Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g70 8/9 blz. 3-5
  • Seksuele voorlichting op school — goed of slecht?

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Seksuele voorlichting op school — goed of slecht?
  • Ontwaakt! 1970
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Wie erbij betrokken is
  • Waar de strijd om gaat
  • Is het noodzakelijk?
  • Oplossingen
  • Wat ouders kunnen doen
    Ontwaakt! 1970
  • Denemarken voert verplichte seksuele voorlichting in
    Ontwaakt! 1972
  • Seksueel onderricht op school — Goed of gevaarlijk?
    Ontwaakt! 1972
  • Wie geeft hun seksuele voorlichting?
    Ontwaakt! 1992
Meer weergeven
Ontwaakt! 1970
g70 8/9 blz. 3-5

Seksuele voorlichting op school — goed of slecht?

EEN hevige strijd wordt van kust tot kust in Noord-Amerika gestreden door vóór- en tegenstanders van seksuele voorlichting op school.

Wie is betrokken bij deze strijd die zelfs in kleine steden en enkele kerken zo’n grote verdeeldheid veroorzaakt? Wat steekt er achter de hevige opwinding? Welke uitwerking zal dit alles op u en uw gezin hebben? En welk standpunt dient een ware christen in te nemen, aangezien deze situatie zich voordoet in een land dat verondersteld wordt christelijk te zijn? Is seksuele voorlichting iets goeds of slechts?

Wie erbij betrokken is

Nadat de stofwolk die de eerste schermutseling opjoeg was opgetrokken, waren de gevechtslinies scherp getrokken. De voorstanders vormen een geducht leger: De Raad voor Seksuele Voorlichting en Seksueel Onderricht van de Verenigde Staten (SIECUS), het Amerikaanse Medische Genootschap, de Nationale Onderwijsraad en de Nationale Raad van Kerken.

Diverse sociale organisaties, religieuze groeperingen en een groeiend aantal plaatselijke en landelijke ouderorganisaties en comités van de burgerij zijn gemobiliseerd om er op de een of andere manier bezwaar tegen in te brengen. Enkelen van degenen die zich ertegen verzetten, waren eerst voorstanders totdat zij voor hen verontrustende gevolgen zagen. De averechtse uitwerking schijnt toe te nemen.

Het Canadese Instituut voor de Publieke Opinie bericht dat 73 percent van de Canadezen seksuele voorlichting op openbare scholen onderschrijft. Volgens een Gallup-enquête wenst 71 percent van de Amerikanen deze voorlichting voor hun kinderen (terwijl misschien 60 percent van de scholen in de Verenigde Staten ze in de een of andere vorm geeft). Het is echter interessant dat er ten gevolge van de tegenstand thans ten minste twintig staten zijn die hun wetgevende macht hebben beïnvloed of wetten hebben voorgelegd om een dergelijke voorlichting op de scholen te beteugelen of te verbieden.

Waar de strijd om gaat

Over het algemeen schijnt er enige overeenstemming tussen deze vijanden te bestaan over het feit dat de een of andere vorm van seksuele voorlichting voor de jeugd van deze generatie noodzakelijk is. Men is het er echter niet over eens wanneer ermee begonnen moet worden, hoevéél men op bepaalde leeftijden moet vertellen, wie de voorlichting moet geven, waaruit het materiaal geput moet worden en van welk gehalte het moet zijn.

Een grondoorzaak voor de felle tegenstand die ertegen is losgebarsten, schijnt de onlangs gedane stap te zijn deze voorlichting op de lagere scholen te geven. Sommige ouders waren geschokt over de taal die heel kleine kinderen begonnen te bezigen en de poging van enkele kinderen om op jongere gezinsleden te ’oefenen’ wat tijdens de lessen was onderwezen of gedemonstreerd. Zulke ouders vinden dat er „te veel op te jonge leeftijd” wordt verteld.

Sommigen van deze ouders hebben geen bezwaar tegen gepaste voorlichting in de hogere klassen, doch zelfs dan vinden zij dat zij reden hebben zich er bezorgd over te maken wie de lessen geven en of zij bevoegd zijn. Zij komen op tegen excessen door sommige onderwijzers, zoals het geval toen een onderwijzer de leerlingen vroeg schunnige woorden die op muren van toiletten gekalkt stonden op te schrijven en in de klas te verklaren. Er was een geval van een onderwijzer die de leerlingen vroeg hun eigen ervaringen op het gebied van masturbatie, homoseksualiteit en seksuele experimenten met dieren te vertellen. Ouders vrezen voor de gevolgen van onderwijzers die misschien hun eigen seksuele ’afwijkingen’ hebben.

Tegenstanders zijn de uitgesproken mening toegedaan dat seksuele voorlichting op school een vorm van inbreuk op en aantasting van ouderlijke rechten is. Voor hen is dit een onderwerp dat, op zijn minst wat de meer intieme details ervan betreft, hoofdzakelijk aan ouderlijk en religieus onderricht dient te worden overgelaten. Zij hebben in veel gevallen ook bezwaar tegen onderwijs in groepsverband of coëducatief onderwijs.

De voornaamste bezwaren die de bitterste woordenwisselingen hebben veroorzaakt, zijn echter dat de cursussen geen onderricht bevatten over moraal en dat dit verband houdt met het doel van „linkse” groeperingen die op seksuele voorlichting aandringen ten einde het morele karakter van een natie te verzwakken en haar aldus een gemakkelijk doelwit voor het communisme te maken.

Is het noodzakelijk?

Voorstanders werpen tegen dat de tegenstand aangewakkerd wordt door ’uiterst rechtsen’ en door fundamentalistische sekten die verblind zijn door een ouderwetse zedenwet. Zij redeneren dat het feit dat ouders hun verantwoordelijkheid om hun eigen kinderen te onderwijzen hebben verwaarloosd en laten varen, tot een toenemende promiscuïteit, een groeiend aantal onwettig geboren kinderen en een steeds grotere verbreiding van venerische ziekten onder de jeugd heeft geleid. De jeugd heeft ook weinig bescherming tegen de voortdurende prikkels van advertenties, lectuur en films en het slechte voorbeeld van sommige volwassenen. Zij zeggen dat deze dingen de drijfveer voor seksuele voorlichting zijn geweest.

In Ontario is het aantal ongehuwde moeders twee maal zo groot als tien jaar geleden. Sommigen zijn van mening dat wel 50 percent van de tienerbruidjes op hun huwelijksdag zwanger is. Eén krant beweerde dat wekelijks tien meisjes uit Toronto naar Quebec gaan voor een abortus. In de Verenigde Staten werden verleden jaar naar verluidt 6000 buitenechtelijke kinderen van meisjes onder de vijftien jaar geboren. Eén arts betreurde het feit dat er twaalfjarige meisjes naar hem toekwamen die niet wisten hoe zij zwanger waren geworden. Een andere arts betreurde de „totale onwetendheid” van patiënten ten aanzien van seksuele problemen. En de statistieken wijzen uit dat vele landen met een alarmerende toename in venerische ziekten onder jonge mensen te kampen hebben.

Ook valt er niet aan te twijfelen dat de wijze waarop sex en naaktheid in films, op de TV, in boeken, advertenties en kranten worden gebruikt, een slechte invloed op de jeugd heeft. Zelfs moderne liedjes maken onwettige sex tot iets wat ’in’ schijnt te zijn. Commentaar leverend op de jonge leeftijd waarop kinderen hieraan worden blootgesteld, zei één arts: „Mijn 9-jarige spruit weet uit filmadvertenties wat een lesbische is.”

Vandaar dat voorstanders van seksuele voorlichting verlangen dat hiermee reeds op de kleuterschool wordt begonnen.

Oplossingen

Men kan begrijpen dat opvoeders het verlangen hebben, de hiaat die door onverstandige ouders is geschapen te vullen en de jeugd de noodzakelijke kennis bij te brengen. In de krankzinnige haast dit te doen, moeten zij echter oppassen dat zij niet blindelings de natuurlijke en vanzelfsprekende verhouding tussen ouder en kind met voeten treden. Als opvoedkundigen van mening zijn dat ouders niet in staat zijn hun eigen kinderen te onderrichten of niet de verantwoording hiervoor zullen nemen, waarom dan niet deze oorzaak aanpakken in plaats van zich alleen met de gevolgen bezig te houden?

Waarom de ouders niet opvoeden met betrekking tot wat en hoe zij hun eigen kinderen moeten onderwijzen? Vele ouders zouden dit toejuichen. Het zou de belangrijke ouder-kindverhouding in stand houden en de structuur van de gezinseenheid bewaren. Het zou het ook mogelijk maken het onderricht aan de individuele behoeften van het kind aan te passen, iets wat de ouders beter zouden begrijpen dan iemand die niet met het kind huist. De ideale plaats om deze dingen te onderwijzen is thuis.

De beslotenheid van het eigen huis zou mogelijke verlegenheid tegenover vreemden en een eventuele verkeerde voorstelling door iemand met onjuiste beweegredenen — onderwijzers of andere leerlingen — elimineren. Het zou het gesprek in de sfeer van een ’gezinsaangelegenheid’ houden, hetgeen het ook is. Zelfs voorstanders van seksuele voorlichting op school noemen dit graag lessen in ’het gezinsleven’.

Degenen die klagen dat ouders zich ervoor schamen deze dingen met hun kinderen te bespreken, wordt als antwoord gegeven dat dit niet het geval zou zijn als hun geleerd is en zij ervoor zijn opgeleid wat zij moeten zeggen en hoe zij de situatie moeten aanpakken. „Maar ouders zijn geen onderwijzers, zijn er niet op voorbereid de situatie aan te pakken, zouden er emotioneel te veel bij zijn betrokken om het goed te doen”, beweren sommigen. De opmerking van Dr. D. Reuben is passend: „De scholen zijn er nog minder op voorbereid seksuele voorlichting te geven dan de ouders. De programma’s zijn ’Mickey Mouse’ en de kinderen weten het. Wat noodzakelijk is, is een geheel nieuwe aanpak: Onderricht in seksualiteit voor volwassenen.”

Maar ook al zouden er programma’s worden opgesteld om ouders te leren hoe zij de seksuele voorlichting van hun kinderen moeten aanpakken, dan zouden er toch nog ernstige bezwaren zijn. Het is niet waarschijnlijk dat er in dergelijke cursussen meer moreel evenwicht zou zijn dan er nu in de cursussen voor de jeugd is. Het is ook niet waarschijnlijk dat de nadruk zou worden gelegd op Gods, in zijn Woord de bijbel uiteengezette wetten om de cursus het noodzakelijke morele evenwicht te geven. Waarom niet? Omdat veel opvoedkundigen weinig eerbied voor de bijbel hebben en de meeste kerken hebben nagelaten volwassenen een werkelijk gevoel van morele verantwoordelijkheid in te prenten. Niet alleen dat tal van geestelijken de bijbel kleineren, maar zij sluiten zich ook aan bij de ’nieuwe moraal’.

Er zijn dus vele zienswijzen met betrekking tot seksuele voorlichting op de scholen. Gezien deze tegenstrijdige meningen vragen ouders zich af wat zij nu eigenlijk moeten doen.

[Illustratie op blz. 5]

Bij seksuele voorlichting op school wordt gewoonlijk niet de nadruk gelegd op gezonde morele beginselen

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen