Waarom er een wereldoorlog ontbrandde
SERAJEWO, Servië, Frans Ferdinand, panslavisme, Bosnië-Herzegowina, Gravilo Princip, Montenegro — voor velen thans vreemde namen en vreemde plaatsen, maar meer dan een halve eeuw geleden hadden ze voor mensen overal ter wereld een bekende maar tevens noodlottige klank, aangezien de natiën in de ergste oorlog werden gedompeld die de wereld tot op die tijd ooit had meegemaakt.
Als u in de lente van 1914 had geleefd, dan zou u nauwelijks hebben verwacht dat de wereld die u zo goed kende, weldra zou exploderen en radicaal zou veranderen. Het is waar dat de wereld nog steeds een waakzaam oog hield op het „slagveld van Europa” — de Balkanlanden, waar plaatselijke oorlogen zojuist waren beëindigd. Maar in werkelijkheid was de wereld vredig, en naar het zich liet aanzien zou ze ook in de nabije toekomst vredig blijven.
Wat waren dan de gebeurtenissen en omstandigheden, de opvattingen en politieke gedragslijnen die deze wereldbrand ontstaken — een slachting die de meeste natiën der wereld verschroeid en verkoold achterliet?
De directe aanleiding was de moord op aartshertog Frans Ferdinand. Hoe kon één moord echter zulke verstrekkende gevolgen hebben? Welnu, het slachtoffer was de vermoedelijke troonopvolger van zowel Oostenrijk als Hongarije. Zijn moordenaar, Gravilo Princip, een jonge Servische student, schoot hem dood toen hij door Serajewo reed. Wat was zijn motief? Zelfs op deze late datum is die vraag grotendeels onopgelost gebleven. Maar naar aanleiding van dit incident ontwikkelde zich een reeks van gebeurtenissen die de gehele wereld binnen het tijdsbestek van enkele weken in de oorlog stortten.
De Oostenrijks-Hongaarse regering maakte de regering van Servië haar eisen kenbaar. De Grote Mogendheden — Rusland, Frankrijk, Duitsland en Groot-Brittannië — achtten zich niet in staat of bereid ter voorkoming van een algemene Europese oorlog handelend op te treden. In plaats daarvan schenen alle latente krachten die tientallen jaren en zelfs eeuwenlang waren opgespaard, een uitweg gevonden te hebben. Het resultaat — OORLOG! Wat waren dan deze krachten die tot de verschrikkingen van de oorlog leidden? Laten wij de vier belangrijkste en invloedrijkste — intrigerende bondgenootschappen, nationalisme, imperialisme en militarisme — eens aan een onderzoek onderwerpen en vaststellen welke rol elk speelde.
Intrigerende bondgenootschappen
De situatie begon gevaarlijk te worden toen de natiën door een reeks bondgenootschappen zich in twee wedijverende machtsblokken hadden opgesteld. Frankrijk had in de Frans-Pruisische oorlog die in 1871 eindigde, de nederlaag geleden. Duitsland ging enkele van deze bondgenootschappen aan ten einde Frankrijk te isoleren en te beletten revanche te nemen. Allereerst kwam er een tweevoudig verbond met Oostenrijk-Hongarije tot stand, gevolgd door een drievoudig verbond om ook Italië erbij te betrekken. Door deze bondgenootschappen, gepaard aan een overeenkomst met Rusland, scheen Frankrijk hulpeloos alleen te staan. Hoewel de bepalingen grotendeels geheim bleven, was het welbekend dat in deze verdragen in geval van oorlog wederzijdse hulp werd beloofd.
Het aan de macht komen van nieuwe leiders in Duitsland deed ook snel het beeld veranderen. Wilhelm II was nu keizer geworden en Bismarck moest zijn functie van kanselier neerleggen. De nieuwe heerser verspeelde de vriendschap met Rusland en alarmeerde Groot-Brittannië door zijn „sabelgekletter”. Zijn programma van machtsvergroting op zee en zijn eis om „een plaats onder de zon” te krijgen, dwong Engeland ertoe zijn reeds lang bestaande wedijver met Frankrijk opnieuw te bezien. De ontwikkelingen in het Verre Oosten, met name de Russisch-Japanse oorlog, hadden intussen de vijandige gezindheid van Engeland jegens Rusland verzacht. En zo begon het tweede machtsblok — Rusland, Frankrijk en Groot-Brittannië — vorm aan te nemen.
In 1914 was er in Europa dus een machtsevenwicht drie tegen drie, en velen waren van mening, dat een dergelijk machtsevenwicht de krachtigste verzekering voor vrede was. De gebeurtenissen zouden aantonen hoe zij zich hierin vergisten.
Nationalisme
Als wij de wereldkaart van de lente van 1914 met de huidige kaart zouden vergelijken, zouden wij zien dat de landsgrenzen drastische veranderingen hebben ondergaan. In welk opzicht, zouden wij ons kunnen afvragen, hebben de grenzen zoals ze in 1914 liepen, tot het uitbreken van de oorlog bijgedragen?
Allereerst zij opgemerkt dat het toentertijd bestaande rijk Oostenrijk-Hongarije veel onderworpen nationale groepen omvatte die er gebelgd over waren dat hun geen zelfbestuur werd verleend. Dit was vooral in de Balkan het geval, waar Servië al de omliggende slavische volken onder zijn beheer wilde hebben. Oostenrijk-Hongarije had echter pas de provincies Bosnië en Herzegowina, ondanks hun slavische bevolking, geannexeerd. Ruslands droom van een of andere panslavische eenheid werd hierdoor de bodem ingeslagen. Rusland voelde zich dus verplicht de Serviërs te steunen.
In West-Europa was intussen nog een geschilpunt ontstaan. Aan het eind van de Frans-Pruisische oorlog had het zegevierende Duitsland zich van twee voormalige Franse provincies, Elzas en Lotharingen, meester gemaakt. Frankrijks wrok over het verlies van deze strategisch en commercieel belangrijke gebieden bleef nasmeulen. En ook Polen had aan Duitsland (Pruisen) gedeelten van zijn door Slaven bevolkte gebied moeten afstaan, hetgeen voor Rusland een doorn in het oog was. En Ruslands streven zijn gebied tot de ’warmwaterhavens’ aan de Egeïsche en Adriatische Zee uit te breiden, werd belemmerd.
Als wij hier nog de nationale aspiraties van andere landen zoals Italië, Griekenland, Bulgarije, Roemenië en Turkije aan toevoegen, kunnen wij zien dat het nationalisme in het begin van deze eeuw als onruststoker een grote rol speelde. Iedere bevolkingsgroep achtte zich gerechtvaardigd de bevrijding en eenheid van al haar volksgenoten te bewerkstelligen.
Imperialisme
Wat in de ontwikkelingen die tot de ineenstorting leidden niet over het hoofd gezien mag worden, is de totstandkoming van de nieuwe nationale staten Duitsland en Italië gedurende de tweede helft van de negentiende eeuw. Voordien waren deze landen samengesteld uit losjes verenigde, onbeduidende bondsstaatjes. Nu ze zich verenigd hadden en daardoor sterker waren geworden, begonnen de oudere en beter gegrondveste staten als Frankrijk en Groot-Brittannië zich er ongerust over te maken. De oudere machten hadden reeds grote gebieden van de wereld gekoloniseerd en haalden er grondstoffen vandaan voor hun industrieën die in opkomst waren. Doordat zij reeds vroeg met hun kolonisatie waren begonnen, bleven er voor de pas opgekomen natiën slechts afgedankte en onproduktieve gebieden over.
Als wij nog eens een blik op de wereldkaart van 1914 werpen, zien wij dat zulke landen als Italië en Duitsland inderdaad overzeese gebiedsdelen bezaten. Toch waren de beste en grootste gebieden in Britse en Franse handen. Tegen 1900 hadden deze twee machten alleen al in Afrika het beheer over gebied ter grootte van 14.000.000 km2, waarop meer dan 67 miljoen mensen woonden. Duitsland en Italië konden daarentegen slechts aanspraak maken op 3.800.000 km2 met een bevolking van ongeveer twaalf miljoen.
Deze zeer ongelijke verdeling bracht de Duitsers ertoe een „plaats onder de zon” te eisen ten einde de vermeende voordelen van een groot overzees rijk te smaken — grondstoffen, monopolistische markten, onder controle staande investeringsgebieden en extra arbeidskrachten. Door het ontbreken van deze voordelen waren de ’niet-bezittende’ natiën van mening dat zij in de concurrentiestrijd van een steeds meer geïndustrialiseerde wereld ernstig werden belemmerd.
De ambities van het imperialisme lagen niet alleen op het koloniale vlak. Ze omvatten ook het verlangen in de aan het thuisland grenzende gebieden invloedssferen te scheppen. Ruslands wens bijvoorbeeld om op de Balkan te domineren stuitte op tegenstand van Oostenrijk dat in hetzelfde gebied ambities had. Duitsland bevorderde de Berlijn-Bagdadspoorlijn met als oogmerk de rijkdom van het Midden-Oosten af te tappen, waardoor echter tevens de Britse posities aldaar werden bedreigd. Ook Rusland oefende op Turkije druk uit om medezeggenschap in het gebied van de Dardanellen te krijgen, zodat hierdoor Russische scheepvaart mogelijk zou worden.
Italië had niet alleen belangen in Afrika, maar ook aan de oostelijke zijde van de Adriatische Zee die Italië eens tot een ’Italiaans meer’ hoopte te maken. Dit plaatste Italië in een positie van wedijver met Rusland, Servië, Montenegro en Oostenrijk. Frankrijk kreeg bij zijn pogingen zijn positie in Noord-Afrika te verstevigen, Duitsland en Italië tegen zich die beide begerig hun blikken hadden gericht op Libië, Algerië en Marokko. Het imperialisme had dus een doolhof van onderling botsende aspiraties voortgebracht en een atmosfeer van achterdocht en wantrouwen geschapen.
Militarisme
Nog een krachtige factor die onverbiddelijk tot het uitbreken van de oorlog heeft bijgedragen, was de ontwikkeling van het militaire apparaat in alle landen van Europa. Na de Frans-Pruisische oorlog stelden alle Europese natiën in navolging van Duitsland de algemene militaire dienstplicht in. Als gevolg hiervan waren tegen 1914 naar schatting drie en een half miljoen man in de permanente legers ingelijfd en daarnaast nog miljoenen getrainde reservisten.
Elke natie betoogde natuurlijk dat haar voorbereidingen slechts van defensieve aard waren. Staatslieden waren minder bereid in goed vertrouwen te onderhandelen zolang zij zich gesteund voelden door een behoorlijke militaire macht. Maar wellicht het gevaarlijkste gevolg was de gemoedstoestand die door deze bewapening werd ontwikkeld. In zijn boek The Roots and Causes of the Wars (De grondslagen en oorzaken van de oorlogen) verklaart J. S. Ewart: „Militarisme is een goedkeurende houding ten aanzien van oorlog en wordt bezien als een verheffend en edel beroep.” In elk land had men zich ten doel gesteld de bevolking zorgvuldig zowel fysiek als mentaal op een eventuele oorlog voor te bereiden.
Dus toen Servië Oostenrijk vertoornd maakte, besloot Oostenrijk Servië te straffen, maar Servië kreeg toen steun van Rusland dat dus schijnbaar voor Oostenrijk een bedreiging ging vormen. Daarom zocht Oostenrijk steun bij Duitsland, terwijl Rusland op zijn beurt Frankrijks hulp inriep en Groot-Brittannië ten slotte Frankrijk ging steunen. De wielen kwamen in beweging en de wereld gleed achteloos de oorlog in, zonder rekening te houden met de verschrikkelijke gevolgen.
De gevolgen
En wat waren de gevolgen? De totale kosten worden geraamd op 1.216.730.086.765 gulden. Het totale aantal doden bereikte het ongelooflijke cijfer van 13.000.000, waarbij nog eens 28.000.000 gewonden gevoegd moeten worden. Had deze kolossale verspilling van bloed en geld goede en blijvende resultaten opgeleverd? Was er enige grond voor de grootspraak van een auteur die in 1918 schreef: „Zelfs de meeste praktische geldwisselaar . . . moet toegeven dat het bloed dat is vergoten het waard was, en dat het geld goed besteed is. . . . Miljoenen dappere, geestdriftige jongeren hebben geleerd onbevreesd en roemvol te sterven. Zij stierven om vernielzuchtige natiën te leren dat de mensheid nimmermeer zal toestaan dat volken voor militaire doeleinden geëxploiteerd worden . . . [dit resulteerde in] de verbreiding van verlichtende vrijheid en de vernietiging van de autocratie.”
Hoever deze in 1918 geuite voorspelling bezijden de waarheid was, is door de wereldgebeurtenissen vanaf die tijd gedemonstreerd. De oorlog had de wereld niet veilig gemaakt voor democratie. De oorlog die een einde aan oorlog moest maken, was niet gestreden. In plaats daarvan leidde deze alleen maar tot een verscherping en vermeerdering van de problemen. De jaren ’20 waren getuige van de ineenstorting van de meeste economische stelsels der wereld, gevolgd door de malaise en de opkomst van dictators in de jaren ’30. Toen kwam de Tweede Wereldoorlog, die in werkelijkheid slechts een verlenging van de eerste wereldoorlog was. En deze oorlog was even vruchteloos als zijn voorganger. Ook deze oorlog eindigde met een hoopvolle opmerking waarop echter spoedig desillusies volgden.
De decenniën die daarna verstreken hebben alleen maar een voortzetting van oorlogen, economische crises, internationale spanningen en anarchie op een steeds uitgebreidere schaal te zien gegeven. Ondanks alle pogingen om door middel van internationale organisaties zoals de Volkenbond na de Eerste Wereldoorlog of de Verenigde Naties na de Tweede Wereldoorlog een stabiele wereldgemeenschap te scheppen, worden de wereldtoestanden steeds slechter.
In zijn boek In Flanders Fields had L. Wolff over de Eerste Wereldoorlog en de gevolgen ervan het volgende te zeggen: „Het had geen enkele zin, er werd niets door opgelost en er werd niets door bewezen. . . . De morele en mentale gebreken van de leiders van het menselijke ras werden verbazend nauwgezet gedemonstreerd.” Hetzelfde zou van de Tweede Wereldoorlog gezegd kunnen worden. Zelfs de kerken zijn in gebreke gebleven de neerwaartse loop der gebeurtenissen te stuiten. P. W. Hausman schreef in The Encyclopedia Americana (uitgave van 1941): „De wereld kon de oorlog niet vermijden zolang ze op het niveau van oorlogvoering bleef. Onze wereld was niet christelijk, want terwijl de nationale kansels het christendom predikten [elk hun eigen merk], stonden de natiën klaar om bloed te vergieten.” Is de toekomst ook maar enigszins rooskleuriger geworden?
De toekomst
Gedurende al deze moeitevolle decenniën heeft menigeen zich afgevraagd wat het uiteindelijke resultaat zal zijn. Reeds in de laatste jaren van de negentiende eeuw vroegen sommigen zich af of er misschien enig verband bestond tussen de moeilijkheden in de wereld en de profetieën van de bijbel. Zo schreven de uitgevers van een publikatie van 1914 bijvoorbeeld: „De oude theorie dat de aarde ten slotte door een grote brand wordt vernietigd, wordt ons levendig voor ogen gehouden als wij de oorlogsbrand plotseling over bijna geheel Europa zien uitbreken zodat het ernaar uitziet dat de beschaving en alle vreedzame vooruitgang ten ondergang gedoemd zijn.” Die oorlog bleek echter niet het Armageddon van de bijbelprofetie te zijn.
Het is echter waar dat ernstige bijbelonderzoekers op de bladzijden van de bijbel toch bewijzen vonden dat het jaar 1914 een gekenmerkt jaar in de menselijke geschiedenis was. Anders dan de meeste mensen van thans hebben deze bijbelonderzoekers ook de reden ontdekt waarom de menselijke krachtsinspanningen om de problemen van vrede en oorlog onder de mensen op te lossen, blijven falen. Wat nog belangrijker is, zij hebben ontdekt dat de bijbel de belofte doet dat deze toestanden van weeën en moeilijkheden op aarde binnenkort zullen verdwijnen en plaats zullen maken voor een wereldomvattend samenstel van dingen waarin de innigste wensen van vredelievende mannen en vrouwen in vervulling zullen gaan.
Hoe zal dit echter tot stand komen? Niet als gevolg van oorlogen zoals de Eerste en Tweede Wereldoorlog, maar door de macht van de Almachtige God (Openb. 21:1-4). Een wereld zonder pijn, verdriet en zelfs zonder dood! Geen oorlogen meer die de mensheid zo’n 4000 jaar lang hebben geplaagd — alleen eeuwigdurende vrede! Zou u niet in zo’n wereld willen leven? Indien dit zo is, richt uw aandacht dan op de bijbel, want dit boek is de enige waarheidsgetrouwe inlichtingenbron die u in staat zal stellen dat gelukkige doel te bereiken.