholieke Kerk, vat u de woorden van deze encycliek dan ernstig op? Indien de Heilige Schrift de norm is voor zowel de religieuze leer als de moraal, mag geen enkele oprechte katholiek ervoor terugdeinzen ze te onderzoeken om te zien of het feest van Luxemburgs patroonheilige met zijn processies wel in overeenstemming is met de goddelijke wil.

Elke katholiek zal, als hij in zijn eigen bijbel (de katholieke Petrus-Canisiusvertaling) Exodus, hoofdstuk 20 de verzen 4 en 5 opslaat, deze duidelijke woorden van God vinden: „Ge zult u geen godenbeeld maken, noch enig beeld van wat in de hemel daarboven, op de aarde beneden, of in het water onder de aarde is. Ge moogt ze niet aanbidden of dienen. Want Ik, Jahweh, uw God, ben een naijverige God, die de zonden der vaders wreekt op de zonen.”

„Onze Lieve Vrouwe” van Luxemburg is stellig een beeld en wordt vurig en met praalvertoon aanbeden en gediend alsof het een goddelijk wezen was. Hoe heeft iemand, of hij nu priester of bisschop, regeerder of onderdaan is, het recht het duidelijke gebod van God ter zijde te stellen en te overtreden? Kan hij verwachten ongestraft te blijven?

Er valt echter nog meer te beschouwen. In Jeremias hoofdstuk 10, de verzen 3 tot en met 5, kan men in de Petrus-Canisiusvertaling de volgende woorden vinden: „Wat de heidenen vrezen, is louter waan: een blok hout, in de bossen gekapt, door den werkman met de bijl gehouwen, met zilver en goud overtrokken. Met spijkers en hamers slaat men ze vast, opdat ze niet waggelen. Ze zijn als vogelverschrikkers op het veld, die niet eens kunnen spreken; altijd moet men ze dragen, want ze kunnen niet gaan; vreest ze niet: ze kunnen geen kwaad doen, maar goed evenmin.”

In het geval van dit beeldje heeft de werkman een lindeboom gekapt en er „Onze Lieve Vrouwe van Luxemburg” uit gesneden, die niet kan spreken en die goed noch kwaad kan doen. Bijgelovige voorouders werden er weliswaar toe gebracht te geloven dat dit levenloze beeld wonderen kon doen, doch hoe staat het met de verlichte, ontwikkelde mensen van thans? Is het juist er een dergelijk geloof op na te blijven houden dat volkomen in strijd is met het geïnspireerde Woord van God?

De leringen van Gods Zoon, Jezus Christus, zijn zeer duidelijk in dit opzicht. Let u bijvoorbeeld eens op de volgende woorden van zijn apostel Paulus: „Zijn we dus van Gods geslacht, dan moeten we ook niet denken, dat de godheid gelijk is aan goud, zilver of steen, of aan beeldwerk van menselijke kunst en vinding” (De Handelingen der Apostelen, hoofdstuk 17, vers 29, Petrus-Canisiusvertaling). En Jezus’ apostel Johannes gaf deze duidelijke waarschuwing: „Kinderkens, wacht u voor de afgoden.” — 1 Joh. 5:21, PC.

Geen „Koningin des hemels”

Wat valt er te zeggen over de titels „Koningin des hemels” en „Moeder van God” die op dit beeldje van toepassing zijn gebracht?

Het is interessant de vermelding van „Koningin des hemels” in de Heilige Schrift in Jeremias 7:18 op te merken. Daar toont de bijbel aan dat de „Koningin des hemels” een valse godin was en dat de Almachtige God vertoornd was toen zijn volk zich tot een dergelijke valse aanbidding wendde. Het bijbelverslag zegt: „De kinderen sprokkelen hout, de vaders ontsteken het vuur, en de vrouwen kneden het deeg, om koeken te bakken voor de Koningin des hemels; en men draagt plengoffers op aan vreemde goden, om Mij verdriet aan te doen.” Dienen mensen die „christenen” beweren te zijn er niet voor te vrezen God thans met eenzelfde heidense afgoderij verdriet aan te doen?

De titel „Moeder van God” is eveneens lang met heidense aanbidding verbonden geweest. Er wordt niet éénmaal in de bijbel melding van gemaakt. In tegenstelling tot wat velen geleerd is te geloven, heeft Jezus zijn volgelingen geen enkel gebod gegeven dat zij Maria, zijn aardse moeder, moesten vereren of hun gebeden tot haar moesten richten. In plaats daarvan verklaarde Jezus duidelijk: „Ik ben de weg, de waarheid en het leven; niemand komt tot den Vader, dan door Mij. . . . Alles zal Ik doen wat gij Hem zult vragen in mijn naam [niet de naam van zijn moeder], opdat de Vader verheerlijkt wordt in den Zoon” (Joh. 14:6, 13, PC). En de apostel Paulus spreekt niet over een ’middelares’, doch verklaart: „Want er is één God, en ook één Middelaar tussen God en de mensen, de Mens Jezus Christus.” — 1 Tim. 2:5, PC.

Wat doet u?

Anderen zullen weliswaar eer blijven betonen aan een levenloos beeld, doch als men in aanmerking neemt wat de Almachtige God in zijn Woord de bijbel zegt, is het dan niet overduidelijk dat dit God mishaagt? Wat doet u?

Het zou verstandig zijn in overeenstemming te handelen met de volgende zeer nadrukkelijke uitspraken van Gods Woord: „Doch hùn goden [van niet-joodse mensen] zijn maar zilver en goud, door mensenhanden gemaakt. Ze hebben een mond: maar kunnen niet spreken, ogen: maar kunnen niet zien, oren: maar kunnen niet horen, een neus: maar kunnen niet ruiken. Hun handen kunnen niet tasten, hun voeten niet gaan; ze geven geen geluid met hun keel, en hebben geen adem in hun mond. Aan hen worden gelijk, die ze maken, en allen, die er op hopen.” — Ps. 115:4-8, katholieke Petrus-Canisiusvertaling.

U wilt toch stellig niet levenloos worden zoals een gesneden beeld dat niet kan spreken, zien, horen of lopen. U wilt toch niet uiteindelijk in het gezelschap van die gesneden dingen terechtkomen. God zal er weldra een eind aan maken en ook aan allen die ze eren. Zijn Woord zegt onomwonden: „Wezenloos staat ieder mens daarbij, beschaamd de man met zijn gegoten god; want een prulding is zijn gietsel: het mist alle levensgeest. ’t Is iets onzinnigs, een ding om te lachen. Weggevaagd worden ze, als de tijd van vergelding er voor hen is.” — Jer. 10:14, 15, De Katholieke Bijbel.

Voor allen die Gods goedkeuring en zegen en werkelijke bescherming willen hebben, is het thans de tijd gehoor te geven aan de boodschap van hoop en vrede die in de Heilige Schrift wordt aangetroffen. Die boodschap wordt door Jehovah’s getuigen gratis aan iedereen in Luxemburg en in alle andere landen aangeboden.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen